Meditatie Hooglied 8:6-7 (juli/augustus 2002)

Een gebed der liefde “zet mij als een zegel op uw hart, als een zegel op uw arm. Want de liefde is sterk als de dood, de ijver hard als het graf, haar kolen zijn vurige kolen, vlammen des HEEREN. Vele wateren zouden deze liefde niet kunnen uitblussen, ja, de rivieren zouden ze niet verdrinken; al gaf iemand al het goed van zijn huis voor deze liefde, men zou hem ten enenmale verachte.” Hooglied 8:6-7 Liefde Een van de schoonste zaken in het leven is wel de liefde. En dan wel de liefde in de volle en brede zin van het woord. Een liefde die gevoed wordt door de liefde van God. Een liefde die het leven verwarmt en verrijkt in wederliefde tot God en in hartelijke liefde tot hen met wie ik elke dag mag leven, een liefde die uitgaat tot mijn naaste. Een liefde ook waarin ik mij mag koesteren en die geborgenheid geeft. Die liefde is als een burcht waarin ik kan schuilen en mij veilig weet. Deze woorden uit het boek Hooglied zijn vol van die liefde. De brandende, onweerstaanbare liefde die begeert te delen in de gemeenschap van het voorwerp der liefde die ook de bron van de liefde is. Deze liefde is voor niets te koop. Is onbetaalbaar. Deze liefde is een gave, een gave van de HEERE. Hooglied We treffen deze woorden aan in het boek Hooglied. In de Godsopenbaring neemt dit boekje toch wel een bijzondere plaats in. De eigenlijke naam luidt: lied der liederen. Luther gaf dit weer door te spreken van Das Hohelied. Hooglied wil zeggen het voornaamste lied, het schoonste lied. In dit boekje wordt de liefde bezongen tussen Koning Salomo en de Sulammiet, tussen bruidegom en bruid, tussen man en vrouw. Het Joodse volk rekent het tot de zogenaamde feestrollen. Het wordt voorgelezen op Paasfeest. Men leest erin de liefde van God tot het volk van zijn verbond dat door Hem uit Egypte is geleid en tot zijn volk is aangenomen. In het licht van de liefde tussen man en vrouw als een verborgenheid. Een mysterie (Efeze 5-32) leest de christelijke kerk in dit boekje de liefde tussen Christus en de kerk. Hooglied is immers ook Godsopenbaring in Christus. Deze woorden spreken wel heel bijzonder van de innige verbondenheid tussen Christus en de kerk. Begeerte Willen we recht doen aan het verstaan van dit wondermooie boekje dan hebben we ervan uit te gaan dat bezongen wordt de liefde tussen de bruid en de bruidegom, tussen man en vrouw. Zij vormen een eenheid. Aldus zal een man zijn vader en moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen en die twee zullen tot een vlees zijn. Genesis 2:24. In de tekstwoorden roept de bruid haar bruidegom toe: zet mij als een zegel op uw hart, als een zegel op uw arm. Sommigen denken bij een zegel aan een tatoeëring. Het komt mij voor dat we er goed aan doen te denken aan een zegelring. Een dergelijke ring behoorde tot de uitrusting van welgestelde mannen in het Oude Oosten. De ring werd wel gedragen aan een koord om de hals dicht bij het hart (Gen. 38:18). We kunnen daarbij denken aan een klei-cilinder met afbeeldingen gebruikt om een afdruk te maken en aldus iets te verzegelen. De ring werd ook aan de vinger gedragen (Genesis 41-42) een echte ring dus. Bij arm denken we natuurlijk aan de hand en bijzonder aan de vinger waaraan de ring werd geschoven. De mannen droegen een zegelring als een persoonlijk, kostbaar en onafscheidelijk bezit. Zij hechtten er veel waarde aan. De bruid wenst te zijn als die zegelring, zijn persoonlijk bezit, voor hem van grote waarde en altijd verkerend in zijn