Meditatie Efeze 6:14b

Beschermd het nieuwe jaar in.

“en aangedaan hebbende het borstwapen der gerechtigheid.”  Efeze 6: 14b 

Rijkdom en roeping

Voor het aanbreken van de winter overvalt een moeder de zorg voor goede kleding voor haar huisgenoten alvorens de kou zijn intrede doet. Ongetwijfeld zal dankbaarheid haar hart vervullen wanneer zij het allemaal voor elkaar heeft gekregen om de leden van haar gezin goed beschermd de winter te kunnen laten ingaan. In de laatste week van het jaar dringt de vraag zich op of we goed beschermd het nieuwe jaar in gaan. Beschermd door de kleding Gods, om het zo te zeggen. Beschermd door de wapenuitrusting Gods, zegt Paulus in Efeze 6.

Paulus spreekt in deze brief gericht aan de gemeente te Efeze over de rijkdom en de roeping van de kerk. De rijkdom van de genade is het deel van de gemeente van de levende God. Haar roeping is om in een heilige levenswandel in deze wereld te verkeren. Hij vermaant haar te wandelen in ootmoedigheid en zachtmoedigheid en lankmoedigheid en elkaar te verdragen in de liefde. Laten de christenen in deze wereld wandelen als kinderen van het licht.

 Inherent aan het leven van een christen is een strijd. En deze strijd is hevig. Ondanks de rijkdom van de genade staat Gods kerk nog midden in de strijd tegen de geestelijke boosheden in de lucht,  tegen de duivelse machten en de geest der ongerechtigheid. Hoe houdt ze dat vol? Hoe kan ze staande blijven? Niet in eigen kracht. Paulus vermaant: weest krachtig in de Heere en in de sterkte Zijner macht. Het is nodig en onmisbaar een wapenuitrusting aan te doen. Die wapenuitrusting is van God. Hij geeft die. Het gaat daarbij om een strijden in Zijn kracht en in het geloof in Christus. Daarom vermaant Paulus: doet aan de gehele  wapenuitrusting Gods. Hij laat ons elk deel van die wapenuitrusting zien. Elk onderdeel is nodig en onmisbaar. Dat is een leven in Christus in wie alle kracht en heil te vinden is. Zo gaan we goed beschermd tegen alles wat ons kan overkomen het nieuwe jaar in. Het eerste deel van die wapenuitrusting is de omgording met de waarheid. Het gaat om de waarheid van God, van Zijn woord en van Zijn belofte. In de Schrift wordt als Gods naam de waarheid genoemd. Hij is betrouwbaar en bedriegt niet. Zo kan men vast en zeker op Zijn belofte aan. Het volgende deel van de wapenuitrusting is de gerechtigheid. En aangedaan hebbende het borstwapen der gerechtigheid.

Ons hart

Wanneer Paulus na de gordel wijst op het borstwapen gaat het inderdaad om het hart van de christen en ook om het hart van het evangelie. Het borstwapen, of noem het een pantser of maliënkolder, bedekt de antieke soldaat van zijn schouders tot de dijen. Daar achter liggen de meest vitale van het lichaam: hart, longen, ingewanden en nieren. Door dat pantser is hij, juist wat de vitale delen betreft, goed beschermd in de strijd.  We zijn het er denk ik wel over eens dat het hart het meest centrale deel  van ons lichaam is. Ons hart is het centrum en de motor van ons lichaam en ons leven en regelt de gehele bloedsomloop. We zijn in ons hart zeer trefbaar. Veel komt op het hart aan. Een mens zonder hart is als een boom zonder wortel. Wanneer ons hart het begeeft is een mens overleden.

In beeldspraak geldt dit ook in het geestelijk leven. Ten aanzien daarvan wordt ook van ons hart gesproken. We bedoelen dan met het hart de zetel van ons geestelijk leven. Het hart is de mens in zijn geestelijk leven. Als het in de Bijbel over ons hart gaat, denken we aan ons gehele innerlijk leven. Bij het hart gaat het om mijn innerlijk, de persoonlijkheid, mijn ik. “behoed uw hart boven al wat te bewaren is, want daaruit zijn de uitgangen des levens” zo zegt de Spreuken dichter.(4:23) Vanuit zijn hart stuurt de mens zijn leven. In al zijn doen en laten komt de gezindheid van het hart openbaar. “Mijn zoon, geef mij uw hart” zo lezen we ook in Spreuken(23:26) Het hart is de zetel van onze begeerten, wensen en willen. Het is dus niet onbelangrijk aan wie wij ons hart geven en wijden en daarmee ons hart vervuld is. Zouden we ons hart niet aan de Heere geven en zo ons gehele leven Hem wijden? De Heere neemt geen genoegen met een uiterlijke dienst waarin ons hart niet klopt. Hij ziet juist dat hart aan. Het gaat daarbij om onze gehele levensinstelling en richting. Is ons hart van de Heere vervuld en op Hem en Zijn wegen gericht?

