Wedergeboorte 3

Wedergeboorte 3
De mogelijkheid van de wedergeboorte .
“Jezus antwoordde en zei tot hem: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u, tenzij dat iemand wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.” Johannes 3: 3 
We lazen over de noodzakelijkheid en de werkelijkheid van de wedergeboorte. Nu nog iets over de mogelijkheid van de wedergeboorte. Kan ik wedergeboren worden? Jezus proefde bij Nicodemus verwondering. “Verwonder u niet dat Ik u gezegd heb : gijlieden moet wederom geboren worden.” Nicodemus moet zich niet alleen erover verwonderen, maar hij moet dit ook aan anderen doorgeven. Eerst aan de groep die hij vertegenwoordigde. Het geldt voor iedereen. Gijlieden (meervoud), dus jullie moeten wederom geboren worden. Het geldt voor u en voor mij, voor ons allen, voor elk mens. We verstaan dat we hier te maken hebben met een menselijke onmogelijkheid. Maar wat bij de mens onmogelijk is, is mogelijk bij God. Hij verwekt tot nieuw leven door de Geest. Laten we ons verwonderen over dat werk van de Geest. Laten we ons erover verbazen dat de Geest dit doet en wil doen.   
 

Jezus heeft Nicodemus erop gewezen dat het nodig is wederom geboren te worden om Gods koninkrijk te zien, dat wil zeggen om er in te gaan, er aan deel te hebben. Jezus zegt dat “wederom” geboren worden zoveel is als “van boven” verwekt worden. We zijn van God afhankelijk om te geloven. Het gaat hier om het werk van de Heilige Geest. Voor Nicodemus was een wedergeboorte onmogelijk. Moet een mens nogmaals geboren worden en zijn leven overnieuw doen? Maar Nicodemus heeft nog een bezwaar. Hoe gaat zo’n wedergeboorte eigenlijk in zijn werk. Hoe is het te realiseren. Hoe kunnen deze dingen geschieden? Toen de engel Gabriël aan Maria de geboorte van Jezus aankondigde vroeg zij: Hoe zal dat wezen, dewijl ik geen man beken. Het is toch onmogelijk om in verwachting te geraken zonder gemeenschap met Jozef. Dus hoe gaat dat in zijn werk. Hoe kan dat geschieden? Laten we eerlijk wezen, Maria kon dat toch niet weten. Dit wonder zou gebeuren door de Heilige Geest. 
Maar Nicodemus behoorde als Schriftgeleerde toch wel te weten wat de wedergeboorte is. Bent u een leraar van Israël en weet u deze dingen niet, klinkt het bestraffend woord van Christus tot hem. Nicodemus kent toch de profeten wel en weet van hen over het werk van de Heilige Geest.  Zeer zeker is het “van boven” geboren worden een ondoorgrondelijk wonder, een mysterie. Toch hebben de profeten gesproken over het vernieuwende werk van de Geest. Denk bijvoorbeeld aan Jeremia 31: 31-34 en Ezechiël 11: 19 en 36:26 en Zacharia 12:10. De Heere zal de Geest uitgieten op alle vlees ( Joël 2:28- 34) en door die Geest zal zich het vernieuwende werk baan breken onder Israël. De Heilige Geest zal de harten reinigen en vernieuwen. 
Jezus voegt er een hemelse profetie aan toe. Amen, amen zeg Ik u. Wij spreken wat wij wet en wij getuigen wat wij gezien hebben. Bij ”wij” denken we aan de eenheid van de Vader en de Zoon. Jezus brengt onder woorden het gezamenlijke getuigenis van de Vader en van de Zoon. Zij spreken met grote goddelijke kennis van hemelse zaken. Vanuit de hemel vertellen en getuigen zij op de aarde wat niemand weet en ziet. De Vader en de Zoon weten en zien, zij hebben Goddelijk inzicht in de dingen. Jezus spreekt dus op aarde namens Zijn Vader. Nicodemus kan zich slechts op de profeten beroepen, Jezus brengt direct het goddelijk  getuigenis mede namens Zijn Vader. Maar, en dat is aangrijpend, jullie nemen ons getuigenis niet aan.  In de kring rondom Nicodemus vinden de aardse dingen die Jezus vertelt al geen geloof, laat staan als Hij hen de hemelse dingen vertelt. Bij aardse dingen denken we aan de profetische openbaring aan Israël. Deze wordt door de schriftgeleerden en de Farizeeën nauwelijks begrepen. Als men de mindere openbaring niet gelooft, dan zal men de meerdere openbaring ook niet aanvaarden.  Het is wel waar dat achter de profeten het woord van Christus staat als de grote Profeet, maar het klinkt door de mond van de aardse profeten. Hier getuigt Jezus Zelf en regelrecht als een hemelse getuige mede namens Zijn Vader. Als zij de profeten niet geloven, zullen ze Zijn woorden helemaal niet geloven. (Zie Johannes 5: 46 en 47) 
Niemand is omhooggegaan naar de hemel. Geen mens kan zelf opklimmen naar de hemel. Laten we dat vooral niet denken. Geen enkel zondig mensenkind kan of is in staat ten hemel op te klimmen. Laat staan dat een mens naar de hemel kan gaan om daar kennis te nemen van hemelse zaken. Van Johannes lezen we in Openbaring dat hij de visieoenen kreeg omdat hij was in de Geest. Paulus is opgetrokken geweest tot in de derde hemel in een gezicht. Niemand kan van zichzelf opklimmen tot in de hemel om te kennen de hemelse zaken, de heilgeheimen van de raad Gods en van ons heil.  Alleen de Zoon van Adam maakt een uitzondering. Hij behoeft niet in de hemel op te klimmen. Hij is daar namelijk Thuis. Hij is van hemelse afkomst. Jezus is dus de enige op deze aarde die hemelse dingen kan verkondigen. Men komt de waarheid alleen te weten door naar Hem te luisteren. Hij is de Zoon des mensen en tegelijk God Zelf. Laten we toch aan Zijn voeten zitten om van Hem geleerd te worden. 
