Meditatie Handelingen 14:4 (oktober 1998)

Verdeeldheid

“En de menigte der stad werd verdeeld; en sommigen waren met de Joden en sommigen met de apostelen”                                               

                                                                       Hand. 14 : 4

Het is een aangrijpende zaak wanneer er verdeeldheid in een kerkelijke gemeente geconstateerd moet worden. De kerk is het ene volk van God. Zij leeft door het ene geloof uit de ene Borg en Middellaar door het werk van de ene Heilige Geest. De Schrift spreekt van een lichaam en een Geest, geroepen tot één hoop, één Heere, één geloof en één doop. Zie Ef. 4 : 4 en 5. Eén van de redenen van de apostel Paulus om zijn brief te schrijven aan de gemeente te Corinthe is dat hij vernomen heeft van in de gemeente heersende verdeeldheid. Er zijn scheuringen en twisten. “En dit zeg ik u, dat een iegelijk van u zegt: Ik ben van Paulus en ik van Apollos en ik van Cefas en ik van Christus”. 1 Kor. 1 : 12. Het is een onheilige zaak als een gemeente beheerst wordt door partij- en groepsvorming. Men loopt dan achter bepaalde personen en of meningen aan en men gaat de meningen van die persoon verabsoluteren en exclusief stellen. Groepen en partijen ontstaan rondom bepaalde personen en meningen. Die groepen gaan zich vervolgens tegen elkaar afzetten. Maar zo heeft noch Paulus, noch Apollos, noch Cefas dat ooit bedoeld. En het is helemaal aangrijpend als men dan Christus ook tot hoofd van een bepaalde groep binnen de gemeente gaat maken. Zo lopen er scheuren door het ene kleed van de gemeente.

Het is legitiem als binnen een gemeente verschillend gedacht wordt over allerlei zaken. Er mag onderscheidenheid van mening bestaan over bepaalde secundaire zaken of zaken van minder belang. Als er over de hoofdzaak maar eenstemmigheid heerst. De hoofdzaak. Ik noem enkele zaken. Het geloof in God Drieënig. Het geloof in Christus en dat alle zaligheid alleen in Hem ligt. Dat het heil in het leven van een zondaar wordt uitgewerkt langs de weg van geloof en bekering. Het woord van genade. Nu terug naar de eenheid. De Heere wil de eenheid van Zijn kerk. Christus bad: “Opdat zij allen één zijn, gelijkerwijs Gij Vader in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons één zijn”. Joh. 17 : 21.

Daarnaast kan er toch ook op een andere wijze gesproken worden van verdeeldheid. Christus sprak: “Meent gij dat Ik gekomen ben om vrede te geven op de aarde? Neen zeg Ik u, maar veeleer verdeeldheid”. Lukas 12 : 51. Daar waar de prediking van het evangelie van vrije genade komt, ontstaat verdeeldheid. Dat kan niet uitblijven. Dat is inherent aan het woord der prediking. De apostel Paulus komt met zijn prediking in de stad Iconium en het resultaat is dat de menigte der stad verdeeld wordt.

Na zijn verblijf in het Pisidische Antiochië komt Paulus samen met Barnabas in Iconium. Alleen in dit veertiende hoofdstuk van Handelingen noemt Lukas hen ook apostel (de verzen 4 en 14). Hij wil daarmee duidelijk onderstrepen dat zij gezanten Gods zijn die met Goddelijke volmacht het evangelie verkondigen. Niemand minder dan de Heere Zelf staat achter hun zending en komt ook in Iconium. Wie hun prediking verwerpt, verwerpt de Heere.

Wanneer wij het wedervaren van Paulus in Antiochië met dat in Iconium vergelijken, treft ons hetzelfde patroon. Hij spreekt eerst in de synagoge, we horen van het resultaat onder de Joden en Grieken, van het verzet der Joden, het opzetten door hen van de heidenen en het onvrijwillig vertrek. Wij kunnen wel zeggen dat dit alles in Iconium meer toegespitst is. Het evangelie roept altijd verzet op.

