De HEERE zoeken

“Zoekt de HEERE terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan terwijl Hij nabij is.”  (Jesaja 55:6)

 

Deze woorden kwamen mij in gedachten bij de voorbereiding van een tweetal diensten.  Zeer recent preekte ik twee keren over Psalm 32. In de ene dienst over de eerste vijf verzen en in een andere dienst over de verzen 6 tot en met 11. Het is een Psalm waarin het hart van het evangelie wordt bezongen, de rechtvaardiging van de goddeloze uit louter genade. In deze psalm treffen we de uitdrukking “vindenstijd” aan. “Hierom zal U ieder heilige aanbidden in vindenstijd.” Uitgebreid stond ik bij deze uitdrukking stil. Ik verwees naar de boven genoemde tekst. Zoekt de HEERE terwijl Hij te vinden is. Laten we in deze meditatie bij deze oproep een ogenblik stil staan en er naar te luisteren.  Een oproep tot ons allen. Wie u ook bent en in welke omstandigheden u  verkeert.  Een oproep juist ook in de nood. Verkeert u in zorgelijke omstandigheden? Tobt u met eeuwigheidsvragen? Houdt de vraag uw hart bezet of het heil ook voor u is en hoe u dat kunt weten? Gaat u misschien afwijkende wegen?

 

Van deze woorden gaat een heerlijke opwekking uit. Een oproep met een rijke belofte. Zoekt de HEERE. Roept Hem aan. Met deze woorden worden we opgewekt de HEERE te zoeken. We kunnen immers zo traag zijn in geestelijke dingen en al te druk met allerlei zaken van deze wereld die ons beknellen. Aan deze oproep is een rijke belofte toegevoegd. Nee, God is geen verborgen God. Integendeel. Menigmaal klagen we wel:  Ik heb al zoveel gebeden en gezocht, maar er is geen uitkomst. Zou God Zijn gena  vergeten, nooit meer van ontferming weten? Jesaja zegt:  Hij is te vinden. Hij laat Zich vinden. Hij is nabij. Hoe dan? Wel, in het Woord komt Hij tot ons allen.

 

Zoekt de HEERE. Dit is een bekende uitdrukking uit de Heilige Schrift. We komen deze woorden nogal  eens tegen. Maar wat willen ze zeggen? In ieder geval is het zoeken van de HEERE iets wezenlijks voor een kind van God. Gods kerk is met allerlei benamingen aan te geven. Zo kunnen we spreken van gelovigen, heiligen, uitverkorenen, geroepenen. We kunnen ook spreken van “zoekers van de HEERE”. (Psalm9,11). Het zoeken van de HEERE. We kunnen aan drie zaken denken.

 

1. Zoeken wordt vaak weergegeven met vragen. Zo bijvoorbeeld bij Rebekka. Zij is in verwachting  van een tweeling. In haar schoot voeren ze oorlog. Zij vraagt zich af wat dat betekent. Zij gaat heen om de HEERE te vragen, te zoeken. (Gen.25,22). Mozes tijdens de woestijnreis. Zijn schoonvader Jethro bezoekt hem en brengt de vrouw en twee zonen van Mozes mee. Mozes kende dagen waarop  hij recht sprak. Heel de dag was hij daarmee bezig. Rijen mensen stond te wachten. Van de morgen tot de avond. Zeer vermoeiend. Zijn schoonvader vroeg hem ernaar. Mozes antwoordde: Omdat dit volk tot mij komt om Gods raad te vragen. Om God te zoeken, zo staat er. (Ex.18,15). In 1 Sam.9,9 lezen we: Eertijds zei een ieder aldus in Israel als hij ging om God te vragen: Komt en laat ons gaan tot de ziener.

