Wedergeboren tot een levende hoop (2/2)

Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop door de opstanding van Jezus Christus uit de doden; tot een onverderfelijke en onbevlekkelijke en onverwelkelijke erfenis die in de hemelen bewaard is voor u. Die in de kracht Gods bewaard wordt door het geloof tot de zaligheid die bereid is om geopenbaard te worden in de laatste tijd.

1 Petrus 1: 3 – 5

 

Ook wedergeboren

Er is meer te zeggen. Voor u en mij. Petrus richt zich in zijn brief tot de uitverkoren vreemdelingen in de verstrooiing. Deze christenen wonen in de verstrooiing. Dat wil zeggen in gebieden buiten het land Palestina waar joden wonen. In de diaspora. De eerste lezers van deze brief moeten we zoeken in Pontus, Galatië, Kappadocië, Azië en Bithynië. Landschappen in het huidige Turkije, liggend in een kring. Petrus zelf verkeert in Babylon en stuurt deze brief als een rondzendbrief langs de gemeentes in deze landschappen. Hij doet dit  door bemiddeling van Silavanus.  (Zie 5: 12 en 13)

Petrus spreekt zijn lezers aan als vreemdelingen. Inderdaad . Deze benaming is kenmerkend voor Christenen. Althans, zo behoort het te zijn. Wel in de wereld, niet van de wereld. Iemand bracht het aldus onder woorden: Elk vreemd land is zijn vaderland en elk land is hem vreemd. Eertijds waren deze eerste lezers grotendeels heidenen. Het woord der prediking is tot hen gekomen en vanuit Gods uitverkiezende liefde heeft de roeping vanuit het Woord hun leven radicaal veranderd.  Met de heidense levenswijze konden ze niet meer overweg. Daarmee hebben zij gebroken. Ze zijn ontworteld uit het oude heidense bestaan, maar gebracht tot het koninkrijk Gods. Hun burgerschap is in de hemelen. Hun leven is nu anders dan voorheen. Een leven bij en uit het Woord der waarheid. Zij leven nu als vreemdelingen in deze wereld.  Ze zijn hier niet meer thuis. Beleven wij als christenen in onze tijd nog het vreemdelingschap. Zwervelingen in deze aardse laagvlakte. Levend in afhankelijkheid van de Heere en met heimwee naar het Huis des Vaders.   

Dit vreemdelingschap brengt lijden met zich mee. Hun christelijke levenswandel en overtuiging wekt bij de heidense bewoners agressiviteit op en daarom staan ze bloot aan verdachtmakingen en achteruitzetting. Voor de wereld zijn ze als vreemden. Petrus wil hen in dit lijden bemoedigen. Het lijden hoort bij het leven van een christen. Zij hebben Mij gehaat, zij zullen u haten, luidt het woord van Jezus Christus. We zijn niet voor ons gemak op deze aarde. Maar om te leren  ons kruis achter Christus aan te dragen.

Moedeloos vanwege druk en lijden vanuit de vijandige omgeving? Kom, zegt Petrus door de Heilige Geest, let er nu op wat er in uw leven heeft plaatsgevonden. Ga dat grote wonder niet voorbij en schep er moed uit. Geloofd zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus Die ook u heeft wedergeboren. Dat is het geheim van de kerk. Wedergeboren door Gods grote barmhartigheid. Het woord barmhartigheid doet denken aan het hart. Het hart erbarmt zich, is vol ontferming. God is in Zichzelf bewogen om naar zondaren om te zien. Ja, zo is God. Hij wil aan zondaren Zijn onverdiende gunst bewijzen. Wilt u werkelijk Gods barmhartigheid zien? Kom dan mee en zie op naar de gekruiste Christus. Door Hem bewijst God aan ellendige zondaren Zijn barmhartigheid.

