Leven in de eindtijd 1

Leven in de eindtijd 1
“En leert van de vijgeboom deze gelijkenis; wanneer nu zijn tak teder wordt en de bladeren uitspruiten, zo weet gij dat de zomer nabij is. Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet dat het nabij, voor de deur is. ”
Markus 13: 28 en 29
 
Een brandende vraag die vandaag de dag onder veel christenen, vooral jongeren,  leeft is hoe je als christen in onze huidige maatschappij kunt staan en leven. Geen kerkmens die het leven ernstig neemt zal dit probleem ontkennen. Onze maatschappij is bijzonder gecompliceerd en kenmerkt zich meer en meer door liberalisme, secularisatie en individualisme. Men leeft vandaag de dag in een voor God en zijn Woord gesloten cirkel. Met dat oude boek uit het verleden heeft men afgerekend, zo zegt men. Nee, we laten ons niet door een Boek gezeggen, maar laten ons leiden door wat wij goed voor ons vinden. Hoe sta je als christen hier midden in? Hoe kan ik nog mijn leven laten bepalen door Gods Woord? Wat zegt Gods Woord mij? Hoe ben ik als christen in deze wereld herkenbaar?
 

Neen, we moeten als christenen ons niet laten opsluiten. Velen sluiten hun ogen voor de tijdgeest en laten alles maar over zich heenkomen. Dat is struisvogelpolitiek. We hebben de taak te proberen de tijdgeest te kennen en te doorgronden. Om aldus op deze tijdgeest een passend antwoord te vinden en onze houding als christenen te bepalen. Maar hoe doen we dat? Laat ik twee manieren mogen noemen.
Tegenover de geest van deze wereld plaatsen we Gods Woord als het enige richtsnoer. We proberen ons biddend en worstelend om de leiding van de Heilige Geest te laten leiden door wat de Heere ons in Zijn Woord zegt. Dan staan we dwars op de tijdgeest. Dit is de klassiek gereformeerde houding. Ook de onze. 
Anderen dringen eerst diep door in de geest van onze tijd. Vandaar uit willen ze Gods verstaan en  aan de huidige omstandigheden aanpassen.  Gods Woord kwam immers in een bepaalde tijd in, is dus tijdgeboden. Onze tijd is anders en kent andere vragen. Dus  we verstaan de boodschap van Gods Woord vanuit onze tijd en leggen het op deze wijze uit. Het behoeft geen betoog dat we deze laatste gedachte afwijzen.
 
Gaarne ik wil nu met u luisteren naar het onderwijs van de Heere Jezus, de allerhoogste Profeet.  Welk antwoord heeft Hij op deze vaag gegeven? Hoe wil Hij dat zijn gelovigen in deze wereld leven? In Markus 13 vinden we een  antwoord. Ik raad u aan eerst Markus 13 voor uzelf door te lezen. Met aandacht. Het is niet een gemakkelijk hoofdstuk. Ik wil met u langs de teksten gaan om die samen te lezen en te overdenken. Uiteraard gaan we niet op alle teksten even diep in.
 
De vraag was hoe we in deze wereld als christen hebben te staan en te leven. De Heere Jezus geeft ons het antwoord. Hij zegt tot zijn leerlingen in vers 33: “Ziet toe,waakt en bidt.” Drie bevelen. Drie werkwoorden. Ziet toe, let op, kijk goed uit en om je heen. Waakt, wees wakker en valt niet in slaap. Bidt in afhankelijkheid aan de Heere om Zijn kracht en genade en wijsheid om aldus te kunnen toe zien en te waken.
We vragen ons af waar dat zien, waken en bidden op gericht moeten zijn. Wel, zegt de Heere Jezus, want gij weet niet wanneer de tijd is. De tijd, een bijzondere tijd. Een tijd welke een  bepaalde gelegenheid aangeeft. De tijd dat Hij wederkomt. Het leven van een christen moet daarop gericht zijn. Toezien, waken en bidden. Want wij weten niet wanneer Christus wederkomt. Niemand kan die dag berekenen. Hij komt als een dief in de nacht. ”Maar van die dag en die ure weet niemand, noch de engelen die in de hemel zijn, noch de Zoon dan de Vader (vers 31).” Niet de engelen, hoewel die dicht bij de troon van God leven. Zelfs de Zoon niet. Hij laat dat tijdstip vol vertrouwen en liefde in de handen van Zijn Vader liggen. Een vraag die velen stellen is of Christus dit zegt maar Zijn mensheid of ook naar zijn Goddelijkheid. Calvijn wijst erop dat Hij dit zegt vanuit zijn ambt door de Vader Hem opgedragen, als de Middelaar en het niet tot zijn bevoegdheid ligt te zeggen wanneer Hij komt. 
 