Calvijn vraagt zich af bij zijn verklaring van Gen.25,22 op welke wijze Rebekka de HEERE raadpleegde. Hij noemt enkele  mogelijkheden. Hij kiest ervoor dat ze ging om zelf in het gebed de HEERE te vragen. De HEERE zoeken wil zeggen dat we in bepaalde omstandigheden en door de nood gedrongen tot Hem gaan om Hem raad te vragen of onderwijs. Het gaat bij het zoeken van de HEERE dus om het gebed. Ongetwijfeld een bidden in ootmoed en afhankelijkheid. Bidden we nog of is de plaats in de binnenkamer al te veel leeg? Wat doen we in de onderscheiden  omstandigheden van het leven zoals in dagen van ziekte, wanneer een ernstige ziekte het lichaam breekt, in dagen van rouw, van moeilijke omstandigheden, in kruis, als de zonde drukt? Wat dan te doen? Mijn Bijbel zegt: Zoekt de HEERE in de weg van het gebed en dat geheel op grond van en in overeenstemming met Gods Woord. Calvijn zegt bij zijn verklaring van deze tekst dat in het besturen van onze levensloop voor ons genoeg is de leer der wet, der profeten en van het evangelie, welke de volmaakte wijsheid bevat. Hij wil zeggen dat het voor ons genoeg is ons te laten onderwijzen door Gods Woord. Immers is het Woord van de HEERE voor ons genoegzaam. Laten we de HEERE zoeken biddend en worstelend vanuit Zijn Woord. Heere, maak mij uwe wegen door Woord en Geest bekend.

 

2. Er is meer. De HEERE zoeken wil ook zeggen dat we in het geestelijk leven naar Hem gericht zijn. Dat het ons om Hem te doen is. Dat het erom gaat Hem tot je God en deel te hebben, Zijn gemeenschap te smaken, te delen in Zijn heil, Zijn hulp te verkrijgen. Wat zijn dat een lessen in het leven om afgebracht te worden van alles om ons heen, van het vertrouwen  op onszelf om als een arme en ellendige en krachteloze zondaar de toevlucht tot Hem te nemen. Laten we in alle nood en ellende om Hem verlegen zijn. Dat is leven. We zijn geschapen naar Gods beeld. In nauwe vereniging met Hem. Daarom is het leven die God te kennen. Door de zonde leven we buiten God. Hem zoeken is het leven in Hem zoeken. Gelijk een hert schreeuwt naar de waterstromen  alzo dorst mijn ziel naar U o God.

 

3. De HEERE zoeken wil ook zeggen Hem dienen, in Zijn wegen wandelen, Hem vrezen, begeren voor hem te leven in heiligheid des levens. Dat is een vrucht van het leven in Christus om door hem vruchten voort te brengen. Als de profeet Amos oproept: Zoekt de HEERE en leeft (Amos 5,4), klinken ongetwijfeld de twee laatste betekenissen in deze oproep door. Dat is immers het echte leven, de HEERE zoeken.

 

Het zoeken en aanroepen van de HEERE is het wezenlijke leven van een kind van God . Geheel naar de HEERE gericht om Hem te kennen en voor hem te leven. Al wie de naam des HEEREN zal aanroepen die zal zalig worden.

 

De vraag dringt zich op of er iemand is die de HEERE zoekt. Is het zoeken van de HEERE een vrucht  die uit mij voortkomt? Wat leert de Bijbel mij? “Er is niemand die verstandig is; er is niemand die God zoekt.” (Rom.3,10) Paulus citeert de Psalmen 14 en 53. “DE HEERE heeft uit de hemel nedergezien op de mensenkinderen om te zien of iemand verstandig ware die God zocht……… er is niemand die goed doet, ook niet één.” Nee, we moeten de bron van dit zoeken van de HEERE niet bij onszelf zoeken. De bron en oorzaak ligt in en bij de HEERE. In Zijn eeuwige en opzoekende liefde. Daarom wekt Hij ons ertoe  op.

 

Jesaja voegt er namelijk nog iets aan toe. Terwijl Hij te vinden is. Terwijl Hij nabij is. Hij laat zich vinden en Hij is nabij.

We letten op de eerste rijke belofte. Ik begon met te verwijzen naar Psalm 32. Hierom zal U ieder heilige aanbidden in vindenstijd.  Dat is in de tijd van het vinden. De tijd waarin God zich laat vinden.

