Paulus aan Rome 08

Paulus verlangt naar Rome (4/6) 
“Eerstelijk dank ik mijn God door Jezus  Christus over u allen dat uw geloof verkondigd wordt in de gehele wereld. Want God is mijn getuige, Welke ik dien in mijn geest in het evangelie van Zijn Zoon, hoe ik zonder nalaten uwer gedenk.”
“Alzo hetgeen in mij is dat is volvaardig om u ook die te Rome zijt het evangelie te verkondigen.”
Romeinen 1, 8 – 15.  
 
Paulus had het voornemen naar Rome te reizen, maar was steeds verhinderd. Waardoor? Paulus kon zijn reizen niet maken via een duidelijke persoonlijke planning. O jawel, hij maakte plannen. Maar deze werden steeds doorkruist. Hij volgde niet een eigen gekozen route. Hij zwierf eigenlijk door deze landen. Hij was om zo te zeggen geen eigen baas. Hij werd geleid.
 

Er waren veel hindernissen, waardoor hij zijn plannen moest wijzigen. Hindernissen zoals bepaalde omstandigheden waarmee hij rekening moest houden, vijandschap van de kant van de joden, ziekten en nog meer. Maar er was vooral de leiding van de Heilige Geest. In Handelingen wordt verhaald dat de Geest hem verhinderde of naar het zuiden of naar het noorden van Klein Azië te reizen. Hierdoor was het hem niet mogelijk naar Rome te komen. Pas na nadat hij in Jeruzalem wordt gevangengenomen en naar Caesarea wordt gebracht, waar hij lang heeft gevangen gezeten, en hij zich op de keizer heeft beroepen, wordt hij naar Rome gebracht. Maar er is intussen reeds een gemeente in Rome ontstaan zonder toedoen van Paulus.
 
Wellicht zien we ook in ons eigen leven de leiding van de Heere. Hij gaat dikwijls andere wegen dan wij willen of wensen. God buigt onze weg om  en we denken dat het verkeerd gaat. Of we lopen hopeloos vast zonder uitzicht. Of wij willen de Heere dwingen naar onze zin te handelen. Dat is zonde en dwaasheid, maar het gebeurt. Of de Heere brengt ons in een weg van ziekte of depressie. Heere, waarom deze weg van afbraak? Totdat we leren dat al die wegen ons afbrengen van het vertrouwen op onszelf en dichter brengen bij de Heere. Heilig zijn, o God, Uw wegen, niemand spreke Uw Hoogheid tegen. 
 
De gemeente in Rome is dus niet ontstaan door de arbeid van Paulus. Hoe is deze gemeente in de wereldstad dan wel ontstaan? Bestond de gemeente uit christenen uit de Joden of uit de heidenen of uit allebei? We spreken over de gemeente te Rome. Het zal u duidelijk zijn dat de gemeente niet in een kerkgebouw samenkwam. Er waren toen nog geen kerkgebouwen. Wel waren er zogenaamde huisgemeenten. De gelovigen kwamen bijeen in een woning van een gelovige die daartoe de ruimte had. Er waren meerdere huisgemeentes. Wellicht gevormd door etnische afkomst. Een  huisgemeente voor gelovigen uit de Joden. Huisgemeentes voor gelovigen uit de volken.
Misschien mogen we aannemen dat de gemeente ontstaan is door medewerkers van Paulus, door vrienden en bekenden. Leest u maar de uitgebreide lijst van namen van personen aan wie hij de gemeente van Rome beveelt zijn groeten over te brengen. Wanneer hij als gevangene de stad Rome nadert komen de broeders hem tegemoet en als zij Paulus zien danken zij God en grijpen moed. (Hand.28,15). Zijn dat zijn medewerkers die de gemeente gesticht hebben en nog mogen dienen? Ik wil er wat uitgebreider op ingaan. Dan verstaan we de brief beter. 
 
Uit de hoofdstukken 14 en 15 blijkt dat er een conflict leefde in de gemeente. Er wordt gewaagd van zwakken en sterken. Hierdoor ontstond er verwijdering en onenigheid tussen Jodenchristenen en heidenchristenen. De kwestie gaat over het al of niet gebruiken van bepaalde spijzen en drank en het vasten. Dit zal te maken hebben met de Joodse ceremoniële wetten, in het bijzonder de spijswetten. De zwakken, dat zijn de Jodenchristenen, houden zich aan die spijswetten. De sterken, dat zijn de heidenchristenen, houden zich niet aan die bepalingen. Paulus blijkt op de hoogte te zijn van het reilen en zeilen van het gemeentelijk leven. Hij is niet onbekend met dit conflict en vindt daarin een reden om zich tot de gemeente te richten. Paulus is niet alleen een verkondiger van het evangelie, maar ook pastor. Hij is intens met de gemeentes bewogen. Hoe is dit conflict ontstaan? Het antwoord op die vraag houdt verband met het ontstaan van de gemeente.
 
