Hallelujah (Psalm 135: 1 en 2)

Hallelujah 

Herinneringen uit je jeugd. Bij het ouder worden. U kent dat wel. In de straat waar wij woonden in Scheveningen verscheen van tijd tot tijd, op zaterdag- of zondagavond, een koortje van het Leger des Heils. Enkele liederen uit de bundel van Johannes de Heer werden ten gehore gebracht. Als kind luister je geboeid naar het gezang dat helder klonk in de toen nog stille straten. Mooi en warm.  De zangers van het Leger des Heils waren in uniform. Als je met anderen over hen sprak reageerden sommigen met: O ja, die Hallelujahhoedjes. 

 

Er zijn allerlei soorten christenen. Bijvoorbeeld zij die ernst maken met het leven naar de Schrift en deze willen verstaan vanuit onze belijdenisgeschriften. Dikwijls worstelen zij met de toe-eigening van het geloof. Anderen daarentegen vinden het geloof een vanzelfsprekende zaak, denken niet bepaald diep na over het zondig bestaan en leven als blije christenen. In mijn jeugd hoorde ik nog al eens de typering van” hallelujahchristenen”.

 

Het verschijnsel van praise-avonden is u niet onbekend. Bijeenkomsten die zich vooral kenmerken door het zingen van opwekkingsliederen. In sommige kerkelijke samenkomsten van evangelische snit is “praise” een vast onderdeel. Bij het zingen van de lofliederen gaat men staan en wiegt men heen en weer en heft de armen zwaaiend omhoog. Gaarne zingt men luid “hallelujah”.

 

Voor nuchtere gereformeerde oren klinkt het gebruik van het woord Hallelujah in de boven genoemde voorbeelden verdacht. We nemen er afstand van. De uitdrukking dan maar niet gebruiken? Het is mij wel eens overkomen dat in de verkondiging de heerlijkheid en rijkdom van Christus dermate uitblonk dat ik de preek beëindigde met Hallelujah, amen. Wie zou God niet de eer willen geven?!

 

Het woord Hallelujah komt inderdaad in onze Bijbel voor. Wanneer u het boek der Psalmen opslaat zult u merken dat allen dikwijls worden opgeroepen de HEERE te loven. “Alles wat adem heeft love de HEERE.”Hij is de Schepper en Onderhouder van het leven. Hij is de Herschepper Die in Zijn trouw en barmhartigheid redt en verlost. Hij is de Koning der koningen in Wiens handen heel het wereldbestel  ligt.

Speciaal in de Psalmen komen we de oproep Hallelujah tegen. Prijst de HEERE. Soms aan het einde van een Psalm  (104, 105, 111, 112, 115,116,117,147)en soms zowel aan het begin als het einde van de Psalm (106, 113, 135, 146, 148, 149, 150). Wat heeft dit Hallelujah in de tempel te Jeruzalem luid geklonken uit de monden van priesters en levieten. In het NT komt de uitdrukking in het laatste Bijbelboek voor. In Openbaring 19 klinkt uit vele monden het Hallelujah in de hemelse troonzaal. Juist omdat het in het NT alleen hier klinkt ontvangt het volle aandacht. Let goed op. De hemel is vol van de lof des HEEREN. De HEERE wordt lof toegebracht omdat naar Zijn belofte en trouw Babylon geoordeeld is en Gods koningschap zich heeft gemanifesteerd. De Bruiloft van het Lam is aangebroken. “Een een stem kwam uit de troon zeggende : Looft onze God, gij al zijn dienstknechten en gij die Hem vreest, klein en groot.”  

 

Laat ik nu maar gelijk met de deur in huis vallen. Durft u het aan te beweren dat er in de mens te roemen valt?  Kan ik in mijn deugden of waardigheid roemen? Bent u van mening dat u in Gods ogen van waarde bent en dat u er mag zijn? Hebt u uit uzelf naar de Heere gevraagd? Is er werkelijk in de mens te roemen of alleen in de Heere? U weet toch dat Paulus schrijft: “Opdat het zij gelijk geschreven is: Die roemt roeme  in de Heere.” (1 Cor.1,31).

