De wet van het tarwegraan

M E D I T A T I E
De wet van het tarwegraan
”Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Indien het tarwegraan in de aarde niet valt en sterft, zo blijft hetzelve alleen; maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort.
Die zijn leven liefheeft, zal hetzelve verliezen; en die zijn leven haat in deze wereld zal hetzelve bewaren tot het eeuwige leven.
Johannes 12: 24 en 25 
 

Antwoord op de vraag van de Grieken
In de dagen vlak voor het paasfeest kwamen er Grieken tot Filippus. Zij vroegen: Wij willen wel Jezus zien. Een heerlijke vraag. Wij weten niet hoe ze deze vraag precies hebben bedoeld. Was het slechts nieuwsgierigheid of was het een vraag naar meerdere kennis van Hem opdat ze ook in Hem zouden geloven
Jammer dat we niet lezen of Jezus hen persoonlijk antwoordt op hun vraag. Toch doet Hij dat wel indirect door middel van het antwoord aan de discipelen. Hij wil zoveel zeggen als: ”U vraagt Mij te zien. Ik ben inderdaad de Koning van Israël, de grote Zoon van David. Maar mijn koninkrijk is een hemels koninkrijk. Ik ga eerst de weg van lijden en sterven. Anders blijf ik zonder onderdanen en is het tevergeefs om naar Mij te vragen. Bedenk dat wel.”
”De ure is gekomen dat de Zoon des mensen zal verheerlijkt worden,” zegt Hij. Nu is het ogenblik aangekomen dat Hij verheerlijkt wordt. Hij is een persoon van zeer bijzondere betekenis, van het allergrootste gewicht. Zijn heerlijkheid zal zich openbaren. Zijn weg is een weg door de dood heen. Maar als Overwinnaar zal Hij opstaan en ten hemel varen en zitten aan de rechterhand van de Vader. Dan zal van Hem gelden: Mij is gegeven alle macht in hemel en op aarde.
Hij is de Zoon des mensen. Het aan Adam beloofde zaad. Het grote Adamskind dat gaat volbrengen wat wij niet kunnen, opdat we door Zijn verdienste zalig worden en in Gods beeld hersteld. De weg van de Zoon des mensen is door lijden tot heerlijkheid.
 
Eerst de dood in
 
Voorwaar, voorwaar. Nu volgt een profetisch woord. We doen goed erop te letten. Geef er alle aandacht aan. Het gaat over de weg van Jezus. Hij gaat de weg van sterven. Hij gaat de dood in om deze te overwinnen, opdat dode zondaren door Hem het leven ontvangen.
Hij spreekt nu over de wet van het tarwegraan. Indien het tarwegraan in de aarde niet valt en sterft zo blijft hetzelve alleen. Maar indien het sterft, zo brengt het veel vrucht voort. Er zijn wat Grieken die begeren Jezus te zien, er zijn discipelen die deze vraag overbrengen, er is een  schare die om Hem staat, maar verstaan ze ook dat het noodzakelijk is dat Jezus eerst sterft, anders zal er niemand, maar dan ook niemand zalig worden. Dan blijft Jezus alleen.
 
Het is prachtig om een graankorrel te bewaren, in een lucifersdoosje of ergens op zolder, maar deze graankorrel blijft alleen. Een boer kan een zak tarwe bewaren, maar er gebeurt verder niets mee. Hij kan met zijn gezin de zak leeg eten en dan is het voorbij. Maar als hij de akker opgaat en de graankorrels uitstrooit, kan hij een volle oogst binnen halen. Wanneer de  graankorrel in de aarde terechtkomt, gebeurt er wat mee. De graankorrel neemt vocht op en verrot en verteert in de aarde. Gaat tot ontbinding over en sterft. Maar door dit proces gaat de korrel ontkiemen en groeit op en brengt vrucht voort, veel vrucht. Veel meer dan de ene korrel die gezaaid is en in de aarde stierf. De wet van het tarwegraan.
Wanneer Christus op aarde blijft en niet sterft en door de dood heengaat, blijft Hij alleen, zonder onderdanen, zonder bruid en zal niemand ooit met God verzoend kunnen worden. Dit voorbeeld past prachtig bij het paasfeest, een oogstfeest immers.
 
