Overdenking op Goede Vrijdag

“En als zij Hem wegleidden….” Lukas 23: 26 a

 

In gedachten staan we bij Golgotha, even buiten de stadsmuren van Jeruzalem. Eerbiedig en stil voegen we ons onder de vele toeschouwers. We zien op naar de gekruiste Christus. Vol ontroering lezen we het opschrift  boven het kruis bevestigd. “Jezus de Nazarener,  de Koning der Joden.”

 

Jezus. Hier hangt onze Zaligmaker. Deze naam komt uit de hemel. De engel had immers tot Jozef in de droom gezegd: “Gij zult Zijn naam heten Jezus, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.” (Matth.1,21 ) Zaligmaken. Dat is broodnodig, onmisbaar. Verlost van het grootste kwaad en gebracht  tot het hoogste goed. Uit genade. Door het geloof in deze Jezus.  

De Nazarener. Dit wil zoveel zeggen als de Verachte en Vernederde.  “Hij was veracht en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten en verzocht in krankheden, en een iegelijk was als verbergende het aangezicht voor Hem; Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht.” (Jes.53,3). Wij hebben Hem niet geacht. Dat geldt van een mens van nature. De Heere Jezus krijgt waarde door de wederbarende werking van de Heilige Geest.

De Koning der Joden. De lang beloofde grote Zoon van David. Koning van een geestelijk koninkrijk, van het Koninkrijk der hemelen . Die in de weg van vernedering de zaligheid voor Zijn onderdanen verwerft en in Zijn verhoging Zijn onderdanen vergadert en invoert in Zijn eeuwig koninkrijk. De Koning die terugkomt ten oordeel. Wat zijn dat steeds weer geestelijke lessen om in vernedering en verootmoediging onder deze Koning te buigen. Ja, U kiest mijn hart onder ramp en smart eeuwig tot zijn Koning.

 

Dat Jezus Koning is brengt  ons bij de naam Christus, een ambtsnaam. De naam Christus werpt licht over Wie Jezus is. Hij is de door de Vader gegeven en gezonden Borg. “Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons met hem niet alle dingen schenken.”  (Rom.8,32) Christus komt voort uit het liefdeshart van de Vader. Uit Hem zijn alle dingen. Christus is de gezalfde Borg en Middelaar, de Gegevene van de Vader. Hij is onze hoogste profeet, enige hogepriester en eeuwige koning .

 

Laten we bij dit kruis terugkijken. Door het joodse sanhedrin is Jezus ter dood veroordeeld. Men achtte Hem des doodswaardig omdat Hij is Wie Hij is. Hij is de Christus, de Zoon van de levende God.  De joodse leidslieden erkennen Jezus beslist niet als de van de Vader beloofde en gegeven Zaligmaker. Gods eigen Zoon Die vlees werd. Hoogst aangrijpend dat zij Hem niet hebben aangenomen, maar in ongeloof en vijandschap verwerpen. Het is de schuldige blindheid van de mens om Jezus niet te erkennen.

 

Intussen is het vrijdag, de eerste dag van het joodse paasfeest. Op deze feestdag en op de sabbat mogen de Joden geen doodsvonnis uitvoeren. Vandaar dat zij Jezus naar Pilatus, de Romeinse stadhouder, leiden, zodat hij het vonnis dadelijk uitvoert. Jezus zal dan gedood worden door kruisiging. Vanwege de feestdagen resideert Pilatus tijdelijk in Jeruzalem. Of in de burcht Antonia, ten noordwesten van het tempelcomplex, of in het paleiscomplex  van Herodes bij de Jaffapoort.

 

Pilatus benadrukt tot drie maal toe dat Jezus onschuldig is. Toch geeft hij onder dwang van de joden Jezus over tot de kruisdood. Hij geeft soldaten opdracht zowel voor de geseling als voor de kruisiging. Na de geseling spelen de soldaten hun lugubere spel met Jezus, waarna zij Hem wegleiden om Hem te kruisigen.

 

We zien de stoet gaan door de straten naar de stadspoort, de stad uit. Voorop de heraut, uitroepend de beschuldiging. Zou hij voor Jezus als beschuldiging hebben uitgeroepen: Jezus de Nazarener, de Koning der Joden? Een heerlijk en rijk evangelie klinkt dan door de staten. Wie gelooft in Hem? Dan volgen de soldaten met de kruiselingen. Daarachter de leidslieden en veel volks.   

De stoet gaat de stad uit. De plaats van kruisiging ligt immers buiten de stad. Geheten Golgotha. Of ook wel hoofdschedel plaats. Misschien aldus genoemd vanwege de vorm van de heuvel. Of omdat dit de plaats van executie is en daarom deze naam draagt in de zin van knekelveld of doodshoofd.  Vroeger sprak men wel van Calvariës heuveltop. Van het Latijnse woord calva dat schedel betekent.

 

Jezus wordt in ieder geval uitgeleid, de stad uit. Maar waarom? In de stad ligt toch de tempel? Aldaar worden de offers gebracht. Jezus gaat de tempeldienst vervullen. Hij brengt Het Offer tot volkomen verzoening, waardoor de offerdienst van de tempel niet meer nodig is. Jezus brengt dat offer van Zijn leven niet in de tempel, maar buiten de stad. Waarom?

