Wedergeboren tot een levende hoop (1/2)

Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de doden; tot een onverderfelijke en onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis die in de hemelen bewaard is voor u. Die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid die bereid is om geopenbaard te worden in de laatste tijd.

1 Petrus 1: 3 – 5

 

Hoop doet leven. Een bekend gezegde. U kent het wel. U hebt het wellicht ook zelf, als er reden toe was,  uitgesproken. Wanneer na een moeilijke periode er toch een bepaalde verwachting mag zijn en de hoop herleeft, gaat de deur naar de toekomst weer wat open. Ons leven is vaak vol van zware en moeilijke ogenblikken of zelfs tijden. Laat ik wat mogen noemen. Vult u het zelf maar aan. Een ernstige ziekte dient zich aan en komt zo maar plotseling je leven binnen en sloopt je bestaan. Hoe aangrijpend is het sterven van een kind of van je man of vrouw. Intense rouw dompelt je onder in het grootste verdriet. Menig ouderpaar tobt met zorgen aangaande een kind of zelfs kinderen. Allerhande moeiten overspoelen je leven. Financiële zorgen grijpen diep in. Hoe krijg ik al die rekeningen toch betaald? Onder al die omstandigheden klapt de deur naar het leven dicht. Je wordt moedeloos en terneergedrukt. Zelfs kan de vraag opkomen of het leven wel zin heeft. Doch, wanneer er wat licht doorbreekt en een gegronde hoop gekoesterd mag worden, gaat de deur open, zakt de moedeloosheid weg en komt er levensmoed. Hoop doet leven.

Het evangelie van Jezus Christus verkondigt een gegronde hoop met uitzicht op het eeuwige leven. Deze hoop stijgt boven de tijdelijke en aardse hoop uit. Deze hoop tilt boven de aardse zorgen uit. De Bijbel spreekt van een levende hoop door de opstanding van Jezus Christus. Voor allen die in Hem geloven is er de erfenis, een levende hoop, een gegronde verwachting. Deze hoop kan beoefend worden als het geloof levendig is, zelfs in de zwartste nacht. Het geloof is immers een vaste grond van de dingen die men hoopt. Een christen is dan onafhankelijk van de omstandigheden.

In de grootste smarten/blijven onze harten/ in de Heere gerust.

‘k Zal Hem nooit vergeten/ Hem mijn Helper heten/ al mijn hoop en lust.

Over deze levende hoop valt te spreken in een lofzang, een loflied op de Heere. Dat doet Petrus dan ook. Hij valt daarmee als het ware met de deur in huis.   

Wedergeboren

”Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de doden.” Met deze heerlijke jubel begint Petrus zijn brief. Hij weet zich wedergeboren, opnieuw  verwekt tot het leven door de opstanding van Christus uit de doden. “De Heere is waarlijk opgestaan en is van Simon gezien.”

Maar ja, er is wel heel wat aan voorafgegaan. Zowel bij Petrus als bij de andere discipelen. Een gevangene die in een isoleercel opgesloten zit moet zich van allen verlaten weten. Geen lichtstraal dringt tot hem door. Hij neemt geen deel aan het leven dat zich buiten de gevangenis afspeelt. Hij zit in zijn cel zonder hoop en verwachting. Zo ongeveer moeten de discipelen zich gevoeld hebben na het sterven van hun Meester. Gevangen en opgesloten in de cel van hun ongeloof, droefheid, angst  en twijfel.

Drie en een half jaar hebben zij met hun Meester verkeerd en Zijn onderwijs genoten. Zij geloofden in Hem. Petrus heeft in Cesarea Filippi beleden: “Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.” Toen Christus eens vroeg of ook zij Hem niet zouden verlaten en van Hem weggaan, antwoordde Petrus: “ Heere, tot wie zullen we heengaan? Gij hebt de woorden van het eeuwige leven. En wij hebben geloofd en bekend dat Gij zijt de Christus de Zoon van de levende God.”  Bij de intocht van Jezus in de stad Jeruzalem hebben ze enthousiast geroepen:” Hosanna. Gezegend is Hij die komt in de naam des Heeren. Gezegend zij het koninkrijk van onze vader David, hetwelk komt in de naam des Heeren.”

Echter, de weg van hun Meester werd voor hun gevoel omgebogen en was gegaan door lijden en het sterven aan het kruis. Nu was het: “Wij hoopten dat Hij was die Israel verlossen zou.” Maar! Alles is geëindigd in de dood. En toch was er de liefde tot hun Meester. Diep in het hart bleef het vuur van het geloof branden. Doch verstikt door twijfel en ongeloof. En Petrus? Hij heeft ondanks de waarschuwing zijn Meester verloochend. O, wat heeft hij bitter geweend.

Ja, hun geloofsleven is stuk gelopen op het kruis. Zij verstonden dit kruislijden niet. Christus had het gezegd: “Deze nacht zult gij allen aan Mij geërgerd worden.” Jullie zullen aan Mij een aanstoot nemen en struikelen over het kruis.