Het is waarschijnlijk dat de apostelen vanuit Antiochië in Pisidië de weg genomen hebben die door Augustus is aangelegd, de Via Sebaste. Een reis van ruim 100 kilometer naar het oosten. Iconium is de hoofdstad van het landschap Lycaonie, een hoogvlakte. Het is een oude stad en middelpunt van wolweverij en rijke landbouwgronden. Hier kan Paulus gemakkelijk onderdak en werk vinden. De bewoners bestaan uit gehelleniseerde Galaten, de vergriekste oorspronkelijke bewoners, en Romeinse veteranen en ambtenaren en dan natuurlijk ook Joden. Het is de moeite waard om te zien en te overdenken hoe dat verblijf van Paulus in Iconium is verlopen. In 2 Tim. 3 : 11 schrijft hij over “mijn vervolgingen, mijn lijden zoals mij dat is overkomen in Antiochië, Iconium en in  Lystre, hoedanige vervolgingen ik geleden heb en de Heere heeft mij uit alle verlost”. Christus volgen is kruisdragen. Ik wil met u bijzonder in deze overdenking letten op de verdeeldheid die ontstond in Iconium als reactie op het evangelie.

Wanneer Paulus in een stad kwam waar het evangelie nog niet was gebracht werkte hij steeds naar hetzelfde patroon. Zoals Paulus het had gedaan op Cyprus en in Antiochië op dezelfde wijze ging hij in Iconium te werk. Op de sabbat trok hij naar de synagoge. Eerst bracht hij het evangelie aan zijn volksgenoten. Het volk Israël wordt Gods eerstgeboren zoon genoemd. Zie Ex. 4 : 22. Het door God verkoren volk des verbonds ontving de Gods openbaring en de belofte van het komende heil in Christus. Zij mag eerst het evangelie ontvangen, de vervulling van de Oudtestamentische heilsprofetie.

De prediking van Paulus in de synagoge te Iconium maakt diepe indruk. De Geest werkt er in mee. Het is de Heilige Geest die de prediking vruchtbaar maakt en een kracht Gods tot zaligheid doet zijn. Een grote schare beide van Joden en Grieken geloofde. Bij Grieken denken we aan de zogenaamde Godvrezenden, heidenen die met de Joden meeleven. Wat een genade geeft de Heere aan Paulus en Barnabas. Allereerst om na de ervaringen in Antiochië niet moedeloos en werkeloos weg te kruipen, maar krachtig juist in de synagoge het evangelie te prediken. Maar ook dat door Gods Geest en genade velen tot geloof komen. Zij beginnen te geloven. Zij buigen onder het Woord.

Tegelijk lezen we dat er ook joden zijn die ongehoorzaam zijn, ongelovig. Dit is des te aangrijpender als we bedenken dat het over Joden gaat, over hen die tot Gods verbondsvolk behoren, aan wie God Zijn beloften gaf. En nu gepreekt wordt dat Christus is gekomen en alle heil en zaligheid in Hem te vinden is, horen ze niet, zijn ze ongehoorzaam en verwerpen het Woord in ongeloof. Het is hetzelfde Woord dat tot allen komt in de rijke en ruime aanbieding der genade. Het roept zowel geloof als ongeloof op. Ik denk aan het woord in Joh. 3 : 36 “Die in de Zoon gelooft die heeft het eeuwige leven; maar die de Zoon ongehoorzaam is, die zal het leven niet zien, maar de toorn Gods blijft op hem”. Aangrijpende woorden. In hun ongeloof zetten de joden de heidenen op tegen de broeders, de apostelen en de pas tot geloof gekomenen. Zij verwekken hen, zij zetten hen op tegen de broeders. Zij brengen de gemoederen der heidenen in beweging en maken hen bitter tegen het evangelie. Niet alleen zijn zij zelf ongehoorzaam, maar zij beïnvloeden anderen en maken hen bitter. Zo werkt in Iconium de Heilige Geest tot geloof. Zo werkt ook de satan om te stijven in ongeloof.

