Jozef en het Kerstfeest (Matth.1: 18 - 25) 2/2

De naamgeving van de Zoon

De engel Gabriël had tegen Maria gezegd dat zij haar eerstgeboren Zoon Jezus moest noemen. Aldus beveelt de engel ook Jozef. “En zij zal een Zoon baren en gij zult zijn naam heten Jezus; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.”

 

Geen vrije naamskeuze dus. De naam van dit Kind is bepaald door de hemel. Het is een naam die niet in het huis van David voorkomt. Jezus. Wat wil die naam zeggen? Ongetwijfeld een naam van rijke betekenis en vol evangelie.

De naam Jezus doet denken aan de naam Jozua in het OT. We denken eerst aan Jozua, de opvolger van Mozes. Hij was één van de verspieders die uitgekozen waren om het land Kanaän te verkennen. Hij heette Hosea, de zoon van Nun en was afkomstig uit de stam Efraim. Mozes noemde de naam van  Hosea, de zoon van Nun, Jozua. Als een versterking van het geloof der twaalf verspieders. Hosea betekent redden, verlossen. De HEERE verbindt Zijn naam aan de naam van Hosea. Jozua, Jehosjoea, de HEERE redt, de HEERE is heil. Laten de verspieders bij hun werk op de HEERE vertrouwen.  Onder leiding van Jozua heeft Israel het land veroverd en bewoond. Zo leidt  de Heere Jezus in de zaligheid en in het land van de eeuwige rust en vrede.

 

We denken ook aan de hogepriester Jozua van vlak na de terugkeer uit de ballingschap. Hij wordt genoemd in de nachtgezichten van Zacharia. De profeet ziet in het vierde nachtgezicht Jozua staan voor het aangezicht van de Engel des HEEERN, de tweede Persoon in het goddelijk wezen. Jozua is bekleed met vuile kleren. Een teken van de zonden waarmee hij bekleed is. De zonden van het hogepriesterschap en van het volk tijdens de ballingschap. De satan staat aan zijn rechterhand om hem te beschuldigen. De HEERE zegt tot de satan: ”De HEERE schelde u gij satan, die Jeruzalem verkiest. Is deze niet een vuurbrand uit het vuur gerukt?”

De HEERE spreekt de satan effectief bestraffend aan en legt hem radicaal het zwijgen op. Zijn aanklacht loopt stuk op Gods verkiezende liefde. Jozua is als een brandend stuk hout uit het vuur gerukt. Dat wil zeggen ternauwernood. Hij zou vanwege de zonden moeten omkomen in de vuurgloed van Gods toorn.

Engelen krijgen de opdracht zijn vuile kleren weg te nemen. Want zie, zegt de Heere, Ik heb uw ongerechtigheid weggenomen. Hij krijgt wisselkleren aan en een reine hoed op zijn hoofd. Staatsiekleren en een tulband. De Heere herstelt  hem in het hogepriesterschap en neemt de zonden weg.

We kunnen hier veel van leren. Voor de Heere staan we allen met onze vuile zondekleren. Waard om als een stuk hout verteerd te worden in de vuurgloed van Zijn toorn. Alleen om Christus’ wil kunnen we van die vuile kleren verlost worden om de klederen des heils te ontvangen.

 

Jozef en ook Maria zullen aan deze namen gedacht hebben toen zij de opdracht kregen hun eerstgeboren Zoon Jezus te noemen. Jezus, Jèsoes, Jehosjoea. Jezus betekent Zaligmaker, zo hebben we al op de basisschool geleerd. We zeggen het nauwkeuriger: de HEERE redt. De zaligheid vindt haar bron in de drie-enige Heere. Het heil is uit de Vader, door de Zoon en in de Heilige Geest.

De Vader is de bewegende oorzaak der zaligheid. Vanuit Zijn eeuwige liefde gaf Hij Zijn eigen Zoon. Hij bedacht de weg der zaligheid voor verloren zondaren in het werk van Zijn Zoon. Die Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven.

De Heere Jezus is de verdienende oorzaak der zaligheid. Hij is in de weg der vernedering tot zonde gemaakt en heeft in Zijn sterven de prijs volkomen betaald.

