Meditatie Genesis 5:28-29 (december 2000)

Lamechs geloofsverwachting

“En Lamech leefde honderd twee en tachtig jaar en hij gewon een zoon. En hij noemde zijn naam Noach, zeggende: Deze zal ons troosten over ons werk en over de smart onzer handen, vanwege het aarderijk dat de HEERE vervloekt heeft”

                                                                                                                               Gen.5:28 en 29.

Het is een blijde geschiedenis wanneer jonge mensen uit de hand des Heeren een kind, een eersteling, mogen ontvangen. Elke geboorte is een wonder. Je wordt er stil van als een eersteling gekomen is en deze mag zo voor het oog gezond in de wieg liggen. We koesteren als ouders de stoutste verwachtingen en hopen dat dit kind gezond en voorspoedig mag opgroeien en, met gaven en talenten bedeeld, iets bijzonders mag betekenen in het leven. Er wordt gehoopt dat het kind tot zegen voor de ouders en anderen mag zijn. Dat de ouders zich verlustigen mogen in de liefde van het kind. Veelal doen ouders teleurstellingen op. Het is ook heel niet zeker of de kinderen mogen opgroeien tot de volwassenheid. Lamech heeft bij de geboorte van zijn eersteling de grootste verwachtingen Hij brengt zijn verwachtingen onder woorden en zegt: Deze zal troosten over ons werk en over de smart onzer handen. Maar zijn zoon kan deze verwachtingen niet vervullen en waarmaken. Christus is gekomen in het vlees naar Gods belofte. Hij heeft zijn arbeid in de vernedering volbracht. Van Hem mogen we de allergrootste verwachtingen koesteren. Deze zal ons troosten. Nooit kan daarom het geloof teveel verwachten van Hem.

Verwachting

De woorden door vader Lamech gesproken bij de geboorte van zijn zoon spreken van levenssmart. Wanneer Lamech 182 jaar is wordt hem een zoon geboren. Zijn verwachtingen zijn hooggespannen. Hij noemt de naam van zijn eersteling Noach en zegt: Deze zal ons troosten over ons werk en over de smart onzer handen vanwege het aardrijk dat de HEERE vervloekt heeft.. tussen de naam Noach en het Hebreeuwse woord troosten ligt een klankovereenkomst. De naam Noach betekent rust. Lamech verwacht dat Noach hem rust zal geven door hem te troosten over de smart van zijn leven. We lezen deze woorden in Genesis 5. Door de zonde is het menselijk geslacht in tweeën gescheurd, het slangenzaad en het vrouwenzaad. In Genesis 4 is sprake van het geslacht van Kain. We lezen: En Kain ging uit van het aangezicht des HEEREN. Hij ging wonen in Nod ten oosten van Eden en verliet de HEERE. We zien in zijn geslacht de zonde tot een hoogtepunt komen in de hoogmoedschaal van Lamech. Het is een geslacht zonder en buiten en ver van de HEERE. Wat is daar van te verwachten? Genesis 5 daarentegen laat ons zien het geslacht van Adam over Seth. In dit geslacht is de vreze des HEEREN bewaard. We zien hier de lijn des verbonds. Schijnbaar is het een eentonig hoofdstuk. Vele malen komen we hetzelfde tegen. Iemand leeft een aantal jaren. Hij ontvangt een zoon. Daarna leeft hij nog een aantal jaren en sterft. Toch is het een bijzonder hoofdstuk. We lezen van Enos. In de dagen van Enos begon men de naam des HEEREN aan te roepen. We lezen van Henoch. Henoch dan wandelde met God en hij was niet meer, want God nam hem weg.

Daarna lezen we van Lamech. De negende van Adam. Deze Lamech is 777 jaar geworden. Ook in Kains geslacht is sprake van een Lamech. Ook bij hem komen we het getal 7 tegen. Hij bralt in zijn hoogmoed: Kaïn zal zevenvoudig gewroken worden, maar Lamech zeventig maal zevenmaal. Bij hem wijst zeven op wraak en vloek. Bij de Lamech uit het geslacht van Seth wijst zeven op zegen, verzoening en een zekere opheffing van de vloek. Bij deze Lamech leeft geloofsverwachting. Bij de geboorte van zijn zoon Noach spreekt hij: deze zal ons troosten over ons werk en over de smart onzer handen vanwege het aardrijk dat de HEERE vervloekt heeft.

