Door recht verlost 2

Door recht verlost  2
”Sion zal door recht verlost worden en haar wederkerenden door gerechtigheid.”
Jesaja 1: 27
 Alvorens op deze bekende  woorden in te gaan zijn we eerst bezig naar de omgeving te kijken waarin deze staan. De profeet Jesaja moest met grote smart een aanklacht tegen Jeruzalem uiten. Hij schreeuwde het uit. “Hoe is de getrouwe stad tot een hoer geworden. “ Jeruzalem is de stad Gods die Hij tot Zijn woning heeft verkoren. U begrijpt dat het gericht van de HEERE onder deze omstandigheden niet kan uitblijven (vers 24 en 25). De HEERE is volkomen rechtvaardig. Vanwege de concreet genoemde zonden volgt nu Zijn gerichtsaankondiging.  
 

”Daarom spreekt de Heere HEERE der heirscharen, de machtige Israëls.” De Heere spreekt. Nee, het is niet slechts een woord van de profeet. Dit is een echte profetische uitspraak namens de Almachtige. Als het ware wordt het volk voor de Machtige en voorname Rechter geplaatst. Hij roept ze ter verantwoording. De Heere benoemt zich met drie namen die Zijn grootheid en majesteit aangeven. Hij is de Heere, de Adoon. Dat wil zeggen dat Hij de heerser is, de Albezitter. De enige Meester van het volk waarvan Hij mag eisen dat zij als Zijn knechten Hem zullen dienen en zich aan Hem onderwerpen. Hij is de eigenaar die over Zijn eigendommen waakt en heerst. Hij heeft immers de  kinderen van Abraham tot zijn eigendom aangenomen (Ex.19,5 en 6). Hij is de HEERE der heirscharen. De HEERE, de Ik ben die Ik ben, de Getrouwe. Hij is de Koning der  koningen en heeft alle macht. Hij staat boven alle machten. Hij is omringd met hemelse machten, Zijn engelen. Hij behoeft maar te spreken en het is er, te gebieden en het staat er. Hij is de machtige Israëls. In Hem ligt voor Israël alle sterkte. Jakob sprak in zijn zegeningen te midden van zijn zonen over de machtige Jakobs (Gen.49,24). Jakob heeft in zijn leven moeten leren van eigen krachten af te zien om het alleen van de Heere te verwachten. Zwak in mijzelf en sterk inde Heere. Als ik zwak ben dan ben ik machtig.  
Die getrouwe HEERE met al Zijn macht en heerlijkheid omringt en beschermt het volk. In alle strijd mag Israël bij Hem schuilen. Bij Hem is een mensenkind veilig voor tijd en eeuwigheid. Gelukzalig die bij die Heere schuilt en in Zijn wegen wandelt. Het is een groot voorrecht in dit moeitenvolle leven die God tot je deel te hebben en bij Hem te schuilen. Inderdaad is het leven vol moeiten. Kunt u dan kracht en troost bij uzelf vinden of bij een ander mensenkind of in  dingen van deze wereld? Laten we toch tot die Heere de toevlucht nemen. Kent u beter adres? Als de zonden u benauwt? Als sterven op u afkomt en u gaat God ontmoeten? Als de ouderdom zich doorzet met lichamelijke of mentale zorgen? Als een depressie u drukt? In dagen van rouw? De Heere is de Almachtige, de Getrouwe, die nooit laat varen de werken van Zijn  handen. Zijn naam is HEERE: Ik ben er toch, vol barmhartigheid. Verblijdt u dat deze Heere u omringt aan alle kanten. Bij U schuil ik, o HEERE(Psalm 143, 9.) Wat is een mens dwaas als hij zich van die Heere afkeert en Hem verlaat. Als hij zijn verwachting op zichzelf, op de mens en op de afgoden stelt.   
