Mijn ziekbed (91)

Hoe zal het in de hemel zijn?  Ongetwijfeld hebt u zichzelf die vraag wel eens gesteld. Of is de hemel intussen zo ver aan ons oog ontrokken doordat we ons meer en meer in en op deze wereld gevestigd en gericht  hebben? Ons hebben laten inpakken door het materialisme en secularisme.  De vraag dringt zich toch op of wij ons een voorstelling kunnen maken van het zalige hemel leven.  Veel is deze zaak de laatste tijd in mijn gedachten. Dan leeft er in het haft het brandende verlangen om  heen te gaan. Wat verwacht ik van het leven in de hemel?  Wat trekt mij er naar toe? Kunt u op deze vragen antwoord geven? Zijn ze levendig?  Het eerste wat dan bij mij opkomt is het nu nog onvoorstelbare om zonder zonde te zijn. Naar Gods beeld hersteld en volmaakt heilig voor de Heere te leven. Geen zondige daden of begeerten of gedachten meer. Verlost van alle zonden en van het zondige  doodsbestaan. Ik hijg ernaar.  Wat zal dat zijn.

 

Wanneer ik dat zo overdenk springt de satan er gelijk boven op. De vader der leugen is altijd in de weer en vindt een bondgenoot in mijn vleselijk bestaan. Man, het deugt bij jou niet. Het moet je om de Heere te doen zijn en Zijn gemeenschap. Inderdaad, wat is de hemel zonder de Heere.  Maar heeft de aanvaller gelijk?

Een paar dagen terug las ik in een wekelijks verschijnend digitaal Kerkelijke  Nieuwsbrief, verzorgd door een jonge vriend,  de volgende parel van Maarten Luther.  “Niemand is beter bereid tegen de jongste dag dan die begeert zonder zonde te zijn, want Hij komt om ons van de zonde te verlossen. Is deze begeerte in u vreest ge dan nog? Gij zijt toch daardoor op deze dag van één mening met Hem.”

Deze uitspraak trof mij diep. Zonder zonde zijn. En eeuwig bij de Heere zijn.  Beide zaken sluiten elkaar niet uit, maar in.  Het is niet of- of, maar en- en. Zonder zonde zijn betekent in de gemeenschap van de Heere verkeren.  Eeuwig bij de Heere zijn en Hem groot maken en je in Hem verlustigen sluit alle zonden uit. Heilig in de gemeenschap van een heilig God.

Een van de zaligsprekingen luidt: Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien. Dit geldt uit genade in dit leven reeds voor elke gelovige.  Maar ten volle, in alle heerlijkheid in de hemel. Rein van hart. Gereinigd door het bloed van Christus en geheel vernieuwd door de wederbarende genade des Geestes.  God zien is het hoogste goed. God zien in de werken van Zijn handen. God zien is Hem kennen, delen in Zijn vriendelijk aangezicht, Zijn gemeenschap proeven en smaken en ten volle genieten. 

Wie zal iets kunnen zeggen over het hemelleven? Ik denk aan de woorden van Paulus  in 2 Kor.12. Hij is opgetrokken geweest  tot in de derde hemel, in het paradijs. Hij heeft gehoord onuitsprekelijke woorden die het een mens niet geoorloofd is te spreken. Om onder woorden te brengen wat hij heeft gehoord schieten menselijke woorden  tekort. Wat hij heeft gehoord is niet bestemd om in menselijke woorden door te geven. Het is ten enenmale onmogelijk. Mag ook niet. Het hemel leven blijft verborgen. Was het de stem van de Heere? Of wie kan de zang van de engelen doorgeven en verstaan? Wie kan de zang van de verloste kerk verstaan en door geven in deze zondige wereld? Paulus vermeldt niet dat hij wat gezien heeft, wel gehoord heeft. En dat is al zo overweldigend. In ieder geval is het hemelleven overheerlijk. Alles te boven gaande. Mag eens genoten worden.

De lieflijkheen van ’t zalig hemelleven

Zal eeuwiglijk Uw rechterhand mij geven.

En alzo zullen we altijd bij de Heere wezen. Zo dan vertroost elkander met deze woorden.