Wonderlijk toch dat Petrus nu in de aanhef van zijn brief in een jubel uitbreekt.” Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus”. Laten we God loven.  Wat is er gebeurd?Zie eens hoe Petrus het Psalmenboek kent . “Geloofd zij de HEERE, de God van Israel.” Zo zong de kerk in het Oude Testament. (Psalm 41:14, 72:18, 106:48.) Wat belijdt Petrus nu? De HEERE, de God van Israel is Dezelfde als de God en Vader van onze Heere Jezus Christus. Hij zij geloofd en geprezen. Waarom, Petrus? Vertel het ons. Wel, Hij heeft ons wedergeboren. Hij heeft ons weer helemaal tot het leven verwekt. Het leven bloeit weer op. Het ware leven, wel te verstaan. Ik mag weer delen in dat ware leven, belijdt Petrus. En dat door de opstanding van Jezus Christus.  

Het is niet bij de dood van hun Meester gebleven. Nee. Naar Zijn woord is Hij op de derde dag opgestaan. Hij is de overwinnaar  van de dood. De opgestane Heere Jezus heeft Petrus niet vergeten,  noch verworpen, maar weer opgezocht. Petrus heeft weliswaar zijn Meester verloochend. Maar de engel gaf bij het lege graf een boodschap aan de vrouwen mee, speciaal voor Petrus. “Doch gaat heen, zegt zijn discipelen en Petrus, dat Hij u voorgaat naar Galilea. Aldaar zult gij Hem zien.” De Opgestane Koning Zelf is aan Petrus verschenen. “De Heere is waarlijk opgestaan en is van Simon gezien.”

Petrus mocht weer leven uit en door het leven van Christus. Met Hem levend gemaakt. Als een zondaar in zichzelf mocht hij delen in het leven van Christus. Met Hem gestorven en met Hem opgewekt tot een nieuw leven. Door Zijn opstanding mocht hij delen in de vruchten van het kruislijden en ging hij het kruislijden van Christus verstaan in geloof. Wedergeboren als vrucht van de opstanding van Hem die de Opstanding en het Leven is.

De Vader heeft dat gedaan. En dat onverdiend. Alleen door Zijn grote barmhartigheid. Petrus mocht in de opgestane Heere alles vinden: vergeving, heiligheid, leven, de gemeenschap met de Vader. Geprezen en geloofd zij die God. O jawel, Petrus was een wedergeboren christen. Maar wat was hij diep weggezonken. Door de opgestane Heere Jezus was Hij uit die duisternis opgeraapt en weer tot leven gewekt. Vanuit de opstanding  van de Heere Jezus viel er licht over zijn leven. Alles genade. Vanaf het begin. Door Zijn grote  barmhartigheid. 

 

Wat kunnen we hiervan leren? Luther zei dat het geloof een onrustig ding is. Terecht. Er zijn hoogtepunten in het geloofsleven. Maar evenzeer inzinkingen en aanvechtingen.  Er kunnen tijden zijn dat het geloofsleven dermate is ingezonken dat het lijkt alsof het er niet is geweest. Je bent geestelijk helemaal leeg. Niet alleen kan er zwak- of kleingeloof zijn, maar zelfs ongeloof als vijand van het geloof.

De inzinking in het geloofsleven kan intreden na een hoogtepunt. Zie de profeet Elia staan op de Karmelhoogte van het geloof. Krachtig in de Heere. In volledige overgave aan en vertrouwen in de HEERE. Daarna vlucht hij. Voor Izebel. Een mensenkind. Elia waar is je geloof? Ingezonken. In de woestijn legt hij zich neer onder een jeneverboom. “Het is genoeg, HEERE, neem nu mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.” Door allerlei omstandigheden kan het geloofsleven zomaar inzinken. Alles verleden tijd. Het is voorbij. De worm van twijfel kan op zulk een wijze knagen aan de plant van het geloof dat het is alsof er geen geestelijk leven meer is. Ik dacht. Ik hoopte.

Maar!  De Heere zal niet laten varen de werken van zijn handen . Hij is en blijft de Getrouwe. Door Woord en Geest laat Hij het geloofsleven weer opbloeien. Dat kan langzamerhand geschieden als de wolken van duisternis verdwijnen en het licht weer gaat doorbreken. De Heere brengt onverwacht het Woord nabij. Zomaar plotseling of bij het lezen van het Woord of onder de prediking.  Vanuit het Woord vertoont Christus Zich omkleed met Zijn beloften voor het oog der ziel. Alles aan Hem is gans begeerlijk. Dit gaat altijd gepaard met diepere zelf kennis. Je gaat afzien van jezelf en meer en meer rusten op het volbrachte werk van Christus. Met Hem levend gemaakt. Je mag de HEERE weer loven en prijzen en je in Hem verheugen. In verwondering zeg je: Hebt U, HEERE, naar mij, zulk een zondaar, omgezien?!