 “O wee! Ik zal mij troosten van Mijn wederpartijders. Ik zal Mij wreken van Mijn vijanden.” De Heere roept het uit: O wee. Hij heeft een dodenklacht aan. Het is alsof Israel voor de Heere dood is. God is bekleed met de macht en het gezag van een rechter, De Rechter. Hij kan niet anders dan zich keren tegen het volk vanwege haar zonden. Zij zijn geworden tot tegenstanders en vijanden. God zal zich troosten, dat is zich wreken. De toorn van God kan niet tot rust komen dan door de straf van de zondaar vanwege zijn zonden. Laten we dit goed beseffen dat buiten de Heere Jezus wij de straf zelf  moeten dragen tot in eeuwigheid. Vlucht toch tot de Heere Jezus, Die de volle straf heeft gedragen, volkomen. Hij heeft genoeg gedaan.  
Dat valt toch wel zwaar dat de Heere de inwoners van Jeruzalem vijanden noemt. Zij zijn immers het volk van Gods verbond. Nu keert de Heere zich radicaal tegen hen. Omdat zij Hem en Zijn Woord hebben verlaten. Wie de HEERE verlaat is als een vijand van Hem, tegen wie de Heere zich moet keren. En toch! Hij roept vijanden nog toe: “Keert weder, gij afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen genezen (Jer.3,22).” Hij wil van vijanden kinderen Gods maken. Om Christus’ wil .Wat een wonder, nietwaar. Hebt u nooit uw hand in eigen boezem leren steken en gezegd : Heere, zulk een vijand ben ik?!. Maar U weet met vijanden raad om Christus’ wil. U neemt vijanden op in Uw verzoenende liefde. Heere, hier zijn we, wij komen tot U.    
Het gericht zal verschrikkelijk zijn. “En Ik zal Mijn hand tegen u keren en Ik zal uw schuim op het allerreinste afzuiveren en Ik zal al uw tin wegnemen.”. De Heere gebruikt het beeld van een zilversmid. In een smeltoven loutert de smid het zilver totdat alle onzuivere delen verwijderd zijn. Door de hitte van het vuur worden de slakken en looddelen gescheiden van het zilver. Als alle onzuivere delen nog niet verwijderd zijn gebruikt de smid ook nog het bijtende loogzout. Ik zal uw schuim, dat zijn de slakken, op het allerreinste afzuiveren. Dat  is met loogzout zuiveren. Ik zal uw tin, dat zijn de looddelen, wegnemen. De Heere zal ze brengen in de gloeiende oven van het gericht. Het oordeel van Gods gericht voltrekt zich vooral tegen de leidslieden. Zij zijn in vers 22 zilver en wijn genoemd. Maar juist de leidslieden overtraden Gods geboden. Het kwaad, de corruptie heeft zich vastgezet bij de hoge ambtenaren.  Maar als we goed naar deze woorden luisteren is dit gericht niet alleen oordelend, het is ook zuiverend. Door de vuurgloed komt er zuiver zilver dat geheel gelouterd is. Dat is de bedoeling bij het brengen van het zilver in de smeltoven. Door de vuurgloed van het gericht komt een nieuw Jeruzalem te voorschijn. Zo zijn Gods oordelen. Straffend en louterend.
Jeruzalem wordt voor de Heere geplaatst. Hij spreekt. Coram Deo. Voor het aangezicht van de Heere. In de eredienst plaatst de prediker door het Woord zich en de gemeente voor Gods aangezicht. Daar staan we voor Hem. Als totale zondaren. Weet u hiervan in uw leven? Juist in wegen van druk en ziekte brengt de Heere ons als een zwak, zondig mensenkind voor Hem. Wie kan dan voor Hem bestaan? Juist in de smeltoven van de verdrukkingen van dit leven leer ik mij meer en meer als een totale zondaar kennen. En waartoe dient dan de smeltoven? Tot reiniging, tot bekering.  Er achter staat Gods liefde. Vergeet dat nooit als de weg u te zwaar schijnt. Hij wil ons bevrijden van al het onzuivere, van ons vleselijk bestaan . Dat is het afsterven van de oude mens en het opstaan van de nieuwe mens. Opdat ik hoe langer hoe meer alleen uit Christus ga leven.