Een danklied voor de Verlosser

MEDITATIE

Een danklied voor de verlosser
1. En te dienzelve dage zult gij zeggen: Ik dank U, HEERE, dat Gij toornig op mij geweest zijt, maar Uw toorn is afgekeerd en Gij troost mij.
2. Zie, God is mijn heil; ik zal vertrouwen en niet vrezen; want de HEERE HEERE is mijn Sterkte en Psalm en Hij is mij tot heil geworden.
3. En gijlieden zult water scheppen met vreugde uit de fonteinen des heils.
4. En zult te dienzelve dage zeggen: Dankt de HEERE, roept Zijn Naam aan, maakt Zijn daden bekend onder de volken, vermeldt dat Zijn naam verhoogd is.
5. Psalmzingt de HEERE, want Hij heeft heerlijke dingen gedaan; zulks zij bekend op de ganse aardbodem.
6. Juich en zing vrolijk, gij inwoneres van Sion, want de Heilige Israels is groot in het midden van u. 
Jesaja  12 
 
 Een danklied voor de Verlosser
1.       Die dag
2.       Het heil
3.      Met vreugde
4.       Bekend maken
5.       Gemeenschap
 

1.       Die dag
Jesaja 12 is een danklied. Dit hoofdstuk sluit het eerste deel van het profetenboek af.  Het loopt uit op het hoogtepunt van een zeer rijke geestelijke werkelijkheid.  De inwoneres van Sion wordt opgeroepen toch vooral zeer vrolijk te zijn. En waarom? De Heilige Israels is groot in het midden van u.  De HEERE woont te midden van zijn volk. Dat zal volle werkelijkheid zijn op de nieuwe aarde.
Tot twee keer toe wordt gewaagd van : Te dienzelve dage, dat is op die dag. Welke dag bedoelt de profeet? Hij doelt niet zozeer op een dag die we exact op de kalender kunnen aanwijzen. Op die dag,  is een echt profetische aanduiding. Een dag die meerdere malen in vervulling zal gaan. We noemen dit  het profetische perspectief. Denk bijvoorbeeld aan een berglandschap. U ziet een berg, maar daar achter ligt weer een bergtop en daarachter weer een. Verschillende bergtoppen in het verlengde van die ene die zich aan uw oog vertoont. Zo gaat een profetische uitspraak meerdere malen in vervulling en dan steeds rijker en  voller.
 
