Door recht verlost 4

Door recht verlost 4
”Sion zal door recht verlost worden en haar wederkerenden door gerechtigheid.”
Jesaja 1: 27
 Hè,hè, eindelijk komen dan de woorden  van vers 27 aan de beurt. U hebt wel een lange omweg gemaakt. Aldus hoor ik iemand zeggen. Ik moet u tegenspreken. In drie overdenkingen hebben we samen geluisterd naar de omgeving waarin vers 27 staat, de verzen 21 tot en met 31. Van uit deze verzen hebben we al heel veel over deze bekende woorden vernomen. Er is ons al veel duidelijk geworden. Deze overdenkingen konden niet gemist worden.
 

“Sion zal door recht verlost worden en haar wederkerenden door gerechtigheid.” Sion is de stad Jeruzalem. De profeet heeft een ernstige aanklacht tegen de stad en vooral tegen haar leidslieden  moeten uiten. Jeruzalem heeft haar God in ontrouw verlaten zoals een  publieke vrouw haar man verliet. Concreet zijn  de zonden genoemd. De weduwen en wezen vinden geen recht. De leidslieden laten zich, gedreven door hebzucht, omkopen. Zij deinzen er niet voor terug iemand te vermoorden. Afgoden worden gediend en zij offeren in de hoven onder de eiken. Gods oordeel over dat zondige  volk kan niet uitblijven. Hij moet ze brengen in het vuur van de smeltoven van Gods oordeel. Dat oordeel van God is, zo zagen we, zowel straffend als louterend. De Heere belooft verlossing en bekering. Velen zullen zich door Gods genade bekeren.  Dat zijn  de wederkerenden. Maar ook velen blijven, ondanks Gods belofte, doorleven in hun zondige wegen en luisteren niet naar de stem van de Heere. Zij zullen getroffen worden door Gods rechtvaardig oordeel.. De Heere belooft aan de ontrouwe stad verlossing en bekering. Verlossing wil zeggen dat Hij ze van hun zonden vrijkoopt door een losprijs. Hij geeft bekering zodat ze weer naar Gods Woord gaan leven.
En hoe worden ze verlost? Door recht en gerechtigheid. Deze woorden zeggen iets over Wie God is. De grondbetekenis  van deze beide woorden  is zoveel als betrouwbaarheid. De Heere is volkomen betrouwbaar, je kunt op Zijn Woord aan. Het Woord dat zowel veroordelend als verlossend is. Het gaat door het gericht heen. De zondaren zullen vergaan. Maar er zal een overblijfsel zijn dat zich bekeert. Er zullen zijn die wederkeren. Sion zal door recht verlost worden en zijn wederkerenden door gerechtigheid. Niet geheel Sion. Zijn wederkerenden. Een heilige rest. Daar achter staat Gods verkiezende liefde.  
De rijke vervulling van deze woorden liggen in het verlossingswerk van Christus. Laten we dat nu met elkaar gaan zien. Sion en zijn wederkerenden zullen verlost worden door recht en gerechtigheid.
Door recht. We denken daarbij aan het recht van Gods verbond en van Zijn liefde. Zijn recht is het recht van Zijn verbond. Gods recht is dat Hij het uit Zijn verbondsliefde voor een ellendige en voor een verdrukte opneemt. Dat is Gods recht.  Door recht. Dat is het recht waarin een koning het opneemt voor verdrukten en ellendigen (Psalm 72). Het is het recht waarin God op grond van Zijn verbond het opneemt voor Zijn volk. In dit recht klinkt door Gods heil, Gods ontferming en barmhartigheid. We kunnen dus zeggen dat in het recht van Gods verbond de hartenklop van zijn eeuwige liefde te horen is en dat Hij het door dat recht op neemt voor ellendigen. Door recht. Dat is door barmhartigheid en ontferming, in Vaderlijke liefde. Wanneer we hier dus lezen dat Sion door recht zal verlost worden, wil de profeet daarmee zeggen: door het recht van Gods genade. God is een God Die het voor zondaren en ellendigen op neemt. Wat een wonder. Door gerechtigheid. Dat geeft aan dat Hij handelt in overeenstemming met naar Zijn verbond. Hij doet wat Hij heeft gezegd en beloofd. 
