Paulus aan Rome 07

Paulus verlangt naar Rome (3/6) 
“Eerstelijk dank ik mijn God door Jezus  Christus over u allen dat uw geloof verkondigd wordt in de gehele wereld. Want God is mijn getuige, Welke ik dien in mijn geest in het evangelie van Zijn Zoon, hoe ik zonder nalaten uwer gedenk.”
“Alzo hetgeen in mij is dat is volvaardig om u ook die te Rome zijt het evangelie te verkondigen.”
Romeinen 1, 8 – 15.  
 
We gaan weer terug naar de persoon Paulus. De grote ingreep in zijn leven was het gebeuren op de weg naar Damaksus en zijn verblijf in die stad. Op de weg  openbaarde Jezus zich en kwam hem tegen. “Ik ben Jezus die gij vervolgt.” Nu stond eensklaps heel zijn leven op de kop. Binnen enkele dagen veranderde Paulus van een tegenstander van Jezus in een prediker van het evangelie. Van een vijand in een vriend.

Wie heeft dat bewerkt? Jezus Christus zelf heeft hem opgezocht. Op de Pinksterdag werden door Christus en de Geest duizenden Joden bekeerd. Nu gebeurde dit in het leven van deze ene man, deze vervolger van Christus, Saulus van Tarsen. God riep hem, dat is hij kwam tot geloof in Christus. God was vanaf het begin in zijn leven, maar Paulus dwaalde zeer door de verwerping van de Messias. De God van zijn jeugd brengt hem tot berouw en geloof in de Heere Jezus. 
Vergis u niet. We krijgen niet een bekering zoals Paulus. Deze was uniek voor hem. Wel is het voor ons allen noodzakelijk tot geloof en bekering te komen. Laten we bidden en smeken: Heere, bekeer mij. Heere, schenk mij geloof. U hebt het beloofd. Ik kan niet anders dan tot U de toevlucht nemen. Ik lig midden in de dood, in U is het leven. U kunt en wilt mijn vijandig hart bekeren. Zonder geloof is het onmogelijk U te behagen.
 
In Damaskus gaat Paulus reeds enkele dagen na zijn doop naar de synagoge om daar te verkondigen dat Jezus de Zoon van God is en om vanuit de Schriften aan te tonen dat hij de Messias is. (Hand. 9,20 –22). Velen komen tot geloof. De niet-christelijke Joden willen deze deserteur zo snel mogelijk doden: Men bewaakt de poorten om hem te vermoorden. Paulus ontvlucht de stad via een mand over de muur en gaat naar Jeruzalem en vandaar naar Tarsen. 
 
Paulus is dan weer terug in zijn geboortestad. Hoe gaat het nu verder in zijn leven? Wel, volgens Galaten 1,17 ging Paulus naar Arabië, het buurland van Israël. Het omvatte het Sinaï-schiereiland en een deel van het huidige Saudi-Arabië, ook een groot deel van het gebied over de Jordaan, de vroegere woonplaats van Ammon, Moab en Edom. Staande op de hoogste tempelspits te Jeruzalem kon men in de verte één buurland met het blote oog zien liggen: Arabië 
Kennelijk heeft Paulus enkele jaren in dit buurland gewerkt als christelijk prediker. Hij schrijft in Gal. 1,16 en 17 dat hij, nadat het God heeft behaagd Zijn Zoon in hem te openbaren opdat hij Hem door het evangelie onder de heidenen zou verkondigen, niet naar Jeruzalem ging, maar naar Arabië.
Blijkbaar heeft zijn prediking in Arabië tot spanning geleid. In 2 Kor 11, 32 en 33 lezen we hoe de  overheid zelfs tegen hem in actie komt. Hij verlaat Arabië en keert terug naar Damaskus. De genoemde stadhouder van koning Aretas is geen bewindvoerder over Damaskus. Hij is een ethnarch, de plaatselijke leider van de Arabische woon- en handelswijk binnen Damaskus. Hij kan in die functie geen arrestatiebevel uitvaardigen binnen Damaskus. Wel kan hij wachten uitzetten buiten of binnen de stad om Paulus bij zijn vertrek uit Damaskus in te rekenen en te vermoorden of  te ontvoeren. Paulus weet te ontkomen door een mand via het venster over de muur. Dat is al eerder gebeurd. 
 