Op die dag. Je zou kunnen zeggen dat het om de dag des HEEREN gaat. Een dag waarop de HEERE kennelijk toont dat Hij regeert en bestuurt. Een dag waarop de HEERE ingrijpt. Hij neemt het voor Israel op en verderft de vijanden. Hij zegent en vloekt, Hij doodt en maakt levend, Hij straft de goddelozen  en schenkt de rechtvaardigen het heil.
Op die dag. Deze dag is zo vaak in het volksleven van Israel aangebroken.  In het verre verleden heeft de HEERE Israel uit Egypte verlost en kwamen Farao en zijn leger om in de Rode Zee.  De heerlijke verlossing uit het dienshuis Egypte waarvan de wet spreekt.
 Wanneer Israel in het beloofde land woont is het volk er steeds maar weer toe opgeroepen om als het volk des HEEREN in de weg des HEEREN te wandelen. Helaas heeft het volk aan haar roeping niet beantwoord. Ondanks dat de profeten wezen op de straffende hand des HEEREN en Gods oordeel dat over het volk zou komen.  Toch is het volk niet geheel ten onder gegaan. Dank zij Gods trouw en genade.
Op die dag. De dag van Gods heil over Israel. Vele malen heeft de HEERE het volk uit de hand van vijanden verlost. In de dagen van  koning Hizkia vormden de Assyriërs een geduchte wereldmacht. De legers trokken op ten strijde tegen Jeruzalem. In het slot van hoofdstuk 10 beschrijft de profeet hoe het leger oprukt naar de stad. Onder de bewoners van de verschillende dorpen heerst angst en paniek. Velen vluchten. Maar de HEERE zond een engel onder het leger en doodde er velen zodat de Assyriërs moeten vluchten en de stad is bevrijd. 
Op die dag. We weten dat ten tijde van Hizkia, die koning was over Juda, het rijk van de tien stammen in ballingschap is gevoerd. Later zal Juda volgen vanwege haar doorgaande afwijkingen van de wet des HEEREN. Het leger van Babel heeft stad en tempel verwoest en Juda naar Babel vervoerd. Maar de HEERE heeft vanuit zijn trouw en verbond beloofd dat een rest zal terugkeren. Die dag brak aan en als door een tweede exodus is Juda weer uit Babel naar haar eigen land teruggekeerd. De HEERE gaf bevrijding.
Op die dag. De dag van Gods heil.  De HEERE heeft gedurende heel de periode van het OT de komst van de Messias  beloofd. Jesaja heeft over Zijn komst en persoon heerlijke dingen geprofeteerd. De Immanuel die komt. Het rijsje uit de afgehouwen tronk. In de volheid des tijds heeft God zijn Zoon gezonden en in Hem alle heil. Hij is gekomen tot het zijne, maar de zijnen hebben Hem niet aangenomen. O ja wel, vele joden kwamen tot geloof in Hem, maar het volk als geheel heeft Hem verworpen. De prediking van dit evangelie is de wereld door getrokken. Velen uit de volken zijn tot geloof gekomen.
Op die dag. Jesaja sprak ervan. Want het zal geschieden ten zelve dage dat de heidenen naar de wortel van Isai die staan zal tot een banier der volken, vragen zullen. (11,10)  En de joden? De Heere belooft dat ook zij tot geloof zullen komen en dan zullen Juda en Israel weer een zijn. Want het zal geschieden te dien dage dat de HEERE ten andere male Zijn hand aanleggen zal om weder te verwerven het overblijfsel van zijn  volk. Efraim zal Juda niet benijden en Juda zal Efraim niet benauwen. (11,11 en 13)
Op die dag. Jesaja sprak van het komende vrederijk. Eens zal Christus terugkomen. Dan het eindoordeel over de vijanden en het volle heil van Jeruzalem, dat zijn alle gelovigen uit de joden en de heidenen. Zij delen voor eeuwig in het heil op de nieuwe aarde. Op die dag. Wat een dag zal dat zijn.
Op die dag. In ons persoonlijk leven is het de dag dat we tot geloof komen en meer en meer mogen opwassen in de kennis van Christus. De dag van Gods heil. Door Zijn genade.
Zeg eens, kent u die dag? Nee, niet zozeer dat u die bepaalde dag behoeft aan te wijzen, maar het feit dat u tot geloof kwam en geloven mocht en de toevlucht nemen tot Christus.  Dat Christus voor u dierbaar, noodzakelijk, onmisbaar en alles werd. Verlangt  u naar de dag van zijn wederkomt?
 
2.       Het heil
Op die dag. Israel bevrijd uit de hand van de vijanden. Verlost uit Ballingschap. De komst van de Christus. Het geloof van velen in Hem, uit de heidenen en uit de joden. De dag van de wederkomst. Ondergang van de vijanden, eeuwige vrede voor alle gelovigen.
En op die dag zult gij zeggen.  Ik wees u er op dat dit staat in vers 1 en in vers 4. Het werkwoord  in vers 1 staat in het enkelvoud en in vers  4 in het meervoud.  Gij zult zeggen. Jullie zullen zeggen.  Heel het volk wordt aangesproken, maar binnen dat volk de enkeling. Het woord van Gods evangelie  komt tot ons allen, maar een ieder persoonlijk wordt opgeroepen tot geloof.
Een ieder van u.
 
