Meditatie Johannes 14:16 en 17 (juni 1990)

 “En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid; namelijk de Geest der waarheid, Welke de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij ulieden en zal in u zijn.”

                                                                       Joh. 14 : 16 en 17.

Dit is een zekere en vaste belofte voor Gods Kerk in haar strijd op aarde. De Koning van de Kerk is heengegaan en zit aan de rechterhand des Vaders. Doch Hij heeft de Zijnen niet zonder meer achtergelaten. Hij gaf hen de rijke belofte, dat Hij de Vader zal bidden en Deze zal een andere Trooster geven, Die bij hen zal blijven tot in der eeuwigheid. Op de Pinksterdag is deze belofte vervuld.

Christus heeft deze woorden gesproken in Zijn afscheidswoorden, zo worden de hoofdstukken 14, 15 en 16 van het Evangelie naar Johannes genoemd. Hij spreekt over de komst van de Heilige Geest in verband met Zijn heengaan. Herhaaldelijk komen we dit in dit Schriftgedeelte tegen. Ik ga heen en Ik zal weder komen. We lezen dat in vers 3 en we komen het ook weer tegen in vers 28. We leven in de tijd tussen Christus’ heengaan en Zijn wederkomst, tussen Hemelvaartsdag en de grote dag des oordeels. In deze tijd komt de Heilige Geest om bij de Kerk te blijven. En door die Geest is Christus bij de Kerk. En door die Geest als de Geest der aanneming tot kinderen ervaart ze de liefde en de gemeenschap des Vaders.

Het komen van de Geest staat dus in direct verband met het heengaan van Christus. Dit is een heengaan door het lijden en de dood heen. Hij gaat heen om plaats te bereiden door Zijn middelaarsarbeid Hem opgedragen door de Vader. Na Zijn overwinning, geopenbaard op de Paasmorgen, gaat Hij heen. De Vader verheerlijkt Hem met de heerlijkheid die Christus bij Zijn Vader had eer de wereld was. Hij zal zitten ter rechterhand van de Vader om daar altijd te leven om voor Zijn Kerk te bidden. En één van de eerste vruchten van de voorbidding van de grote Hogepriester is de zending van de Geest. Ik zal de Vader bidden en Hij zal u de Geest geven. Wat ligt het heil en de zaligheid vast in de liefde en het werk God Drie-enig. Christus bidt, de Vader geeft en de Geest komt. De zaligheid is uit de Vader, door de Zoon, in de Heilige Geest. Het komen van de Geest staat ook in verband met de wederkomst. Christus komt weder ten oordeel. De wereld zal voor eeuwig ten onder gaan en Hij zal Zijn kerk voeren op de nieuwe aarde ter eeuwige bruiloft. In de Geest heeft de Kerk de zekerheid dat Christus wederkomt. We lezen immers in het laatste Bijbelboek: De Geest en de bruid zeggen : Kom.

Het valt op, dat Christus zegt dat de Vader een andere Trooster zal geven. Er staat niet dat Hij een Ander, een Trooster zal geven, maar een andere Trooster. Er is dus nog een Trooster. Die Trooster is Christus. Hij gaat heen, doch de Vader zal een andere Trooster geven. De Trooster is de Parakleet. Dat is een rijk woord. Een parakleet is een advocaat, een erbij-geroepene. Een Parakleet helpt, staat bij, neemt het voor iemand op. Een parakleet is een zaakwaarnemer. Een parakleet treedt ten gunste van een ander op, is een voorspraak.

Christus wordt ook een Parakleet genoemd en wel in 1 Joh. 2 : 2: “En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak (Parakleet) bij de Vader, Jezus Christus de Rechtvaardige.” Hij was al op aarde voor Zijn discipelen een Parakleet. Nu is Hij het aan de Rechterhand des Vaders in Zijn voorbidding. De Heilige Geest is een andere Parakleet. Zo is er het nauwste verband tussen Christus en de Geest. De Geest is de andere Trooster door Christus in de Kerk te verheerlijken en door de Kerk uit Christus te leren en te laten leven. De Geest zal als de andere Trooster doen wat Christus op aarde deed bij Zijn discipelen. Zo gaat Christus wel heen, maar er is de belofte van de blijvende bijstand. Ik zal u niet begeven, noch verlaten. Hoe zou het anders met de Kerk op aarde moeten gaan? Kan ze blijvende weerstand bieden tegen de vijanden? Kan ze volharden in het gebed en het geloof? Kan het Woord gepredikt worden door haar? Kan zo de Kerk nog vermeerderd worden? We moeten direct zeggen dat dit alles voor de Kerk zelf onmogelijk is. Christus zegt immers: Zonder Mij kunt gij niets doen. Maar nu gaat Hij wel heen, Hij neemt afscheid, maar zal hen geen wezen laten. De Vader zal de Geest, de andere Trooster geven.

De Geest wordt niet alleen Trooster, Parakleet genoemd maar ook de Geest der waarheid. We zeiden al dat er een eenheid is tussen Christus de woorden: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Hij is de waarheid. Gods woord is de waarheid. Tegenover waarheid staat leugen. Zo is er de geest der waarheid en der leugen. De wereld is in de greep van de geest der dwaling. Doch de Heilige Geest is de Geest der waarheid. Hij doet ons als de inwendige Leermeester Gods Woord verstaan. Dat Woord  komt tot ons. Wij horen het. Doch de Geest doet het levend en krachtig zijn in ons om het te verstaan. Christus is de waarheid. De Geest als de Geest der waarheid verheerlijkt Christus in zondaarsharten, opdat Deze een gestalte in ons zal krijgen.

