Meditatie Malechachi 4:1 en 2 (januari 1994)

Die dag komt. 

“Want zie, die dag komt, brandende als een oven; dan zullen alle hoogmoedigen en al wie goddeloosheid doet, een stoppel zijn en de toekomstige dag zal hen in vlam zetten, zegt de HEERE der heirscharen, Die hen noch wortel noch tak laten zal. Ulieden daarentegen, die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan en toenemen als mestkalveren.”

                                                                                               Maleachi 4 : 1 en 2.

Want zie, die dag komt. Hij zal zeker komen.

Maleachi, de laatste profeet van het Oude Testament, luidt hier de adventsklokken. Wie de persoon van Maleachi is, blijft voor ons onbekend. Deze profeet gaat geheel schuil achter zijn woord. Het gaat dan ook niet om de prediker, maar om zijn boodschap.

Hij is een adventist bij uitstek. Ook de andere profeten spreken over de beloofde en komende Christus. Maleachi sluit de rij .Hij is de laatste. God zou hierna zijn profeten niet meer in een onafgebroken reeks zenden, zoals vroeger, want Hij wilde de Joden meer verlangen doen wekken naar Christus, omdat zij voor een tijd de profeten moesten missen. Aldus Calvijn. Vier eeuwen lang zwijgt de stem van de profetie tot de volheid des tijds.

Maleachi was een tijdgenoot van Ezra en Nehemia. De tijd van enthousiasme onder de profeten Haggai en Zacharia is voorbij. De geestdrift die het volk bezielde bij de herbouw van de tempel is geluwd. Een nieuwe tempel geeft echter nog geen vernieuwd volk. Er is helaas nog veel zonde bij volk en priesters. De priesters veronachtzamen zowel tempel als eredienst. Er worden onwaardige offers gebracht. Het volk zondigt in tienden en hefoffers. Er zijn echtscheidingen en huwelijken met vreemde vrouwen. Het is te verstaan, dat Gods toorn weer over dat volk ontbrandt. De HEERE bezoekt dat volk met sprinkhanen en droogte. Zo is de tijd van de laatste profeet te karakteriseren als een ingezonken, geesteloze, donkere tijd. Onder deze omstandigheden luidt Maleachi de adventsklokken : De HEERE komt. Die komt zal het oordeel over de goddelozen meebrengen en heil voor allen, die de naam des HEEREN vrezen.

Want zie, die dag komt. Er leeft onder het volk een ontevredenheid, een klacht. We kunnen zeggen : de Asafsklacht. We lezen deze klacht in 2 : 17. “Al wie kwaad doet is goed in de ogen des HEEREN en Hij heeft lust aan zodanigen; of, waar is de God des oordeels?”We mogen bij deze klagers denken aan de vromen onder het volk en zij die het ernstig nemen met de dienst aan de God des Verbonds. Het gaat de goddelozen goed. Waar blijft toch de komst van het rijk van de Messias, de Beloofde?

We lezen ook in 3,13 en volgende verzen van de klacht. “Het is tevergeefs God te dienen. We achten de hoogmoedigen gelukzalig; ook die goddeloosheid doen, worden gebouwd.” Een klacht van Gods kerk door de eeuwen heen. Een zondige aanklacht tegen het beleid van de HEERE. Ook wel geuit in onze tijd. Zie eens wat een onrecht rondom ons heen en een verlaten van de HEERE, ja een spotten met Zijn inzettingen. En het gaat die hoogmoedigen en goddelozen goed. Waar blijft de HEERE? Doet Hij nog recht? Kan Hij dat alles zo maar aanzien en laten gaan? Een klacht ook uit het persoonlijk leven, wanneer onze weg tegenovergesteld aan de goddelozen gaat door de diepte en druk.

Maleachi luidt de klokken. Want zie, die dag komt. U hoeft daaraan niet te twijfelen. Er is bij de profeten sprake van de dag des HEEREN. In het vijfde vers genoemd die grote en vreselijke dag des HEEREN. Wij noemen de zondag de dag des HEEREN. Terecht, maar laten we wel bedenken, dat alle dagen Hem toebehoren en we alle dagen behoren te leven naar Zijn Woord. Doch er komt een  dag welke heel bijzonder en heel exclusief de dag des HEEREN wordt genoemd en zal zijn. De dag komt brandende als een oven. We mogen denken aan een broodoven waaruit van boven de vlammen slaan. Op die dag openbaart Hij heel bijzonder Zijn heiligheid. Dan zal blijken dat onze God een verterend vuur is een een eeuwige gloed. De goddelozen en hoogmoedigen zullen als stoppels op het veld in vlam gezet worden en met wortel en tak worden uitgeroeid. De hoogmoedigen verheffen zich in hun boosheid op hun eigen gerechtigheid tegen de HEERE en weigeren onder Hem te buigen. De goddelozen vertreden Gods inzettingen en leven niet naar Zijn wet. Zij zoeken de HEERE niet doch leven naar het goeddunken van het eigen hart.

Maardie dag komt. Deze zal een groot onderscheid te zien geven. Dan zult gij zien het onderscheid tussen de rechtvaardigen en de goddelozen, tussen dien, die God dient en dien, die Hem niet dient. (3:18). Voor alle goddelozen zal die dag schrikkelijk zijn. De HEERE komt om hen in Zijn heilige toorn uit te roeien voor eeuwig.

