Meditatie Johannes 19:30a (mei 1992)

 “Toen Jezus dan de edik genomen had, zeide Hij: Het is volbracht.”

 Joh. 19 : 30a.

Dit woord van Christus: Het is volbracht, omvat tijd en eeuwigheid, begin en einde; dit woord is allesbeheersend en troostvol; dit woord is evangeliewoord bij uitstek. Dit woord bepaalt de geschiedenis in begin, midden en einde. In het begin wordt het scheppingsloflied gezonden: Alzo zijn volbracht de hemel en de aarde en al hun heir. (Gen. 2 : 1) De schepping is volbracht, voldragen, geheel gereed en volmaakt. De heerlijkheid van de schepping is de heerlijkheid van Jezus, het Woord ( Joh. 1) Door het Woord zijn de hemelen gemaakt. (Psalm 33) Aan het eind van de historie wordt door de zevende engel zijn fiool uitgegoten en spreekt een stem uit de hemel, van de troon: Het is geschied (Openb. 16 : 17). De geschiedenis van kerk en wereld is ten einde, waarin God Zijn raad volkomen heeft uitgevoerd. In het midden staat het kruis, waaraan Christus het werk der verlossing en verzoening heeft volbracht. Als vrucht van Zijn volbrachte kruisarbeid gaat in de gevallen wereld de boodschap uit van Gods liefde, opdat een ieder die gelooft in Hem niet verderve, maar eeuwig leven hebbe. De Geest past dit werk van Christus toe en als de geschiedenis voleindigd is, breekt aan de nieuwe hemel en de nieuwe aarde. Door Christus is de Schepping ontstaan. De mens is gevallen en ligt onder Gods toorn en de vloek. Door Christus is de herschepping. Dit woord der triomf, het is volbracht, tilt als het ware de verloren schepping op en luidt in de herschepping.

We voelen ons zo klein tegenover dit woord van de gekruiste Christus. Dit woord is zo breed en diep, wie kan het ten volle verstaan? Wij hebben geen peillood om de diepte te peilen (Ryle). Hier blijft verwondering over. Maar wel een verwondering vanuit het geloof.

Het eerste dat opvalt is dat dit woord leeft in de gedachten van Christus en Hij dit heeft uitgesproken. We lezen in vers 28: Hierna. Na alles wat Jezus geleden en gesproken heeft aan het kruis. Jezus wetende dat nu alles volbracht was opdat de Schrift vervuld zou worden. Jezus kent de Schrift en leeft er uit. Als mens weet Hij daaruit de Raad Gods. Naar Zijn Godheid kent Hij de Raad Gods volkomen. Hij weet dat alles nu volbracht is. Dit leeft in Zijn bewustzijn en geweten. Hij houdt dit niet voor Zich, maar spreekt het ook uit. Hij heeft ontzaglijke dorst geleden. Zelfs een blijk van deze algemene genade is Hem onthouden. Nu spreekt Hij deze dorst uit om door het ontvangen van drinken krachten te verzamelen om Zich te schikken tot de dood en ook om de laatste kruiswoorden te spreken. Toen Jezus dan de edik, een zure soldatenwijn, genomen had, zei Hij: Het is volbracht.

In het Grieks slechts een woord. Dit ene woord is van de allergrootste betekenis. Wat bezigen wij vaak vele ijdele woorden. Elk woord van Christus is als het ware met zorg gekozen en met zout besprengd. Dit woord is zalig voor zondaren, lieflijk voor engelen, behaaglijk voor de Vader en ontzettend voor de duiven. Dit woord is als zonder adres. Zelfs het voorgaande woord: Mij dorst, was nog tot hen gericht die Hem de edik konden geven. Het is volbracht. Dit woord klinkt naar de hemel, de aarde en de hel. De hemel is verzoend. De aarde is verlost. De hel is overwonnen. Christus zegt dit woord en in de prediking wordt het nagezegd, verkondigd aan alle gevallen zondaren. Opdat ellendige zondaren hier alle zaligheid zouden verkrijgen.

Het moet opvallen dat Christus niet zegt: Ik heb volbracht, maar: het is volbracht. Hij stelt Zichzelf niet in het middelpunt, om zo Zichzelf te eren. Hij heeft als knecht des HEEREN het door de Vader opgedragen werk volbracht. Dit werk heeft Hij gedaan. Het gaat in alles om de Vader en Zijn eer. Het is alsof Hij heel Zijn werkterrein overziet. Dit is volbracht. Welk een les voor ons om gewillig de weg te gaan, onze taak te volbrengen, maar daarin nooit onszelf te bedoelen.