En op die dag zult gij zeggen: Ik dank U, HEERE, dat Gij toornig op mij geweest zijt, maar Uw toorn is afgekeerd en Gij troost mij.  Dank aan de Verlosser. Hij was terecht toornig op ons. Maar door Zijn goedheid en genade heeft Hij de toorn afgewend en nu mogen we delen in zijn troost.
U was toornig op mij. Terecht was de HEERE toornig op zijn volk Israel. Vanwege haar zonden en afwijkingen van de wet des HEEREN. Zij verbrak Gods verbond.
        Maar Mijn volk wou niet ,
        Naar Mijn stemme horen,
        Israel verliet,
       Mij en Mijn geboon,
       heeft zich ander goon,
       naar haar lust verkoren.
Vandaar de straf van de ballingschap. Onder Gods toorn. Maar de HEERE heeft zijn toorn afgewend en nu mag het volk leven in de troost van de terugkeer en de opbouw van stad en tempel. Wij allen zijn zondaren. Geen mens uitgezonderd.  Er is niemand die goed doet, ook niet tot een toe. Vanwege mijn zonden ben ik een kinds des toorns en des doods. Ik heb niets in huis om mij daarvan te verlossen.  De verbrokenheid van het hart onder de last der zonde openbaart zich in de hartelijke belijdenis: Tegen U, U alleen heb ik gezondigd.
Uw toorn afgekeerd. Hoe is dat mogelijk? Dat is een wonder. Een wonder van plaatsbekleding. De Vader heeft de zonde Christus toegerekend.  Zijn bitter kruislijden was een geslagen worden door de geselslagen van Gods toorn. Maar Hij heeft het alles volkomen volbracht. Om Christus’ wil de toorn afgekeerd. Door het geloof in Hem. Uw toorn afgekeerd.
          De schuld uws volks hebt Gij uit Uw boek gedaan
         Ook ziet U geen van hunne zonden aan.
Nu word ik getroost. De ware troost is een leven door het geloof uit Christus. In Hem vergeving , heiligmaking en vrede met God. Zou je daarvoor God niet danken?
 
Er was veel u tegen in het leven en u ervoer in al die moeiten de slaande hand Gods. Al deze dingen zijn tegen mij. De HEERE heeft mij vergeten en verlaten. Maar wat een wonder. Uw oog mocht weer gericht worden op Christus. Uw toorn afgekeerd en U troost mij. Dank U HEERE.
 
In het geloof zie ik af van alles en iedereen en zie ik op de HEERE alleen.  Ziedaar God. Zie de HEERE. Kom, zie toch op de HEERE alleen. Hij is mijn heil. Want de HEERE is mijn sterkte en psalm en Hij is mij tot heil geworden.
Er is in de HEERE zoveel te vinden en te verkrijgen. Hij is mijn sterkte. In Hem is mijn kracht tegen de vijanden. De strijd kan hevig zijn en ik ben krachteloos. Wie kan de strijd aanbinden tegen de machten van zonde, dood, satan en mijn eigen zondaarsbestaan. God is mijn kracht. Christus heeft de doodsmachten overwonnen en in Zijn kracht mag ik overwinnen. In dit leven ten dele, straks op die laatste dag ten volle.
 De HEERE is mij tot heil geworden. Heil; Jesjoea staat er. U hoort daarin de naam  van Jezus. Zaligmaker. Hij verlost van het grootste kwaad en brengt tot het hoogste goed. Hij maakt mijn leven heel. In Hem ben ik weer een beelddrager Gods. In Hem de vrede die alle verstand te boven gaat.
Hij is mijn Psalm. Dan zing ik een nieuw lied dat zijn grote heilsdaden bezingt. Dan is mijn lied vol van Hem. Nee, de wereldse muziek kan mij niet bekoren, maar ik zing van Hem en dan zijn de psalmen mij lief.
Ik dank U HEERE, U bent mijn heil, mijn Verlosser en Bevrijder. U brengt mij uit de dood tot het leven. Ik zal vertrouwen en niet vrezen. Vol vertrouwen ga ik door dit moeilijke leven en zal niet vrezen. Want U bent mijn heil. Zingt u deze dankpsalm mee?
 