Verstaan wij de ernst van ons leven? We liggen door onze zonden midden in de dood, dat is van God vervreemd en we torsen een hemelhoge schuld. Wie kan de prijs der ziele dat rantsoen gaan voldoen? Niemand. Zo is ons leven verloren. Christus gaat de dood in, Hem wordt de zondeschuld toegerekend en Hij gaat voldoen aan Gods recht en zal dragen de volle goddelijke toorn. Hij gaat de dood in, ten volle en gaat onder in de wateren van de volle dood. Hij sterft plaatsbekledend. Door die weg heen zal Hij als overwinnaar en levensvorst opstaan en vrucht dragen.
Die zijn leven liefheeft zal hetzelve verliezen en die zijn leven haat in deze wereld zal hetzelve bewaren tot het eeuwig leven. Als Hij niet die weg gaat en Hij klampt zich vast aan het leven, verliest Zijn leven zijn unieke betekenis, waarvoor Hij gekomen is. Hij moet zijn leven op aarde haten, dat is wegschuiven, prijsgeven. Zo zal Hij het leven bewaren. Zijn leven en sterven draagt dan een rijke vrucht. Door Zijn sterven heen openbaart Hij het eeuwige leven.
 
In Zijn ziel kijken
 
Jezus laat ons even in zijn ziel kijken. We lezen in vers 27: Nu is mijn ziel ontroerd, hevig ontsteld, diep geschokt. Het uur is gekomen. Jezus gaat nu sterven. In dit uur van zijn sterven is Hij tot in het diepst van zijn bestaan bewogen. Hij is hevig geschokt. Hij staat oog in oog met de verschrikkingen van zijn dood. Immers in zijn sterven draagt Hij de volle toorn Gods en de volle vloek der wet.
Toen Hij geconfronteerd werd met het verdriet van Maria en het rouwbeklag van veel joden bij de dood van Lazarus, was Hij ook diep ontroerd. ”Hij werd zeer bewogen in de geest en ontroerde zich” (11,33). Eerst was er bij Jezus een reactie van innerlijke woede en verontwaardiging. Vervolgens ontroerde Hij zich. Dat was een reactie van schrik en weerzin. Hij was verbijsterd. Hoe verschrikkelijk is de dood!
Nu Hij spreekt over zijn eigen sterven, roept dit dezelfde reactie bij Hem op. Het grijpt Hem hevig aan. De Heere Jezus leefde sterk uit de Schriften. Vooral in zijn lijden leefde Hij uit de psalmen. Hij kan zich helemaal vinden in de woorden uit Psalm 6.  ”Ja, mijn ziel is zeer verschrikt en Gij HEERE hoelang? Keer weder HEERE, red mijn ziel, verlos mij om uwer goedertierenheid wil.” Of in de woorden van Psalm 25:17: ”De benauwdheden mijns harten hebben zich wijd uitgestrekt. Voer mij uit mijn noden.” Of in de woorden van Psalm 42: ”Wat buigt gij u neder o mijn ziel en zijt onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem nog loven voor de verlossingen van zijn aangezicht.” 
Maar moet Hij dat bidden? Moet Hij aan de Vader vragen Hem uit dit uur te verlossen? Maar dan gaat Hij aan de zending van zijn Vader voorbij. Juist om in dit uur te komen is Hij in deze wereld gekomen. Nee, in dit ontzaglijke uur vraagt Hij niet om verlossing, maar om de verheerlijking van zijn Vader.
 