 

Gods Woord leert ons de totale zondigheid van het gehele menselijk geslacht, zowel van jood als heiden. We hebben immers allen gezondigd en derven de heerlijkheid Gods. Er is voor God niemand rechtvaardig, ook niet één. De gehele wereld is voor God verdoemelijk. “Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren en in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen.” We zijn zondaren vanaf onze ontvangenis. Dagelijks vermeerderen we de schuld voor de Heere. Immers zijn  er de zonden in gedachten, woorden en daden. Gods wet veroordeelt ons, want vervloekt is hij die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet om dat te doen. Er zijn in ons zonden die we als zodanig niet eens beseffen. Voor het heilig oog des Heeren zijn we totale zondaren. Niemand kan voor Hem bestaan. “Zo Gij, HEERE, de ongerechtigheden gadeslaat, Heere, wie kan bestaan? Een gevallen mensenkind vraagt niet naar de Heere. Er is niemand die God zoekt. Er is niemand die vraagt waar is God mijn Maker die Psalmen geeft in de nacht.

Wie eerlijk met Gods  Woord omgaat en zich laat leiden door Woord en Geest moet hier voor vallen en voor de Heere zijn totale zondigheid belijden. Nee, er is in mij of op iets van mij niet te roemen. Integendeel, er is alle reden om mij onder de Heere diep te verootmoedigen. O jawel, dit alles gaat tegen ons hoogmoedig bestaan in. De Heere gebruikt wel drukwegen, tijden van zorgen en ziekten, om  ons voor hem klein te krijgen en te houden.

Des te meer als Hij ons inleidt in de schatkamers van vrije genade. Nee, u en ik vragen vanuit onszelf niet naar de Heere en er is van ons uit geen weg terug naar de Heere. De Heere is altijd de Eerste en tegelijk de Laatste. Daarom ligt de zaligheid van een zondaar vast in Hem.

 

U en ik hebben de deur naar de Heere toe gesloten en zijn weggevlucht om niet meer terug te keren. Doch de Heere deed de deur weer op en zocht de gevallen mens op. Hij beloofde de komst van Zijn Zoon Die in de weg van strijd en lijden de satan zou overwinnen. Hier klonk in de duisternis van het gevallen bestaan de eerste evangelieboodschap. Daarom noemde Adam in geloof zijn vrouw Eva, moeder aller levenden. De Heere zocht Abram, op en riep hem weg uit zijn woonplaats naar het land der belofte. De Heere beloofde: In u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden. De Engel des HEEREN verscheen aan  Mozes in het brandende braambos tot verlossing. Later leidde de Heere het nageslacht van Abram, het volk Israel, uit het slavenhuis Egypte. Wat zal ik verhalen van de rijke beloftes aangaande de komst van Immanuel, de Knecht des HEEREN.

 

Kom, laat ik een grote stap maken en gaan naar de volheid des tijds. Binnenkort mogen we de geboorte van Christus in Bethlehem gedenken. De rijke betekenis van Kerstfeest is moeilijk te overschatten. Verstaan we het nog? Juist het Kerstgebeuren spreekt van de eenzijdige opzoekende liefde Gods. De gevallen wereld vraagt niet naar God. Maar God heeft Zijn wereld die Hij geschapen heeft lief en zond Zijn eigen Zoon!

Onze Heere Jezus is God en mens in één Persoon. Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond. Nee, Christus is niet opgekomen uit deze mensenwereld. Wie kan een reine geven uit een  onreine? Niet één. Omdat Jezus God is, zonder zonde, is ook Zijn menselijke natuur zonder zonde. Nee, hij kwam niet voort uit deze wereld, maar Hij kwam van de hemel en daalde in deze gevallen wereld in. Hij deelde in onze nood. Hij is vlees geworden. Hij deelde in onze zwakheid en sterfelijkheid en nam de door de zonde aangetaste menselijke natuur aan. Doch Zelf zonder zonde.

Hoe is dat geschied? Kerst getuigt van de liefde van de Vader. In de volheid des tijds heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet. De Heilige Geest heeft voor Christus in de moederschoot van Maria het lichaam toebereid. De engel sprak tot Maria: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogste zal u overschaduwen; daarom ook dat Heilige, Dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden.

Christus is Zelf in gehoorzaamheid aan Zijn Vader naar deze wereld gekomen. We lezen ervan in de Psalmen. Toen zeide Ik: Zie Ik kom, in de rol des boeks is van Mij geschreven . (Psalm 40: 8). Hij is gekomen tot het Zijne. Hij heeft de menselijke natuur aangenomen.

 

Kerst spreekt van de eenzijdige, genadevolle liefde van God Drie-enig. Het heil is uit de Vader, door de Zoon en in de Heilige Geest. Kerst is het werk van de Heere. Naar Zijn belofte is Hij in deze wereld gekomen tot verlossing. Hij zoekt zondaren. Hij roept zondaren. Hij zaligt zondaren.