Mozes en de kinderen Israels zongen dit lied na de doortocht door de Rode Zee. De HEERE is mijn kracht en lied, Hij is mij tot heil geweest. (Ex.15,2) Aan het einde van de wereldgeschiedenis zal men zingen het gezang van Mozes de dienstknecht Gods en het gezang van het Lam. (Op15,3)
 
3.       Vreugde
Op die dag. De dag van Gods bevrijding en verlossing. De dag van de terugkeer uit de ballingschap. De dag dat u door geloof mocht leven uit Christus. De dag dat ze komen uit alle windstreken tot Christus. De dag van de volle verlossing als Christus terug komt. Wat zullen dan de gelovigen doen?
 
En gij zult water scheppen met vreugde uit de fonteinden des heils. De fonteinen van heil, van tijdelijke en geestelijke weldaden. We hebben  veel ontvangen. Voor ons leven aan materiële zaken. Voor ons leven aan geestelijke zaken. Alles wat we voor ons levensonderhoud kregen was door Gods goedheid,door Christus verworven. Laten we dat nooit vergeten. Maar vooral de geestelijke weldaden. Die geven vreugde. Gij zult met vreugde water scheppen uit de fonteinen des heils.
 
Dankdag houden is het loofhuttenfeest vieren. Het Loofhuttenfeest was het grote oogstfeest, een  feest over Gods weldaden in veel vreugde. Een feest dat herinnert aan de tocht door de woestijn en Gods zorg voor het volk. Een echt dankfeest. Het duurde zeven dagen lang. Elke  dag was er een vreugdetocht van het badwater Siloam naar de tempel. Water speelde een grote  tijdens dit feest.  Loofhuttenfeest viel tussen de droge periode en de regentijd. De joden over heel de wereld bidden om regen in Palestina voor de nieuwe oogst .
Elk dag schepte een priester met een gouden kruik water uit de vijver, van het nog daarin overgebleven  water. In een optocht liep men naar de tempel. De priester hield de kruik omhoog zodat iedereen deze kon zien en hij plengde het water aan de voet van het brandofferaltaar op het voorhof als dank aan de Heere, dank voor het geven van regen voor de oogst. Een gebed om een   voortdurende zegen. Het volk riep dan uit: Gij zult met vreugde water scheppen uit de fonteinde des heils. De HEERE gaf tijdelijke en geestelijke zegeningen. Hem de dank.
         Het vrome volk in u verheugd.
        Zal huppelen van zielenvreugd
        daar zij hun wens verkrijgen.
 