En de Heilige Geest is de toepassende oorzaak der zaligheid. Het is Zijn arbeid om Christus in zondaarsharten te verheerlijken. Hij leidt een zondaar in de weg van het Woord tot geloof en bekering. Op de leerschool van de Heilige Geest leren we de drie stukken kennen: mijn ellende, verlossing en dankbaarheid. Het maakt een mens toch klein te weten dat de Drie-enige Heere bezig is hem te zaligen.

 

Want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. Zaligmaken is verlossen van het grootste kwaad en brengen tot het hoogste goed. Het grootste kwaad is niet slechts dat we zondaren zijn, maar dat we door de zonde buiten God leven en Zijn gemeenschap missen. Dat is de volle dood. Daarvan wil Jezus verlossen en tot het hoogste goed brengen, dat is tot Gods gemeenschap en het eeuwig leven.

 

Van hun zonden. We doen zonden en zijn zonde. Zonde is zoveel als Gods geboden overtreden, in opstand leven, ons doel missen, niet tot eer van God leven.

In de eerste plaats zien we zonde als schuld voor God. We hebben straf, de eeuwige straf verdiend. Zonde is smet. We zijn besmet, melaats, kunnen niets anders dan zonde voortbrengen in gedachten, in daden en in woorden. De zonde brengt ook moeiten en zorgen mee, een brok ellende. Wij hebben helemaal niets in huis om van deze zaken ons te verlossen. Integendeel, we maken de schuld nog dagelijks meer. Uit ons geen vrucht in der eeuwigheid.

Jezus. Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. Hij verlost van de schuld, van de smet en van de ellende. Of om het anders te zeggen. In Hem is gerechtigheid, heiligheid en heerlijkmaking.

 

Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden. Zijn volk. Als Koning heeft Hij een volk. Hij is immers de Zoon van David. Zijn volk is Israel. Hij is de Zaligmaker voor de joden. Hij is gekomen tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Laten we bidden of de Heere het Joodse volk tot geloof in de Heere Jezus wil brengen om Hem niet te verwerpen, maar te  erkennen als hun Zaligmaker. Zijn volk uit Joden en uit heidenen. Het evangelie  gaat immers heel  de wereld over. Christus heeft Zijn kerk wereldwijd. Zijn volk. De gegevenen des Vaders, schrijven de kanttekeningen. Een wonder dat er een verkiezend God is.  Uit Hem en door Hem en tot Hem zijn alle dingen.

 

Door middel van deze overdenking mag ik u die naam verkondigen. Onder de hemel en onder de mensen gegeven. De Heere gaat niemand voorbij. Hij biedt Zich u allen aan. Besef dat goed. Jezus kun je niet stelen, want Hij wordt u aangeboden. Hij wil u zalig maken. Ga toch naar Hem uit in belijdenis van uw zonden. Wat is ongeloof toch verschrikkelijk, om Hem niet te achten.

U hebt er deel aan in de weg van wederbarende genade. In de prediking wordt Jezus u geschonken als Zaligmaker. Door het geloof gewerkt door de Geest krijgt u deel aan Hem. De Geest dompelt  u onder in het Woord zodat er zelfkennis komt in het leven. Maar ook dat we uit dat Woord Jezus leren kennen. De Geest brengt ons in de schuld om de vergeving in Christus  te verkrijgen. De Geest maakt ons onrein om de heiligheid in Jezus te zoeken.  De Geest brengt ons in de dood opdat we het leven in Jezus ontvangen.

Neem deze naam met u mee. Hij wil u zalig maken. Zijn naam is over ons uitgeroepen bij de doop. Met die naam kunnen we voor God bestaan. Door die naam zullen we vruchten dragen. Met die naam kunnen we sterven. Wie de naam des HEEREN zal aanroepen zal zalig worden.

 

 

De engel noemt nog een naam. Hij verwijst naar de profetie van Jesaja 7,14. Deze gaat nu in vervulling.”Zie, de maagd zal zwanger worden en een Zoon baren en gij zult zijn naam heten Immanuel. hetwelk is overgezet  zijnde: God met ons.”  Door de Zaligmaker wordt een verloren zondaar in het geloof weer verenigd met de Heere. In de Bijbel komen veel namen van onze Borg en Middelaar tegen. Elke naam onthult ons iets van Zijn Persoon en Zijn werk en rijke betekenis voor ons. Zo ook deze naam Immanuel.  Overdenk in de komende dagen voor u zelf de betekenis van deze naam.