De strijd
 
De Schrift laat ons op deze plaats als het ware even in de ziel van de Middelaar blikken. Het stormt bij Hem van binnen. Er leeft zowel vrees voor de dood als ook Zijn gehoorzaamheid aan de Vader. Jezus ervaart in zijn ziel de zwaarte van zijn lijden en sterven. Die komt heel sterk op Hem af. Hij legt dat biddend neer voor zijn Vader. Laten we niet vergeten welk een zware weg Hij moet gaan. Hij deinst als het ware bij het naderen van de dood terug. Maar het gaat Hem niet om zijn redding uit dit uur van de dood, maar om de redding van verloren zondaren. Hij is de Zoon van God. Hij is de gewillige Borg. ”Wat zal Ik zeggen? Vader, verlos mij uit deze ure?”  Nee, dat zal Hij niet doen. Hij schuift zijn eigen leven opzij en geeft zijn leven in zelfopofferende liefde tot in de dood. Alleen door Hem kan een zondaar zalig worden. Hij gaat de dood in. Gewillig, in gehoorzaamheid.
 
De verheerlijking van de Vader
 
Wanneer wij vragen waarom Christus deze weg gaat zijn er twee antwoorden te geven. Eerstens om Zijn Vader te verheerlijken. Dat bidt Hij dan ook. Vader verheerlijk Uw naam. Ogenblikkelijk krijgt Hij antwoord van zijn Vader uit de hemel. ”En Ik heb hem verheerlijkt en zal hem verheerlijken.” In het werk van Christus openbaart zich de heerlijkheid van Zijn  Vader. Diens naam zal uitblinken. Hij is heilig en rechtvaardig, barmhartig en genadig. In zijn vernedering voldoet Jezus aan het recht des Vaders, aan zijn straffende gerechtigheid zodat zich in Hem openbaart Diens heilbrengende gerechtigheid. Juist in de gekruiste Christus straalt uit Gods liefde en barmhartigheid tot een verloren wereld. In deze duistere wereld licht op de heiligheid van de Vader. Laten we daarom tot Hem de toevlucht nemen om te mogen schuilen in de naam des Vaders en delen in zijn liefde en barmhartigheid en om gered te worden door zijn gerechtheid.
 
Toebrengen van zondaren
 
De naam van de Vader wordt het meest verheerlijkt in het toebrengen van zondaren. Dat is het tweede. Hij zegt in vers 32: ”En Ik, zo wanneer Ik van de aarde zal verhoogd zijn zal en allen tot Mij trekken.” Hij gaat de overste der wereld uitwerpen. En dan wordt Hij verheerlijkt in het komen van zondaren tot Hem in zijn trekkende en opzoekende liefde.
De satan is de overste der wereld. Wij liggen in zijn greep en hij trekt om ons vast te houden. Christus gaat hem overwinnen. Hij trekt zondaren tot zich.
Vanuit het evangelie komt tot ons allen de opwekking tot Hem te komen, in Hem te geloven. Wie tot de Heere uitgaat en in Hem de zaligheid ontvangt, kan dat alleen maar schrijven op rekening van zijn opzoekende en trekkende liefde. Hij vergadert zijn kerk door Woord en Geest. Door het woord en de prediking ervan is er de opzoekende en lokkende liefde van de Vader. Laat u Hem staan? Geen behoefte? Redeneert u de lokking weg? Zondag jij de lokking weg? Of gaat u naar Hem uit om in Hem te schuilen. Ik zal hen allen tot Mij trekken. Welk een wonder.
 