Hoe gaat het met u? Hoe gaat het met uw vrouw? Ik begon mijn vorig bericht ermee. Vragen die ons regelmatig bereiken. Inderdaad, we “gaan” nog. Elke dag zeggen we tegen elkaar in verwondering: we zijn nog samen. Loutere goedheid des Heeren. Ons gaan is om zo te zeggen achteruit en vooruit. We leven bij de dag. Per dag is het verschillend. Er zijn om zo te zeggen goede dagen, er zijn heel slechte dagen. Dagen van intense vermoeidheid. Vooral ook krijg ik meer en meer last van mijn hoofd. Mijn hersenen werken niet optimaal meer.  De tumor zorgt voor problemen. Het is moeilijk dit precies onder woorden te brengen. De aandachtsspanne is maar kort. Ik slik op advies van de artsen dexamethason. Dit medicijn dient  om de vochtvorming rondom het tumor in de hersenen tegen te gaan. Ook is het een soort pepmiddel. Volgens de huisarts schrijft hij het mij voor om me iets comfortabeler te voelen.  Ik ben dankbaar dat de Heere zulk een medicijn geeft en zegent. Intussen merk ik de afbraak van het aardse bestaan naar lichaam en geest. Afwisselend zijn er ook meer goede dagen. Bekijk ik mijn situatie over een aantal weken dan lever ik toch elke dag een streepje in.

Mijn vrouw draagt intens mee.  Heb ik een goede dag dan veert z e op. Is mijn dag slecht dan lijdt ze mee. Lief, niet waar. Trouw staat ze mij alles bij. Rijk is het dat zij zich toch in alles weet geborgen bij de Heere uit genade. Zij ervaart als het ware de naam des HEEREN om haar heen. Deze naam was aan Abraham geopenbaard. Aan Mozes bij het brandende braambos. Aan het volk Israel bij de Sinai in de woestijn. HEERE: Ik ben er toch, mijn kind. Een naam die spreekt van Zijn trouw en liefde en vastheid van Zijn verbond.  Van Zijn onveranderlijkheid. In dit wonder mag ik ook steeds maar weer delen .

 

Achteruit. Vooruit. Het levensscheepje koerst meer en meer naar de kusten van het eeuwige  Immanuelsland. Vooruit in geestelijk onderwijs. Ik hecht aan de uitdrukking: bidden met de Bijbel open. Dat is bidden in het bewustzijn dat we ons stellen voor Gods aangezicht.  In de Schrift openbaart God Zich in Zijn heilige Majesteit als de Schepper maar ook als de rechtvaardige Rechter. Zo plaatsen we ons in het gebed voor de Rechter van hemel en aarde. En wie kan dan voor Hem bestaan? Gods Woord openbaart ons ook de grondeloze diepte van ons zondig verloren bestaan. Wie kan voor die heilige God bestaan? Alle gronden in jezelf ontvallen je ten enen male. Maar deze doorgaande ontdekking is geen doel op zich. Maar het drijft mij meer en meer uit naar onze Zaligmaker, onze Heere Jezus Christus in Zijn volkomenheid en dierbaarheid. Hij heeft alles volbracht en in Hem is een volkomen zaligheid. Dan mag ik mij geheel aan Hem toevertrouwen en rusten op Zijn verdiensten.

Enkele zondagen terug beluisteren we samen thuis een preek waarin de voorganger onderscheiden Schriftgedeelten aanhaalde. Eén trof  mij diep tot vandaag toe. U vindt de tekst in Johannes 6. “En dit is de wil Desgenen Die Mij gezonden heeft dat een iegelijk die de Zoon aanschouwt en in Hem gelooft het eeuwige leven hebbe en ik zal Hem opwekken ten uiterste dage.”(vers 40). Heerlijk als in de Schrift Christus oprijst en Hij zich vertoont voor het oog der ziel. Wat zal het zijn om eeuwig Zijn heerlijkheid te aanschouwen.!!

 Ontvang van ons beiden de hartelijke groeten.  Dank voor uw meeleven en gebed.

 

“De genade van de Heere Jezus Christus en de liefde Gods en de gemeenschap des Heiligen Geestes zij met u allen. Amen. ”