Ons hart is van nature boos en zondig. Gods Woord tekent ons hart als dood, koud, hard, onvruchtbaar en geheel verdorven. Door de zonde is ons hart van de Heere afgekeerd en onderworpen aan de machten van de dood en de duivel. Hoe kan een mens met zulk een boos hart ooit stand houden in de zware geestelijke strijd? Juist als de gezindheid en de richting van ons hart verkeerd en boos is kunnen we geen ogenblik bestaan in de strijd, de moeiten, de zorgen en het verdriet van het leven. Dat hart dient beschermd te worden. En aangedaan hebbende het borstwapen der gerechtigheid.

De gerechtigheid

De wapenrusting Gods kent de gerechtigheid als een pantser. Waaraan hebben we bij die gerechtigheid te denken? Mij dunkt aan twee zaken, maar dan wel in de juiste volgorde.

We kunnen in de eerste plaats bij gerechtigheid denken aan de menselijke oprechtheid, eerlijkheid en integriteit. Wanneer onze levenshouding zowel tegenover de medemens als tegenover God niet recht is, kunnen we de strijd niet aan en hebben we geen kracht om staande te blijven in de moeiten van het leven. Immers staat ons leven dan niet recht tegenover God en de naaste en ontbreekt de innerlijke rust en harmonie. Een godzalig gemoed en een goede consciëntie bewaren het hart voor onrust, maar dragen juist zorg voor innerlijke zekerheid omdat het hart op de Heere gericht is en vervuld is met de vreze des Heeren.

In de tweede plaats valt te denken aan de gerechtigheid Gods welke God uit genade geeft. De door God geschonken gerechtigheid, welke door Christus in de weg van zijn lijden en sterven is verworven. Christus is overgeleverd om onze zonden en opgewekt om onze rechtvaardigmaking. Dat wil zeggen dat de dood van Christus noodzakelijk was vanwege onze zonden wil er sprake zijn van verzoening. Maar ook dat de opstanding van Christus noodzakelijk was om de verworven gerechtigheid toe te eigenen. Hier staan we bij de kern en het hart van het evangelie

Wanneer Paulus spreekt over het borstwapen der gerechtigheid valt aan beide zaken te denken, maar wel, zoals we eerder opmerkten, in de juiste volgorde. Het kan niet de bedoeling van de apostel zijn om eerst te wijzen op de gerechtigheid van de mens. Immers deze is een vrucht van het geloof en dus een vrucht van het leven uit Christus. Daarom moeten we eerst denken aan de geschonken gerechtigheid en als vrucht daarvan aan een vroom en godzalig leven, aan een godzalig en heilig leven. Ons hart kan slechts in de strijd van het leven beveiligd worden met het hart van het evangelie. Het gaat om de gerechtigheid des geloofs. Een mens heeft gerechtigheid, of is rechtvaardig, wanneer hij recht staat voor God en beantwoordt aan Zijn recht. Dat ligt niet in ons, noch in onze werken. Doch in de geschonken gerechtigheid van Christus. Daarom kunnen we de gerechtigheid eenvoudig omschrijven als alles wat een mens nodig heeft om voor Gods recht te kunnen bestaan. En die gerechtigheid ligt niet in de mens, valt niet door zijn werken te verdienen, maar ligt buiten hem in Christus waaraan we alleen door het geloof deel krijgen.