Levenssmart

We beluisteren in deze woorden van Lamech een diepe levenssmart. Lamech en zijn tijdgenoten zijn er diep van overtuigd dat het leven vol smart is. Men leeft van de akkerbouw. Doch deze arbeid, op zichzelf een zegen, gaat gepaard met veel moeiten. Hij spreekt van een moeitevolle en zure arbeid onzer handen. Dit vanwege het aardrijk dat de Heere heeft vervloekt. De Heere heeft bij de schepping aan Adam een heerlijke woning gegeven. Het paradijs mocht door Adam en zijn vrouw worden bewoond. Zij mochten eten van de vruchten der bomen. Behalve van de vrucht van één boom. Dat vroeg de HEERE zodat de mens een vrijwillige liefde en gehoorzaamheid tot zijn Schepper kon openbaren. Maar de zonde heeft zijn intrede gedaan. We lezen in Gen. 3 :17:” Dewijl gij geluisterd hebt naar de stem uwer vrouw, en van dien boom gegeten, waarvan Ik u gebood, zeggende: Gij zult daarvan niet eten; zo zij het aardrijk om uwentwil en met smart zult gij daarvan eten al de dagen uws levens. Ook zal het u doornen en distelen voortbrengen.” Vanwege onze zonde ligt er een vloek over de gehele aarde. Zo is het schepsel der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil die het der ijdelheid onderworpen heeft. Rom.8:20. Over heel de aarde ligt de vloek. De zegen is een grote vruchtbaarheid van de aarde. De vloek is dan het ontberen daarvan. De arbeid gaat met grote zwarigheid gepaard en de opbrengst, met moeite aan de aarde ontworsteld, valt vaak tegen en biedt dan karigheid.  De vrouw brengt met smart kinderen voort. De man zal in het zweet zijns aanschijns brood eten. Met Calvijn zien we dit als een verkorte zegswijze en lezen in die woorden heel de ellendestaat van de mens. Het leven in een zondige wereld is vol verdriet en zorgen door het uitnemendste moeite en verdriet en zorgen door de rechtvaardige vloek des HEEREN op onze zonden. Mozes zegt dat het uitnemendste moeite en verdriet is.

Het leven heeft door Gods genade schone en blijde dingen. Er is door de zonde en vloek veel smart. Het leven der mensen is vol ellende. Denk aan de moeitevolle arbeid. Velen hebben geldelijke zorgen. In menig ouderhart leeft smart over de kinderen. De zon kan ineens ondergaan als een ernstige ziekte zich aandient. De blijde verwachting wordt dan overschaduwd door verdriet als een ongelukkig kind geboren wordt. De dood kan plotseling een leven beëindigen. Ook een jong leven. Velen komen om in het verkeer. Ook jonge kinderen. Een ernstige ziekte kan een gezond leven slopen. Denk aan het leed van de oorlog. Haat en vijandschap verscheuren gezinnen, huwelijk en familie. Wat is er een ontrouw. Menig hart loopt verwondingen op in het leven.

Levenssmart. Wie zal dan troosten? Troost is het schenken van bemoediging  en verzachting in geestelijke nood. Troost is het lenigen van smart. Is dit van de wereld of van de satan te verwachten? Nee toch. Als de dood komt, heeft de wereld geen troostboodschap meer.

Sprekend over levenssmart denken we aan de smart der zonden. Voor Gods aangezicht leert een gevallen mens zich kennen als een zondaar, een zondig mensenkind. Een gevallen mens voor God moet belijden dat de zonde hem van God scheidt en hem een voorwerp maakt van zijn toorn. Het geloof gaat gepaard met strijd. Er is geen geloof zonder strijd. We verkeren immers in de strijd met ons vlees, de satan en de vijandschap en verleiding der wereld? Wie zal ons troosten? Als we gaan door de donkerste nacht? Terecht spreekt Lamech van levenssmart. Hij ervaart daarin Gods toorn en zijn vloek. Zie, dat drukt ons naar beneden. We hebben toch in alle smart te erkennen het verdiend te hebben. En smartelijk is het te ervaren Gods drukkende hand in zware tijden. David zegt: uw hand was dag en nacht zwaar op mij. Niets en niemand kan dat troosten. Niets en niemand?

Geloofsverwachting

Tegenover en temidden van die levenssmart gewaagt Lamech van een geloofsverwachting. Hij ziet op zijn zoon. Hij noemt hem Noach. Deze naam betekent: rust. En hij zegt: deze zal ons troosten. Hij zal rust geven in dit moeitevolle leven en ons troosten. En we vragen ons af of deze Noach inderdaad getroost heeft. Sommigen zeggen dat hij de uitvinder van de ploeg was en zo de akkerlieden bij hun werk heeft verlicht. Anderen wijzen er op dat hij na de zondvloed een akkerman begon te zijn en zijn wijngaard plantte. En is de wijn naar het woord van de Schrift niet tot verheuging? Maar met zulke verklaringen peilt men toch de ernst van de levenssmart niet.

