Meditatie Romeinen 8:14 (juni 1991)

"Want zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods."

Rom. 8 : 14

Ben ik nu een kind van God of ben ik het niet? Een zeer gewichtige vraag. Hoewel niet eens zoveel mensen deze vraag stellen of er mee worstelen. Bij de wereld leeft deze vraag niet, laat staan dat deze in het hart zou opkomen. En zou deze vraag werkelijk altijd leven bij kerkmensen? Trouwens, wanneer wij leven op het erf van de kerk is het antwoord op deze vraag niet zomaar vanzelfsprekend. Immers een kind van God te zijn is enkel genade, bloeit op uit het geloof in Christus en dient aan de vruchten gekend te worden. Een kind van God, zegt Paulus, is iemand die door de Geest van God geleid wordt. Ben ik geen vreemdeling van het geloof in Christus en is er een leven door de Geest der aanneming tot kinderen, dan dient dit alles gezien te worden aan de vruchten, aan het geleid worden door de Geest van God. Wat hebben wij er onder te verstaan: door de Geest van God geleid te worden?

Wanneer de Heere Jezus vlak voor Zijn hemelvaart voor het laatst met Zijn discipelen op aarde vergaderd is, geeft Hij hen het bevel niet van Jeruzalem te scheiden, maar de belofte des Vaders te verwachten. Heel uitdrukkelijk zegt Hij tot hen, dat zij zullen ontvangen de kracht van de Heilige Geest, "Die over u komen zal."

Na de hemelvaart keren zij terug van de Olijfberg en gaan inderdaad de stad Jeruzalem in. Te verwachten valt dat zij deze vijandige stad zullen vermijden en terugkeren naar het veiliger Galilea, maar ze zijn gehoorzaam aan het bevel van hun Meester. In de opperzaal zijn zij eendrachtig bijeen en zij volharden in bidden en smeken. Als onwaardigen, pleitend op Gods belofte zien zij biddende uit naar de komst van de Heilige Geest.

Wanneer de Pinksterdag aanbreekt, zijn zij ook weer samen op dezelfde plaats. Zij, dat zijn de twaalf apostelen, onderscheiden vrouwen, waaronder Maria de moeder van de Heere Jezus, Zijn broeders, en velen uit de bredere kring van de discipelen. Een schare van ongeveer 120 personen. Op de Pinksterdag is een heilige samenkomst, zo zijn zij ook op deze dag weer bijeen. Wellicht in verband met het Pinksterfeest ergens in de tempel. Op deze dag vervult de Heere Zijn belofte.

En er geschiedde haastelijk uit de hemel. Onder de tekenen van wind, vuur en tongen daalt de Heilige Geest neer en vervult hen allen en woont in de gemeente. Dit geschiedt haastelijk, onverwacht, plotseling. Dit woord geeft niet alleen het onverwachte, het verrassende van Gods werken aan, maar wijst vooral op het genadekarakter. In zekere zin komt de Geest onverwacht. Zien de apostelen en de discipelen op zichzelf dan kan er geen enkele verwachting zijn, wel wanneer er een gelovig rusten is op Gods belofte. Het ontvangen van de belofte is genade, doch eveneens de vervulling daarvan.

Het geluid geschiedt uit de hemel. Van ons en van de aarde is geen enkele verwachting. Het is zuiver genade dat de Vader Zijn Zoon gezonden heeft naar deze vervloekte wereld. Het is genade dat Christus gekomen is en Zijn arbeid in gehoorzaamheid aan de Vader verricht heeft. Het is genade dat de Heilige Geest komt en zo de belofte des Vaders vervuld wordt. De Heilige Geest komt uit de hemel. De Vader zendt de Geest in de naam van Christus, op grond van het volbrachte werk van Christus. Het is de Zoon, Die de Geest zendt van de Vader. De komst van de Geest openbaart de liefde van God Drieënig.

Door de komst van de Geest wordt de dag van het Pinksterfeest vervuld, volgemaakt. Pinksteren spreekt van vervulling. God vervult Zijn belofte gegeven in het Oude Testament aangaande de komst van de Geest in de eindtijd. Pinksteren is de vijftigste dag na Pasen. Bij Pasen begon men door het binnenhalen van de gerst aan de korenoogst, op Pinksteren voltooide men de korenoogst door de eerstelingen van de tarweoogst in de vorm van twee tarwebroden de Heere te offeren.