Dat is toch een wonder van Gods eenzijdige liefde dat Hij Zich door zondaren laat vinden. U en ik leven in de vindenstijd.  Dat is de tijd waarin wij leven. De genadetijd. We lezen bij Paulus: “ Zie, nu is het de welaangename tijd; zie, nu is het de dag der zaligheid”(2 Kor.6,2). De tijd waarin de Heere Zijn welbehagen openbaart, het volle heil in Christus, de zaligheid.

Laten we Hem zoeken. Er is haast bij. Ons aardse leven is kort. Het wordt snel afgesneden en we vliegen daarheen. Waar heen? Het uur van ons sterven. Misschien al dichtbij. Jonge mensen, de Prediker wekt jullie op de Heere te zoeken in je jonge jaren eer dat de kwade dagen komen en de jaren naderen van dewelke gij zeggen zult: Ik heb geen lust in dezelve.(Pred.12,1) We zijn nu nog in het heden der genade. De vindenstijd. De tijd waarin de Heere Zich laat vinden. “Wendt u naar Mij toe en wordt behouden alle gij einden  der aarde; want Ik ben God en niemand meer.” (Jes.45,22).

 

Vervolgens staat er ook nog: Terwijl Hij nabij is. Waar is Hij? Hoe is Hij nabij? De HEERE is nabij in Zijn Woord. In heel de Schrift openbaart God zich in Christus. Wanneer we het Woord lezen is de HEERE nabij. Hij is nabij in de prediking. Nabij u is het Woord, in uw mond en in uw hart.(Deut.30,14).  Het geloof is door het gehoor. Juist in de prediking komt Hij tot ons in Zijn beloften. Zo legt de prediking Christus en al zijn weldaden voor uw hart. Hij is nabij.

Laten we er bij stilstaan. In verwondering. In aanbidding.  Hij is nabij. In het Woord. God openbaart Zichzelf. Zo kwam de HEERE in deze zondige wereld in Zijn spreken en handelen. Hij zocht Adam op. Hij heeft Zich geopenbaard in Christus. Christus kwam op aarde om de Vader te openbaren. Niemand heeft ooit God gezien, de Eniggeboren  des Vaders Die heeft Hem ons verklaard.

God is ons zeer nabij gekomen. In Zijn Zoon. De verborgenheid der Godzaligheid is groot: God is geopenbaard n het vlees. (1 Tim.3,16). Christus heeft deel aan het Goddelijk Wezen. Is zelf God. God uit God. Licht uit Licht. Hij heeft de menselijke natuur aangenomen. Hij is ons in alles gelijk geworden, uitgenomen de zonde. In Zijn menselijke natuur heeft Hij plaatsbekledend, in onze plaats en ten behoeve van ons alles volbracht tot volkomen verzoening. Daarbij ondersteund door Zijn Goddelijke natuur. Zijn naam is Immanuel. God met ons. Hij is nabij. Wie door het geloof de toevlucht neemt tot de Heere Jezus heeft in Hem deel aan Gods gemeenschap. Hij is nabij. De Heilige Geest neemt woning in het hart om Christus te verheerlijken.

 

Nu kunnen er twee dingen gebeuren. U kunt in ongeloof er aan voorbij gaan. Dan gaat u om eigen schuld verloren. Of u gaat naar de HEERE uit. Omhelst u Hem in het geloof  Dat is enkel genade gewerkt door  de Heilige Geest. Hij is zo nabij. Door de prediking staat Hij voor u helder en duidelijk is Hij in het Woord geopenbaard. Als u Hem niet ziet, ligt dat aan u zelf en ons verduisterd verstand  en onze vijandschap. Wij hebben Hem niet geacht (Jes.53).

 

Zoekt de HEERE, Hij is nabij. We lezen in Jesaja29,13: Dan zullen ze Mij zoeken en Mij vinden, wanneer gij naar Mij zult vragen met uw ganse hart.