Meditatie Jesaja 53:5

De lijdende knecht des HEEREN

“Maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden.”

                                                                                                              Jesaja 53 : 5

Gaan wij de weg naar de hemel? Of zijn we allen zo druk bezet dat we weinig of geen tijd hebben om over de dingen van Gods koninkrijk na te denken? Laten we ons voorbereiden opdat wij en onze kinderen ingaan in de eeuwige tabernakelen. Mag ik achter u aandringen gedachtig aan de opdracht des Heeren aan Ezechiël om als een wachter te waken. “Zo zult gij het woord uit mijn mond horen en hen van Mijnentwege waarschuwen. (Ezech. 3 : 17) Zie toch op de Heere Jezus. Zie op de lijdende knecht des HEEREN.

Het ongehoorde

We lezen in de verzen 1 tot en met 10 de profetie over de lijdende knecht des Heeren. Deze boodschap komt niet uit de mens op, wordt van deze wereld nergens vernomen. De inhoud is zeer bijzonder, ongehoord en ongelooflijk. Wie heeft onze prediking geloofd? Wie gelooft ons gehoorde? Jesaja heeft de profetie ontvangen door Goddelijke openbaring. Hij heeft de boodschap van God gehoord. Hij geeft de boodschap door aan de kring om hem heen en aan het volk Israël. Wie heeft onze prediking geloofd? Onze prediking, ons gehoorde, het door ons, dat is èn door de profeet èn door het volk gehoorde. Maar wie gelooft het? En aan wie is de arm des HEEREN geopenbaard. In de weg van de lijdende knecht des HEEREN openbaart zich Gods arm. De arm is symbool van de kracht. Dus het gaat hier over Gods genadekracht. Aan wie is de onthulling van die kracht bekend?

De boodschap is té bijzonder. De profetie van de lijdende knecht des HEEREN in de verzen 1 tot en met 10 wordt omarmd door de eigen woorden van de HEERE. De verzen 52, 13-15 geven een inleiding en in de verzen 53,11 en 12 gaat het over de vrucht en de zin van dat lijden. God leidt zelf de profetie in (52, 13-15). Zie. Laten de volken en Israël erop letten. Mijn Knecht. Aan de oosterse hoven verkeert een knecht in een bijzondere positie en ontvangt van de vorst een bijzondere opdracht. Mijn knecht. Jezus is de eigen Zoon van God. De Vader heeft Hem verkoren tot Borg. Hij geeft Hem de opdracht tot het werk der verzoening. De Borg gaat lijden in zijn menselijke natuur. In het werk van Christus openbaart zich het werk van God. Achter Christus staat de Vader De bron van de zaligheid ligt in de liefde van de Vader. In deze verzen spreekt God over de weg door het lijden tot de heerlijkheid. Zie, mijn Knecht zal verstandig handelen. Hij zal zijn werk met wijsheid en voorspoedig doen. Hij zal verhoogd worden in opstanding, hemelvaart en het zitten aan de rechterhand van de Vader.

Zijn lijden is wel onvoorspelbaar diep. Velen ontzetten zich over U, zo spreekt de Vader tot zijn Knecht. Zijn gelaat en gedaante zal door het lijden geheel misvormd zijn. Zijn lijden is onmenselijk. Meer en dieper dan enig mensenkind heeft geleden of zal lijden. Maar zijn verhoging zal ongehoord heerlijk zijn. Vele volken zullen er over opspringen. De koningen zullen, als ze zijn heerlijkheid zien, moeten zwijgen. Zo heerlijk zal het zijn. Door lijden tot heerlijkheid. Dit is nooit ergens gehoord of verkondigd.

Wie gelooft dit gehoorde? Het is ongehoord. Zulk een liefde van de Vader die zijn eigen Zoon als knecht gaf. Ongehoord zulk een liefde van de Zoon. Ongehoord dat de heerlijkheid zich openbaart door die diepe weg van het lijden.

Mijn zonden

In de profetie gaat het over het lijden van de Knecht des HEEREN. Heel zijn leven was lijden, van Zijn komst in de wereld, de aanvang van Zijn leven op aarde af. Waarom was nu dat lijden van Hem als de Man van smarten? We lezen in vers 5 over onze overtredingen, onze ongerechtigheden, de straf. De HEERE laat ons in deze verzen zien dat wij zondaren zijn. Wij doen zonden in gedachten, woorden en daden. Vanwege die zonden zijn we schuldig en straf waardig. Met de woorden overtreding en ongerechtigheid laat de Heere die diepe en verschrikkelijke aard van de zonden zien. Overtredingen. Zonde is opstand tegen God en rebellie. Het wezen van de zonde is een bewuste opstand tegen God. Het is opstandige, ondankbare ongehoorzaamheid. Het verschrikkelijke van de zonde is dat ik mij tegen God verzet en niet onder Hem wil buigen. Ongerechtigheden. Dat woord geeft aan dat we afbuigen van de goede weg, een overtreden van Gods gebod uit een boos hart. Het veronderstelt boos opzet, vijandigheid en kwade trouw.

