HAAST

HAAST
We zeggen dikwijls tegen elkaar dat het leven van elke dag zo jachtig is. Vol stress. Elk mens  schijnt  haast te hebben. Het gaat hem niet vlug genoeg. Snel dit doen en vlug dat nog even. Op de weg kan het hem allemaal niet snel genoeg gaan. Het verkeer jaagt over de snelweg en de weggebruiker wordt agressief als een medeweggebruiker hem daarin lijkt te hinderen. Het leven gaat snel. De moderne mens lijkt gestrest en jaagt maar door. Hij beseft niet dat hij jaagt naar het materiële, het stoffelijke, slechts alles van deze aarde die voorbijgaat. Stof vergaat.
 

Ondanks de crisis leeft de mens toch bij dit aardse. Laat de crisis voorbij gaan met haast. We willen ons haasten naar een overheid die ons verzorgt,naar meer bezit, een luxer leven, meer  genot en vooral meer vakantie houden. De Bijbel echter spreekt van wandelen naar de Geest. Wandelen getuigt van rust en vrede.  Maar de moderne mens jaagt rusteloos naar het stoffelijke. Waarheen jaagt de mens eigenlijk? Ja, waarheen? Zo plotseling kan er een eind komen aan de jacht en is de dood daar. Wie leeft bij de Schrift weet dat sterven betekent God ontmoeten. Laten we echter niet denken dat het jagen alleen maar iets is van de moderne tijd. Mozes sprak in zijn tijd al: “Wij vliegen daarheen” (Psalm 90:10). Heere, bad hij, leer mij mijn dagen tellen dat ik een wijs hart bekome. Let op uw tijd en leer de Heere vrezen in een door de Geest wijs gemaakt hart.
De mens heeft haast, maar Christus heeft ook haast. Vanaf de Olijfberg was Hij opgevaren naar en opgenomen in de hemel. Twee engelen zeiden tot de discipelen: ”Deze Jezus Die van u is opgenomen in de hemel zal alzo komen gelijk gij Hem naar de hemel hebt zien heen varen.” (Hand.1,11). Jezus komt terug. Bij de hemelvaart werd zijn eerste werk afgesloten, het verwerven van het heil. Tegelijk begon Hij aan zijn tweede arbeid, het vergaderen van  Zijn kerk om deze te doen delen in het heil. Hij komt terug. En daarin heeft Hij haast. 
Johannes ontving  op het eiland Patmos de Openbaring. In die Openbaring gaat het om de dingen die haast geschieden moeten (Op.1,1). De verhoogde Christus laat door middel van een engel aan Johannes zien wat er gaat gebeuren. De vervulling vindt plaats in zijn dagen en tot nu toe, tot aan de dag van Zijn wederkomt. Dat  alles moet gebeuren met haast, snel, weldra. Zonder onderbreken gaat Gods werk door. Wat Johannes mag zien maakt op hem grote indruk. De geschiedenis loopt uit op de openbaring van het nieuwe Jeruzalem nederdalende van God uit de hemel. Het is de bruid, de vrouw van het Lam. De kerk mag in alle heerlijkheid wonen op de nieuwe aarde. Zoals Mozes op de berg in het land van Moab een blik mocht werpen op het beloofde land, zo liet de Heere aan Johannes de openbaring van het koninkrijk zien. De nieuwe samenleving van de christelijke gemeente. En die komt. En het komt met haast. We komen in het laatste hoofdstuk van het boek Openbaring drie keer deze haast tegen.
1.”Zie, Ik kom haastiglijk. Zalig is Hij die de woorden van de profetie van dit boek bewaart” (Op.22,7). Zie, let op. Aandacht gevraagd. Leef bij dit boek en bewaar het als een  schat in uw hart en geloof deze woorden. Johannes krijgt de dringende opdracht deze woorden niet te verbergen, maar openlijk te verkondigen. Er zullen  twee dingen  gebeuren. Die in de zonde leeft zal zich meer en meer daarin omwentelen. Hij gaat zijn gang maar. Doch laat Gods kerk meer en meer in heiligheid leven.