Zou daarom ook rondom het Kerstgebeuren zoveel gezongen zijn? Ik hoor door al die zangen heen:  Hallelujah. Lof zij de HEERE. De HEERE alleen de eer.

Elisabeth: En vanwaar komt mij dit dat de moeder mijns Heeren tot mij komt?

Maria: Mijn ziel maakt groot de Heere en mijn geest verheugt zich in God mijn Zaligmaker.

Zacharias: Geloofd zij de Heere,de God van Israel, want Hij heeft bezocht en verlossing teweeggebracht Zijn volk.

De engelen bij de herders: Ere zij God in de hoogste hemelen, vrede op aarde, in de mensen een welbehagen. 

 

Hier past toch geen enkele roem voor de mens . Alleen en volkomen voor de Heere. Terecht mag en moet hier worden gezongen: Hallelujah. Prijst de HEERE. Wij worden zalig omdat God het wil en omdat de Heere het doet. Door U, door U alleen om het eeuwig welbehagen. Verwondering vervult het hart als u mag delen in dit werk van de Heere en een onderwerp mag zijn van deze liefde Gods. Nee, dan blijf je niet meer zitten. “Laat ons dan heengaan naar Bethlehem en laat ons zien het woord dat er geschied is, hetwelk de Heere ons heeft verkondigd.” Wie in geloof vlucht naar en ziet op de geboren Koning in de kribbe, Die de weg van vernedering is gegaan totdat alles is volbracht, zingt met heel zijn hart: Hallelujah, lof zij de Heere. Mijn lofzang is in stilheid tot U, o God.

 

Geloof beoefenen is een persoonlijke zaak. In gemeenschap met al de heiligen. Dat is waar. Maar toch. In navolging van Luther zeggen we dat het gaat om het “mijn”. Zoals Thomas beleed: Mijn Heere en mijn God. Juist dit persoonlijk delen in het heil bergt een grote worsteling in zich. Voor sommigen niet. Zij hebben hun standpunt gereed. Niet aan te tornen. Enerzijds dienen we te waken voor een valse lijdelijkheid. God moet het doen, zegt men dan en men leunt achterover. Echter: God wil het doen en Hij doet het. Aan de andere kant oppassen voor een rationele vanzelfsprekendheid . God beveelt mij te geloven, dus ik geloof.

Het is zeker waar dat we worden opgeroepen tot geloof in de Heere Jezus. Waarom? Het geloof is toch niet een vrucht vanuit de mens zelf. Het geloof is een gave Gods uit genade. (Filipp.1,29). Toch klinkt het bevel tot geloof. Hoe kan dat? Het geheim ligt daarin dat de Heere belooft het geloof te werken . Het is immers de Vader Die zondaren trekt. Het is de Zoon Die zondaren zaligt. Het is de Geest Die in het hart het geloof werkt en het Woord doet verstaan. Wie als een zondaar de toevlucht neemt tot de Heere Jezus en in Hem de rust vindt zal getuigen dat dit het werk van de Heere is. Niet ik zocht de Heere, maar Hij zocht mij op. Ik heb Hem lief,  omdat Hij mij eerst heeft liefgehad. De Heere zaligt door Woord en Geest. Het is de Geest Die Christus in het hart verheerlijkt. De lofzang klinkt uit mijn hart tot de hemel: Hallelujah. Looft de HEERE. Zijn naam moet eeuwig eer ontvangen. Hij heeft gedacht aan Zijn genade.  

 

 

Nee, ik zal mij niet aansluiten bij het Leger des Heils. Ondanks dat door het Leger veel maatschappelijk goed werk verricht wordt, ken ik geen verbinding. Een rationeel en kil  conclusiegeloof zegt mij niets. “Praise” is aan mij niet besteed. Rust teveel op gevoel en emotie. Toch pleit ik voor de uitroep: Hallelujah. De HEERE is het toch die in mij een goed werk begonnen heeft. Het kennen van de  Heere is een zielsbevindelijk kennen. Een kennen waarbij de gehele persoon betrokken is  in de omgang met het Woord. Meer en meer sta ik als een verloren zondaar voor de Heere. Maar hoor. U is heden geboren de Zaligmaker Welke is Christus de Heere in de stad Davids. Zou je die Zaligmaker dan niet alle eer geven? Een ware Christgelovige verstaat het Hallelujah. U ook? Niets uit mij, alles uit Hem.