Jezus op Goede Vrijdag gevolgd

“En als zij Hem wegleidden namen zij ene Simon van Cyrene, komende van de akker, en legden hem het kruis op dat hij het achter Jezus droeg.”  Lukas 23, 26

 

Wanneer de kruisstoet Jeruzalem uitgaat, komt er een man van de akker. Hij loopt tegen de stoet in de stad in. De soldaten zien hem. Zij lopen op die man toe, grijpen hem en plaatsen hem achter Jezus. Een kruiseling droeg zijn eigen kruis, waarschijnlijk alleen de dwarsbalk. De verticale kruispaal stond dan alreeds op de plaats van de executie in de grond. De soldaten nemen de kruisbalk van de schouders van Jezus af en geven die man bevel de kruisbalk achter Jezus aan te dragen. Simon zal best wel tegengesparteld hebben. Maar ja, het betreft hier een opdracht van de Romeinse overheid. Die man heeft maar te gehoorzamen. Bevel is bevel.

 

Waarom doen de soldaten dit en dwingen zij die man tot kruisdragen achter Jezus aan? Velen wijzen erop dat Jezus onder het kruis dreigde te bezwijken. Vanwege de zwaarte van Zijn lijden tot nu toe. Hij heeft immers al heel veel geleden. Eerst Zijn gebedsworsteling in de hof Gethsemane. Hij werd gevangen genomen en van het ene verhoor tot het andere gesleept. Dit alles zal niet lichtzinnig toegegaan zijn. Hij is bespot en gehoond. Geselslagen hebben zijn rug doorploegd. Zijn lijden was onnoemelijk zwaar vanwege het dragen van Gods toorn. Is deze gedachte juist dan zien we aan het bijna bezwijken van de Heere Jezus de zwaarte van Zijn lijden. Geen mens had dit kunnen volbrengen. Nee, nee. Onmogelijk. Wij moeten onder Gods toorn voor eeuwig bezwijken vanwege onze eigen zonden en schuld. Jezus ondergaat en draagt dit alles. Hij ondergaat Zijn lijden in zijn menselijke natuur daarbij ondersteund door zijn Goddelijke kracht. O liefde, die, om zondaars te bevrijden, zo zwaar wou lijden. Welk een beminnelijke Koning is deze Immanuel.

 

Anderen wijzen erop dat er iets anders aan de hand is. Immers zouden ruwe soldaten medelijden tonen met een veroordeelde? Nee, zij gaan hier door met hun spot. Immers is deze Jezus de Koning der Joden. Maar een koning zonder land en zonder onderdanen. Trouwens, een koning draagt toch geen last? Zij zullen zorgen dat Hij een onderdaan heeft die de last voor hem draagt. En dan nog wel een  kruis zodat de koning straks gekruist wordt.

 

Zij spotten met het koningschap van Christus. Zij deden dat in het rechthuis. U herinnert zich dat wel.

In het souterrain van een klooster aan de via dolorosa in Jeruzalem wijst de gids bezoekers op een aantal eeuwenoude  plavuizen. Op een paar van die plavuizen zijn tekeningen ingekrast: cirkels en figuren van een soort spelbord. Romeinse soldaten speelden er het koningsspel. Een persoon fungeert bij dit dobbelspel als koning, een schertskoning, de verliezer. Dit spel speelden ze met Jezus.

De soldaten deden Hem een scharlakenrode soldatenmantel aan, zetten een kroon gevlochten van doornen op Zijn hoofd en gaven Hem een rietstengel, als teken van zijn Koninklijke waardigheid, in handen. Zij defileerden langs de gevangene, bogen voor Hem en groetten Hem: Gegroet, gij koning der Joden. Zij spuwden Hem en sloegen in Zijn gezicht. Daarna deden zij Hem Zijn eigen kleren aan en leiden Hem weg om Hem te kruisigen.

