Mijn ziekbed (92)

Mijn ziekbed (92)

 

U staat het mij toe deze keer een wat andersoortige bijdrage te leveren. Van meer meditatieve aard. Tempus fugit. Dit gezegde staat vaak op oude klokken. En wat is dat waar. Oudere mensen zullen dit bij het terugkijken beamen. Het aardse leven vliegt voorbij. Wij vliegen daarheen, zegt Mozes in Psalm 90. Ons aardse leven is een voorbereidingstijd voor de eeuwigheid. Ik heb er steeds geen geheim van gemaakt dat ik elke dag weer terugkijk. Om mijn leven te overzien. Dan blijft toch het wonder over. Het wonder van Gods goedertierenheid en genade. “Het zijn de goedertierenheden des HEEREN dat wij niet vernield zijn, dat Zijn barmhartigheden geen einde hebben. “(Kl.3,22) De Heere legt over mijn zondig bestaan het kleed van Zijn genade.

 

 Vandaag leef ik bijzonder bij het wonder dat ik meer dan veertig Gods Woord heb mogen bedienen. En te midden van mede zondaren Christus heb mogen verkondigen. “Er is onder de hemel geen andere naam die onder de mensen gegeven is, door welke wij moeten zalig worden. “(Hand.4,12). Met veel vreugde heb ik die arbeid mogen doen. Mijn gedachten gaan terug naar het begin. Na afronding van mijn studie ontving ik enkele beroepen.  Je legt die beroepen neer voor het aangezicht van de Koning der kerk en bidt om de weg des Heeren te mogen gaan. Wanneer ik zo in het gebed voor de Heere worstelde kwamen steeds dezelfde woorden naar mij toe. “Zo iemand achter Mij wil komen die verloochene zichzelf en neme zijn kruis dagelijks  op en volge Mij.” (Lukas9,23). Aan deze woorden moet ik nu veel denken.

Jezelf verloochenen. Dat is wat! Gaat tegen de mens in.

In deze dagen verkeren we kerkelijk in de lijdensweken. Het is een goede zaak om de lijdensweg van Christus te volgen vanuit Gods Woord. Laat ik u even mogen meenemen. De Heere Jezus vertoeft in Jeruzalem. De laatste week van Zijn aardse leven is aangebroken.  We lezen in Johannes 12 dat de Heere Jezus zich tot Zijn discipelen richt: Jullie willen meer van Mij weten en Mij ontmoeten? “Wel, zo iemand Mij dient die volge Mij.” Hem volgen. Hem volgen is alles van Hem verwachten. Hem volgen is achter Hem aangaan. De weg van Jezus ging uit het leven door de dood tot het volle leven. De weg achter Hem is uit de dood tot het leven. Maar dat is een weg van stervend leven. Wie achter Mij wil komen die verloochene zichzelf neme zijn kruis op en volge mij. Dat is Hem dienen. Alles van jezelf er voor over hebben om Hem te kennen en uit en voor Hem te leven. Zichzelf verloochenen is zichzelf wegcijferen, geen rekening met zichzelf houden om Christus’wil . Je helemaal door Hem laten bepalen. 

 Hem werkelijk dienen heeft als keerzijde jezelf verloochenen. “Die zijn leven liefheeft zal hetzelve verliezen; en die zijn leven haat in deze wereld zal hetzelve bewaren tot het eeuwige leven. “ (vers 25).

Dat is nog al wat. Er staan twee zaken tegenover elkaar. Zijn leven liefhebben en zijn leven haten. Laten we eerst mogen zeggen dat we onszelf in zekere zin dienen lief te hebben. Zie u zelf als een  schepsel van God aan wie, ondanks ons gevallen bestaan, de Heere gaven heeft gegeven om voor Hem te leven en anderen te dienen. Jezelf liefhebben is als een zondaar tot de Heere vluchten om door Hem gered te worden. Haast u zich?

Wat bedoelt de Heere met je leven liefhebben en je leven haten? Er staat voor leven je ziel, je psyche, dat is je persoonlijk bestaan in deze wereld. Mijn persoonlijk bestaan liefhebben is geheel voor mijzelf leven. Dan staat mijn oude zondaarsbestaan centraal en laat ik mij daardoor leiden, daaruit leef ik en daarvoor leef ik. Ik laat mij dan leiden door mijn zondige gedachten en  begeerten, door mijn bestaan dat geheel van God vervreemd is, ik leef voor het nu en deze gevallen wereld en voor de materiële begeerten. Dat is een leven gericht op mijzelf. Dat is een leven zonder Christus. Herkent u dat in uw dagelijks leven? Aangrijpend dat we een  zondig bestaan meedragen dat van de Heere is afgekeerd en naar de zonde gericht, ja erdoor gedrenkt is . Wie dat liefheeft zal zijn leven, zijn persoonlijk bestaan verliezen, voor eeuwig tot in de eeuwige dood.

Maar dat leven haten, opzij schuiven, op de tweede plaats zetten en eraan sterven. Dan belijd ik voor de Heere elke keer weer mijn zondige daden en begeerten, mijn eigenwillige wegen, mijn opstand tegen de Heere en het volgen van mijn eigen wil van de Heere af. Daaraan sterven en de toevlucht nemen tot Christus om geheel uit Hem te leven. Dan vind  ik in Hem vergeving en heiliging, maar leer ik elke dag het kruis achter Hem aandragen naar de executieplaats en wordt mijn oude zondaarsbestaan in en door Christus aan het kruis gehecht en gedood. Om uit Christus te leven.

Paulus zegt: Ik ben met Christus gekruist en ik leef, maar niet meer ik, maar Christus leeft in mij en hetgeen ik nu leef in het vlees dat leef ik door het geloof  in de Zoon van God. (Gal2,20).

 Sterven doet erven en leven door de Levensvorst.