Heeft Noach troost gebracht? Noach was een vroom en rechtvaardig man, levend in de vreze des Heeren. Noach heeft de ark gebouwd en zo kon na de zondvloed de aarde weer bevolkt worden met vee, dieren en mensen. De HEERE heeft met Noach een verbond gesloten en beloofde de aarde niet meer door water te verdoen. De regenboog spreekt van Gods trouw en genade in natuur en het leven der mensen. Maar Noach heeft de vloek niet weg kunnen namen en geen rust geschonken.

Wat verwachtte Lamech eigenlijk? Zou de Heere hem door de ingeving des Geestes hebben laten zien tot welke grote dingen Noach kwam en verwachtte hij aldus iets groots en zeldzaams van hem? Met zijn uitspraak getuigde Lamech van een bij hem levende geloofsverwachting. Ongetwijfeld rustte het geloof van Lamech op Gods belofte van de komst van het Vrouwenzaad dat de kop van de slang zal verpletten. Dacht hij dat met Noach deze belofte haar vervulling zou krijgen? We lezen in Gods Woord hoe dat een mens getroost kan leven temidden van alle smart en moeite door in het geloof te leven uit Gods woord en Gods beloften. Uw toezegging heeft mij leven gemaakt, zegt David. “ik, ik ben het die u troost. Wie zijt gij dat gij vreest voor de mens die zal sterven en voor een mensenkind dat hooi zal worden?” Jes.51:22. Maar Noach gaf geen rust noch kon de vloek wegnemen.

Christus troost en geeft rust

Dit woord vindt zijn rijke vervulling in Christus. Van Hem geldt: Deze zal ons troosten. We willen hierbij letten op vier zaken. En daarbij gaat het erom waar we de klemtoon leggen. We doen het wisselend op elk woord.

D e z e zal ons troosten. Dit geeft aan de voortreffelijkheid van de Persoon die door te troosten wezenlijk rust geeft. Hij is het beloofde Vrouwenzaad. Hij is het wiens dag Abraham gezien heeft. Van Hem zei de stervende Jakob: Op uwe zaligheid wacht ik o Heere. Hij is het die in de volheid des tijds geworden is uit de vrouw en geworden onder de wet. Van wie Simeon sprak: Mijne ogen hebben Uwe zaligheid gezien. Hij is de Borg en de Middelaar die in een persoon God en mens is. Hij is ons in alle dingen gelijk geworden uitgenomen de zonde. In onze benauwdheid mede benauwd geweest. Hij is in alle dingen verzocht geweest. Hij is de Zoon van God. Hij heeft goddelijke kracht. In Hem is goedheid, trouw, liefde en genade. Hij is de gezondene van de Vader. In Hem openbaart zich de liefde van de Vader. Hij heeft als Borg de vloek gedragen, de prijs aan Gods recht betaalt en zo voldaan. In Hem is leven, wijsheid, gerechtigheid,. Zijn naam is Wonderlijk, Raad, sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst. Deze zal ons troosten. Hij is een zeer voortreffelijk Persoon. Hij kan ook troosten.

Deze zal ons t r o o s t e n. Hij wordt dan ook Trooster genoemd. We lezen in Joh 14:16: en ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven opdat Hij bij u blijve in eeuwigheid. Een andere trooster. De Geest is Trooster, maar Christus eveneens. En in 1 Joh.2:1 lezen we: en indien iemand gezondigd heeft wij hebben een voorspraak bij de Vader, Jezus Christus de rechtvaardige. Jezus Christus was Trooster bij zijn discipelen en nu Hij zit aan de rechterhand des Vaders is Hij de Trooster van de ganse kerk.Een trooster, een parakleet, is iemand die optreedt bij de Vader ten gunste een ander. Een Middelaar, een Helper. Hij is Trooster, niet omdat wij Hem erbij roepen, maar omdat Hij door de Vader gezonden en gegeven is en wij Hem in het geloof ontvangen. Hij is Trooster omdat Hij als profeet ons onderwijst in het Woord. Dit woord laat het licht vallen over heel het leven. En uit dat Woord ontvangen we onderwijs. Hij is de priester die met zijn voorbede altijd leeft en bidt bij de vader voor zondaren in alle nood. Hij is de koning die koninklijk beschermt. Ziet, toen Hij bij zijn hemelvaart heenging sprak Hij: ik ben met u alle dagen. Naar zijn Godheid, majesteit, genade en Geest wijkt Hij nimmermeer van ons. Hij heeft alle macht. Hij is Trooster.

