Ruth inleiding

Het boek Ruth
Inleiding
Het bijbelboek Ruth is klein van omvang. Het telt slechts vier hoofdstukken en vijfentachtig teksten. Het heeft in onze Bijbel een plaats tussen de boeken Richteren en 1 Samuel. De inhoud schept een korte windstilte tijdens een storm.[1] Of is een licht dat schijnt in een donkere plaats.[2] Het boekje bevat namelijk het verhaal van een familie uit Bethlehem ten tijde van de richters. Het laat ons kennis nemen van andere aspecten van deze woelige periode en biedt enig inzicht in het leven van een Israëlisch gezin in de 12e of 11e eeuw voor Christus en de toepassing van bepaalde godsdienstige en wettelijke gebruiken.[3] De verhaaltrant van het boekje is zo mooi dat het wel een parel van Hebreeuwse vertelkunst is genoemd.[4] De hoofdpersoon is een Moabitische vrouw, die onder Gods voorzienige leiding in aanraking komt met deze familie en door Gods genade een ware dochter van Abraham wordt. Zij trouwt met Boaz en wordt de overgrootmoeder van koning David. Dit kleine boekje werpt licht op het voorgeslacht van deze beroemde koning. Onder de leiding van de Heilige Geest heeft dit boekje een plaats gekregen in de kanon van de Bijbel, van Gods Woord. "Ons uitgangspunt is ook hier de overtuiging, dat de inhoud van dit boek - wijl door Gods Geest ingegeven - ten volle betrouwbaar is, voorts dat het bedoelt historie te verhalen en tevens dat het als onderdeel van de O.T.ische Canon tezamen met de andere canonieke boeken een organisch geheel vormt en toch ook te midden van die boeken een eigen plaats bekleedt."[5] 
De plaats direct achter het boek Richteren houdt verband met historische overwegingen. Immers speelt het verhaal af in de tijd van de richters.[6] Het boekje is historisch van aard en sluit aan bij Richteren en toch is het een geheel zelfstandig geschrift. De plaats in onze Bijbel heeft het boekje gekregen via de Septuaginta, de Griekse vertaling van het OT, en de Vulgaat, de Latijnse vertaling.
De plaats in de Hebreeuwse Bijbel is namelijk een andere, en wel tussen Spreuken en Hooglied in. Het laatste hoofdstuk van Spreuken bevat een loflied op de deugdzame huisvrouw. In het boekje Ruth wordt de zelfopofferende liefde van de beminnelijke vrouwelijke hoofdpersoon getekend. In Hooglied lezen we van de bruid.[7] Je zou hierin een  verbindende lijn via vrouwen kunnen zien. 
Men verschilt echter van menig over de oorspronkelijke plaats in de Hebreeuwse bijbel.. Iemand heeft het pleidooi gevoerd voor de plaats van het boekje Ruth voor het boek der Psalmen als de meest oorspronkelijke. Het koningschap van David in het slot van het boek Ruth vormt dan de introductie tot de Psalmen met vele Davidische liederen. Ruth neemt de toevlucht onder de vleugels van de HEERE en het thema ”toevlucht nemen tot God” komt in vele Psalmen voor.[8]
 
De Hebreeuwse Bijbel bestaat uit drie delen: de Torah, de Nebiim en de Ketoebim. De Torah bevat de vijf boeken van Mozes. De Nebiim zijn de profeten en de Ketoebim de geschriften. In dit derde deel zijn de zogenaamde feestrollen opgenomen. Deze vijf boeken worden in de synagoge gelezen op de Israëlische feesten. Het zijn de boeken Hooglied, Ruth, Klaagliederen, Prediker en Esther. Achtereenvolgens werden deze boeken gelezen op het Paasfeest, Pinksteren, de gedenkdag van de verwoesting van de tempel, Loofhuttenfeest en het Purimfeest.
Het boekje Ruth wordt gelezen op het feest der weken, het pinksterfeest, onder Israël een oogstfeest. Dat laat zich verklaren omdat de beschreven geschiedenis heeft plaatsgevonden ten tijde van de oogst van gerst en tarwe. Het is goed hierop te letten.  
Wie de schrijver is weten we niet. Volgens de Joodse Talmoed zou het Samuel zijn. Deze gedachte is niet aannemelijk. Velen zoeken de schrijver of in de tijd van David of daarna in die van koning Salomo, de grote zoon van de grote koning David, dus in de vroege koningentijd. De strekking van het boek, om de Moabitische te plaatsen in het licht van de  grote koning, wijst wel uit dat het moet geschreven zijn voor de glorie van het davidische koningshuis geheel verdwenen was.[9] Het meest aannemelijk is dat het boekje  geschreven is ten tijde van koning David.[10]
 