 

Nu weer die spot. Wat een koning! Slechts één onderdaan die ook nog zijn kruis draagt. Let erop dat alles in de weg van Zijn vernedering een diepe betekenis heeft. Tot heil voor allen die in Hem geloven mogen. Ook bij deze spot draagt de Heere Jezus de last der zonde. Niet alleen dat de zonden Hem worden toegerekend, Hij ervaart ook de aard van de zonde. Zonde als opstand en vijandschap tegen God en als ongehoorzaamheid in het niet erkennen  van Zijn Koninklijke heerlijkheid. In het doen en denken van de zonde verheft de mens zich tegen en boven God, zijn Schepper. Deze boze, tegenwoordige wereld erkent God niet in zijn Majesteit. In onze maatschappij zien we meer en meer een zich geheel afkeren van God en een totaal niet rekenen met Zijn woorden en geboden. Hoe vaak wordt de naam van God of van Jezus niet genoemd in spot of onverschilligheid. Een spotten met Gods koningschap. Maar laten we de hand in eigen boezem steken. Daar vinden we de zonden in gedachten en begeerten als een niet buigen onder de Heere en als een vijandschap tegen God. Zonde als we ons in ongehoorzaamheid tegen de Heere verzetten. Een spotten met Zijn koningschap. Jezus draagt  en verdraagt het. Daarom is in Hem vergeving te verkrijgen. Een wonder. Een groot wonder.

 

Er is nog meer. Men ziet Hem als een spotkoning, een schertsvertoning. Hij lijdt plaatsbekledend. Mijnentwege, mij ten zegen, zo verwondert zich het geloof. De mens is in grote waardigheid geschapen, naar Gods beeld. Als koning om in naam van de Schepper over de schepping te heersen. Heel de schepping was er ten dienste van de mens opdat de mens zijn God zou dienen. Christus stond plaatsbekledend als spotkoning met een kroon van doornen die ons herinneren aan onze zonden en de gebroken wereld. Door de zonde hebben we het beeld Gods totaal verminkt.  Wat hebben we van de wereld en de schepping gemaakt. We leven door de zonde als spotkoningen, in een karikatuur. Christus lijdt in onze plaats en draagt onze ontluistering, smaad en schande.  Met een heerlijke vrucht voor allen die in Hem geloven. Door het geloof in Hem wordt het beeld Gods weer hersteld. Dat is wederbarende genade. Zonder wedergeboorte kunnen we onmogelijk Gods koninkrijk binnengaan. 

 

Wie is die man die gedwongen wordt het kruis achter Jezus aan te dragen? Ene Simon van Cyrene.  Hij heet Simon en is afkomstig van Cyrene. Deze stad is gelegen in het noorden van Afrika in het huidige Libië. In het oosten lag een provincie Cyrenaica waarvan Cyrene, een Griekse kolonie, de hoofdstad was. We lezen in Handelingen 2 ook over Libië. Onder de joden uit de diaspore die op de grote Pinksterdag in hun eigen taal de grote werken Gods horen verkondigen, behoren ook joden uit de delen van Libië.

 

Simon komt van de akker en wil nu de stad ingaan. Verblijft hij hier als pelgrim vanwege het paasfeest en heeft hij buiten de stad de nacht doorgebracht? Of woont hij in de stad en wil hij de laatste jaren van zijn leven hier doorbrengen? Dan is hij vroeg in de morgen op de akker geweest en keert hij thans huiswaarts.

Markus noemt  hem de  vader van Alexander en Rufus. We komen de naam Rufus ook tegen in de brief aan de Romeinen. Paulus schrijft daar:  “Groet Rufus, de uitverkorene in de Heere en zijn moeder en de mijne.” (Rom.16, 13). Wanneer deze Rufus dezelfde persoon is als de zoon van Simon dan zijn zij bekende persoonlijkheden in de gemeente van Rome. Paulus noemt de moeder van Rufus, de vrouw van Simon, ook zijn moeder. Zij is als een moeder voor Paulus geweest.

Mogen we dan aannemen dat het kruisdragen van Simon achter Jezus aan tot zegen is geworden van heel dit gezin? De Heere gaat soms wonderlijke wegen  om mensen tot geloof en bekering te brengen.

 

Simon draagt het kruis achter Jezus aan. De Heere Jezus heeft in Zijn onderwijs over dit kruisdragen gesproken. We lezen dit in Markus 8, 34. “En tot zich geroepen hebbende de schare met Zijn discipelen zei Hij tot hen: Zo wie achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij. “ Bij een andere gelegenheid sprak Jezus: “En wie zijn kruis niet draagt en Mij navolgt die kan mijn discipel niet zijn.”  (Lukas 14,27).

Elke ware gelovige wordt door Hem opgeroepen zijn kruis op te nemen en zichzelf te verloochenen. Nee, gewillige kruisdragers vanuit onszelf zijn we niet, maar de Heere maakt ons wel gewillig.