Wij vragen wat de grond van dit alles is. Waar rust het op dat God door recht en gerechtigheid verlost? We kunnen ook vragen waar God Zijn barmhartigheid getoond heeft. En we antwoorden: Op Golgotha. In Christus is God een God van recht en gerechtigheid. We zien dus op Golgotha. We zien op Christus.  En wat is er op Golgotha gebeurd? Daar heeft God Zijn toorn volkomen en ten volle geopenbaard in Christus. Op Golgotha is de volle toorn Gods uitgestort op Christus. De volle toorn! De straffende gerechtigheid is op Christus neergedaald. Hij is tot zonde gemaakt. De zonde is op Hem gelegd, zoals Johannes zei: Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Hij droeg de volle toorn aan het kruis toen Hij uitriep in de duisternis: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? De toorn die ik en u verdiend hebben daalde neer op Christus. Hij is aan het kruishout verteerd, tenietgedaan. We belijden dat Hij is neder gedaald ter helle. Hij is de volle dood ingegaan. Hij is verbrijzeld onder Gods toorn. Hij is verbrijzeld onder de eeuwige gramschap.In dat ontzaglijk ogenblik van het ondergaan van Gods eeuwige toorn trok de wereld dicht in duisternis. Ja, Christus moest nederdalen ter helle. Hij als de Borg heeft de toorn gedragen en weggedragen. Hij heeft de losprijs betaald om zondaren uit de banden van de zonde en de dood los te kopen. 
En wat hebben wij te doen? Wij, als ellendige zondaren? Buigen in het stof. Buigt u dan in het stof.  Denk maar niets van uzelf. Vernedert u onder de krachtige hand Gods. Heere, hier ben ik, ik heb gezondigd. Ik heb Uw kastijdende hand verdiend. Maar U bent in Christus een God van genade en barmhartigheid. Laat ik de toevlucht tot Christus nemen, om in Zijn bloedwonden te schuilen.
Kijk, dat is nu het meerdere van het Nieuwe Testament. In het Oude Testament moet het volk nog onder Gods toorn in de ballingschap. Dat hoeft in het Nieuwe Testament niet meer. U zegt: waarom niet? Omdat de volle toorn op Christus is neer gedaald. Wanneer ge nu de toevlucht neemt tot die Borg, mag u geloven dat Hij de toorn voor u heeft gedragen en voor eeuwig weggedragen. Dat betekent dat de Heere nooit meer op u toornen, nooit meer u schelden zal. 
O jawel, er is de tuchtigende hand Gods. Dat wel. Er is de slaande hand Gods in het leven. En dat kan pijn doen. Maar het gebeurt alles in liefde. In Vaderlijke ontferming, omdat Christus de volle toorn gedragen heeft.  Zo kunnen we spreken van het toevlucht nemen tot Christus, om in Hem te schuilen. Elke keer weer opnieuw. Christus heeft de volle toorn gedragen en eeuwig weggedragen.
Wanneer u schuilen mag in die Borg, weet u wat u dan in Christus vindt? Eerst Christus hoor, en dan Zijn weldaden. Laten we het niet omkeren! Velen keren die volgorde om. Ik heb ze wel ontmoet in de trein van het leven. Ja, dominee, ik heb wel de weldaden van de Heere, maar Christus ken ik niet. Mag ik u dan vragen hoe u kunt gewagen van de weldaden van Christus? U moet de zaken niet omkeren. Eerst de Borg. Eerst Christus. Ik lees in zondag 7 van de catechismus dat die zalig worden die Hem door een waar geloof ingelijfd worden en al zijn weldaden aannemen. 
Neem toch de toevlucht tot Christus. Hoe? In ootmoed. Onder God buigen en erkennen dat ik de straf verdiend heb. Maar ik neem de toevlucht tot de Borg. In Christus ligt vergeving. In Hem is het eeuwige leven. In en door Hem is er de levensvernieuwing.  Zult u vluchten naar die Borg! Dat is geloof. Meer is niet nodig. Minder kan niet. Dat is het waar het om gaat: de toevlucht nemen tot Christus, terwijl ik buig onder de Heere: Ik heb Uw kastijdende hand verdiend, maar, Heere, sla mij niet in Uw toorn. Dat hebt U op Golgotha gedaan in de Borg. En wegkruipend in die bloedwonden mag ik delen in die Vaderlijke liefde. Dat is de zekerheid van het geloof. Weet u waar de zekerheid van het geloof ligt? Niet in ons. Het is wel een beleefd geloof. Het is wel een geloof in de zielsbeleving en in de zielservaring. Maar de zekerheid van het geloof ligt op Golgotha, ligt in de Borg. En in Hem zijn al Gods beloften ja en door Hem is het amen.  Wie niet door het geloof uit Christus leert leven en aan Hem voorbijgaat  zal zelf de toorn moeten dragen en voor eeuwig en ondergaan.