Luther

Laten we denken aan wat Luther heeft geleerd in zijn geestelijke worsteling. Bij het onderzoek van Gods woord stuitte hij op het woord gerechtigheid. Hij haatte dit woord. Hij las het als Gods straffende gerechtigheid, geheel in de lijn van de roomse kerk. Hij had daarom slechts Gods toorn verdiend. De vraag hield hem bezig.: Wanneer God mij als zondaar naar Zijn straffende en wrekende gerechtigheid moet straffen en veroordelen hoe kan dan de psalmdichter in psalm 71 bidden: red mij door Uw gerechtigheid? En hoe kan dan Paulus schrijven in de brief aan de Romeinen (Rom. 1 : 17 en 3 : 21) dat de gerechtigheid Gods in het evangelie wordt geopenbaard? Op een goede dag mocht Luther door genade inzien dat het niet gaat om de gerechtigheid als eis, maar als geschenk. De geschonken gerechtigheid van Christus wordt ontvangen in het geloof. En zo ben ik gered. Toen werd Luther als nieuw herboren, alsof hij door geopende poorten het paradijs zelf binnen ging. We kunnen over deze gerechtigheid lezen in zondag 23 van de catechismus. Er wordt gevraagd hoe gij rechtvaardig voor God bent. Het antwoord luidt onomwonden: alleen door een waar geloof in Jezus Christus. Wie ben ik? Al is het dat mij mijn consciëntie aanklaagt dat ik tegen al Gods geboden zwaar gezondigd heb en geen daarvan gehouden en nog steeds tot alle boosheid geneigd ben. Met deze woorden is de ernst van ons leven aangegeven. Een buitengewoon aangrijpende aanklacht. Ik heb gezondigd en uit de verdorven bron van mijn gevallen bestaan en boos hart welt altijd de zonde op. Wie kan dan voor God bestaan? Zo Gij in het recht wilt treden en gadeslaan mijn ongerechtigheden, wie kan dan bestaan?

Maar nu het wonder van Gods liefde. Nochtans God. Zonder enige verdienste van mijn kant en uit loutere genade schenkt Hij mij de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus. Zalig worden kan alleen in de sfeer van het recht. Er moet aan Gods recht worden genoeg gedaan. En dat heeft Christus gedaan. Volkomen. Ik word zalig door ruil, door wisseling. Mijn zonden op Christus en ik Zijn gerechtigheid.

Het borstwapen der gerechtigheid

Wanneer Paulus dus schrijft over het pantser der gerechtigheid denken we aan deze door Christus verworven gerechtigheid welke in het geloof ontvangen wordt. Dit beveiligt het hart. Zoals het hart van een antieke soldaat veilig was in de strijd tegen de vijanden die hem of met pijlen willen beschieten of met een zwaard aanvallen, zo is ons hart beveiligd met het borstwapen van de geschonken gerechtigheid. Bekleed met die gerechtigheid is mijn hart gereinigd, vernieuwd en gezaligd.  Laten we in de verbrokenheid en in de schuldverslagenheid van het hart de toevlucht nemen tot het bloed van Christus om in Hem te zoeken en te vinden gereinigd en geheiligd te worden. De Heere rekent de gerechtigheid en de heiligheid van Christus toe. Hij schrijft die op mijn rekening. Dat is het wonder van genade. Zo zijn de zonden en de schulden vergeven en ontvang ik in Hem een volkomen heiligheid. Dit alles komt naar buiten uit en openbaart zich in de vruchten der gerechtigheid en in een vernieuwde levenswandel.

Aandoen

En aangedaan hebbende het borstwapen der gerechtigheid. De Heere schenkt dit borstwapen der gerechtigheid. Het moet worden aangedaan willen we veilig staan in de strijd. Dit aandoen geschiedt in het geloof. Ik ben voor God rechtvaardig niet door iets van mijzelf, maar door het geloof dat leeft uit Christus. De catechismus zegt ervan: in zoverre ik zulk een weldaad met een gelovig hart aanneem. De Heere schenkt die weldaad in de belofte. In de prediking komt Christus tot ons omkleed met Zijn beloften. De beloften liggen vast in Hem. Ik ontvang de gerechtigheid wanneer ik die geschonken weldaad met een gelovig hart aanneem en mij geheel aan God toevertrouwend op Zijn belofte verlaat. Naar de mate van het geloof mag ik meer zeker zijn en er weet van hebben dat ik voor God rechtvaardig ben.