De wedergeboorte is  een heerlijke vrucht van de opstanding van Christus uit de doden. Hij is de opstanding en het leven. Hij wekt zondaren op uit de dood door het woord der prediking. Wij liggen allen van nature in de dood. Wij zijn geestelijk dood. Dat wil zeggen dat we zonder God leven, geestelijk geen vruchten voortbrengen en de vloek verdiend hebben. Nu bent u uit die doodsstaat opgeraapt en gebracht tot het leven, het werkelijk, geestelijk leven, zo schrijft de apostel . Geldt dat ook voor ons?

Dood door de zonde en misdaden. Ja, zo is ons natuurlijk bestaan. Het is een heerlijke en zeer verheven Bijbelse waarheid dat God zondaren tot Zijn kinderen verwekt. Hij is de Vader van Zijn Zoon. Zijn eniggeboren Zoon. Maar Hij verwekt zondaren tot Zijn kinderen door wederbarende  genade. Geadopteerde kinderen. Dit geschiedt door het Woord in de kracht van de Heilige Geest. De Geest dompelt een zondaar onder in het Woord. Dat Woord leert mij dat ik een zondaar ben en dat in Christus de zaligheid ligt. Door het geloof leer ik dit kennen en be-amen om met Christus te worden levend gemaakt. En dat alleen uit genade door Zijn grote barmhartigheid. Wie de toevlucht neemt als een zondaar tot het bloed van Christus en in Hem het leven vindt is wedergeboren.  Het Woord leert mij dat Christus voor mij de zaligheid is. De Geest doet door het geloof leven uit de Christus in mij.

Een levende hoop

Wedergeboren tot een levende hoop. Dit is een krachtige, wezenlijke en gegronde hoop. Een wedergeboren mens  is ontworteld uit dit aardse leven en overgezet in het koninkrijk van Gods liefde. Hij is op aarde een vreemdeling. Hij zoekt en verwacht het koninkrijk Gods. De Heere riep Abraham uit Ur der Chaldeeën. “Gij, ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis en ga naar het land dat Ik u wijzen zal.” Abraham werd een vreemdeling. Hij verwachtte de stad die fundamenten heeft. De Heere voerde het volk Israel uit Egypte en leidde het door de woestijn om haar het land Kanaän te geven tot een eeuwige erfenis. Dit vindt zijn rijke en heerlijke vervulling in de erfenis van de volle zaligheid waarin de kerk eens zal delen.

Het land Kanaän, het beloofde land werd aangetast en verwoest door oorlogsgeweld, door natuurrampen getroffen en verontreinigd door afgoderij. Het volk Israel kwam zelfs vanwege haar zonden in ballingschap. Alle aardse schatten vergaan. Maar deze erfenis is onaantastbaar en onverderfelijk. Deze erfenis is onverderfelijk, vergaat nimmermeer. Is onbevlekkelijk, zij wordt nimmer bevlekt of bezoedeld door onze onreinigheden. Onverwelkelijk, haar glans vergaat nimmermeer.  Het ontvangen van deze erfenis is zeker. Immers, deze erfenis wordt voor u bewaard in de hemelen. Dit spreekt van een zekere en veilige bewaring. Zij ligt immers vast in Gods liefde. Ze is verworven door Christus. En Christus de Koning zit aan de rechterhand van de Vader.

Zolang Gods kerk op aarde vertoeft, verkeert zij in de strijd van het leven. Zij wordt aan alle kanten aangevallen en benauwd. Er is de vijandige wereld. Er zijn tijden van vervolging. De satan is de grote  tegenstander van de kerk. En laten we niet vergeten de aanvallen van het eigen vlees. We worden tot de zonde afgetrokken door de eigen begeerlijkheden. De weg van de kerk gaat door de verdrukking en het lijden heen. De bange klacht leeft wel in het hart: één dezer dagen kom ik om door de hand van koning Saul. In de strijd, wanneer ik slechts aangewezen ben op eigen krachten, is het omkomen en verliezen. Maar de kerk wordt in de strijd bewaard. Zeker beveiligd als in een burcht. Een vaste burcht is onze God, een toevlucht voor de Zijnen. Het geloof zegt: Bij U schuil ik, o Heere. En dat is een schuilen in Gods kracht door het geloof. Gods mogendheden en kracht staan overwinnend boven de vijanden. Door het geloof leer ik rusten in en vertrouwen op Gods beloften als in een burcht. Christus heeft toch alle machten overwonnen.