Jezus is als de Zoon des mensen naar deze aarde gekomen. Maar Hij wordt ook weer door God verhoogd. En dat alles tot behoud van zondaren. Denk maar aan de verhoging van de koperen slang in de woestijn. Wie op de koperen slang mocht zien bleef ondanks de slangenbeet in leven. Straks wordt Jezus aan het kruis gehangen. Wie gelovig zijn ogen opslaat naar de Gekruisigde bezit eeuwig leven. De Zoon des mensen moet verhoogd worden. Dit “moeten” slaat op Gods raadsplan (zie Matth.16:21). Het kruis is een houten verhoging. Juist met de kruisdood zal Zijn verheerlijking door God beginnen.  
Wat zijn de hemelse dingen waarop Jezus doelt? Hij sprak: “Hoe zult gij geloven indien ik ulieden de hemelse zou zeggen? ”  Door Zijn liefde voor deze wereld is God bewogen Zijn Zoon te geven. God voelt zich intens met de hulpeloze en zondige wereld betrokken. Hij gaf het kostbaarste wat Hij bezat, Zijn eigen Zoon. Diens geboorte is een geschenk van God aan deze wereld. God gaf Zijn Zoon, deed Hem geboren worden en leidde Hem vervolgens naar het kruis. De doper getuigde ervan toen hij sprak: Ziet het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt. Dit vraagt om geloof. Elk mens wordt opgeroepen tot geloof. Een ieder die, wie dan ook, gelooft in de Zoon van God, gaat niet verloren, maar bezit eeuwig leven. 
Ik zou de wedergeboorte een werk van de Drie-enige God willen noemen. De Vader gaf uit liefde tot de wereld zijn Zoon. Christus heeft aan het kruis de zaligheid verworven en zit nu  aan de rechterhand van de Vader vanwaar hij zondaren vergadert. Hij doet dat door Woord en Geest. Hij zal u dopen met de Geest of in de Geest .  Hij dringt in het hart van een zondaar door met het Woord om hem uit dat Woord te laten leven. Hij verlicht het verstand en vernieuwt de wil. Hij is de Geest der smekingen die mij als een verloren zondaar doet roepen om genade. Hij verheerlijk Christus in het hart. Hij schrijft de wet in het hart zodat ik door het geloof uit Christus ga leven. 
Het evangelie spreekt ons van de liefde van de Vader, van de volheid der zaligheid in Christus. Van de trekkende liefde van de Vader en het kerkvergaderend arbeid van Christus. Dit alles door de Geest. De Bijbel is vol van beloften dat de Heere het wil en zal doen door de Geest. Kortom, zegt Calvijn, laat ons niet twijfelen dat wij door Gods Geest vernieuwd worden en tot nieuwe mensen gemaakt worden, ofschoon de wijze hoe voor ons verborgen is. Waarom er  niet aan twijfelen? Omdat God het werkt en omdat God het beloofd heeft. De Heere drukt als het ware de noodzakelijkheid van de levensvernieuwing ons op het hart om niets van onszelf te verwachten, maar alles van de Heere en om Hem te zoeken en Zijn genade. Om krachtig te bidden om de bediening van Zijn Geest, ons hart voor het werk van de Geest open te zetten en toch vooral de dingen van Zijn koninkrijk te zoeken. Heere, geef mij geloof en bekering door Uw Geest.