Er zijn veel verklaringen van dit kleine boekje in omloop. Dikwijls is en wordt erover gepreekt. Opvallend is dat velen bij de verklaring hun toevlucht nemen tot vergeestelijken.  Men leest dan het boekje als een soort allegorie, een breed uitgewerkte vergelijking en beeldspraak. Men leest erin de weg van een zondaar naar Christus met alles wat in die “toeleidende weg” beleefd wordt. Het is echter de vraag of dit inderdaad de bedoeling van dit Bijbelboek is. Het maakt veel verschil of men die “toeleidende wegen” in dit boekje inleest of dat zij werkelijk de prediking van dit boekje zijn. Het gevaar van vergeestelijken is dat het boekje onderworpen wordt aan menselijke willekeur. We dienen echter eerbiedig te luisteren naar de prediking van dat boekje om te verstaan wat de Heilige Geest ons wil leren.
Er zijn vooraf wel enige dingen over de bedoeling van dit boekje te zeggen. Bij de verklaring zullen we nader zien.
 Boven is al opgemerkt dat dit boekje licht werpt op het voorgeslacht van koning David.  Zie daarvoor de verzen 17 tot en met 22 van het laatste hoofdstuk. We lezen daar dat de burinnen zeggen dat aan Naomi een zoon is geboren. Zij noemen zijn naam Obed. ”Deze is de vader van Isai, Davids vader.” En in de verzen 18 tot en met 22 lezen we een geslachtsregister vanaf Perez tot en met David. Met de naam David eindigt het boekje. De hoofdpersoon is de Moabitische Ruth. Zij komt tot bekering en is door haar huwelijk ingevoegd in het voorgeslacht van David. Dit leert ons dat ook heidenen een aandeel kregen in de vorming van dat voorgeslacht. Ruth onderwerpt zich aan de God van Israël en wordt ingelijfd in het uitverkoren geslacht. Als het ware horen we hier een preludium op het wonder van het NT, dat de middelmuur des afscheidsels wordt afgebroken en God Zijn kerk vergadert uit joden en uit heidenen. Daarom is dit boekje missionair te noemen. Vanaf het begin heeft de Heere in het apart stellen van het volk Israël het oog op de volkeren. Bij de roeping van Abraham sprak de HEERE: In u zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden.[11] De bedoeling van dit boek is om door de opname van de Moabitische, de van oorsprong heidense Ruth in de geslachtslijn van David, dat is in de geslachtslijn van Christus, de universele betekenis van de Middelaar te doen uitkomen. Hij is de Verlosser niet maar van Israël, doch van het menselijk geslacht.[12] David is in bepaalde opzichten een type van Christus te noemen. De prediking van dit boekje is Messiaans. Ruth, de Moabitische, krijgt een plaats in het voorgeslacht waaruit naar het vlees Christus is geboren. Vrouwen als Thamar, Rachab, Ruth en Bathseba worden ingevoegd in de heilige linie.[13] Zo bevat ook dit boekje Ruth een rijke Christus' prediking Ik wil nog enkele zaken noemen. Het boekje verhaalt van de verborgen en onophoudelijke zorg van de Heere. Hij leidt de geschiedenis heen naar de volle openbaring van zijn Zoon, de Heere Jezus, de Zaligmaker van verloren zondaren. Dit evangelie preludeert in zachte, maar duidelijke tonen in het boekje. Ook het boek Ruth is Godsopenbaring in Christus. We vernemen van Boaz, de losser, die in zijn zelfopofferende liefde de arme Ruth tot zich opheft en verrijkt. Hij wijst heen naar de Zaligmaker, Die Zijn in zichzelf onwaardige gemeente loskoopt met de prijs van zijn eigen leven en tot Zijn bruid maakt. Christus waakt over Zijn kerk zodat haar naam niet verloren gaat en zij een erfdeel ontvangt op de nieuwe aarde. We zien ook hoe instellingen uit het OT als lossing en Leviraatshuwelijk dienstbaar moeten zijn aan de komst van Christus in het vlees en in diepste zin op Hem doelen. Hij doet ook heidenen delen in de zaligheid. Naast deze voornaamste boodschap van het boek Ruth treffen we allerlei andere lijnen aan.   We zien de geweldige verbondenheid van Ruth aan het gezin van Naomi en haar solidariteit in verband met het voortbestaan van dit geslacht. Er komt een stuk menselijk lijden in dit boek voor, zodat we kunnen ingaan op de vraag hoe het lijden zich verhoudt tot de leiding des Heeren. Heel duidelijk komen de wegen des Heeren in zijn voorzienige leiding in dit boekje uit en daarnaast de verantwoordelijkheid van de mens. ”Het geloof in de voorzienigheid van God leeft zeer sterk bij de hoofdpersonen en bij de onbekende auteur van het kleine boekje Ruth.”[14] Voorzienigheid zegt: God is er, God is begaan, God regeert en God zorgt. Het geloof in zo’n God draagt elk hoofdstuk van Ruth.[15] Al met al genoeg redenen om het boekje te gaan lezen en te overdenken.   

 
[1] Inleiding op het Oude Testament, Dillard en Longman III, Groen 2000, p161
[2] De Boodschap van Ruth, D. Atkinson, Novapress, 1998, p.29
[3] Studiebijbel Oude Testament, deel 3, Veenendaal 2006, Inleiding op boek Ruth, p.561.
[4] Tekst voor Tekst, Boekencentrum 1987, p.130.
[5] Korte Verklaring der Heilige Schrift, Richteren Ruth, dr.C.J. Goslinga, Kok Kampen, 1938, p.117
[6] Ruth 1, 1
[7] Dillard en Longman, p.161
[8] Studiebijbel OT, deel 3, p.563 en 564. Zie ook dr.J.A.Loader, Ruth, Tekst en Toelichting, Kok,Kampen ,1994, p. 7.
[9] Zie ook dr. G.Ch. Aalders in zijn artikel over Ruth in de Chr. Encyclopedie, tweede druk.
[10] Studiebijbel OT, deel 3, p.561
[11] Genesis 12,3
[12] Zie ook dr. G.Ch.Aalders in zijn artikel over Ruth in de Chr.Encyclopedie, eerste druk 
[13] Zie daarvoor Mattheus 1
[14] D.Atkinson, p13
[15] D.Atkinson, p17