Het is wonderlijk te lezen hoe ondanks die tegenbeweging de prediking der apostelen doorgaat. Vrijmoedig spreken zij lange tijd het woord der genade en God geeft getuigenis aan de waarheid van de prediking. Door de handen der apostelen geschieden wonderen en tekenen. En dan lezen we: En de menigte der stad werd verdeeld. Er trekken scheuren door de stadsbevolking. De één was op de hand van de vijandige joden en de ander weer op de hand der apostelen en de prediking van vrije genade. Zo ontstaat er een grote verdeeldheid. Eigenlijk staat heel de stad op de kop. Wat het evangelie niet te weeg brengt. Aan de ene kant valt te zeggen dat dit te maken heeft met de verdorvenheid van de gevallen mens, maar aan de andere kant is dit inherent aan het evangelie. Het evangelie roept op tot een beslissing, tot een keus. Je kunt er niet neutraal onder blijven. Het is voor of tegen, het is  geloof of ongeloof. Daarom werkt de prediking altijd tweedracht, verdeeldheid. Dit verschijnsel treffen we tot drie keer toe aan het evangelie naar de beschrijving van Johannes als reactie op de prediking van Jezus. In Joh. 7 : 43 lezen we: “Er werd dan tweedracht onder de schare om Zijnentwil”. De reactie op Zijn prediking is heel divers. De één zegt dat Hij waarlijk de Profeet is, een ander dat Hij de Christus is en een derde dat dit onmogelijk is, want zal dan de Christus uit Galilea komen? In Joh. 9 : 16 lezen we dat er tweedracht onder de farizeeën ontstaat nadat de Heere de blindgeborene genezen heeft. Sommigen uit de farizeeën zeggen dat deze mens niet van God is, want hij houdt de sabbat niet. Anderen zeggen: Hoe kan een mens die een zondaar is zulke tekenen doen? Tweedracht onder hen wat hun houding tegenover Jezus betreft. Vervolgens lezen we in Joh. 10 : 19 “Er werd dan wederom tweedracht onder de Joden om dezer woorden wil.” De Heere Jezus had gesproken over de goede Herder en over de deur van de stal der schapen. Hij betrok dat op Zichzelf. De één zegt dat Hij de duivel heeft en uitzinnig is en de ander dat dit geen woorden van een bezetene kunnen zijn. De duivel kan toch een blinde het gezicht niet geven? Zo blijkt dat wanneer mensen in aanraking komen met de persoon, het werk en de prediking van de Heere Jezus de reactie heel verschillend en uiteenlopend is. Er ontstaat onder de zo eensgezinde orthodoxe Joden een verdeeldheid, een schisma, een scheur. Die verdeeldheid is in overeenstemming met het woord van Christus Zelf. In Lukas 12 lezen we: “Ik ben gekomen om vuur op de aarde te werpen en wat wil ik indien het alrede ontstoken is?” Bij dat vur hebben we te denken aan het vuur van Gods oordeel over het ongeloof van hen die het evangelie verwerpen.

Johannes de Doper had dit al geprofeteerd. Matth. 3 : 11 Ik doop u wel met water, maar die na mij komt die zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur. Bij dat vuur denken we aan het eindgericht. Dat zal het vuur zijn van het laatste oordeel als de Heere als door het vuur de wereld zal heiligen, reinigen en louteren. En er dwars door dat louteringsvuur heen een nieuwe aarde en een nieuwe hemel komt.  Alle goddelozen zullen door het vuur van Zijn rechtvaardig oordeel getroffen worden. En dat wil Ik, zegt Hij, dat dit vuur al ontstoken is. Maar eerst moet er iets anders gebeuren. “Maar Ik moet met een doop gedoopt worden”. Zijn doop in de Jordaan door Johannes heeft een vervolg. Hij wordt ondergedompeld in het geheel van Zijn lijden en sterven. Zijn lijden en sterven is een doop in onze zonden en in Gods rechtvaardige toorn. Langs die weg zal Hij de volle zaligheid gaan verwerven. “Meent gij dat Ik gekomen ben om vrede te geven op de aarde? Neen, zeg Ik u, aar veeleer verdeeldheid”. De vrede komt wel. Zeer zeker. Bij Zijn wederkomst. Straks in de volle openbaring van Gods koninkrijk. Maar eerst het zwaard. De Heere haalt, om dit verder duidelijk te maken, de woorden vanuit Micha 7 : 6. Door het Woord van de Heere, de prediking van het evangelie komt er verdeeldheid en vijandschap in een huisgezin. Er zullen er vijf in een huisgezin zijn, twee tegen drie en drie tegen twee. Dit is de verdeeldheid als reactie op de prediking van vrije genade en de gekruiste Christus. De één gelooft en de ander niet. De vader zal tegen de zoon verdeeld zijn en de zoon tegen de vader. De dochter tegen de moeder en de moeder tegen de dochter. De schoonmoeder tegen de schoondochter en de schoondochter tegen haar schoonmoeder. De verdeeldheid trekt de scheur dwars door de gezinnen heen. Dit gebeurt hier en nu al. Dit gebeurt daar waar het evangelie wordt verkondigd. Zo voltrekt zich al de scheiding tussen de schapen en de bokken. Zo is dat nog. De prediking van Christus brengt altijd verdeeldheid. Voor of tegen. Ontzaglijk wie zich aan de prediking van Christus stoot. Zijn offer brengt verdeeldheid. Het is dus niet alleen de scheiding tussen geloof en ongeloof, maar werkelijke verdeeldheid. Dat laat zich wel verstaan. Het kruisevangelie is radicaal. Of je valt er helemaal voor of je verzet je ertegen. Of je komt er in heel je levenswandel voor uit dat je leven in Christus ligt of je toont een levenswandel die geheel tegenovergesteld is. “Deze wordt gezet tot een val en opstanding van velen in Israël en tot een teken dat weersproken zal worden”. Lukas 2:34