Pinksteren voltooit Pasen. Pasen is het feest van de bevrijding, van de opstanding van Christus. Christus heeft door Zijn opstanding de macht van de dood, de zonden, de vloek, de duivel en de hel volkomen overwonnen. In Hem is een volle zaligheid en Hij is een fontein van enkel heil en leven. De Heilige Geest Die op Pinksteren wordt uitgestort, voltooit dit werk van Christus. Pinksteren is het einde van het begin. De uitstorting van de Geest is het vaste en zekere bewijs dat Christus verheerlijkt is en dat Zijn offer de Vader behagelijk is. Pinksteren is het begin van het einde. Nu gaat alles heen naar de wederkomst en de Geest is gekomen om het werk van Christus te gaan toepassen in zondaarsharten.

In Christus ligt zowel de rechtvaardiging als de levensvernieuwing. Beide gaat de Geest toepassen. Hem is toevertrouwd het werk der toeëigening. Christus vergadert immers de Zijnen door Woord en Geest.

De Joden herdachten op Pinksterfeest de wetgeving op de Sinaï vijftig dagen na de uittocht uit Egypte. Deze wetgeving vindt op Pinksteren door de Geest zijn voltooiing. De tekenen van wind en vuur doen sterk denken aan het gebeuren bij de Sinaï. Toen is de wet gegeven op twee stenen tafelen. De wet is een grote gave, een regel om naar te leven in het betonen van dankbaarheid. Een zeer heilzame leefregel. Ik ben de HEERE Uw God, Die u uit Egypteland, uit het diensthuis uitgeleid heb. Waar de HEERE deze grote genadeweldaad van de uitleiding uit Egypte en de bevrijding uit de slavernij geeft, klinkt door de wet de oproep tot dankbaarheid in een leven naar de wet tot ere van Gods Naam. Bij de Sinaï nam de HEERE dit volk op in Zijn verbond en gaf deze gave van het verbond, de wet om zo te leven in de vreze des HEEREN. De wereld verzaken, de oude natuur doden en in een nieuw godzalig leven wandelen. Maar wat was de praktijk? Het volk bleek niet in staat de wet te volbrengen. Zij openbaarde een stenen hart, waarlangs de wet afgleed. Het volk heeft zo vaak de dienst des HEEREN verlaten, boog voor de afgoden en leefde niet naar de wet tot eer van God.

Maar Mijn volk wou niet  -  Naar Mijn stemme horen  -  Israël verliet   -  Mij en Mijn geboon   -   Heeft zich andere goon   -  Naar zijn lust verkoren   -

In zijn levenswandel openbaarde het volk zich niet als het volk des HEEREN. Zo gaf de HEERE uit Zijn genade Zijn rijke belofte van de komst van de Heilige Geest. "En Ik zal u een nieuw hart geven en zal een nieuwe geest in het binnenste van u geven; en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen en zal u een vlezen hart geven. En Ik zal Mijn Geest geven in het binnenste van u en Ik zal maken dat gij in Mijn inzettingen zult wandelen." (Ezechiël 36 : 26 en 27) Zo ook bij monde van de profeet Jeremia. De HEERE geeft een nieuw verbond. "Maar dit is het verbond dat Ik na die dagen met het huis van Israël maken zal, spreekt de HEERE: Ik zal Mijn wet in hun binnenste geven en zal die in hun hart schrijven en Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen My tot een volk Zijn." (Jer. 31 : 33)

Dit alles gaat in vervulling op de Pinksterdag. Die Geest komt, vervult de kerk en neemt het stenen hat weg en schrijft de wet in het hart en maakt door Zijn genade dat zij wandelt naar de wet in de wegen des HEEREN. De Heilige Geest doet leven it Christus. Niet alleen in de rechtvaardiging zodat mijn zonden worden afgewassen in het bloed van Christus en Zijn gerechtigheid mij wordt toegerekend, maar ook in de levendmaking. Zovelen er door Gods Geest geleid worden, die zijn kinderen Gods. Bij de leiding door Gods Geest hebben we hier te denken aan het leven in levensvernieuwing tot eer van God, een leven in de vreze des HEEREN. In de kanttekeningen van de Statenvertaling staat: "Dat is, in hun verstand verlicht en in hun wil en genegenheden geregeerd en bestuurd worden om te doen wat God behaagt."

