Door recht verlost 3

Door recht verlost3
Door recht verlost (3) ”Sion zal door recht verlost worden en haar wederkerenden door gerechtigheid.”
Jesaja 1: 27
 We kijken met elkaar nog één keer naar de omgeving van deze woorden. De profeet spreekt een  zeer ernstige aanklacht uit tegen Jeruzalem. “Hoe is de getrouwe stad tot een hoer geworden.” Gods oordeel over de zonde kan niet uitblijven. “Ik zal mijn hand tegen u keren.” De Heere brengt de stad in de smeltoven van Zijn gericht.  Maar Gods gericht is zowel straffend als heiligend. Immers, als het ruwe zilver in de smeltoven wordt gebracht verwacht de smid een zuiver, gereinigd zilver.  
Wie zichzelf een zondaar voor God weet en dat belijdt zal erkennen dat de heilige God zich tegen hem moet keren. Heel persoonlijk. Ik heb vanwege mijn zonden Gods oordelen verdiend, mij waardig gemaakt. Ik ben Uw gramschap dubbel waardig. Maar dwars door de oordelen werkt de Heere juist ook louterend, heiligend.    
 

Want in Zijn toorn gedenkt Hij des ontfermens. We lezen nu met elkaar de verzen 26 – 31. Hebt u het goed gehoord? Spits uw oren. Het beeld van de smeltoven spreekt dus ook van loutering. Door het vuur heen komt er een zuiver zilver. Door het vuur van Gods gericht heen komt er een gereinigd Jeruzalem. Dat lezen we in vers 26. De HEERE zal dan weer Zijn gunst betonen aan Jeruzalem. Als weleer zal de Heere haar rechters geven en de stad zal weer een getrouwe stad zijn. Denk aan de dagen van David zoals we dat lezen in 2 Samuel 8:15. “Alzo regeerde David over gans Israël en David deed zijn ganse volk recht en gerechtigheid.” Psalm 122 zingt daarvan: “De stammen trekken op naar de stad, want daar staan de stoelen van het gericht, de stoelen van het huis Davids.”  
Jesaja mag gewagen van een heerlijke belofte. Daarna, in de toekomst. Dan zal de stad weer heten een stad van gerechtigheid en een trouwe stad. De inhoud van deze belofte is dat Jeruzalem door het herstel van de vroegere toestand later toch weer een rechtvaardige en betrouwbare stad zal heten. De Heere zal er wonen. De koning zal de stad regeren naar Gods Woord. De inwoners zullen leven in gehoorzaamheid aan Gods Woord en inzettingen. Een getrouwe stad en geen hoer meer. Een stad waarin  de Heere wordt gediend.Er zal van de hoofdstad een geweldige invloed uitgaan op het gehele land door het optreden van een koning met uitstekende rechters en raadsheren. De stad zal weer gebouwd zijn op de grondslagen van het goddelijk recht. Dat blijkt praktisch daarin dat de hulpbehoevenden hun toevlucht tot de stad  zullen zoeken en vinden. We lezen daarvan even verder bij de profeet Jesaja:  ” Dat de HEERE Sion gegrond heeft opdat de bedrukten van Zijn volk een toevlucht daarin hebben zouden.” (14,32).  
We vragen ons af wanneer dat vervuld zal worden. Dit vindt zijn vervulling in het koninkrijk van de grote Zoon uit het huis van David, de Heere Jezus Christus, de Koning uit het huis van David. We lezen in Jesaja 9: 6. “Der grootheid dezer heerschappij en des vredes zal geen einde op de troon van David en in zijn koninkrijk om dat te bevestigen en dat te sterken met gericht en met gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid.”  (Zie ook Jes.11: 4) De vervulling zal in dit leven ten dele zijn. Koning Jezus vergadert Zijn kerk en doet haar door het geloof delen in Zijn heil. Hij geeft geloof en bekering. Door genade komt er een leven naar Gods Woord. We zien uit naar de volle vervulling als de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem zal nederdalen van God uit de hemel, toebereid als een bruid die voor haar man versierd is (Op.21,2). 
O ja wel, het gaat in dit leven met de stad weliswaar door de gerichten. Maar door het gericht heen zal de Heere Sion verlossen, redden, loskopen. Hij belooft dat er zijn die tot Hem wederkeren. “Het overblijfsel zal wederkeren, het overblijfsel van Jakob tot de sterke God (Jes.10,21).” Er zal een overblijfsel zalig worden naar de verkiezing van Zijn genade. Hoe zal de stad verlost worden? Door recht en gerechtigheid. Het gaat door Gods gericht heen. Maar dat gericht is aan de ene kant straffend en aan de andere kant verlossend. Door het gericht heeft de Heere de zondaars die zich niet bekeren gestraft en de zonde uitgebrand. En Hij schept een volk dat van zonde is bevrijd. In dat gericht zullen de zondaars en de overtreders verbrijzeld worden en die de Heere verlaten zullen omkomen. Dat zijn allen die zich ondanks het Woord en de belofte van de Heere zich niet bekeerd hebben en in hun zonden zijn blijven doorleven. Maar zij die wederkeren tot de Heere, dat is zich bekeren, worden verlost. Gods gerechtigheid doet ondergaan in het gericht en redt uit het gericht.
De zondaars, dat zijn zij die zich niet bekeren en in hun zonden blijven doorleven, wacht verbrijzeling en ondergang. Door eigen schuld. Zeer aangrijpend, nietwaar. Aan deze gedachte knoopt de profeet nu vast een bestraffing over een nog andere zonde. Wat deden ze in Jeruzalem in plaats van de Heere te dienen in gehoorzaamheid? De afgoden dienen. Zij verwachtten veel van de afgoden, de natuurgoden en vruchtbaarheidsgoden. Hoe dienden zij die? Wat deden ze? Zij offerden onder de groene bomen, de eiken in de hoven. Dat waren heidense praktijken. De Kanaänieten offerden graag onder groene bomen. Zij vergoddelijkten natuurkrachten en wilden die door offers voor hen winnen. Deze zondedienst zal hen een bittere ontgoocheling brengen. Zij zuilen beschaamd worden.
De afgoden zijn dode goden. Het is tevergeefs hen te dienen. Laat staan als de Heere ingrijpt.Zij zullen worden als zulke bomen waarvan de bladeren zullen verwelken en afvallen. Ja, zij zullen worden als zulk een hof, maar niet vol pracht van bloemen en planten, een heerlijke tuin. Maar door gebrek aan water zullen zij verwelken en verdorren. De zonde brengt het tegendeel van wat zij belooft. Zij brengt verwelking van het leven. Waarom? Omdat die zondaren niet staan aan de wateren des levens.  Als loon voor hun zonden worden zij van hun kracht beroofd. Zij gaan ten onder zoals verdord vlas, waarin een vonk valt. Die vonk ontstaat door hun zondige daden. Zij gaan ten onder vanwege het dienen van de afgoden. 
Wat zien we in dit gedeelte? De Heere belooft ondanks de afval van Jeruzalem bekering. Een rijke belofte van bekering tot een ieder. De Heere betuigt dit zelf. Luister maar. “Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in de dood des goddelozen! Maar daarin heb Ik lust dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij steven, o huis Israels? (Ez.33,11)” De Heere wil het stenen hart wegnemen en een vlezen hart geven. (Ez.11,19)Wie zich niet bekeert  zal het volle oordeel moeten dragen. Nog belooft de Heere verlossing en bekering. Dat gaan we de volgende keer zien in vers 27.