Jezus was eens tijdens dit feest in Jeruzalem. En op de laatste dag, zijnde de grote dag van het feest.  Was dat op de zevende of op de achtste dag? Het loofhuttenfeest duurde 7 dagen. Ook de achtste dag werd gevierd waarop men niet langer onder het bladerdak verbleef en waarop geen water meer werd geplengd. Wellicht moeten we denken aan die achtste dag. Er waren veel mensen bijeen in de tempel. Juist door het ontbreken van de waterprocessie op die dag zou de uitnodiging  om bij Jezus te komen drinken bijzonder indruk maken op de feestganger. 
Normaal gesproken zat Jezus bij zijn onderwijs. Bij zijn bergrede zat Jezus. Hij zat in het schip om de schare aan de oever te leren. Maar wanneer het loofhuttenfeest zijn hoogtepunt heeft bereikt op de laatste dag verheft hij zich en zijn stem. Door zijn staande houding en door zij luide schreeuwen trekt Hij de aandacht van de feestgangers. Hij riep uit: Zo iemand dorst, die kome tot Mij en drinke. die in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn buik vloeien. (Joh.7,37 en 38)
Op het hoogtepunt van het feest prijst Jezus zich aan als de Levensbron, bij wie water in overvloed is te vinden en die de Geest in ruime mate schenkt. Laat iedere dorstige tot Hem gaan, de onuitputtelijke bron van Gods heil.
Dorst is gebrek aan de eerste en meest noodzakelijke levensbehoefte. Dorst u naar God? Dorst u naar Christus? Dorst u naar troost? Dorst u naar vergeving?  Jezus nodigt u allen. U allen ontbreekt vanuit het zondaarsbestaan alles.  Wie door het geloof tot Hem de toevlucht  neemt zal uit Hem drinken het water des levens. Uit Hem ontvangen de tijdelijke weldaden, de geestelijk weldaden. Leven uit Christus geeft vreugde. Met vreugde water scheppen uit de fonteinen des heils. Nu in beginsel, op de nieuwe aarde volkomen en eindeloos. Eeuwige vreugde.  Dank u Heere. 
4.        Bekend maken
De profeet brengt ons weer bij het begin. En te dienzelve dage zult gij zeggen:  Dank U HEERE.
In vers 4 lezen we dat weer. En zult te dienzelve dage zeggen: Dankt de HEERE. Op de dag dat u getroost wordt door het Woord en kracht vindt in Gods belofte. Op die dag dat u de toervlucht neemt tot Christus en als een dorstige drinkt uit de fonteinen des heils. Op die dag dat u, weliswaar  in veel moeiten, ervaren mag troost, heil, vrede in Christus. Dan dank je de HEERE voor al die zegeningen.
 
Dankt de HEERE. Roept Zijn naam aan. Psalmzingt de HEERE. Vanuit de weldaden en zegeningen mag u zich verheugen in de HEERE. De dank richt zich op de HEERE. Hij is de bron van alle heil. De trouwe verbondsgod. De drie-enige HEERE. Alle heil is uit de Vader, door de Zoon in de Heilige Geest. Uit de Vader. In Hem is de eeuwige liefde. Uit Hem komt de Zoon als een rijke gave. Hij gaf zijn Zoon over in onze dood. Christus heeft in zijn dood en opstanding het heil verworven en aan het licht gebracht. De Geest heeft Christus gezalfd.  De Geest eigent het heil ons toe. Hij doet leven uit het Woord in geloof. Zouden we die HEERE niet danken!
 
Zijn naam aanroepen. We lezen daarvan al in het begin van de Bijbel. In de dagen van Enos. Toen begon men de naam des HEEREN aan te roepen. (Gen.12,26)  Abraham bouwde tussen Bethel en AI een altaar en riep de naam des HEEREN aan. (Gen.12,8). Zijn naam aanroepen zal zoveel  betekenen als een soort openbare eredienst waarin men offers bracht en tot de HEERE bad. Belijden  dat we alles van Hem verwachten, Hem zoeken om bij Hem vergeving te vinden, Hem danken en zijn naam uitroepen, zijn naam grootmaken. Ook tot Zijn naam de toevlucht nemen.
Hem psalmzingen. Dat kwamen we al tegen. Muziek maken en onze liederen zingen. Tot eer van Hem.
                                Ik zal eeuwig zingen van zijn goedertierenheen.
 
Het heil blijft niet beperkt tot het volk Israel. Nee. Vanaf het begin heeft de HEERE bij de afzondering van Abraham en het volk uit hem voortgekomen de volken op het oog. Daarom:
Maakt zijn daden bekend onder de volken.
Vermeldt dat zijn naam verhoogd is.
Hij heeft heerlijke dingen gedaan. Zulks zij bekend op de ganse aardbodem. 
Laten de volken weten wat de HEERE onder en aan het volk Israel gedaan heeft. Zijn daden zijn met recht verheven. Niet de daden van de mensen buiten geloof. Wel de daden in de HEERE gedaan.  Verheven zijn Zijn daden in het openbaren van alle heil in Christus, in het zaligen van zondaren. Zijn daden bekendmaken opdat ook de volken komen tot geloof in die Heere, tot Christus.
Jesaja heeft er over geprofeteerd. ” En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot de berg des HEEREN, tot het huis van de God van Jakob, opdat Hij ons lere van Zijn wegen en dat wij wandelen in Zijn paden, want uit Sion zal de wet uitgaan en des HEEREN woord uit Jeruzalem.”  (2,3)
Een woord dat heerlijk in vervulling is gegaan op en na de Pinksterdag. Uit alle windstreken zullen ze komen om met hun zonden en noden tot de Heere te vluchten en uit Christus te leven. 
Dat is ook de HEERE danken. Uit de fontein van het heil drinken. Hem loven. Maar ook tot anderen zeggen: Kom ga met ons en doe als wij. Gunnend tot anderen. Zijn Naam bekend maken.
 