Zie, waar we het geloof in Christus mogen beoefenen en er uit genade een leven is uit Gods belofte, leeft in het hart de begeerte tot eer van God te leven. De Heere heiligt de Zijnen om Gode te leven. De Heere zaligt zondaren, opdat zij hun leven Gode zullen offeren.

Wie heeft lust de HEERE te vrezen, 't Allerhoogst en eeuwig goed. God zal Zelf zijn Leidsman wezen,  Leren hoe hij wandelen moet.  Nu leeft die begeerte wel in het hart, maar hoe is de praktijk? Wat kan het hart vervuld zijn met smart dat ik een stenen hart heb, vleselijk ben, verkocht onder de zonden. Paulus zegt: Het goede dat ik wil, dat doe ik niet, maar het kwade dat ik niet wil, dat doe ik. Ik ellendig mens.

Nu is het wel eens opgemerkt, ik meen door Augustinus, dat God de begeerte aanziet voor de daad. En dit is inderdaad tot rijke troost. Maar zeker is het waar dat daarin de Vader verheerlijkt wordt, dat wij veel vruchten dragen. We lezen ook in Gods Woord, dat zonder heiligmaking niemand God kan zien. De Heere zaligt zondaren opdat zij in Zijn wegen zullen wandelen. Dat kunnen wij uit en van onszelf niet. Uit ons geen vrucht meer in der eeuwigheid. Wij zijn van nature onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Zo worden wij geleid door het vlees en de geest uit de afgrond, zo wandelen wij naar het vlees.

Maar zovelen als er door Gods Geest geleid worden, die zijn kinderen Gods. Die Geest is de Geest der levendmaking. Hij neemt het stenen hart weg en bedient ons uit het werk van Christus om uit Hem vruchten voort te brengen en zo te leven naar Gods instellingen. Dat is de leiding van de Geest. Die Geest neemt mij bij de hand en laat mij zien wie ik zelf ben en dat ik geen enkele vrucht kan voortbrengen tot eer van God, maar Hij leidt mij naar Christus en verheerlijkt Hem in het hart, zodat wij wandelen naar Gods wet. Zo schrijft de Geest de wet in het hart als een liefdeswet en Hij maakt als de Geest van Christus dat wij naar de wet gaan leven. Weliswaar heeft de allerheiligste in dit leven een klein beginsel van deze gehoorzaamheid. Dit moest ons dagelijks, ja elk ogenblik uitdrijven om als de vrucht van bekering te begeren de leiding van de Geest om niet naar het vlees maar naar de Geest te wandelen.

Hoe kan ik weten een kind van God te zijn? In deze tekst geef Paulus een antwoord. De boom wordt aan de vruchten gekend. Zovelen. Pinksteren spreekt van een grote overvloed. Joël heeft geprofeteerd en Petrus wijst in zijn Pinksterprediking op de vervulling van dat woord door de Geest. Een iegelijk, al wie de naam des HEEREN aanroept, zal zalig worden. Al wie. Zovelen. Wie ge dan ook zijt. Jong of oud. Arm of rijk. Man of vrouw. Van welke stand in het natuurlijke leven. Hoe zondig en verdorven in u zelf. Zovelen er door Gods Geest geleid worden, die zijn kinderen Gods. Zie niet op iets van u zelf, maar smeek om de leiding van de Geest.

We kunnen spreken van een ereschuld voor de Kerk. Waar ge leeft uit genade en Christus een gestalte in uw ziel gekregen heeft en u door Christus de Vaderlijke liefde en gemeenschap mag ervaren, zo behoort uw levenswandel te zijn als een kind van God tot eer van Hem in de vreze van Zijn naam. Hier liggen veel oefeningen. Een diepe ontdekking. Uit ons geen enkele vrucht. Maar zovelen als er door de Geest Gods geleid worden. Die Geest neemt het stenen hart weg en maakt dat wij in de inzettingen Gods leven. Dit zou ons elke dag bezig moeten houden. De bekering is een doorgaand en dagelijks werk. Geve de Heere dit te beoefenen opdat het gelden mag in ons aller leven:

Ik zet mijn treden in Uw spoor,    -    Opdat mijn voet niet uit zou glijden;   -   Wil mij voor struikelen bevrijden,   -   En ga mij met Uw heillicht voor.    -  

Want zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.

Welzalig, die, bij dagen en bij nachten,   -    Gods wil bepeinst en Hem als het hoogste goed   -    Van harte zoekt met ingespannen krachten.

 

Kerkbode Kralingse Veer, juni 1991.