2. Nu komt het voor de tweede keer.” En zie, Ik kom haastiglijk en Mijn loon is met Mij om een iegelijk te vergelden gelijk zijn werk zal zijn” (Op.22,12). Als de Heere Jezus komt neemt Hij zijn loon mee. Een ieder zal verschijnen voor zijn rechterstoel en dan terug ontvangen alles wat hij in het leven heeft gedaan. En dan volgt het loon. Wie onrechtvaardig geleefd heeft zal als loon de eeuwige dood ontvangen. Wie uit genade in heiligheid geleefd heeft zal met genade beloond worden. Hij zal een ieder vergelden gelijk zijn werk zal zijn. Zalig die Zijn geboden doen. Zij ontvangen het leven. En mogen de stad ingaan. 
3. En nu de derde en de laatste maal. “Die deze dingen getuigt zegt: Ja, Ik kom haastiglijk. Amen. Ja, kom Heere Jezus” (Op.22,20).  Johannes  ontving de Openbaring door middel van een engel van de verhoogde Christus. De Heere Jezus getuigt het. Zijn woorden zijn getrouw en waarachtig. Je kunt erop aan. Hij bevestig dit door zijn ja . Ja, Ik kom terug. Iedereen kan erop aan. Het is zeker. U zult misschien tegenwerpen dat het nu al zo lang duurt. Velen in de eerste eeuwen leefden in de stellige verwachting van zijn spoedige wederkomst. We zij nu tweeduizend jaren verder. Geldt het nog dat Hij spoedig, met haast komt? Ja. Maar Gods klokken lopen anders die van ons. Duizend jaren zijn in Zijn ogen als een dag en een dag als duizend jaren. Hij komt met haast, Zijn werk gaat ononderbroken door. Wanneer Jezus dit met Zijn ja bevestigt kun je erop aan. Ik kom spoedig. En Ik neem Mijn loon mee.
Zeggen wij er nu ook evenals Johannes in zijn dagen amen op? Amen. Dat is geloof. Het geloof mag Gods beloften omhelzen. Op Gods beloften rusten. Uit Gods beloften leven. Geloof is amen zeggen op Gods Woord en beloften. Geloven is een kennen en een vertrouwen. Een vertrouwend kennen en een kennend vertrouwen. In het geloof zeg ik amen op de prediking van mijn zondig bestaan en zeg ik amen op de prediking van vrije genade. Wie amen zegt op het Woord van Zijn wederkomst, neemt dit mee in het gebed en zegt: Ja, kom Heere Jezus. Biddend verlangen en uitzien naar die dag.  Het komt mij voor dat dit kenmerkend behoort te zijn voor een christen in deze tijd. Ook voor christenjongeren. Biddend uitzien naar de dag van Zijn volle glorie. Wie gelovig leeft uit dat einde leeft nu al vanuit Gods koninkrijk. Laat dat licht over mijn levenspad stralen zodat dat licht al mijn doen en laten bepalen mag.
Laten we ons allen haasten naar die dag toe. We kennen de geschiedenis van Lot. Twee engelen leidden hem uit de stad Sodom die verwoest zou worden vanwege haar zonden. De engel drong er bij Lot op aan toch haast te maken en de stad te verlaten. ”Haast, behoud u derwaarts”, zo zegt hij (Gen.19, 22).Toen de Heere zijn volk Israel uit Egypte ging uitleiden en zij eerst de maaltijd moesten nuttigen in de woningen sprak Hij:  “En gij zult het met haast eten, het is des HEEREN Pascha. “ (Ex.12,11). David zegt in Psalm 119: “Ik heb gehaast en niet vertraagd Uw geboden te onderhouden.” (vers 60).Toen de herders de boodschap hadden ontvangen van de geboren Koning kwamen zij met haast. (Lukas 2,16). De Heere Jezus sprak tot Zacheus die te Jericho in de boom zat: ”Haast u en kom  af, want Ik moet heden in uw huis blijven.” (Lukas19,5) Haast u toch om in Christus begrepen te zijn, om uit Hem te leven. Haast u toch om in heiligheid des levens te wandelen. Want Christus heeft haast met teug te komen. En als Hij komt zal Hij dan ook geloof op aarde vinden?