Volbracht is de arbeid door de Vader Hem opgedragen. Hij sprak tot Zijn ouders: Wist gij niet dat Ik moest zijn in de dingen Mijns Vaders? (Lukas 2 : 49) Hij heeft tot Zijn discipelen gezegd: Mijn spijze is dat Ik doe de wil desgenen Die Mij gezonden heeft en Zijn werk volbreng. (Joh. 4 : 34) In Zijn hogepriesterlijk gebed spreekt Hij uit: Ik heb U verheerlijkt op de aarde Ik heb voleindigd het werk, dat Gij Mij gegeven hebt om te doen. (Joh. 17 : 4)

Volbracht wil zeggen: Het is voleindigd, tot zijn definitieve einde gebracht, het is tot zijn doel gekomen , het doel is bereikt. Het is ook een volkomen en volmaakt werk. Er ontbreekt niets aan. De Vader heeft Hem de arbeid opgedragen tot verlossing en verzoening, om de wet te vervullen en de toorn te dragen, de zonde te verzoenen, de dood en de duivel en de hel te overwinnen. Hij moest in de weg van Zijn lijden naar lichaam en ziel in de allerdiepste vernedering de straf dragen. Zo is bepaald in de eeuwige Raad. Het is nu alles geschied naar Gods plan. Als een wijs bouwmeester heeft God alles bepaalt als in een bestek. Het centrale van die Raad is de verlossing van zondaren die naar Gods recht de eeuwige dood verdiend hebben. De Vader heeft in die Raad zijn eigen Zoon opgedragen om in het aannemen van de menselijke natuur als de Knecht de straf te dragen om zo Gods recht te verheerlijken, opdat zondaren kunnen delen in Gods barmhartigheid en genade.

Gods raad heeft bepaald, dat er verzoening zal zijn, maar door voldoening aan Gods recht. Christus heeft deze taak op Zich genomen door Zich gewillig te geven. Deze Raad is geopenbaard in de tijd van het Oude Testament. De Schrift is er vol van. Denk aan de moederbelofte van het Vrouwezaad, dat de kop van de slang zal verpletten in de weg van lijden. Alle ceremoniën zijn als beelden, die ons verkondigen onze verlorenheid en het werk en de kracht van de verzoening door de komende Christus. De stromen bloed van de offerdieren wijzen heen naar Zijn bloed. Er is het woord der profeten, die spraken van de komende Knecht des HEEREN. Wie zou niet denken aan de prediking van Jesaja aangaande het Lam. Er is in de geschiedenis van het Oude Testament de prediking van zovele typen, afbeeldende het werk van de Middelaar. We denken aan de Psalmen. De Schrift is vol van de Persoon en het werk van de Middellaar, Die nog komen moest. Nu is dit alles volbracht. De Schrift vindt zijn definitieve vervulling in het werk van Christus. De opdracht is volvoerd. Hij heeft aan Gods recht betaald. De wet heeft Hij in zijn dadelijke en lijdelijke gehoorzaamheid volbracht. De duivel is overwonnen. De hel is ontkracht. De kerk is gezaligd, de gerechtigheid en de heiligheid zijn verworven. Hij heeft het doel bereikt in de verheerlijking van de Vader en in de zaligheid der kerk en de verlossing van de schepping. Hij heeft in de weg van Zijn lijden het gewicht van de gerechtigheid en de barmhartigheid Gods volkomen verheerlijkt en geopenbaard. Als profeet heeft Hij de Schrift en de Raad Gods vervuld. Als priester heeft Hij het offer ter verzoening gebracht. Als koning heeft Hij alle vijanden overwonnen. Hem staat niets meer in de weg om ongehinderd de dood en de opstanding tegemoet te gaan (Calvijn).

Het is volbracht. Het is slechts één woord. Het is een werkwoord in de voltooid tegenwoordige tijd. Deze werkwoordsvorm geeft aan dat er een toestand is ingetreden en aangebroken als resultaat van een handeling in het verleden. Deze toestand is blijvend. Er is een bladzij omgeslagen in de geschiedenis der mensheid. De mens is gevallen en diep ellendig. De mens is een voorwerp van Gods eeuwige toorn. In de geschiedenis van het Oude Testament is de Christus beloofd als de weg, de waarheid en het leven. De Christus is aan Abraham beloofd. In u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden. Nu heeft Christus het werk der verzoening zo volkomen volbracht, dat er een nieuwe bladzij openligt. Alle schaduwen en wettische ceremoniën zijn vervuld. Er is volkomen verzoening. De Geest Gods gaat uit om zondaren te doen delen in die verzoening. De Geest werkt het geloof in Christus door de prediking van dit volbrachte werk.