Kruisdragen behoort bij een volgeling van Jezus. Hem volgen is niet alleen in Hem geloven, maar heel je leven door Hem laten beheersen. Jezus ging de weg van zelfverloochening en kruisdragen. Volkomen.

Jezelf verloochenen wil zoveel zeggen als jezelf wegcijferen, niet je eigen belang zoeken,maar je geheel  op de ander richten. Christus zocht niets voor Zichzelf. Hij zocht niet Zijn eigen belang, maar liet Zich leiden door liefde tot de Vader en tot verloren zondaren. Dat bracht Hem aan het kruis waaraan Hij de kruisdood stierf. Zijn kruis is voor allen die geloven de sleutel tot de hemel.

 

Wie achter Mij wil komen, dat is Mijn discipel wil zijn, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op. Kruisdragen achter Jezus aan.

Wat houdt dit in? Jezelf verloochenen. Onze tijd kenmerkt zich door een sterk egoïsme, een  egocentriciteit. Ik doe wat ik wil, en wat prettig en nuttig voor mij is. Aan een ander heb ik geen boodschap.  Dat leeft van nature in het zondig mensenhart.  Ben ik mijns broeders hoeder? Jezelf verloochenen wordt op Jezus’ school geleerd. Jezelf verloochenen is niet je eigen belang zoeken, maar jezelf wegcijferen. Ik hoor daarin de heilige wet des HEEREN die van ons vraagt, naar het woord van Christus, liefde tot God en tot de naaste.

Kruisdragen. Aan het kruis wordt de drager geëxecuteerd. Kruidragen wil zoveel zeggen als mijn oude zondaarsbestaan leren kruisigen. Wat zijn dat pijnlijker lessen, maar wel noodzakelijk. De Heere brengt ons ertoe in allerlei wegen om steeds weer mijn zonden en dwaasheid in ootmoed te belijden. Er is niets van mij te verwachten.  Er is ook geen reden om mijzelf te verheffen als ik besef mijn vleselijk bestaan. Mijn oude bestaan kruisigen, steeds weer.

Kruisdragen. We denken aan al de zorgen en moeiten van het leven die zwaar drukken, soms te zwaar.

Kruisdragen. Om Christus’ wil ervaart een kind van God veel haat, vijandschap en vervolging. Laten we toch steeds denken aan de vele christenen in allerlei landen en streken die in vervolging leven.   

Kruisdragen. In geestelijke strijd en aanvechtingen.  Wat kan dat hevig zijn.

 

Hoe kun je dit volbrengen en hoe houd je dit vol? Onmogelijk als ik het van mijzelf moet verwachten. Maar laten we letten op Simon. Hij draagt het kruis achter Jezus aan. De Heere Jezus gaat voorop. Hij draagt het zwaarste kruis. Gehele vrijwillig. In opdracht van Zijn Vader. Verzoenend. Dat geldt alleen voor Hem. Simon mag kruisdragende op Jezus zien. Wij hebben het kruisdragen te leren als oefening van het geloofsleven. Maar: In Christus ligt onze kracht, zaligheid, gerechtigheid, heiligheid, overwinning en leven.  Wie op Dat Kruis ziet, mag weten dat zijn oude mens met Hem gekruist is. Met Hem sterven en met Hem opstaan tot een nieuw leven .

Wie zijn kruis opneemt en draagt achter Jezus aan leert meer en meer zichzelf kennen  in eigen dwaasheid en zwakheid, maar mag meer en meer op Christus leren zien en in Hem geworteld en gebouwd worden.

Jezelf verloochenen om alleen op Christus te bouwen. Dat is de vrucht van het kruisdragen  in dit leven.

Paulus schrift erover in 1 Kor. 4, 12 en 13.

“Wij worden gescholden en wij zegenen, wij worden vervolgd en wij verdragen; wij worden gelasterd en wij bidden; wij zijn geworden als uitvaagsel der wereld en aller afschrapsel tot nu toe.”

Zo laat ons dan uitgaan tot buiten de legerplaats, Zijn smaadheid dragende. Als een zwak, zondig, onbekwaam mensenkind uitgaan tot de gekruiste Christus om meer en meer in geloof uit Hem te leven.

Wat een weg en welk een leven. Jawel, kruisdragen! Maar achter Jezus aan en ziende op Hem.

Nu ga ik met mijn kruis al zoetjes aan naar Huis.