Meditatie Exodus 25:9 (februari 1993)

“En zij zullen Mij een heiligdom maken, dat Ik in het midden van hen wone.”

 Exodus 25 : 9 

Er is bij de Sinaï zeer veel gebeurd. We mogen ongetwijfeld van een hoogtepunt spreken in de Oudtestamentische Godsopenbaring. De HEERE heeft het volk Israel bij de verlossing uit Egypte als op adelaarsvleugelen gedragen en tot Zich gebracht. Bij de Sinaï gaf Hij Zijn wet als grondregel van Zijn Koninkrijk. Immers is Hij de Koning en Israel is Hem tot een priesterlijk koninkrijk en een heilig volk. Hij neemt dat volk op in een verbond, hetwelk door bloed verzegeld is. En terwijl Mozes op de berg bij de HEERE verkeert, ontvangt hij de wet op de twee stenen tafelen en de opdracht een heiligdom te bouwen voor de HEERE.  

Het is ongetwijfeld een zeer rijke en genadevolle zaak wanneer de HEERE tot Mozes zegt: En zij zullen Mij een heiligdom maken, dat ik in het midden van hen wone. Temidden van het tentenkamp van Israel de tabernakel, waarin de HEERE woont. Onder alle tenten heeft Hij Zijn tent. Zijn woning.

Mozes heeft dit heiligdom te maken naar het voorbeeld dat de HEERE  hem wijzen zal (vers 9). Ziet dan toe, dat gij het maakt naar hun voorbeeld, hetwelk u op de berg getoond is (vers 40). Stefanus sprak er ook van: De tabernakel die Mozes maken zou naar de afbeelding die hij gezien had (Hand. 7:44). Aan Mozes zal wel in een visioen een model getoond zijn. Aan heel het werk der  verzoening ligt het Goddelijke heilsplan ten grondslag. De HEERE wil geen eigenwillige dienst van de mens. We hebben Hem te dienen naar Zijn Woord en wil.

Nu vraagt de HEERE dat het volk Hem dat heiligdom maken zal. Laat het volk van het vele dat zij heeft iets afstaan uit dankbaarheid voor de dienst des Heeren. De HEERE spreekt van een hefoffer, een heffing, een wijgeschenk. Laat het volk uit de grote hoeveelheid iets opheffen en afzonderen voor de dienst des HEEREN. Het volk bezit immers veel. Dit hebben de Egyptenaren meegegeven bij de uittocht (zie Ex. 3 : 21 en 22 en Ex. 12 : 35 en 36). Het volk zal ook wel veel gekocht hebben van de karavanen en de bewoners van het Sinaïtisch schiereiland.

Nu vraagt de Heere een geheel vrijwillig offer. Van alle man, wiens hart zich vrijwillig bewegen zal. De Heere vraagt geen gedwongen dienst. U moet Ex. 35 eens lezen. We treffen daar een heerlijk beeld aan van dit gul gevende volk. Ze komen, mannen en vrouwen, alle vrijwilligen van hart. Ze staan deze heffing geheel vrijwillig en liefdevol af voor de Heere en Zijn dienst. Er is meer dan genoeg. Zo schrijft Paulus aan de gemeente van Korinthe: Die spaarzamelijk zaait, zal ook spaarzamelijk maaien; en die in zegeningen zaait, zal ook in zegeningen maaien. Een iegelijk doe gelijk hij in zijn hart voorneemt; niet uit droefheid of uit nooddwang; want God heeft een blijmoedige gever lief (2 Kor.9 : 6 en 7). Wie in zijn leven als een verloren zondaar in zichzelf heeft leren en mogen leven van vrije genade, leert van alles wat hij heeft mogen ontvangen in zijn leven afstaan voor de Heere, Zijn dienst en de naaste. We zijn immers maar rentmeesters. En wat hebt ge, hetgeen ge niet ontvangen hebt. Wie leeft door het geloof ut Christus, Die Zichzelf vernederd heeft tot de dood des kruises ziet alles van de wereld zo betrekkelijk en kan gemakkelijk van het zijne afstaan voor anderen en de dienst van de Heere.

Nu wekt Mozes niet alleen het volk op een hefoffer te geven, maar ook “ieder wijze van hart” wordt opgeroepen om alles wat de Heere bevolen heeft te vervaardigen. Het betreft mensen, die door de Heere met de Geest der wijsheid vervuld zijn. Ze beschikken over technische en kunstvaardigheden als vruchten van de Heilige Geest. Heel bijzonder heeft de Heere daartoe geroepen Bezaleël en Aholiab. Naar het voorbeeld door de Heere aan Mozes getoond wordt onder de leiding van deze twee kunstenaars het heiligdom gemaakt. Het bestaat uit een geheel omheinde ruimte, het voorhof, met daarin de tabernakel, de woning. Zie het daar liggen temidden van de tenten der Israëlieten in de woestijn. Op ordelijke wijze zijn de tenten der onderscheiden stammen rondom het heiligdom gegroepeerd.