Doch ulieden daarentegen die Mijn naam vreest zal de zon der gerechtigheid opgaan. Wie zijn de kinderen Gods? Niet zij die zichzelf geestelijke medailles opspelden, maar zij die de Naam des HEEREN vrezen. Niet zij die slechts zichzelf bedoelen, maar zij die de HEERE zoeken. Bij de Naam des HEEREN denken we aan alles wat God van Zichzelf heeft geopenbaard. Het is de Heere Zelf zoals Hij Zich in Zijn Woord geopenbaard heeft. Hem vrezen is Hem liefhebben, kennen en dienen. Zo staat God in het middelpunt van mijn leven. Voor hen brengt die dag zegen. De zon gaat op om nooit meer onder te gaan. De zon is de bron van het licht en zo het symbool van alle heil en vrede. Het is een zon van enkel gerechtigheid. Bij gerechtigheid denken we aan al het heil dat de HEERE uit genade schenkt. Die dag komt en zij die de HEERE vrezen zullen dat ten volle delen mogen in het heil. Maar de goddelozen zullen als stoppels verbranden. Welk een onderscheid.

We vragen wanneer dit woord in vervulling gaat. Bij de profeten is sprake van een meervoudige vervulling.

Dit woord is in vervulling gegaan bij de komst van Christus in het vlees. Bij kerstfeest kunnen we met recht spreken van die grote en die vreselijke dag. Zo schuiven Kerst en de dag der Wederkomst ineen. Voor God is dat als het ware een dag. Laat de wereld dit toch een meer bedenken. Door het Europees verband krijgt kerst een groter accent temidden van het volksleven. Het wordt zo een volksvermaak. Maar zouden we nog beseffen dat Kerst het begin is van de Dag des HEEREN? Laten we denken aan de woorden van Simeon. Deze is gezet tot een val en een opstanding van velen in Israel. De komst van Christus in het vlees roept om geloof en bekering. Wie in Hem gelooft ontvangt het leven, maar wie in Hem niet gelooft, de toorn Gods blijft op hem.

Dit woord gaat ook in de geschiedenis in vervulling. We kunnen dit woord als het ware tasten waar Gods kerk mag leven door genade in het licht van die zon en de Heere in Zijn rechtvaardige oordelen en goddelozen straft.

Maar de finale vervulling breekt aan op de dag van de wederkomst. Hij komt om te oordelen de levenden en de doden. Dan zullen daar alle volken voor Zijn troon staan en vindt de scheiding plaats tussen de bokken en de schapen. De schapen mogen eeuwig delen in het licht. Daar is ten volle de zon der gerechtigheid opgegaan en is aan de duisternis een eind gekomen. De goddelozen zullen ondergaan in de vlammen van de heilige toorn des HEEREN.

In deze profetische woorden vallen Kerst en Wederkomst ineen. Zijn komst in het vlees luidt Zijn wederkomst in. Christus’ komt in het vlees vraagt van ons een geloofsbeslissing. Neutraliteit is niet mogelijk. Het is voor of tegen.

Laten we daarom eens letten op de rijke genadeinhoud van deze woorden. De Zon der gerechtigheid is een rijke benaming voor Christus. Hij is een Zon. Hij is het licht der wereld. De zon is immers de bron van alle licht. Wij als mensen leven allen van nature in de duisternis der zonde, ontwetendheid en de dood. Zacharias heeft gezongen: met welke ons bezocht heeft de Opgang uit de hoogte, om te verschijnen degenen die gezeten zijn in duisternis en schaduw des doods. In het licht van de Zon der gerechtigheid verdwijnt de duisternis. In dat licht ontvangen we zelfkennis, Godskennis en Christus’ kennis. Deze zon wordt nader gekwalificeerd als gerechtigheid. Dit woord staat voor alle heil dat in Christus te vinden is. Christus schenkt gerechtigheid, heiligheid, ja alles wat we nodig hebben om in Gods gericht te kunnen bestaan.

Kennen we deze Zon der gerechtigheid? Maleachi, de laatste profeet, belooft Zijn komst. Wij weten dat Hij gekomen is. Dit feit wordt niet meer herhaald. Maar leeft Hij in onze harten en kennen wij Hem door het geloof? Is Hij over ons leven opgegaan als de Gegevene van de Vader? Hebben we onze zonden beweend en beleden, verzaken we het vertrouwen op alle eigen gerechtigheid en is er een vluchten naar die Zon? Verlangen we bij het met smart inleven van ons vleselijk bestaan meer en meer te staan in die Zon om alles alleen in Hem te vinden? In Hem is vergeving der zonden, bekering, aanneming tot kinderen en het eeuwige leven. En er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen. In de Assyrische en Perzische wereld was bekend het beeld van de gevleugelde zon. Christus als de Zon dekt zieke zondaren onder Zijn vleugelen en daar vinden ze genezing. Christsus brengt geen verwoesting, maar genezing van alle smart, leed, zonde en ellende. Hij zal alle tranen uit de ogen afwissen. En gij zult uitgaan en toenemen als mestkalveren. We hebben hier het beeld van mestkalveren, die uit de stal in de wei gelaten worden. Ze voelen zich als bevrijd en gaan springende en huppelende door de wei. Waar Christus over ons licht is zieleblijdschap. Dit is een vreugde welke de wereld niet kent. Maar het vrome volk in U verheugd, zal huppelen van zielevreugd, daar zij hun wens verkrijgen.

Op die grote dag des HEEREN zullen alle godelozen verbrand worden, doch die de Naam des HEEREN vrezen gaan uit, huppelend van zieleblijdschap haar koning tegemoet. Hun blijdschap zal dan onbepaald, door ’t licht dat van Zijn aanzicht straalt, ten hoogste toppunt stijgen. Laten we toch niet in onszelf rusten, maar voor de Heere onze zonden belijden en in ootmoed uitgaan, vluchtende tot deze Zon der gerechtigheid. Het is waar. Niemand kan tot Mij komen tenzij de Vader die Mij gezonden heeft, hem trekke. Heere, trek mij, wij zullen u nalopen.

Bron : Kerkbode Kralingseveer, januari 1994.