Jezus volgen
 
De Grieken vroegen: Wij wilden wel Jezus zien. De Schrift vermeldt niet hoe het hun verder gegaan is. Hebben zij met Jezus gesproken en nader onderwijs ontvangen? Zijn ze tot geloof  gekomen? In ieder geval mogen we toch wel aannemen dat Jezus het verzoek niet heeft afgewezen. Jezus wijst immers geen mens af die Hem zoekt!
Maar we hoorden dat Hij indirect wel antwoord heeft gegeven in zijn onderwijs dat Hij verder geeft aan de discipelen op het tempelplein.
Jullie willen meer van Mij weten en Mij ontmoeten? Zo iemand Mij dient die volge mij, zegt Hij in vers 26. Hem volgen. Hem volgen is alles van Hem verwachten. Hem volgen is achter Hem aangaan. De weg van Jezus is uit het aardse leven door de dood tot het volle leven. De weg achter Hem is uit de dood tot het leven. Maar dat is een weg van stervend leven. Wie achter Mij wil komen die verloochene zichzelf neme zijn kruis op en volge mij. Dat is Hem dienen. Alles van jezelf er voor over hebben om Hem te kennen en uit en voor Hem te leven. Zichzelf verloochenen is zichzelf wegcijferen, geen rekening met zichzelf houden. Je helemaal door Hem laten bepalen.
 
Jezelf verloochenen
 
Hem werkelijk dienen is dus jezelf verloochenen. Die zijn leven liefheeft zal hetzelve verliezen; en die zijn leven haat in deze wereld zal hetzelve bewaren tot het eeuwige leven.
Dat is nog al wat. Er staan twee zaken tegenover elkaar. Zijn leven liefhebben en zijn leven haten. Laten we eerst mogen zeggen dat we onszelf behoren lief te hebben. Zie u zelf als een  schepsel van God aan wie de Heere gaven heeft gegeven om voor Hem te leven. Jezelf liefhebben is als een zondaar tot de Heere vluchten om door Hem gered te worden. Haast u zich?
Wat bedoelt de Heere met je leven liefhebben en je leven haten? Er staat: je ziel, je psychè, dat is je persoonlijk bestaan in deze wereld. Mijn persoonlijk bestaan liefhebben is geheel voor mijzelf leven. Dan staat mijn oude zondaarsbestaan centraal en laat ik mij daardoor leiden, daaruit leef ik en daarvoor leef ik. Ik laat mij dan leiden door mijn zondige gedachten en  begeerten, door mijn bestaan dat geheel van God vervreemd is, ik leef voor het nu en deze gevallen wereld en voor de materiële begeerten, ik volg mijn eigen wil en verlangens. Dat is een leven zonder Christus. Wie dat liefheeft zal zijn leven, zijn persoonlijk bestaan, verliezen, voor eeuwig tot in de eeuwige dood.
Maar dat leven haten, opzij schuiven, op de tweede plaats zetten en eraan sterven. Dan belijd ik voor de Heere elke keer weer mijn zondige daden en begeerten, mijn eigenwillige wegen, mijn opstand tegen de Heere en het volgen van mijn eigen wil van de Heere af.  Daaraan sterven en de toevlucht nemen tot Christus om geheel uit Hem te leven. Dan vind ik in Hem niet alleen vergeving en heiliging, maar leer ik ook elke dag het kruis achter Hem aandragen naar de executieplaats en wordt mijn oude zondaarsbestaan daaraan gehecht en gedood. Om uit Christus te leven.
Paulus zegt: ”Ik ben met Christus gekruist en ik leef, maar niet meer ik, maar Christus leeft in mij en hetgeen ik nu leef in het vlees dat leef ik door het geloof in de Zoon van God.” (Gal2,20).
Mijn leven verliezen in zelfverloochening. Er kan geen leven zijn zonder de dood, er kan  geen zoet zijn zonder bitter, er kan geen kroon zijn zonder een kruis. De weg van de Heere dienen houdt in dat we wegen moeten gaan van verliezen van eigen eer en wil .
 
Wij willen wel Jezus zien. Is het om Hem te doen? Kunt u niet zonder Hem? Schreeuwt uw ziel in dorst en honger om door Hem gelaafd en gevoed te worden? Laten we gaan de weg van zelfverloochening. Elke dag sterven om meer en meer uit Christus te leven. Zie op Hem alleen. Wie zijn leven in deze wereld haat zal het als een schat bewaren tot in het eeuwige leven.