U ziet dat de zekerheid en vastheid van de zaligheid buiten ons ligt. U wordt bewaard door Gods kracht voor de zaligheid, schrijft Petrus, en de zaligheid wordt in de hemelen voor u bewaard. Een dubbele bewaring Welk een zekerheid.   

De volle erfenis

En welke is die erfenis? “Tot de zaligheid die bereid is om geopenbaard te worden in de laatste tijd.”  Het gaat dus om de volle zaligheid en redding. Deze is nu nog verborgen. Maar hij is bereid, ligt gereed om geopenbaard te worden, in het volle licht gesteld te worden. De kerk mag er nu al uit leven, maar nog ten dele. We kunnen zeggen: alreeds, maar nog niet ten volle. In de laatste tijd. Dat is op de laatste dag. Wanneer Christus wederkomt. Hij doet al de Zijnen delen in de volle erfenis. Dat houdt in dat alle strijd en ziekte voorbij is, ik nooit meer behoef te zondigen en ik eeuwig bij de Heere in de zalige bruiloft mag zijn.

Waarvoor leven we? Wat is de zin en het doel van het leven? Welk levensdoel streef ik na? Alleen tijdelijke en aardse zaken? Laten we beseffen dat deze wereld voorbij gaat. Leven bij het zogenaamde zelfbeschikkingsrecht, waarvan onze tijd en maatschappij vol is, geeft geen troost of uitzicht. Denk aan de  euthanasiewetgeving. Wat arm als ik niet verder kom dan te beweren dat leven en dood in eigen hand liggen. Alleen het geloof in het heerlijke opstandingsevangelie geeft uitzicht. Mag u deze levende hoop koesteren?

De meest verheven weldaad uit de Schrift is dat de Heere zondaren uit Zijn barmhartigheid als een vrucht  van de opstanding van Christus tot het ware leven verwekt. Met Christus levend gemaakt. Maar eveneens een vrucht van de opstanding van Christus is dat we over dood en graf mogen heen zien in een levende hoop op het ontvangen van de volle erfenis, het eeuwige leven. Dat is ware euthanasie. Leven en sterven in de Heere. Dan zal ik eeuwig met de Heere leven.

Wedergeboren tot een levende hoop.

Deze wedergeboorte is noodzakelijk. Laten we daarvan goed doordrongen zijn. Zonder wedergeboorte zullen we het Koninkrijk van God niet zien.

Deze wedergeboorte is mogelijk. We lezen bij de profeet Ezechiel: “Ik zal u een nieuw hart geven en zal een nieuwe geest geven in het binnenste van u. Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen en zal u een vlezen hart geven.” (11:9 en 36:26). De Heere laat ons het evangelie verkondigen en komt tot ons met deze heerlijke belofte. Hij wederbaart. Hij doet het. Hij wil het ook doen.

Laten we daarom in het gebed gelovig tot Christus uitgaan, pleitend op Zijn belofte om het leven alleen in Hem te vinden.

Weet dan in uw moeilijke wegen dat  juist dit evangelie troost. Wedergeboren tot een levende hoop.  Wanneer Christus terugkomt is alle leed voorbij en mag u enkel uit Zijn grote barmhartigheid delen in de volle erfenis.

Maar blij vooruitzicht dat mij streelt

Ik zal ontwaakt Uw lof ontvouwen

U in gerechtigheid aanschouwen

Verzadigd met Uw Goddelijk beeld.