Het leven van een christen (3,1)

“Daarom dan ook, alzo wij zo groot een wolk der getuigen rondom ons hebben liggende, laat ons afleggen alle last en de zonde die ons lichtelijk omringt, en laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan die ons voorgesteld is, ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke voor de vreugde die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen en schande veracht en is gezeten aan de rechterhand van de troon van God.”

Hebreeën 12: 1 en 2

 

De loopbaan

Laat ons met lijdzaamheid lopen de loopbaan die ons is voorgesteld. Een opwekking voor elke christen. Voor u en voor mij. Of gaat deze opwekking aan ons voorbij? Menen we al geestelijk gearriveerd te zijn? Liggen we bij de geringste tegenslag al overhoop? Het leven van een christen is geen rust op de aarde. Nee, maar een voortdurende strijd, een wedloop. Het leven van een christenmens is een lopen van de loopbaan om volhoudend het eindpunt te bereiken. Daar wacht de kroon van het eeuwige leven.    

In de Griekse wereld van de antieke oudheid hadden de meeste plaatsen van enige betekenis een stadion. De loopbaan was ongeveer 185 meter lang. Aan weerszijden bevonden zich de naar achter  oplopende zitplaatsen. Hardlopers deden mee aan de wedloop. Aangemoedigd door het publiek op de tribunes. De lopers keken dus eerst omhoog naar het publiek. De toejuichingen motiveerden hen des te meer de krachten in te spannen. Vervolgens moesten ze terdege op zichzelf letten. De kleding  behoorde zo licht mogelijk te zijn zodat ze bij het lopen door niets werden gehinderd. Belangrijk was te zien op de loopbaan die voor hen lag. Met inspanning van alle krachten moesten ze deze afleggen om als eerste de finish te bereiken.  

Zo is het leven van een christen. Of zoekt u hier al de rust? Dan ontgaat u straks de kroon. We klagen zo gauw als het ons even tegenzit of het leven zwaar is. God heeft ons geen rustige reis beloofd, maar wel een behouden aankomst. Wie volharden zal tot het einde die zal zalig worden. (Matth.24,13 en Markus 13,13). Kijk eerst omhoog naar de wolk der getuigen rondom u. Zij zijn u voorgegaan. Zij moedigen u aan. Vervolgens let u op uzelf. Alle last en zonde afleggen. Zij hinderen u bij het voortgaan. Zij beletten u de voortgang en u zou omkomen. Dan ook letten op de loopbaan die voor u ligt. Om deze te gaan door de strijd heen in de kracht des HEEREN ziende op de Heere Jezus alleen. 

 Geloven

Deze bekende teksten staan in het Bijbelboek dat de naam draagt Hebreeën. De problematiek achter het Bijbelboek Hebreeën is ons bekend. Er dreigt onder de aangeschreven christenen verslapping en afval. Beginnen is een zaak, maar volhouden is een andere zaak. In ons geloofsleven komt het erop aan tot het einde toe te volharden en niet te verslappen of het spoor bijster te raken.  

We kunnen het ons misschien wel zo voorstellen dat de schrijver hevig verontrust is. Hij zou graag de gemeente(n) willen bezoeken, maar is verhinderd. Hij is diep bezorgd over de omstandigheden van de gemeente(n) en doet haar deze brief, als een herderlijk schrijven, toekomen. Hij spreekt van een woord van vermaning of bemoediging. (13,22).

We vragen ons vooral bij dit Bijbelboek af wie toch de schrijver mag zijn en waar we de Hebreeën moeten zoeken. Een andere vraag is of we te doen hebben met een brief of een preek. Richt de schrijver zich op een of meerdere gemeenten? Bestaat de gemeente uit christenen uit de joden of ook uit de heidenen? Laat ik op deze vragen niet verder ingaan. We luisteren liever naar de boodschap van deze teksten. Een boodschap voor ons allen. Of laten we ons niet gezeggen door het Woord van de Heere?

 

Wat is er aan de hand? Wel, velen laten de onderlinge bijeenkomsten na. Er dreigt verslapping en afval. Er zijn er die zich ontrekken. Dit komt vooral vanwege de vervolgingen. Deze afval leidt uiteindelijk tot het verderf. Laten ze dat wel bedenken. Maar  - zo schrijft hij in 10,39 – wij zijn niet van degenen die zich onttrekken ten verderve, maar van degenen die geloven tot behoudenis der ziel. Zij die zich ontrekken en zich afkeren van de Heere Jezus. Dat leidt tot verderf. Wat is dat in menig leven van kerkmensen al gebeurd. Ernstig begonnen, belijdenis afgelegd , avondmaal gevierd, maar door allerlei redenen afgehaakt. Ik heb het in mijn ambtelijk werk dikwijls meegemaakt bij  begrafenissen van een oude vader of moeder. De weduwe of weduwnaar wijst op de kinderen.  Allemaal kerkelijk opgevoed. Maar die en die gaat niet meer naar de kerk. Wat een verdriet. Wees dus gewaarschuwd.  

Het gaat in het leven van een christen om het geloof. Zonder geloof is het onmogelijk om God te behagen. Zonder geloof vaart niemand wel. Het geloof leidt tot behoud, eeuwig behoud. Niet het geloof op zich. Versta dit goed. Het geloof is een middel, een instrument. Maar door het geloof leer ik leven uit Gods belofte en neem ik de toevlucht tot Christus om alle heil en zaligheid in Hem te vinden. Zo is te zeggen dat het geloof tot behoudenis van de ziel is. Omdat het geloof verenigt met Christus. Door het geloof leer ik mij meer en meer aan de Heere toevertrouwen. Wij zijn van degenen die geloven tot behoudenis. Deze woorden vormen een sterk appel, vooral ook op hen die zich onttrekken. Ze zijn als een pijl op het hart. Leer toch geloven en blijf toch bij het geloof om alles van de Heere te verwachten. Anders gaat u voor eeuwig verloren.

 Omdat alle nadruk valt op het geloof gaat de schrijver uitgebreid in hoofdstuk 11 over dat geloof schrijven. Hij laat ons zien dat dit het geheim is van velen uit het Oude Testament. Zij allen hebben geleefd uit het geloof. Abel, Henoch, Noach, Abraham, Izak, Jakob, Mozes Rachab, Gideon, Simson en zo voort. Hoofdstuk 11 werpt licht over het Oude Testament en laat ons zien het geheim der vaderen: Zij leefden uit het geloof.

De Heere laat tot nu toe op velerlei wijze ons zijn Woord verkondigen. Er kunnen twee dingen  gebeuren. Of we gaan in ongeloof daar aan voorij. Of we mogen in geloof uit dat Woord leven. Wie in ongeloof doorleeft zal door eigen schuld verloren moeten gaan. Wie in geloof leeft moet dat schrijven op rekening van genade. Hij heft zijn hart in dankbaarheid op tot de Heere dat Hij hem dat geloof heeft willen schenken en versterken. Alles is genade. Het is genade om van genade te leven.