Voor Paulus was zijn verblijf in Arabië, waarvan we niets in Handelingen lezen, eigenlijk zijn eerste reis om onder de heidenen het evangelie te verkondigen. Het Arabische volk vormt de nazaten van Ismaël. Zij stammen af van de halfbroer van Izak. Ook tot hen komt het evangelie.
Hij moet dus uit Arabië vluchten en gaat naar Damaskus. Vandaar moet hij vluchten en reist naar Jeruzalem en vervolgens naar zijn geboortestad Tarsen. Dan is hij weer terug in zijn geboortestad. Daar zal Paulus in het omliggende Cilicië het evangelie hebben verkondigd. Ook weer een reis. Deze vurige man kon niet stil zitten. Wee mij, als ik het evangelie niet verkondig. Zijn hart brandde van liefde tot de Heere Jezus en tot zondaren. Hij moet het evangelie verkondigen.
Totdat Barnabas hem komt zoeken om hem naar Antiochië in Syrie te halen. Vanuit deze stad beginnen de drie volgende reizen. Door ons genoemd de eerste, tweede en de derde reis. Tijdens de eerste reis trekt hij door Klein Azië, op zijn tweede reis weer door Klein Azië en door Griekenland. Op Zijn derde reis door Griekenland. Het is aan het einde van deze reis dat hij de brief aan de Romeinen schrijft. Aan deze drie reizen, waarover we uitvoerig in Handelingen  kunnen lezen, gingen dus vooraf een reis door Arabië en door Cilicië.
Wat een ijver om zijn medemensen tot geloof in Christus te brengen. Geheel overeenkomstig zijn roeping. Het ging in het leven van Paulus met heel veel strijd en verdrukking gepaard. We kunnen  daarover lezen in de eerste bief aan de Korinthiërs. Hij vertelt hoe zijn leven als apostel eruit ziet. “Tot op deze tegenwoordige ure lijden wij honger en lijden wij dorst en zijn naakt en worden met vuisten geslagen en hebben geen vaste woonplaats; en arbeiden werkende met onze eigen handen; wij worden gescholden en wij zegenen; wij worden vervolgd en wij verdragen. Wij worden gelasterd en wij bidden; wij zijn geworden als uitvaagsels der wereld en aller afschrapsel tot nu toe.” (1 Kor.4, 11 – 13). In 2 Kor.11, 23 – 27 somt hij de vele gevaren op waarin hij verkeerd heeft. Lees die teksten maar na. Ondanks dat alles is hij volvaardig het evangelie te verkondigen, met volle ijver. Hier blinkt uit wat genade vermag en Wie Christus is. Alleen door Zijn kracht kan Paulus dit volbrengen. Laten we als huidige herders en leraars ons leven hier eens naast leggen! Wat dit betreft mogen wij ons wel afvragen of we niet te veel tot ons zelf ingekeerd leven. Gaan de kerken niet teveel in eigen kerkelijk leven op? Hebben we oog voor onze ongelovige medemensen? Is dat ook niet een stuk van het kruisdragen achter Christus aan dat het ons pijn doet dat velen zonder geloof heensnellen naar de dood! Zijn we een levende brief van Christus in de buurt waar we wonen en werken? 
We kunnen zeggen dat Paulus een ontwikkeld man was. Hij was terdege onderwezen in de boeken van het OT en de Joodse literatuur. Hij kende het Jodendom door en door. Hij was ook thuis in de hem omringende hellenistische cultuur van de maatschappij waarin hij verkeerde. Van huis uit kwam hij in Tarsus met deze cultuur in aanraking. Door zijn studie in Jeruzalem leerde hij vanuit de joodse geschriften de Griekse cultuur en de schrijvers van de antieke oudheid kennen. Hij was op de hoogte van uitspraken van filosofen. Door zijn reizen kwam hij meer en meer met de cultuur van zijn dagen in aanraking. Kortom. Hij was een ontwikkeld mens. Als zodanig werd hij ook door de Heere gebruikt om onder de heidenen het evangelie van de gekruiste Christus te brengen. Hij werkte met zijn handen voor zijn  onderhoud en ijverde om het evangelie uit te dragen. Paulus kende de cultuur en de geest van zijn tijd, maar wist deze te relativeren. God heeft de wijsheid dezer wereld dwaas gemaakt. Het heeft Gode behaagd door de dwaasheid der prediking zalig te maken die geloven. Wij prediken Christus de gekruisigde, de Joden wel een ergernis en de Grieken dwaasheid, maar hun die geroepen zijn, beiden Joden en Grieken prediken wij Christus. Want het dwaze Gods is wijzer dan de mensen.  (Zie 1 Kor.1, 20 – 25).