Is er ook iets te zeggen van de rijke en diepe zin en betekenis van dit heiligdom? Wel, we mogen hier zeker de naam noemen: Immanuel, God met ons. De Heere woont temidden van zondaren. Eens leefde de mens in Gods gemeenschap. Adam en Eva hoorden de stem des HEEREN, wandelende in de hof aan de wind des daags. Wij hebben deze gemeenschap met de HEERE geheel vrij- en moedwillig verbroken door de zonden. De ellende van de gevallen mens is dat hij  nu leeft zonder God en een kind des toorns is. Hij mist het leven en is dood door de zonden en misdaden. Uit Zijn eeuwige liefde openbaarde de Heere direct na de val Zijn belofte van genade in wat wij noemen de moederbelofte in Gen. 3 : 15. Later roept de Heere Abram, geeft Hem Zijn belofte, brengt hem in het land Kanaän, sluit met hem een verbond en brengt een volk uit hem voort. Hij trekt dat volk Israel uit Egypte en nu woont Hij in het midden van dat volk in deze tabernakel als de Verbondsgod. Hier is iets hersteld van de paradijsgemeenschap. God temidden van zondaren. Dat is een groot wonder. Dat is een grote zaligheid. Dat is het leven.

We vragen ons af hoe het mogelijk is. Nu liggen rondom het heiligdom als een gordel de tenten van de Levieten en de priesters en daarachter komen de tenten van het volk. Dit spreekt ons van het werk der verzoening. De Levieten en de priesters verrichten in het heiligdom deze dienst der verzoening door het brengen van de vele offers. Zonder bloedstorting zo geschiedt er geen vergeving. U verstaat dat dit alles nog maar voorlopig is. Het vindt zijn vervulling in de persoon en het werk van Jezus Christus. Zijn bloed reinigt van alle zonden.

Nu begrijpen we dat de tabernakel een bepaald stadium is in de weg van de openbaring van Gods heil. Later komt er voor in de plaats de tempel. Doch als Christus aan het kruis op Golgotha gestorven is en Zijn arbeid heeft volbracht, scheurt het voorhangsel van de tempel van boven tot beneden. De dienst der schaduwen is voorbij. Het is alles vervuld in Christus. Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond, getabernakeld. In en door Christus woont God bij zondaren en wordt Zijn gemeenschap ervaren.

De Heere vergadert in het Nieuwe Testament Zijn kerk uit jood en heiden. Van de kerk wordt gezegd: Weet gij niet dat gij Gods tempel zijt en de Heilige Geest onder u woont? (1 Kor. 3 : 16). De kerk is de werkplaats van de Heilige Geest, de tempel die in de plaats is gekomen van de tempel te Jeruzalem. Zo is de kerk het volk van God temidden waarvan de Heere woont. Zij is de bruid van Christus, daar ze deelt in Zijn verzoeningswerk en deel heeft aan al Zijn goederen. Zij is de tempel van de Heilige Geest. De Heilige Geest doet de kerk delen in Gods heil en door Christus is de gemeenschap met God hersteld.

De tabernakel spreekt ons zeer rijk van Gods genade. Het is hier nog in de schaduwen, in zekere zin beperkt. In het Nieuwe Verbond is het veel heerlijker geopenbaard. Dit heiligdom is het domein van de genade.

Wanneer we nu van buiten af komen, zien we bij het naderen van het heiligdom een witte muur. Het is de muur des afscheidsels. Immers is het voorhof omheind door een gordijn van wit linnen, opgehangen aan koperen pilaren en zilveren stangen. Daarbinnen woont en troont de HEERE. Wij staan buiten het heiligdom. Spreekt dit niet van Gods reinheid, heiligheid en rechtvaardigheid? Er is scheiding tussen God en ons door de zonden. Wij liggen daar buiten neer in onze ellende. De omheining is vijf ellen hoog, meer dan manshoogte. U kunt er niet overheen zien. Er is bij de mens geen enkele mogelijkheid met God verzoend te worden. Loopt u daarbuiten, bewenende uw zonden en niet wetende hoe u tot de Heere kunt terugkeren en zalig worden?