De boodschap van de vernederde en gekruiste Christus stelt een mens in zijn totale verlorenheid. Welk een wonder dat Christus in mijn verlorenheid is ingegaan en deze heeft overwonnen om mij, ellendige zondaar, te zaligen, met God te verzoenen en het eeuwige leven te schenken. Het kruis van Christus maakt mij geheel afhankelijk van vrije genade. Het kruis van Christus ontneemt mij alles om alles te ontvangen. Het evangelie leert dat ik als begenadigde leef van Gods genade en als een begiftigde leef van wat God heeft geschonken. Voor deze waarheid val je geheel en al in het geloof en omhels je de gekruiste Borg. Of dit kruisevangelie wekt verzet, vijandschap. Men vindt het dwaasheid of men stoot zich eraan. De hoogmoedige, zichzelf handhavende mens wil niet gezaligd door een vernederde Immanuël. Vandaar die verdeeldheid.

Gods kerk is een eenheid. Althans zij behoort een eenheid te zijn. Zij is immers het ene lichaam, de ene bruid van Christus. Daarom is verscheurdheid binnen de gemeente een ernstige zonde. Maar er is meer te zeggen. De Heere had met geheel het volk Israël een verbond gesloten, maar niet allen leefden door het geloof uit Gods belofte. “Want die zijn niet allen Israël die uit Israël zijn”. Rom. 9 : 6. Juist onder dat verbondsvolk Israël bracht de persoon, het werk en de prediking van Christus verdeeldheid, zo zagen we reeds. Maar dit geldt eveneens voor de christelijke gemeente. De verbondsgemeente van het Nieuwe Testament. Helaas niet allen binnen die gemeente leven uit en door het geloof in een Gode toegewijd leven. Zo vindt er niet alleen tussen kerk en wereld, maar ook binnen de christelijke gemeente onder en door de prediking een verdeeldheid plaats. Voor of tegen Christus en Zijn woord. Voor of tegen vrije genade. In geloof onder de Heere buigend of in ongeloof voortlevend. Christus aanvaarden en omhelzen of Hem verwerpen. Onder de schapen of onder de bokken.

In de prediking van het Woord van God bezitten we een rijke gave van God. In dat Woord wordt geopenbaard de weg der verlossing en redding voor verloren zondaren. De Heere wil door Zijn Woord in de kracht des Geestes zondaren trekken uit deze boze tegenwoordige wereld om hen te brengen tot het licht van Zijn genade. Daartoe komt hij in Zijn Woord tot ons met Zijn beloften. Of wij mogen die beloften door het geloof omhelzen of we gaan eraan voorbij. De rijkdom van de gekruiste Christus wordt verkondigd. Of wij nemen in het geloof de toevlucht tot het kruis of wij verzetten ons en weerspreken de rijkdom van de vernederde Borg. Tweedracht. Verdeeldheid.

Laten we toch met de beluisterde prediking heilig werkzaam zijn voor Gods aangezicht. Laten we er goed acht opgeven dat wij zondaren zijn om met belijdenis van onze zonden tot Hem te komen. Heere, ik heb vernomen in de prediking van Uw woord dat ik een totale zondaar ben. Hier ben ik. Laat ik onder U buigen. U bent heilig en rechtvaardig. Ik ben een ellendige zondaar. Tegen U, U alleen heb ik gezondigd. Heere, doe mij toch mijzelf kennen. Vervolgens, laten we ook de toevlucht nemen tot de Heere om Hem te wijzen op Zijn genade in Christus die ons gepredikt wordt en Hem smeken om Zijn genade. Heere, doe mij toch U kennen. Door deze weg wil de Heere werken. Hij is het die door Zijn Geest ontdekt, het geloof werkt en tot Christus doet vluchten. Wie roemt, roeme alleen in de Heere. 

Zo zullen we de verdeeldheid in de gemeente en in de gezinnen en families opmerken. De één mag als een verloren zondaar in het geloof tot Christus de toevlucht nemen. De ander verzet zich in vijandschap en zal dat Woord weerspreken. De schapen zijn zij die in heiligmaking des harten de Heere toegewijd leven door het geloof in Christus. De bokken zijn zij die het Woord verwerpen. Deze verdeeldheid hoort bij het evangelie. Het is naar Christus ’woord.

Waar sta ik? Waar staat u? Haast en spoedt u om uws levens wil.

Bron : Kerkbode Kralingseveer, oktober 1998.