We moeten toe zien op alles rondom ons heen. Zodat we bereid zijn voor die grote dag en we ons niet laten meeslepen op allerlei dwaalwegen van de Heere en zijn Woord af. Want de dag waarop Christus terugkomt is de dag van de grote oogst. Heel de wereldgeschiedenis loopt op de oogstdag uit. Zie dus toe, kijk uit, geef je ogen de kost. Ook uit de natuur is veel te leren. De Heere Jezus wijst daarop .
Het is woensdag. Het is de laatste week van het aardse leven van de Heere Jezus. Aan het einde van de dag verlaat Hij de tempel. Hij zit met zijn leerlingen op de Olijfberg tegenover de stad Jeruzalem. Op de Olijfberg groeien ook vijgenbomen. Jezus wijst Zijn leerlingen op die vijgenbomen. Jullie kunnen van dit voorbeeld leren.
Het is Pasen. Op donderdagavond wordt de paasmaaltijd gehouden als herinnering aan de uittocht uit Egypte. Het is dus voorjaar. Kijk eens naar die vijgenbomen. Zien jullie dat de takken en twijgen teer worden en de bladeren gaan uitspruiten? Nu het voorjaar is stromen de sappen weer door de takken, zij worden week en gaan uitspruiten. Voorboden van de komende zomer. Jullie weten nu dat de zomer nabij is. De tijd van de oogst. Daarop is alles gericht.
Jezus sprak reeds over de oogst. Als Jezus in grote heerlijkheid en kracht op de wolken des hemels zal komen begint de oogst. “En alsdan zal Hij zijn engelen uitzenden en zal Zijn uitverkorenen bijeenvergaderen uit de vier winden , van het uiterste der aarde tot het uiterste des hemels.” (vers 27). Zijn uitverkorenen uit de joden en de volkenen. Van over heel de wereld, van alle tijde en alle plaatsen .
Paulus schrijft erover aan de Thessalonicensen. Eerst zullen zij die in Christus gestorven zijn opgewekt worden. “Want de Heere zelf zal met een geroep, met de stem van de archangel en met de bazuin nederdalen van de hemel en die in Christus gestorven zijn zullen eerst opstaan. Daarna, wij die levend overgebleven zijn zullen te samen met hen opgenomen worden in  de wolken, de Heere tegemoet in de lucht  en alzo zullen wij altijd met de Heere wezen. Zo dan vertroost elkander met deze woorden. “ (1 Thess.2, 16- 18). Dan vindt de hereniging plaats van alle gelovigen uit alle eeuwen, zij die al gestorven zijn en zij die nog leven. Die hereniging vindt haar grond in Christus. Welke zal de heerlijkheid zijn? Dan eeuwig met Christus. Dat is de troost. Alles uit pure genade. Er wordt immers gesproken van uitverkorenen.
Jezus spreekt over de oogst van alle gelovigen. Jezus heeft ook  gewezen op de bokken en schapen. De bokken zullen staan aan de linkerhand en de schapen aan de rechterhand. Tot de bokken zal Hij zeggen: “Gaat weg van Mij, gij vervloekten in het eeuwige vuur.” Tot de schapen : “Komt, gij gezegenden van Mijnvader, beërft het Koninkrijk.” Dat zal wat zijn, nietwaar, als de Heere tot mij zal zeggen: Komt. Kom maar, je mag mijn koninkrijk voor eeuwig binnen gaan. Dan eeuwig bij de Heere. Eeuwig Thuis. Onverdiend, uit genade. Vreselijk te moeten horen op die dag:  Gaat weg van Mij. Dat is verdiend. 
 
We weten niet wanneer die dag zal zijn. Valt ook niet te berekenen. Toch is er wel meer van te zeggen. Jezus riep immers op toe te zien. Zie toe! Wanneer Hij zijn leerlingen wijst op de lessen van de vijgenboom vervolgt Hij: “Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet dat het nabij is, voor de deur.” Wanneer deze dingen gebeuren is de dag nabij, staat hij voor de deur. Let dus op deze dingen en wees waakzaam. We vragen ons af op welke dingen de Heere Jezus doelt. Daarover heeft hij zonet zijn leerlingen onderwezen.