Het aandoen van het borstwapen der gerechtigheid is een geloofswerkzaamheid. We kunnen het ook het geloof in de beoefening noemen. Door het geloof leer ik de Schrift en de prediking verstaan. Het Woord laat mij zien wie ik ben en stelt mij schuldig voor God. Het Woord komt tot de mens en openbaart de gerechtigheid van Christus. De Heilige Geest openbaart dit aan het verstand en verzegelt het in het hart. Dat Woord klaagt mij aan. Tegen al Gods geboden gezondigd. Geneigd tot alle kwaad. Datzelfde Woord openbaart de rijkdom van Gods genade en de prediking verkondigt Gods belofte van Zijn gerechtigheid. Laat ik dus tot de Heere uitgaan in belijdenis van mijn zonden en in verbrokenheid van het hart. We kunnen de taal van het hart dan als volgt omschrijven. Ik heb tegen U gezondigd en ik ben Uw gramschap waardig. Maar Heere ik kom tot U op grond van Uw eigen belofte en nodiging. Ik kan niet anders dan de toevlucht nemen tot Uw gerechtigheid. In Uw evangelie wordt de gerechtigheid geopenbaard en het vertelt mij dat de rechtvaardige uit het geloof zal leven. Heere, ik kom tot U. Dit is de taal van hem of haar die de toevlucht neemt tot Christus. Wie aldus Gods belofte in geloof mag omhelzen vindt daarin Christus en ontvangt Zijn gerechtigheid en heiligheid.  Wie dat pantser kent door het geloof, staat vast in de strijd van het leven. Mijn hart is dan immers beveiligd door dat pantser. De gerechtigheid ligt in Christus. In Hem ligt alles. Hij heeft immers genoeg gedaan en zo heeft Hij gerechtigheid en heiligheid en het leven verworven. Paulus schrijft op een andere plaats: en de nieuwe mens aandoen die naar God geschapen is in ware gerechtigheid en heiligheid. (Ef. 4:24) Aangedaan hebbende het borstwapen der gerechtigheid. Dan leef ik door het geloof uit de gerechtigheid en heiligheid van Christus. En zo mag ons hart rusten in Christus en de trouw Gods.

In de strijd

Ik schreef al eerder dat de strijd inherent is aan het leven van een christen. Immers behoort een christen tot een ander koninkrijk, het koninkrijk der hemelen. Hij leeft in deze wereld als een vreemdeling en als een balling. Maar hij wil in zijn levenswandel openbaren Wie zijn Koning is. Immers zegt Gods woord: Wordt aan deze wereld niet gelijkvormig, maar wordt veranderd door de vernieuwing van uw gemoed. Maar in het hart is sprake van de inwonende zonde en de oude mens is weliswaar gekruisigd, maar speelt zolang we in deze ballingschap verkeren toch nog op. Zie, het geeft veel strijd om heilig voor God te leven. Helaas moet je elke dag weer constateren dat er zonden zijn in het leven die opwellen uit de bron van de oude mens. Wat een reden om zich diep onder God te verootmoedigen. Die zonden klagen het geweten aan. Hoe kan ik in heiligheid voor de Heere leven? Het leven is voor elk mens vol moeiten, maar voor een christen geldt dit vaak in heviger mate. Het kan buitengewoon moedeloos maken als de weg door diepe beproevingen gaat. U moet een weg gaan van een niet te stuiten ziekte. Uw leven is verduisterd door diepe rouw en steeds maar weer ziet en merkt u de lege plaats of plaatsen die in uw leven geslagen zijn. De ogenblikken zijn veel zodat die wonden schrijnen en pijn doen. De zware depressie wil maar niet overgaan en maakt vele dagen uitzichtloos. Het leven is vol raadselen vanwege de onbegrijpelijke wegen van eenzaamheid en zorgen die God met u gaat. De lichamelijke of mentale handicap van uzelf of van uw kinderen weegt zwaar. De ouderdom breekt meer en meer uw aardse bestaan af. U ziet er tegen op het nieuwe jaar in te gaan.

Het leven in deze zondige wereld is vol moeiten. Inderdaad, waren er geen zonden er waren ook geen wonden. Het is alsof de geest die in de wereld leeft zich steeds driester openbaart als een geest die radicaal tegen God en Zijn woord ingaat. De wereld leeft van het materialisme en van consumentisme en is volkomen op zichzelf geconcentreerd. U staat en leeft midden in deze wereld en maakt er deel van uit. De vraag leeft in het hart hoe ik mij onbesmet kan bewaren van deze wereld.

In deze strijd is kracht te verkijgen wanneer we zien op Christus. In Hem is de oude mens gestorven en begraven, zijn we dood voor de zonde, zijn onze zonden vergeven en hebben we een recht op het eeuwige leven. Wanneer de zonde nog levendig is, ons geweten ons aanklaagt, wanneer er zovele zwakheden overblijven in ons, laten we dan rusten in de wetenschap dat Christus heeft genoeggedaan. Houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode levend zijt in Christus Jezus onze Heere. (Rom. 6 : 11) Wanneer u dat borstwapen der gerechtigheid hebt aangedaan, geeft dit als vrucht een rust en vrede in het hart voor de Heere, vrede met uw weg en in uw hart. Hoe moeilijk de weg dan ook is, u mag in overgave des harten op de Heere zien, levende uit de gerechtigheid en heiligheid van Christus. En dat geeft rust.

Gaan we goed gekleed en beschermd het nieuwe jaar in? In de geestelijke wapenrusting? Aangedaan hebbende het borstwapen der gerechtigheid.