D e z e zal ons troosten. Ik zal u niet begeven, noch verlaten. Hoe diep de smart ook snijdt in het leven. Ik zal troosten. Daartoe is Hij gezonden van de Vader. De Geest wil Hem verheerlijken. Door de Geest woont Hij in het hart. Zo zal Hij troosten. Daar kunnen we zeker van op aan.

Laten we eerlijk zijn. Wat moet een mens troosten? Als Jakob het beloofde kleed van Jozef ontvangt, is hij in diepe rouw. Zijn kinderen proberen hem te troosten. Hij weigert zich te laten troosten. Want ik zal rouw bedrijvende tot mijn zoon in het graf zal nederdalen. Gen.37:25. Maar later leeft Jakob op als zijn zoons zeggen: Jozef leeft nog en is regeerder over gans Egypteland. Toen zei Israël: het is genoeg, mijn zoon Jozef leeft nog. Gen.45:28. Zie, zo zal Christus wanneer we in smarten des doods verkeren als de Levende, die de dood heeft overwonnen, troosten. Hij heeft de dood overwonnen. Hij is het leven. Hij is de levende. Geen mens bezit de mogelijkheid om wezenlijk te troosten. Maar door het geloof in Christus ontvangt u troost en zult gij met Hem leven. Ik denk aan Ruth. Zij zegt tegen Boaz: dewijl gij mij getroost hebt en dewijl gij naar het hart van uw dienstmaagd gesproken hebt. Ruth.2:13. Of aan Jozef. Als Jakob gestorven is , troost Jozef zijn broers en sprak naar hun hart. Gen.50:21. Naar het hart spreken is vriendelijke en troostvolle woorden spreken die het hart bemoedigen. Zo zal en kan Christus troosten door te spreken naar het hart. Hij spreekt door zijn Woord. Zijn Woord is krachtig en troostvol. Ik zal u niet begeven, noch verlaten. Als gij zult gaan door het water, ik zal bij u zijn.

Toen de Heere de gevangenis van Job had gewend, kwamen zijn broers en zusters al allen die ham van tevoren gekend hadden en aten brood met hem en beklaagden hem er vertroostten hem over al het kwaad dat de Heere over hem gebracht had. Job 42:11. We lezen in Jer.16:7 over het geven van een troostbeker. Zo zal Christus troosten door de evangelietafel toe te richten en ons doen genieten zijn vlees en bloed tot spijs en drank des harten.

Hij troost door Zijn gemeenschap weg te schenken en te doen delen in Zijn gunst. Ik in u en gij in Mij.

Hij troost in de strijd van het leven als we zwak staan temidden van de vele en machtige vijanden. Ik denk aan de woorden uit de afscheidsrede van de Heere Jezus. In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goede moed, ik heb de wereld overwonnen. Joh. 16 : 33. Hij troost als we gaan door de dood. Uw stok en uw staf die vertroosten mij. Psalm 23 : 4.

Hij troost als de zonde mij neerdrukt. Zijn bloed reinigt van alle zonden.  Als een die zijn moeder troost, alzo zal Ik u troosten. Jes.66:13. Hij zal het doen. Immers is Hij daartoe van de Vader gezonden. Hij heeft de Zijnen lief.

Deze zal o n s troosten. Wie zijn die ons? Allen die Hem van de Vader gegeven zijn en tot Hem komen om door Hem geholpen te worden. Allen die tot Hem komen in hun nood, in hun zwakheid, met hun zonden. We denken aan de blinde Bartimeus. Hij riep Jezus, stond stil en zei dat men hem roepen zou en zij riepen de blinde zeggende tot hem: hebt goede moed, sta op. Hij roept u. Zie, wie tot Hem vluchten in alle nood zullen getroost worden. Hebt goede moed, weest getroost.

Ook troost Hij bij de moeitevolle arbeid. Want alle arbeid is niet ijdel in de Heere.

Hij troost ook in wegen van druk als we Gods toorn ervaren. Ik dank u Heere, dat gij toornig op mij geweest zijt, maar uw toorn is afgekeerd en gij troost mij. Jes.12:1

Deze zal ons troosten. Vlucht met al uw noden tot Hem. Buiten Hem is geen troost. Dan zijt ge de ellendigste van alle mensen. Wie door het geloof tot Hem de toevlucht neemt zal door Hem en met Hem getroost worden. In Hem reis ik getroost, hoe moeilijk het leven en hoe zwaar de weg ook is. Heere trek mij, zo zal ik U nawandelen.

Bron : Kerbode Kralingseveer,  december 2000.