Nu is er een poort. Zo heeft de Heere het bevolen. Het heiligdom staat opgesteld van oost naar west met haar lange zijde van 100 ellen. In het oosten is een poort. Aan deze korte zijde van 50 ellen is in het midden, twintig ellen breed, een poort gemaakt. Deze poort geeft toegang tot het heiligdom. Het is sprekend dat deze poort ligt aan de zijde van de zonsopgang. Ulieden daarentegen die Mijn Naam vreest, gaat de Zon der gerechtigheid op. Met welke ons bezocht heeft de Opgang uit de hoogte. Deze deur doet denken aan Christus. Ik ben de deur, die door Mij ingaat, zal behouden worden (Joh. 10 : 9). Het is door het geloof in Christus dat een zondaar ingaat in Gods gemeenschap. Gaat in tot Zijn poorten met lof en in Zijn voorhoven met lofgezang (Ps. 100 : 4). Zo gaat de nodiging uit die poort in te gaan. Ziet het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt. Het is door de Heilige Geest, Die het geloof schenkt dat een zondaar ingaat om alleen in Christus en Zijn beloften te rusten. Laat ons met vrijmoedigheid toegaan tot de troon der genade.

We betreden het heiligdom blootsvoets in diepte ootmoed en verwondering. Drie ruimten vallen op: voorhof, heilige en heilige der heiligen. Op het voorhof staat het brandofferaltaar. Dat spreekt van het bloed der verzoening. Hier stroomt het bloed der offerdieren. Hier is rechtvaardiging. In Christus vindt een zondaar de rechtvaardiging. De wegneming van schuld en straf en een recht op het eeuwige leven.

We komen in het heilige. We zien rechts de tafel der toonbroden en links de kandelaar en voor ons het reukofferaltaar. De priesters verrichten hier hun werk, het volk vertegenwoordigend. Het spreekt van het offer der gebeden, het licht des Geestes in een lichtend leven en het aanbieden van onze gaven in wijding aan de Heere. Het spreekt van de heiligmaking. Ook deze gave ligt in Christus. In Hem zijn we heilig en door Hem worden in het leven de vruchten der heiligmaking openbaar.

Tenslotte volgt nog het heilige der heiligen. Dit is de plaats van de woning des HEEREN. Hier troont Hij op het gouden verzoendeksel van de ark. Dit spreekt ons van de heerlijkmaking. Straks breekt die weldaad volkomen aan. Wanneer de kerk naar Huis mag gaan om eeuwig en storeloos in Gods gemeenschap te verkeren. Daar is de volle vervulling van de tabernakel. Zie, de tabernakel Gods is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen en zij zullen Zijn volk zijn en God zal Zelf bij hen en hun God zijn. (Openb. 21 : 3). U ziet, welk een domein van genade is dit heiligdom in de woestijn. De Heere nodigt en lokt zondaren. Komt tot Mij allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven. Aan het komen en het ingaan is het leven verbonden. Aan het niet  komen en niet ingaan is het leven niet verbonden.

Wanneer we in Exodus de beschrijving van de tabernakel en toebehoren volgen valt wel iets op. Wij zouden, wanneer we een nauwkeurige beschrijving zouden moeten geven, beginnen buitenom zo langzaam naar binnen te gaan. De Schrift doet het anders. Deze werkt van binnen naar buiten. De beschrijving begint in het heilige der heiligen bij de ark. Het centrale gedeelte van het heiligdom. Dit binnenste heiligdom is volmaakt in afmeting. Het is een kubus van tien ellen naar elke zijde. Alles blinkt daar van goud. De gouden berderen staan op zilveren voeten. Komen we in het heilige dan vinden we daar gebroken maten van 10 bij 20 ellen en bij de overgang naar het voorhof staan de pilaren op koperen voeten, terwijl op het voorhof alles koper is. Welnu, dit centrale gedeelte van enkel goud en in volmaakte afmetingen spreekt van het eigenlijke en wezenlijke: de ontferming Gods in Zijn vergevende liefde door Christus. Dat is het eigenlijke. Daar begint de Schrift de beschrijving van het heiligdom. Laten we daar beginnen. Zoek in het geloof dit te kennen. De HEERE komt in de beloftes van Zijn woord tot zondaren. Die beloften zijn ja in Christus. Door Hem is ook het amen. Hij vergadert Zijn kerk door Woord en Geest. Die Geest legt mijn zondig bestaan open en doet mij uitgaan naar die Borg, om in en door Christus te delen in Gods ontfermende liefde. De Geest der aanneming tot kinderen doet roepen: Abba, Vader. Die Geest getuigt met onze geest dat wij kinderen Gods zijn.

Zoek in het geloof die genade te kennen. De Heere biedt het zondaren aan door Zijn Woord. Heden, indien gij Zijn stem hoort, verhardt u niet, maar laat u leiden. Loopt u nog buiten en zijt u bekommert vanwege uw zonden? Christus is aan de deur. Gaat tot Zijn poorten in met lof. Ja, daar in dat heiligdom past lof en dankzegging. Zijn Naam moet eeuwig eer ontvangen.

Bron: Kerkbode Kralingseveer februari 1993.