Meditatie Jesaja 64:1 (december 1990

 Och dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt.”

Jesaja 64 : 1

Het volk Juda verkeert in ballingschap. De tuchtroede Gods heeft dit zondige volk van het erfland Kanaän verdreven naar Babel. Aldaar vertoeft het aan Babels stromen. De heilige steden zijn een woestijn geworden. Jeruzalem is een verwoesting. De tempel is verbrand. Zou het volk ooit nog terugkeren en het land weer bewoond worden?

Helaas, velen spreken nog wel over de verwoesting, betreuren het dat ze verdreven zijn, doch beginnen  al spoedig een nieuw bestaan op te bouwen in Babel. Het leven gaat toch door. Er is een overblijfsel naar de genade der verkiezing, hetwelk onder de tuchtroede leert buigen in het bewenen van de zonde en schuld en een roepen uit nood naar de Heere. Het is altijd maar een overblijfsel, een klein kuddeke naar het welbehagen des Vaders. Een rest bekeert zich. Door goddelijke eenzijdige genade is er een volk in Babel, dat met alles in de nood terechtgekomen is. Men verkeert onder een gesloten hemel. Het is de drukkende , toornende hand des Heeren, die ze voelen en dat door hun eigen zonde. Ze moeten zeggen dat er een volk is, dat vrolijk in de Heere is en dat wandelt in de weg des Heeren. Naar dezulke kijkt de Heere om en hen ontmoet Hij in Zijn genade en ontferming. Doch daar staan zij buiten. Immers de Heere is verbolgen omdat zij gezondigd hebben. Zij zijn alle als een onreine en hun gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed. Nu vallen ze allen af als een blad en het zijn hun misdaden die hun wegvoeren als de wind. Onder de gesloten hemel van de toorn Gods zijn zij niet waardig dat de Heere naar hen omkijkt, ja , zijn ze het waardig om weggeworpen te worden en te verwelken als een afvallend blad.

Ja, dat zijn ze waardig, dat de hemel gesloten blijft. En toch, wil er hoop zijn en verlossing uit alle benauwdheid  kan het alleen van de Heere vandaan komen. Zo roept, schreeuwt dat volk uit de nood:  Och, dat gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt. Als de Heere, redenen nemend uit Zichzelf, nederkomt, zal Hij zoveel Majesteit openbaren,  dat alle vijanden verdaan worden,  de bergen zullen voor Zijn aangezicht versmelten en alle heidenen zullen beven. Doch dan zal Hij ook in Zijn genade en ontferming het voor zijn volk opnemen om hen te verlossen. Als de Heere nederkomt, neemt Hij alle moeiten, nood, zonden, schuld en ongerechtigheid weg om Zijn liefde, gemeenschap en genade in en door Christus weg te schenken aan een schuldig volk.

De kerk in het Oude Testament is op dezelfde wijze zalig geworden als de Kerk in het Nieuwe Testament. Immers, van Adam af tot de voleinding der eeuwen toe is er maar één weg om zalig te worden: Jezus Christus en Die gekruist.  Het bloed van Jezus Christus, Gods zoon, reinigt van alle zonden. De levensleidingen en de wegen in de oefeningen zijn onderscheiden, doch een ieder die zalig wordt, wordt verlost als een verloren, doemwaardige zondaar door de genade van de Heere Jezus  Christus. Zo ook de kerk in het Oude Testament. Denk aan Abraham, van wie de Heere zelf getuigt: ‘Abraham uw vader, heeft met verheuging verlangd, opdat hij mijn dag zou zien, en hij heeft hem gezien en is verblijd geweest.” (Joh. 8:56) We lezen ook op  een andere plaats: “deze allen zijn in het geloof gestorven de beloften niet verkregen hebbende, maar hebben dezelve van verre gezien en gelooft en omhelsd.”(Hebr. 11:13) Weliswaar was Christus wel beloofd wat Zijn komst in het vlees betreft, doch Hij is pas gekomen in de volheid des tijds. Doch wat heeft de Kerk in het Oude Testament moeten leren dat de zaligheid alleen ligt in die Borg en uit alle nood en moeite as er het reikhalzend verlangen: Och, dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt.”Door heel het Oude Testament is er het gebed door de Geest der gebeden om de komst van Hem in Wie alleen de zaligheid en het leven te vinden is. Abraham heeft Hem met de ogen des geloofs mogen zien en omhelzen en in dat geloof is hij gestorven.
Gods Woord is Christus’ openbaring. Ook het Oude Testament, Christus is beloofd door de profetie, afgebeeld in de schaduwdienst, voorgesteld in menige geschiedenis. In de schaduwen en in de beloftes mocht men Hem zien en des temeer werd het gebed vermenigvuldigd om Zijn komst in het vlees, Die als het Vrouwenzaad al direkt na de zondeval beloofd was, komende om het slangenzaad te verpletten en Zijn Kerk het Koninkrijk der hemelen te ontsluiten.

Met welk een klaarheid heeft Jesaja van Hem mogen getuigen. Met recht wordt hij wel de evangelist van het Oude Testament genoemd. Lees maar de profetie in het negende hoofdstuk “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven. ”Ja, lees van de lijdende knecht in hoofdstuk 53. “Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden. ”Wat mocht hij diep ingeleid zijn in de Persoon en de arbeid van de Borg en Middelaar. Doch, naar het vlees moest Hij nog komen. Doch in de volheid des tijds heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet. In de Kerstnacht is de hemel gescheurd en is Hij nedergedaald, God is geopenbaard in het vlees. Het Woord is vlees geworden. Hij was God en is God gebleven en heeft de menselijke natuur aangenomen. Zo is hij God en mens in één Persoon. Waarachtig God en waarachtig en rechtvaardig mens. Zulk een Middelaar past ons. Gekomen onder de wet om een vloek te worden om de Zijnen van de vloek der wet te verlossen. Gekomen om de prijs te betalen aan het recht des Vaders om zo de deugden des Vaders te verheerlijken en Zijn kerk los te kopen.