We lezen in Numeri 15 van een man die op sabbat hout sprokkelt om een vuur te maken. Dat is door de Heere verboden. Opzettelijk overtreedt deze man het gebod van de Heere. Hij moet buiten de legerplaats gestenigd worden. In Leviticus 24 is sprake van een zoon van een Israëlitische vrouw en een Egyptische man. Hij lastert de naam van de HEERE. Deze vloeker moet buiten de legerplaats gestenigd worden. Voor zulk een zondaar is geen plaats in de heilige vergadering waar de Heere woont.

Misschien zegt u dat ook uw plaats is buiten de legerplaats vanwege uw zonden.  Immers mijn zonden plaatsen mij buiten Gods gemeenschap. Tegen U, U alleen heb ik gezondigd, ik heb gedaan wat kwaad is in Uw ogen.  Dies ben ik Heere, Uw gramschap dubbel waardig. Ik ben de hel waardig. Ik beween daar mijn verloren bestaan. Kent u dat in belijdenis voor de heilige en rechtvaardige Heere? Christus is zonder zonde, maar is tot zonde gemaakt. Hij sterft plaatsbekledend buiten de stad, buiten de legerplaats opdat zondaren door het geloof in Hem een open toegang ontvangen tot Gods genadetroon.  Is dat niet een heerlijk genadewonder als uit de Schrift voor het geloofsoog oprijst deze gekruiste Middelaar? Ik bid: Heere, vertoon Uzelf  voor het oog mijner ziel.  

 

Er is meer. Er werden naar Gods gebod onder Israel veel offers gebracht. Er waren onderscheiden offers, waaronder zondoffers. Wanneer een zondoffer werd gebracht voor de priester/hogepriester of voor het hele volk dan mocht van dat vlees niet gegeten worden. Het bloed werd gesprenkeld in het heilige voor het voorhangsel. Het dode dier werd buiten de legerplaats verbrand.  

Aldus gebeurde ook op de grote verzoendag. Er werd een jonge stier geslacht voor de zonde van de priester/hogepriester. En twee bokken voor de zonden van het volk, waarvan er één werd geslacht en de ander weggezonden. Het bloed werd door de hogepriester gebracht in het Heilige der heiligen. De dode dieren, de var en de bok, werden buiten de legerplaats verbrand.  Waarom? Wel in de eerste plaats werden deze offers zeer heilig genoemd omdat ze bijzonder waren afgezonderd voor deze heilige dienst der verzoening. Het waren immers zondoffers. Maar in de tweede plaats  omdat ze door en door zonde waren. De hogepriester had immers de zonde van het volk op de kop van het dier gelegd.

 

We gaan verstaan waarom Jezus wordt uitgeleid tot buiten de stad. Hij brengt deze grote verzoendag tot zijn eigenlijke vervulling. Hij brengt Het offer tot verzoening. Hij is de Zoon van God en Zelf zonder zonde. Een heiligheid der heiligheden. Geheel gewijd aan de dienst van Zijn Vader. Maar tegelijk ook tot zonde gemaakt. Door en door zonde. Hij sterft  buiten de stad. Ziet het Lam Gods dat de zonde der wereld wegdraagt. O, laten we toch met belijdenis  van ons zondig bestaan tot Hem de toevlucht nemen, dagelijks.

 

Daarom lezen we in Hebreeën 13 het volgende. “Wij hebben een altaar van hetwelk geen macht hebben te eten die de tabernakel dienen.”  Het zondoffer dus. Dit alles wijst op Christus. Wij hebben een altaar.  “Want welker dierenbloed voor de zonde gedragen werd in het heiligdom door de hogepriester derzelver lichamen weden verbrand buiten de legerplaats.”  De zondoffers op de grote verzoendag.  “Daarom heeft ook Jezus opdat Hij door Zijn eigen bloed het volk zou heiligen buiten de poort geleden.” Jezus als Het Zondoffer heeft dus ook buiten de poort geleden. Door Zijn bloed brengt Hij volkomen verzoening tot stand.

“Zo laat ons dan uitgaan tot buiten de legerplaats, Zijn smaadheid dragende.” De OTische offerdienst is vervuld, voorbij. Daaraan mogen we niet meer deelnemen.  Maar zalig worden is in het geloof de  toevlucht nemen tot Christus. Ook als men u daarom smaadt,  veracht, vervolgt. Zij hebben het ook Hem gedaan.

Komt, laat ons uitgaan tot buiten de legerplaats Zijn smaadheid dragende.  De toevlucht nemen tot Christus. Niet de wereld dienen maar van alles  van de wereld afzien. Afzien ook van alle eigen gerechtigheid en tot de Heere gaan met verlies van alles van jezelf. Tot buiten de legerplaats. Dat is als een totale zondaar tot Christus de toevlucht nemen. Hij heeft een volkomen verzoening verworven.

 

Welk een dierbare Heere Jezus. Alles wat aan Hem is, is gans begeerlijk, zulk Een is mijn Liefste. Uit genade. In Hem is alle heil. Buiten Hem is de dood en de duisternis. Zeg eens, wat is er op tegen om tot Hem de toevlucht te nemen?  Als u niet weet hoe dat moet, bid dan: Heere, trek mij, wij zuilen U nalopen.