gemeenschap. Zij wenst te zijn als die zegelring om de hals die vlak bij het hart hangt. Zo wil ze als het ware in zijn hart geschreven, afgedrukt staan en leven. Of als de ring aan zijn vinger waarop dikwijls zijn oog rust. Laat altijd zijn oog in liefde op haar gericht zijn. De bruid begeert in het hart van haar geliefde te leven en te weten dat zijn hart altijd voor haar klopt en ze wenst de kracht te kennen van zijn arm. Waarom? Dit alles wijst ver boven zich uit naar de liefde tussen Christus en allen die in Hem geloven. Zij verlangen in Zijn gemeenschap te verkeren, altijd te delen in de liefde van Zijn hart en de sterkte Zijner liefde. Zo kunnen we dit een gebed der liefde noemen in een hartelijke begeerte. Waarom eigenlijk, zouden we kunnen vragen. Wat drijft hen tot die begeerte? Wie door het geloof uit de Schrift mag leven, heeft verstaan wie hij zelf is: zwart en ellendig en zondig. Het leven en de zaligheid ligt buiten ons in Christus die uit de Schrift tot ons komt. Zonder Hem ben ik niets en kan ik niets. Geloven is dan ook te omschrijven als de hartelijke begeerte om meer en meer in Christus gevonden te worden en uit Hem te leven. Uit het leven Laat ik een paar dingen mogen noemen: Het leven kan vol moeiten, zorgen, verdriet en gevaren zijn. Wanneer de golven door mijn leven slaan, waar kan ik troost en sterkte vinden? Toch zeker alleen wanneer ik schuilen mag in de liefde en gemeenschap? Waar moet ik blijven wanneer de zondelast mij drukt en niets anders gewaar word dan een hemelhoge schuld tegenover God. Tegen U. U alleen heb ik gezondigd. Bij Christus is vergeving te vinden en te verkrijgen, want Zijn bloed reinigt van alle zonden. Er kunnen omstandigheden in uw leven zijn dat u zich weet te staan voor een God wiens toorn u verdiend hebt. Want wij vergaan door Uw toorn en door Uw grimmigheid worden wij verschrikt. Psalm 90:7. Waar moet een zondaar blijven? Het is eigen aan het leven des geloofs om in heiligheid voor de Heere te willen leven. Maar wat leert de Schrift mij? Ik ben vleselijk, verkocht onder de zonde. Uit mij geen vrucht in der eeuwigheid. Hoe kan ik de Heere behagen buiten Christus om? Het leven verkeert vaak in de strijd temidden van de vijanden als de zonde, de wereld en de satan. Bij mij is geen kracht tegen die grote menigte en moet ik het verliezen. Het is elk mens gezet eenmaal te sterven. Hoe kan ik voor God verschijnen? Wie kan voor God bestaan? Het is onder al die omstandigheden nodig om bij Christus te schuilen, door het geloof uit Hem te leven en dicht bij Hem te verkeren. Zet mij als een zegel op uw hart, als een zegel op uw arm. Laat mij door uw gemeenschap altijd zeker zijn van uw liefde en sterkte en genade. Alle zaligheid ligt in Hem. Wanneer ik nu als een zegel op uw hart rust en als een zegel aan uw arm gelegd ben dan leef ik geheel voor uw rekening. Dat geeft rust, veiligheid en zekerheid in leven en sterven. Sterk We vragen ons nog eens af waarom de bruid dit toch wel begeert? Waaruit komt die begeerte op? Wel, deze begeerte welt op uit de Bron der liefde. Deze liefde is sterk en is wederzijds. De liefde is sterk als de dood. De dood is door niets en niemand te weerstaan en te overwinnen. Voor de dood moet alles wijken. Zo sterk is de liefde. Tegen die liefde is niets bestand. De liefde kan alle stormen doorstaan, maar zij breekt niet. De ijver is hard als het graf. De ijver, dat is de hartstocht of de liefdesdrang, is onstuitbaar, is onbreekbaar als de diepte van de dood. Het graf is onverzadigbaar. Zo welt