Dit woord klinkt als een juichkreet. Het is alsof Christus het uitjubelt dat Zijn werk volmaakt ten einde is. Althans het werk wat betreft het verwerven der zaligheid. Hij richt Zich met dit woord tot al de Zijnen. Hij is tot zonde gemaakt plaatsbekledend. Hij is door het recht des Vaders veroordeeld. Het straffend recht des Heeren was tegen Hem. Nu weet Hij dat alles is volbracht en er niets meer te eisen valt. Hij weet Zich gerechtvaardigd. Er is geen enkele schuld meer op Hem te verhalen. Daarom spreekt Hij dat nu ook uit. In de opstanding heeft de Vader dit publiekelijk uitgesproken. Welk een rijkdom en rust. Nu wordt verkondigd dat de zaligheid volkomen ligt in Christus.

Dit overwinningswoord heeft een rijke vrucht. Wij delen in die vrucht door het geloof. In Zijn dood is onze zaligheid volkomen gemaakt. (Calvijn). Alle ceremoniën der wet zijn afgeschaft. Het is volbracht. De zonde is vergeven. De toorn is gestild. Aan Gods recht is voldaan. De duivel en de hel zijn overwonnen. Hier ontsluit zich Gods liefde en barmhartigheid. Weliswaar is Christus uit Gods liefde en genade voortgekomen. Hij is het genadegeschenk van de Vader. Doch door Zijn voldoening ontmoeten de vrede en het recht elkaar en stroomt de liefde Gods ter wille van Christus naar zondaren. De zaligheid is verworven. Dit werk van Christus is volmaakt. Dit wordt gepreekt door het evangelie. De Heilige Geest werkt het uit in zondaarsharten.

Laten we niet rusten in iets van onszelf. Dit is dwaas. Want dan rusten we op een zandgrond die voor God geen bestand heeft. Laten we niets zoeken in onszelf. Wij hebben geen enkele vrucht die voor God waarde heeft. Onze verloren staat is volkomen. We hebben enkel zonde. Laten we als een verbroken zondaar de toevlucht nemen tot het volbrachte middelaarswerk van Christus. Zalig worden is als een verloren zondaar rusten op Hem.

Hier ligt een opwekking, bemoediging, troost, vermaning en verwondering.

Een opwekking. We zijn nog in het heden der genade. Wij horen de stem der prediking, die zulk een rijkdom opent dat er volkomen aan Gods recht is voldaan. God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende. Laat u met God verzoenen. Haast u om niet meer en meer de paden der wereld in te slaan, maar om de HEERE te zoeken. En vergeving in het bloed van Christus.

Een bemoediging voor verlegen zondaren, bij wie het geweten, het Woord, ja alles hen veroordeelt. Zondaren, die toch nog iets bij zichzelf menen moeten te bezitten om de Heere aan te bieden. Niets uit ons, maar alles uit Hem.  Leer uw wapens in te leveren en buig onvoorwaardelijk voor de HEERE. En zeg het maar: Ik heb gezondigd, ik ben Uw gramschap dubbel waardig. U, o Christus, hebt volkomen betaald. Laat ik mogen rusten op Uw werk. Rusten op het volbrachte Middelaarswerk door het geloof. Misschien hebt u een hemelhoge schuld en geen penning om te betalen. Christus heeft Zijn werk volbracht. En het werk van Christus wordt door het geloof toegerekend alsof ik het zelf gedaan heb. Wat een wonder.

Een troost voor alle kinderen Gods. We gaan zo vaak afwijkende wegen. Het geweten kan slaan als we moeten inleven onze diepe verdorvenheid en vleselijk bestaan. Christus’ werk is volkomen volbracht. Waar ge meer en meer door het geloof met Hem verenigd mag zijn , mag u delen in Zijn genade en liefde om in Hem te schuilen. Bij U schuil ik, o Heere.

Een vermaning voor alle christenen, die slechts uitwendig tot de kerk behoren. U kent het evangelie. Het is u al zo vaak verkondigd. Ga er niet aan voorbij. Het zal anders tegen u moeten getuigen. Veracht het volbrachte werk van Christus niet. Ook voor u is er genade in Zijn bloed. Zoek de Heere voor het te laat is.

Zo blijft er verwondering over en aanbidding. Niet te begrijpen. Voor vijanden en doemelingen heeft Christus alles volbracht. Zo mogen wij rusten op Hem. En wanneer we ingaan achter Hem aan, zullen we eeuwig de lofzang aanheffen. Gij, o Lam zijt waardig te ontvangen alle lof en aanbidding.

Ja! Volbracht zijn al de woorden
Die de Godsprofeten hoorden.
Ja! Vervuld is ’t recht der wet.
Onze wonden zijn verbonden.
Onze zonden zijn verslonden.
En de slangekop verplet.

Bron: Kerkbode Kralingseveer, mei 1992.