De wortels van de gemeente zullen liggen in de synagoge. Het is bekend dat er in Rome veel Joden woonden. Er bestonden onderscheiden synagogen die min of meer zelfstandig naast elkaar opereerden. In de oudheid werd veel gereisd. Ook tussen Jeruzalem en Rome was er veel onderling verkeer. Na Pinksteren zullen christen geworden Joden naar Rome getrokken zijn. Zij bezochten de synagogen en brachten daar het evangelie. Door Woord en Geest kwamen Joden tot geloof in de Heere Jezus. De synagoge werd ook bezocht door proselieten, dat zijn tot het Jodendom bekeerde heidenen, en zogenaamde Godvrezenden, heidenen die met de synagoge meeleefden. Er ging van het Jodendom een aantrekkingskracht uit tot heidenen. Onder die proselieten en Godvrezenden zullen er ook tot geloof in Christus gekomen zijn. De huisgemeentes werden bevolkt door gelovigen uit de Joden en vooral gelovigen uit de heidenen.
Wat gebeurt er? In het jaar 49 vaardigde keizer Claudius een decreet uit waarin alle Joden bevolen werden Rome te verlaten. Vanwege een zekere Chrestus. Er is verschil van mening wie nu deze Chrestus was. Sommigen denken aan de naam Christus. Dan zou de aanleiding tot de verbanning uit de stad de onenigheid in de synagoge over Christus zijn geweest. Anderen denken aan een zekere Chrestus , onder wiens leiding in Palestina opstanden uitbraken. Om de Joden te straffen en schrik aan te jagen verbande de keizer de Joden uit de Rome. Ook alle Jodenchristenen moesten de stad verlaten. De gemeente te Rome bestond nu alleen uit  heidenchristenen. Zij werden meer zelfstandig, dat wil zeggen dat zij naast het Jodendom kwamen te staan.
De christenen uit de heidenen waren tot geloof gekomen in Christus de Zaligmaker der joden. Het heil is immers uit de Joden. Zij lazen de Heilige Schriften der Joden. Zij dienden de God der Joden die zich in hun Schriften heeft geopenbaard. Maar de meeste Joden ging aan de Christus voorbij en hielden zich stipt aan de wetten van Mozes. De christen geworden Joden hielden zich ook aan bepalingen in de wetten van Mozes. Zij waren tenslotte Joden.  Nu de joden waren verbannen werden de heidenchristenen op zichzelf teruggeworpen. Hoe leef je als christen in deze heidense stad zonder de Joodse medechristenen? Iemand noemde dit een identiteitscrisis. Zij leefden nu naast de Joden. Zij maakten zich los van de instellingen der joden. Er groeide een andersoortige gemeente zonder joden. Een gemeente alleen bestaande uit gelovigen uit de heidenen. 
 
Hoe ging het nu verder? Toen Nero keizer in het jaar 54 werd trok hij het decreet van Claudius in. Joden mochten terugkeren. Ook de Jodenchristenen kwamen in de stad terug. Zij troffen er een andersoortige gemeente aan dan voor het decreet. Paulus heeft dit vernomen en schrijft zijn brief. Hij is niet alleen een verkondiger, maar ook pastor. Uit pastorale overwegingen richt hij zich tot beide groepen en vermaant hen elkaar aan te nemen zoals Christus ons heeft aangenomen (Rom.15,7). Of zijn nu de spijswetten wel handhaven of niet, uiteindelijk moeten zij beseffen dat zij door het geloof in de Heere Jezus elkaar hebben aan te nemen. Zij zijn immers één in Christus, ondanks bepaalde verschillen. Er zijn nu eenmaal hoofdzaken en bijzaken. Dat onderscheid moeten we in het oog houden. Paulus zelf rekent zich tot de sterken, maar wij moeten de zwakken accepteren. We mogen niet onszelf behagen (Rom.15,1).  
De brief ademt dus een pastorale sfeer. Paulus wil beklemtonen dat zowel Joden als heidenen hetzelfde evangelie nodig hebben. Door hetzelfde geloof hebben allen deel aan de ene Heere Jezus. Vanuit dit perspectief lezen we ook de eerste elf hoofdstukken. Leerstellige hoofdstukken.  Paulus schrijft over fundamentele waarheden zoals over wet en evangelie, de geldigheid van het OT, de wet, de gerechtigheid Gods in Christus, het geloof alleen.
Hoe moeten we ons de samenstelling van de gemeente indenken? In ieder geval kunnen we stellen dat de gemeente bestond uit christenen uit de Joden en uit de heidenen. De laatsten waren in de meerderheid.
 
Deze brief kreeg in de tijd van de reformatie veel aandacht. Men las de brief als een samenvatting van de christelijke leer. Onderscheiden reformatoren schreven een commentaar op deze brief. Ook Luther en Calvijn. We zullen daar nog van horen. Het gaat in deze brief over de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof in Christus alleen. En over nog veel meer. De brief is van groot belang, ook voor ons geloofsleven. We lezen de brief eerst zoals de eerste lezers deze ontvingen en verstonden. Vervolgens trekken wij er lering uit voor ons eigen persoonlijk leven. De Heere geve ons het licht des Geestes om Zijn Woord te verstaan.  Paulus zegt heerlijke zaken van de gemeente. We gaan dat nader zien in de verzen 8 - 15.