In de kerstnacht is geopenbaard de liefde Gods Drieënig. Vanuit de eeuwige vrederaad schenkt de Vader in de volheid des tijds Zijn eigen Zoon in die diepe staat der vernedering. Christus openbaart Zijn liefde door gewillig de weg te gaan die de Vader van Hem vraagt in het verlaten van de heerlijkheid die Hij had bij de Vader om vernederd te worden ter heel toe. De Heilige Geest openbaart Zijn liefde door in de buik van Maria voor Christus een lichaam te bereiden. “De Heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogste zal u overschaduwen, daarom dat Heilige, dat uit u geboren zal worden, zal Gods Zoon genaamd worden.” Het scheuren van de hemel is door de engelen aan de herders die de nachtwacht hielden, bekend gemaakt. Simeon mocht het beleven, de oude Anna en de wijzen uit het Oosten.

We gaan ons weer opmaken het kerstgebeuren te gedenken. De Heere mocht maar nood geven, een zielennood en een eeuwigheidsnood, opdat er plaats kome voor de bede: Och, dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt.”

Er ligt hier aan ten grondslag een aangrijpend beeld. Op een najaarsdag kan de hemel zo dicht bewolkt zijn. Steeds dichter rijgen de wolken als gevaarten zich aaneen, tot de hemel geheel gesloten is en grauw of zwart zich dreigend verheft over de aarde. Geen zonlicht dringt er door. Wat kan een mens dan verlangen of die hemel wil scheuren en de zon doordringt met zijn lieflijke stralen. Verkeert ge ook zo onder een gesloten hemel vanwege de tijdelijke noden? Het leven is vaak vol moeite en verdriet naar het woord van de psalmist. Misschien is de dood binnen de vensteren geklommen of tobt u met ernstige ziekten. Er kunnen zorgen zijn wat betreft het geldelijke of in uw bedrijf. Ach, menigvuldig zijn de noden en zorgen. Vul het zelf maar in. U vertoeft op vastgelopen wegen en kunt geen kant meer uit. U hebt getracht uw nood de Heere te klagen. Maar ach, wat zijn we biddeloos. U bent misschien aan het eind met al uw vragen en tobben en kunt geen kant meer uit. En dan een hemel die dicht is. Geen Antwoorder, geen Opmerker. O, dat is juist de nood in de nood en maakt de benauwdheid zo bitter dat de hemel gesloten blijft. Zou er dan geen wetenschap zijn bij de Allerhoogste? Och, dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt. Want als er verlossing zou kunnen komen, zou het alleen bij Hem vandaan kunnen. Welk een wonder als de hemel open mag gaan en het wordt in het hart afgedrukt dat de Heere van al mijn noden en vragen en zorgen afweet, ja om in de zuchtingen der ziel het pak der zorgen bij Hem kwijt te raken, omdat de Heere het overneemt. Dan komt er rust in de ziel, alhoewel de noden er nog zijn. Dan mag het klinken: Doch gij mijn ziel, het ga zo het wil, stel u gerust, zwijg Gode stil, Hij immers zal mijn Rotssteen wezen. Wanneer de hemel scheurt en de Heere spreekt in de ziel: Vrees niet, of: Ik weet uwe werken, of: Ik weet waar Gij woont; dan komt er een stil achter Hem aangaan.

Verkeert u onder een gesloten hemel in uw zielennood? U moet zeggen: Ja, ik ben ook zo’n onreine. Gans melaats van de hoofdschedel tot de voetzool toe, roepende als een buitenstaander: Onrein, onrein. U vindt uzelf terug in Mirjam, die als een melaatse buiten de legerplaats gezet wordt. U weet wel dat er een volk des Heeren is. Dat mag zich verheugen in de Heere, dat wandelt in Zijn wegen en naar hen kijkt de Heere om. U staat er als een onreine buiten. Alles wordt afgebroken. Uw gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed. Er is niet dan de vloek der wet, een veroordelende consciëntie, een toornende hemel en een grote schuld. De hemel zwijgt. Naar Gods recht hebt ge u niet anders waardig gemaakt dan de dood en de hel. En, toch, als er verlossing zou komen, dan kan het alleen bij de Heere vandaan. Och, dat Gij de hemelen scheurdet en dat Gij nederkwaamt.

Het gaat om de overkomst en de inkomst Gods in Christus in de ziel. In de weg van al dat roepen en zuchten en hangen aan de hemel komt de Heere niet. Hij doet een afgesneden zaak op aarde. Wanneer u het waardig wordt dat u vanwege uw misdaden moet worden weggevoerd, zal de Heere overkomen en inkomen. En als het Gode behaagt dat Hij vanuit de Schrift de Borg en Middelaar in uw ziel openbaart, vervlieten alle bergen en verlustigt de ziel zich in de Heere.

Wanneer we ons opmaken om de Kerstgeschiedenis te overdenken, mocht het maar eens waarlijk adventsnood zijn om uit de zielenood te roepen: Och dat Gij de hemelen scheurdet. Het is steeds weer nodig dat de hemel zich scheurt. Daar alleen moet het vandaan komen. Daar vandaan alleen kan een zondaar gezaligd worden. U ziet uit naar de volle vereniging met die Borg? U ziet uit uw verdorven bestaan er naar uit om meer en meer in Hem gevonden te worden? In ons is niets dan de dood en in Hem het leven. Heere, scheur de hemel en wilt U overkomen. Uw komst is het die mijn heil volmaakt.

Bron: Kerkbode Kralingseveer  december 1990.