de liefdesdrang altijd weer op. Haar kolen zijn vurige kolen. We mogen denken aan de gloed, de vuurgloed van de liefde. De liefde zet het hart in vlam en vuur. Door de liefde staat het hart in brand. Vlammen des HEEREN. We denken aan een geweldig vuur, een vlam in de overtreffende trap. Vele wateren zouden deze liefde niet kunnen uitblussen, ja de rivieren zouden ze niet verdrinken. Wanneer eenmaal de vlam is ontstoken is de liefde zo sterk en vurig dat geen watervloed in staat is die vlam te overspoelen en te blussen. Niet te blussen We mogen hier denken aan de wederzijdse liefde tussen bruid en bruidegom, man en vrouw, ja aan de liefde die mag leven tussen hen die de Heere vrezen onderling. Wie mag leven uit de liefde des Heeren en zo wederliefde toont tot God en de naaste weet hoe sterk die liefde is. Die vlam der liefde is niet te blussen, door geen water. Welke wateren er ook het leven overspoelen, wateren aan zonde, druk, vijandschap en verdriet en leed, ze verdrinken die liefde niet meer. Dat is geen vanzelfsprekendheid. Van nature ben ik een hater van God en van mijn naaste. Dat is nog steeds de vrucht van mijn vleselijk bestaan, van mijn vlees. Bij ons kan de liefde verkoelen, we kunnen hatelijk tegenover de naaste doen. De Heere vergeten. Daarom vraagt de bruid ook om steeds in zijn liefde te mogen delen en als een zegel aan zijn hart en aan zijn arm te verkeren. Daarom bidden we steeds om dicht bij de Heere te mogen leven, meer en meer Christus te mogen kennen. Hij ontsteekt weer de vlam der liefde. Door Hem vergaat de liefde nimmermeer. Vlammen des HEEREN De liefde zet het hart in vlam en vuur. Vlammen des HEEREN. We lazen deze uitdrukking als weergave van liefde in overtreffende trap. Maar deze woorden zeggen meer. Het is een vlam door de HEERE ontstoken en gevoed. Ze geven aan de oorsprong der liefde die in de HEERE ligt. De liefde is een vlam door de HEERE ontstoken en gevoed. Een gave van God dus. Wij hebben U lief omdat Gij ons eerst hebt liefgehad. God is een God die zondaren liefheeft en zondaren in die liefde doet delen. Er is bij Hem een eeuwige liefde die niet verbroken kan en zal worden. De Vader gaf in zijn liefde zijn eigen Zoon. Christus heeft in zijn liefde zich geofferd aan het kruis en zijn leven gegeven tot een rantsoen voor velen. Door de Heilige Geest die in het hart komt wonen, mag ik delen in die liefde. Kijk, door die liefde van God wordt mijn hart in vlam en vuur gezet en komt er wederliefde. Die liefde begeert ook altijd in de liefde van Christus te blijven delen. Die liefde overwint alles. Genade Al gaf iemand al het goed van zijn huis voor deze liefde, men zou hem ten enenmale verachten. Die liefde is niet te koop. Die gedachte alleen al is zeer smadelijk. Wie liefde wil kopen wordt afgewezen. Liefde van een meisje of vrouw is niet te verkrijgen door haar te overladen met rijkdom en geschenken. De liefde van de HEERE is ook niet te koop met iets van onszelf. Liefde is een gave. Gekochte liefde is geen liefde, maar egoïstisch zingenot en zelfbedoelen. De liefde van God is niet te koop met onze werken, eigen gerechtigheid, onze zogenaamde gestalten. Nee, die liefde is een vlam van de HEERE. Dat is het grote wonder dat ik uit enkel genade mag delen in de liefde van God en Christus. Zou ik dan Hem niet liefhebben? Wat begeren wij? Staan we in vlam en vuur voor alles van deze wereld? Of leeft het in mijn hart: Zet mij als een zegel op uw hart en als een zegel op uw arm. Bron : Kerkbode Kralingseveer, juli/augustus 2002.