Velen schrijven en spreken over de malaise van het kerkelijk leven. Terecht. Wat er aan te doen? We hebben nodig een goede prediking, waarin Christus weer rijk en vrij wordt verkondigd. Er zelf uit leven en anderen jaloers maken.
 5.    Gemeenschap
In het laatste vers wordt weer het uit ballingschap teruggekeerde volk opgeroepen de HEERE te loven.  Juich en zing vrolijk gij inwoneres van Sion, want de Heilige Israels is groot in het midden van u. Jesaja noemt wel meer de HEERE met de naam de Heilige Israels. God is de Heilige die zich aan Israel heeft verbonden.  De Heilige. De Gans Andere. De heiligheid van de HEERE wijst op zijn verhevenheid en Majesteit. Tegenover de Heilige zijn wij maar kleine nietige mensenkinderen. Vervolgens wijst de heiligheid ook op zijn afgezonderd zijn van de zonden. Voor de Heilige kan geen zondaar bestaan. De HEERE is heilig, de zondeloze en de verhevene.
Hoe kan deze Heilige God wonen in het midden van zondaren?  Door de priesterlijke dienst van verzoening. De HEERE woonde op het gouden verzoendeksel in het Heilige der Heiige van de tabernakel. Vanwege de offerdienst. Later  in de tempel te Jeruzalem. Bij de dienst der verzoening mocht de gelovige jood Gods gemeenschap ervaren. De Heilige woonde te midden van het volk. Maar door haar zonden is die gemeenschap verbroken. De tempel is verwoest, de ark genomen en het volk gevoerd in ballingschap. In zijn trouw en genade heeft de HEERE door zijn sterke hand het volk weer teruggebracht in het land. De tempel is herbouwd en de HEERE woonde weer onder volk.
 
We verstaan dat deze offerdienst vervulling vraagt. In Christus. Hij is het Lam. Door Hem is het voorhangsel gescheurd en is er een open toegang naar Gods genadetroon. Om Christus’ wil woont God onder zondaren. Christus van God verlaten, opdat wij nimmermeer van God verlaten zouden worden. 
Want de Heilige Israel is groot in het midden van u. Hij is groot in wie Hij is. Hij is groot in wat Hij doet. Hij toont zijn grootheid van genade en ontferming aan zondaren. Zij maken Hem groot. Hij woont als de meest verhevene met Wie niemand en niets is te vergelijken te midden van allen die Hem vrezen. 
 
Die gemeenschap is in dit leven maar ten dele. Wij verzondigen steeds weer zijn gemeenschap. Wij kunnen de HEERE zo vaak verlaten en vergeten.
Op die dag. Als Christus terugkomt. En ik hoorde een grote stem uit de hemel, zeggende: Zie de tabernakel Gods is bij de mensen en Hij zal bij hen wonen en zij zullen zijn volk zijn en God zelf zal bij hen en hun God zijn. (OP. 21,3) Op die dag. Volle gemeenschap voor eeuwig. Dankt de HEERE, roept Zijn naam aan, maakt zijn daden bekend. Tot in eeuwigheid vieren we dan Loofhuttenfeest, het dankfeest bij uitnemendheid.  En gij zult water scheppen met vreugde uit de fonteinen des heils.