Leven in de eindtijd 3

Leven in de eindtijd (3)
“En leert van de vijgeboom deze gelijkenis; wanneer nu zijn tak teder wordt en de bladeren uitspruiten, zo weet gij dat de zomer nabij is. Alzo ook gij, wanneer gij deze dingen zult zien geschieden, zo weet dat het nabij, voor de deur is. ”
Markus 13: 28 en 29

Zie dus toe, zegt Jezus. Velen zullen u zoeken op een dwaalweg te brengen. Gij zult van allen gehaat worden om mijns Naams. Zo gaat het toe in de tijd tussen de hemelvaart en de wederkomst. Waar komt het onder deze omstandigheden op aan? “Maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden (vers 13).” Ja, daar gaat het om. Daar moet het ons om te doen zijn. Zalig worden. Gered uit mijn diepe verlorenheid en gebracht in Gods gemeenschap. Dat zal werkelijkheid zijn op de nieuwe aarde. Maar dan wel volharden tot het einde. Volharden tot het laatste toe. Volharden geheel en al. Volharden te midden van de verleiders en te midden van de haat en vervolging van de wereld. Volharen in onze moderne maatschappij. Staande blijven in het geloof. Het evangelie niet verloochenen. Blijven bij het Woord en daar niet van afwijken. Blijven wandelen op de wegen des Heeren. Meer en meer met Christus verenigd worden.
Volharden is geen vrucht van onszelf. In tegendeel. Wij zijn zwak en bij de minste en geringste storm dreigt onze boom om te vallen. Vandaar dat Jezus oproept niet alleen toe te zien, te waken, maar ook te bidden. Bidden in belijdenis van de grootheid en macht des Heeren; in belijdenis dat Christus gehaat en gedood is maar heeft overwonnen;  in belijdenis van mijn zonde en zwakheid. Bidden op grond van Gods belofte en het werk van Christus. Bidden dat Hij ons vasthoudt. Volharding is een vrucht van de bewaring door de Heere. Heere, houdt mij vast. Houdt mijn vrouw en kinderen en kleinkinderen vast. Houdt ons allen vast. We mogen dit wel dagelijks bidden. 
 
Vervolgd en gehaat. Moeten we medelijden met de gelovigen hebben? O jawel, die vervolging kan zeer zwaar zijn. Velen zullen lichamelijk bezwijken. En toch! “Zalig zijt gij als u de mensen  smaden en vervolgen en liegende alle kwaad tegen u spreken om Mijnentwil. Verblijdt en verheugt u, want u loon is groot in de hemelen, want alzo hebben zij vervolgd de profeten die voor u geweest zijn.“ (Matth.5, 11 en 12). 
 
Nog een keer in dit hoofdstuk komen we de oproep van Jezus tegen om toe te zien. “Maar gijlieden ziet toe; ziet Ik heb het u alles voorzegd.” (vers 23).
Wat heeft de Heere Jezus voorzegd? We hoorden dat al. De verwoesting van de tempel. De tempel zal niet meer worden opgebouwd. In vers 14 komt de Heere op deze verwoesting terug. “Wanneer gij zult zien de gruwel der verwoesting.”Hij zal staan waar het niet hoort. De heilige tempel zal in het jaar 70 door de Romeinen totaal verwoest worden. Dat behoort niet. De tempel is immers heilig. De leerlingen zullen weer naar de tempel kijken. Maar in plaats van dat imposante en heilige bouwwerk zien ze enkel verwoesting. Dé verwoesting. Een gruwel, waar ze vol afgrijzen naar zullen kijken.
Wat zal er na die verwoesting met het volk Israel gebeuren? Zij zullen vluchten weg van Jeruzalem. Die in Judea zijn moeten vluchten naar de bergen, niet naar de stad en terug naar Jeruzalem. Wie op het dak van zijn huis is om uit te rusten of te bidden moet niet zijn huis binnengaan om het een ander bijeen te rapen, maar vluchten. Wie op het veld aan het werk is moet niet eerst zijn opperkleed halen, maar vluchten. Wee die kinderen baren. Het valt vrouwen in verwachting zwaar om steeds maar weer op de vlucht te zijn. Of is het dat zij vanwege de verschrikkelijke  tijd eigenlijk beter geen kinderen baren? Vraag of uw vlucht niet in de winter met al zijn problemen hoeft te geschieden.
 
Wat betekent dit allemaal? Wel er komt een grote verdrukking over het volk der joden nadat de tempel verwoest is. Volgens vers 19 een zeer zware verdrukking. Maar de Heere zal de dagen verkorten ter wille van de uitverkorenen. We denken eerst aan de uitverkorenen onder het volk der joden. Zij zullen behouden worden en komen dus tot geloof in de Heere Jezus. Daarom verkort de Heere die dagen van verdrukking. Dat wil zeggen dat die verdrukking niet zodanig zal zijn dat het hele volk Israel ten onder zal gaan. Nee, die verdrukkingen zullen steeds weer ophouden, opdat niet het hele volk zal verdwijnen. Want de Heere zal er nog velen uit Israel zaligen. Naar zijn belofte.
Die verdrukking geldt ook de gelovigen. Lees het boek Openbaring er maar op na. Er is sprake van de grote verdrukking. Die verdrukking is zwaar, maar dient tot beproeving van de gelovigen opdat zij meer en meer aan Christus  gelijkvormig worden. De gelovigen uit de volken worden Israel ingelijfd. Zo bestaat de kerk uit gelovigen uit de joden en door Gods genade ook uit de heidenen.
Er zullen veel valse Christussen en valse profeten opstaan om de uitverkorenen te verleiden. Welk een tijd. De eindtijd. Ziet voor u zelf goed toe. Ik, Jezus, uw Meester, heb het u gezegd dat het allemaal zal gebeuren.