Paulus aan Rome 04

Paulus en Rome (4/4)
“Paulus, een dienstknecht van Jezus Christus, een geroepen apostel, afgezonderd tot het evangelie van God.”
“Allen, die te Rome zijt, geliefden Gods en geroepen heiligen, genade zij u en vrede van God onze Vader en de Heere Jezus Christus.” 
Romeinen 1: 1 – 7  
 

Het heil is uit God, door Jezus Christus en in de Heilige Geest. We zien hier het werk van de drieënige God. God schept en herschept door Christus en in de Heilige Geest. Maakt u dat niet klein als u mag geloven dat de Drieenige God werkzaam is tot uw zaligheid? Een al al verwondering vervult mijn hart. Niets uit ons, alles uit Hem Wat is de kern van het evangelie? Jezus Christus onze Heere. In het geloof mag ik weten dat Hij mijn Heere is die mij gekocht heeft met Zijn bloed, van de duivel heeft verlost en mij tot zijn eigendom heetf gemaakt. Hji heeft alle heerschappij. Hij is De Koning. Mijn Heere en mijn God. Dat is ook mijn enige troost in leven en sterven dat ik Hem toebehoor.  Paulus gaat verder over zijn persoonlijk en ambtelijk leven. “Door Welke wij hebben ontvangen genade en het apostelschap tot gehoorzaamheid des geloofs onder al de heidenen voor Zijn naam.”Nee, Paulus is zich terdege bewust dat hij niet de enige apostel is. Wij, zegt hij, hebben ontvangen genade en het apostelschap. Meervoud. Paulus behoeft zich niet op de borst te slaan. Hij weet zich de minste. “Want ik ben de minste van de apostelen die niet waardig ben een apostel genaamd te worden daarom dat ik de gemeente Gods vervolgd heb. Doch door de genade Gods ben ik dat ik ben. “ (1Kor.15, 9 en 10) Door Hem heb ik ontvangen genade. Dat staat voorop. Dat is het allerbelangrijkste in zijn leven. Hij heeft ontvangen door de Heere Jezus schuldvergevende en heiligende genade. En daarbij ook nog de genade van het apostelschap. Hij de minste, de onwaardigste mag apostel zijn met anderen, een door God gezondene in deze wereld om in Zijn naam het evangelie te verkondigen. Alles uit genade. 
Het is een grote zaak als een mens de Heere en de gemeente mag dienen in het ambt, hetzij van diaken of ouderling of predikant. Maar het ambt geeft mij geen genade om voor de Heere te kunnen bestaan in de dag des oordeels. Daatoe hebben we nodig Gods genade in Christus. Daarom heeft elke ambtsdrager - en hij niet alleen - zich te onderzoeken of hij in het geloof staat. De Heere gaf aan Paulus en vele anderen genade en eer. 
Waartoe strekt dat apostelschap? Tot gehoorzaamheid des geloofs onder al de heidenen voor Zijn naam. Ook de andere apostelen, maar toch bijzonder Paulus heeft onder de heidenen het evangelie mogen verkondigen. De Heere heeft de muur rondom het volk Israel afgebroken zodat naar Zijn raad en wil vanuit Jeruzalem het evangelie  over heel de wereld gaat. Om de heidenen tot gehoorzaamheid des geloofs te brengen. Het mensdom heeft zich van Zijn Schepper afgekeerd. Allen zijn in Adam verloren. Heidenen buigen voor afgoden die geen goden zijn. De heidenen hebben geleefd in ongeloof en ijdelheid. Paulus kreeg de opdracht en de belofte om heidenen terug te brengen van de afgoden tot gehoorzaamheid in geloof aan de Schepper. Zo is dat ook gebeurd in Rome. Nu zijn ze gebracht tot gehoorzaamheid aan de Schepper en de Herschepper. De Heere brengt verloren zonen weer thuis.We vragen hoe het kan gebeuren dat verloren mensenkinderen de Heere gaan dienen liefhebben en onder Hem buigen. Wel, voor Zijn naam. Dat is tot eer en heerlijkheid van Christus. Maar ook ter wille in Zijn naam. Ja, dat is gehoorzaamheid des geloofs, gehoorzaam aan Christus. Verderop in zijn brief zal Paulus nog spreken over het horen. Het geloof is door het gehoor. Gehoorzaamheid des geloofs in de Heere Jezus.
“Onder welke gij ook zijt, geroepenen van Jezus Christus.” Welk een wonder. Ook jullie, gemeente te Rome. Tot jullie kwam Gods roeping. In het geloof waren jullie gehoorzaam aan deze roeping. Hij riep jullie uit de duisternis tot zijn wonderbaar licht. Jullie zijn getrokken uit deze boze tegenwoordige wereld. Heerlijk om daarin te mogen delen. Heere, hebt U ook mij geroepen, zulk een zondaar, en getokkken om U te dienen en te kennen? Geroepen tot de gemeenschap des Heeren. Het is alles uit Hem en door Hem. Daarom krijgt de Heere de eer. Paulus sluit de aanhef van zijn brief af met het adres en een groet. Allen die te Rome zijt. Geliefden Gods en geroepen heiligen. Aldus genoemd te worden is van de allergrootste waarde, van eeuwigheidswaarde. Van God geliefd, delen in Zijn liefde. Dit wekt wederliefde op tot de Heere. De liefde is de vervulling van de wet. Wij hebben u lief, omdat Gij ons eerst hebt liefgehad. Geroepen heiligen, geroepen om heilig te zijn. Dit is ook één van de kenmerken van de kerk. Heiligheid. Afgezonderd van de wereld om voor de Heere te leven. Heilig in en door Christus. Dat is het wonder van de kerk. Van God geliefd. Door God geroepen. Heilig in Christus.   
Genade zij u en vrede van God, onze Vader en de Heere Jezus Christus. Wat zijn onze erediensten toch van voorname betekenis. Alleen al het begin zegt veel, zeer veel. Een eredienst begint met votum en groet. In het votum keert de gemeente zich tot de Heere en belijdt zij haar afhankelijkheid van de Heere. Vervolgens wendt de Heere zich tot de gemeente. Genade zij u en vrede. De Heere wendt zich tot de zondige gemeente en spreekt over haar Zijn genade en vrede uit. Vergevende genade en vrede, heelheid, de volkomenheid van het heil. Door het geloof mogen we daarin delen. Haast en spoedt u om uw levens wil.