De Heere laat ons met deze woorden zien het ontzaglijke van de zonden. Wij hebben straf, tuchtiging verdiend. De straf is niet minder dan het eeuwige oordeel. God voltrekt de straf over mijn zonden. Zo ontvalt mij alles en heb ik geen bestaan voor God. Ik ben niet anders dan de dood waardig. Zo Gij in het recht wilt treden en gadeslaan mijn ongerechtigheden, wie kan dan bestaan? Het is wat om mens, zondig mens te zijn. Zegt u hier voor Gods aangezicht amen op?

Zijn lijden

Nu het ongehoorde wonder. Zie, Mijn knecht. Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld. Hier is sprake van plaatsbekleding. Hij is verwond, doorboord. Hij is verbrijzeld, verpulverd. Deze woorden geven het hevige van Zijn lijden aan. Hij is doorboord en verbrijzeld door mensen en in hen en daarom door God zelf. Omdat mijn zonden Hem zijn toegerekend. Hij droeg de straf. Hij kreeg de striemen. Zo is Christus in de hof Gethsemané ruw gebonden, op de binnenplaats van het paleis van de stadhouder door de soldaten gegeseld en bespot, op Golgotha aan het kruis genageld waar de nagels zijn handen en voeten doorboorden. Hij droeg de doornenkroon en een speer doorstak zijn zijde. Hij is van God verlaten onder de striemen van Gods toorn. Zijn lijden was plaatsbekledend, in opdracht van de Vader en uit liefde tot verloren zondaren.

O, Liefde, die om zondaars te bevrijden.   Zo zwaar wou lijden.

Mijn genezing

Dit lijden van Christus draagt een heerlijke vrucht en wordt gekend door allen die Hem geloven. De straf die ons de vrede aanbrengt, was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden. Hij de straf en de striemen. Voor ons genezing en vrede. Wie zijn zonde kent en belijdt,  voelt diepe smart dat hij heeft gezondigd. Zondekennis en zondebelijdenis slaan diepe wonden in het hart. Maar als ik de toevlucht neem tot Christus’ wonden, brengt Zijn bloed genezing en in plaats van droefheid, vreugde in Hem.

Het hart dat zijn zonden voor de Heere belijdt, zegt: Ik heb tegen U gezondigd en tegen U ben ik ingegaan. Ik ben Uw toorn en gramschap waard. Maar wanneer ik de toevlucht neem tot de bloedwonden van Christus ervaar ik in Hem de liefde van de Vader. Door mijn zonde sta ik buiten Gods gemeenschap. De zonden hebben een mens die naar Gods beeld is geschapen en dus op God is aangelegd van God vervreemd. In en door het bloed van Christus is er verzoening en het kennen van zijn gemeenschap.

Door Zijn striemen is ons genezing. Genezing. Herstel. Omdat ik om Christus’ wil vergeving ontvang en een recht op het eeuwige leven. Genezing. Een grote smart in het leven is dat ik een lichaam der zonde en des doods blijf meedragen. Ik ellendig mens, wie verlost mij van het lichaam dezes doods. Maar vanwege de verzoenende arbeid van Christus mag ik, wanneer ik door het geloof in Hem schuil, in Hem heilig zijn en door Hem meer en meer heilig gaan leven in het afsterven van die oude mens. Ik dank God door Jezus Christus onze Heere.

Door Zijn striemen ons genezing. Er zijn in het leven ook de vele wonden van de moeiten en zorgen en kruis van het leven. De heerlijke vrucht van Zijn striemen wanneer ik door het geloof uit Hem mag leven is ook de heiliging van het leven, van alle levenssmarten en moeiten. Dan draag ik het kruis achter Christus aan en brengen de moeiten en het lijden mij dichter bij Hem.

Vrede

De straf die ons de vrede aanbrengt. Vrede. Paulus schrijft:  Wij dan gerechtvaardigd zijnde uit het geloof hebben vrede bij God dor onze Heere Jezus Christus. Vrede, sjaloom, dat wil zeggen het ware welzijn, heelheid, de volle harmonie. Vrede met God, vrede met mijn levensweg. Vrede met de naaste, dat is een groot wonder dat in deze verscheurde en verdeelde wereld sprake is van vrede. Door het geloof in Christus. Christus is onze vrede.

Mijn geloof

Wie heeft nu die prediking, dat gehoorde geloofd? Wie gelooft het? Luther zei: wie het gelooft die heeft het. Het geloof is geen vrucht van mijzelf. Het geloof wordt gewerkt door de genadekracht des Heeren. De Heere vraagt van mij geloof, beveelt mij te geloven omdat Hij belooft het zelf te werken. We houden Gods eis en belofte bijeen.

Laat ik met al mijn zonden uitgaan naar de knecht des Heeren en laat ik tot Hem vluchten zo, zoals ik ben. Onvoorwaardelijk en met spoed. En wie door het geloof in Hem genezing en vrede vindt, kan alleen maar zeggen dat dit geloof gewerkt is door de hand des Heeren en hij zegt dat gaarne. Hij wil God de eer geven. Het geloof wordt gewerkt door Woord en Geest. Dit geeft mij de vreugde om te preken en doet mij u allen oproepen tot geloof in de wetenschap dat het woord krachtig is en dat de Geest werkt.

Kom, zondaar, zie Mijn Knecht.

Hoe ontzaglijk zal het zijn als het van een mens moet gelden: Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht.

                        WIE HEEFT ONZE PREDIKING GELOOFD?