Hoe zal die Geest bij de Kerk zijn? We lezen drie zaken. Hij zal bij u blijven in der eeuwigheid. Er staat in de Griekse tekst: met u blijven. En even later staat er: Want Hij blijft bij u en zal in u zijn. Zo lezen we drie zaken. De Geest is met de Kerk, bij de Kerk en in de Kerk.

Met de Kerk. Hij zal met u blijven. Dat spreekt ons van gemeenschap. Van bescherming. Hier klinkt door hetgeen we lezen ook al in het Oude Testament: Vreest niet, want Ik ben met u. We zijn hier temidden van vele gevaren. Aan alle kanten omringd door vijanden. Er is strijd van buiten en van binnen. Dan denken we niet alleen aan de vijandige, goddeloze wereld. Daar ook aan. Daar ook zeker aan. Vooral in onze dagen briest de wereld haar vijandschap uit tegen God en Zijn Woord. Hoe zal de Kerk in de branding der tijden staande blijven? Maar laten we niet vergeten hoe de duivel rondgaat als een briesende leeuw, zoekende wie hij zou mogen verslinden. De duivel valt aan met opgestoken vaan van zijn vurige pijlen. Welk een listige omleidingen. Maar vooral ook denken we aan het eigen zondige vlees. Want het bedenken van het vlees is vijandschap tegen God. Wie zou temidden van zoveel en zo zware vijanden weerstand kunnen bieden? Bij ons is geen kracht tegen zulk een grote menigte. Doch de Geest zal met de Kerk zijn en Hij bedient ons uit de overwinningskracht van Christus. De Geest leert mij mijn eigen zwakheid en krachteloosheid kennen en verheerlijkt zo Christus, Die alle vijanden heeft overwonnen. In Hem meer dan overwinnaars. En hier ligt zulk een bestendige belofte, want die Geest zal met u blijven in der eeuwigheid. Dat wil zeggen zolang de Kerk op aarde is tot aan de wederkomst zal die Geest met de Kerk zijn.

Hij zal bij u blijven. Er staat: blijven. Dat wil zeggen dat de Geest er al is. Ja zeker. De discipelen hebben Christus leren kennen en uit Hem leren leven door de Geest. Niemand leert Christus kennen buiten de Geest om. Maar nu de Borg heengaat, belooft Hij dat de Geest bij hen zal blijven. Welk een rijke troost. Immers, wij zijn dwaalziek en kunnen God vergeten dagen zonder tal. We gaan steeds weer afwijkende wegen en zijn ontrouw. Het Oude Testament spreekt van afhoereren. Wat komt er dan van ons terecht? We zijn in de val bij de Heere weggelopen en wij gaan steeds weer wegen die van de Heere afwijken. Doch God is de Getrouwe, Hij is de HEERE, de Verbondsgod. Hij laat niet varen de werken Zijner handen. De Geest zal bij u blijven. Ik zal u niet begeven en u niet verlaten.

Tenslotte : Hij zal in u zijn. Hiermee wordt aangeduid het innerlijk werk van de Heilige Geest. Iemand schreef eens : Het oude verbond is in sommige opzichten een zaak van heilrijke uiterlijkheid, het nieuwe verbond is een kwestie van verlossende innerlijkheid. Niet dat het uiterlijk onbelangrijk is. Het geloof is uit het gehoor en het gehoor door de prediking. Toch moet de waarheid innerlijk verstaan worden. De Heilige Geest vernieuwt ons. Hij werkt in ons het nieuwe leven. De Geest is in ons en zo vernieuwt Hij ons. Het Woord Gods wordt alleen verstaan door de inwendige Leermeester. Wedergeboorte is een geboren worden uit de Geest. De Geest verlicht het verstand, buigt onze wil, vernieuwt en geeft verstand van God en Goddelijke zaken. Die Geest leert ons bidden. Die Geest werkt het geloof. Die Geest leidt in alle waarheid. Die Geest verheerlijkt genade. Die Geest verbreekt ons en leert de ware boetvaardigheid in verbrokenheid des harten. Die Geest leert zeggen Abba, Vader. Die Geest getuigt met onze Geest dat wij kinderen Gods zijn.

Welk een alomvattend werk des Geestes. Met ons, bij ons en in ons en dat blijvend tot op de dag van de Wederkomst om dan ten volle van de Geest  doorwoond te zijn.

 De Heere spreekt van een aangrijpend onderscheid. Er is sprake van een niet kunnen. De wereld kan de Geest niet ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet. De wereld kent het geloof niet. Zij kent en erkent Christus niet. De wereld weet niet van het innerlijk werk des Geestes. Een natuurlijk mens verstaat niet die dingen, die des Geestes Gods zijn. De wereld is diep ongelukkig en zeer te beklagen. Zij kan de Geest niet ontvangen. Maar, zegt Christus : Gij kent Hem. Ziet, dat is enkel genade. Hier is geen sprake van enige verdienste van de mens. Gij kent Hem, want Hij blijft bij u en is in u. Gij kent Hem, omdat de Geest u geschonken is. Zo is er niet in ons te roemen. Het grote onderscheid tussen de wereld en de Kerk is niet dat de Kerk beter is, of waardiger. Het onderscheid is dit, dat de Kerk leeft van genade. Enkel genade. Door U, door U alleen. Gij kent Hem. Ziet, dat is het wonder. Die Geest onderwijst u, versterkt en troost u en verzekert van de zaligheid. Die Geest te kennen en Zijn werkingen te kennen is het leven. Want Hij is de Geest der waarheid, de Geest van Christus.

Gij kent Hem. Dat getuigt Christus van Zijn discipelen. Kent gij Hem ook?

Bron : Kerkbode Kralingseveer, juni 1990.