Een profetisch woord tot een schuldig volk (2/1)

"Wie is er onder ulieden die de HEERE vreest, die naar de stem Zijns Knechts hoort? Als hij in duisternis wandelt en geen licht heeft, dat hij betrouwe op de Naam des HEEREN en steune op zijn God.

Zie, gij allen die een vuur aansteekt, die u met spranken omgordt: wandelt in de vlam van uw vuur en in de spranken die gij ontstoken hebt. Dat geschiedt u van Mijn hand, in smart zult gijlieden liggen.”

Jesaja 50: 10 en 11

 

De HEERE vrezen  

We worden in deze wereld overspoeld met woorden. Er klinkt een veelheid van stemmen. Via  kranten en boeken, door de massamedia en in gesprekken. Soms wens je een ogenblik stilte, niet anders dan stilte om je heen. Een Schot had op een winteravond bezoek van zijn vriend. Zij zaten bij het haardvuur. Er werd niet gesproken. Ieder had zijn gedachten. Na afloop bedankte hij zijn vriend voor de gezellige avond. Dat neemt niet weg dat gesprekken heel fijn en opbouwend kunnen zijn. Sommige mensen zijn aangenaam rustig, anderen praten de oren van je hoofd. Te midden van de woorden en stemmen van deze wereld klinkt Gods Woord. Het is heerlijk dat Woord van God te horen. Dat maakt wijs tot zaligheid. 

Wij leven in een geseculariseerde maatschappij. Meer en meer wordt de maatschappij afgesloten voor het christelijk geloof, voor de HEERE en Zijn Woord. Veel jongeren groeien op totaal vervreemd van Gods Woord. Ook zien we uitingen van een soort multireligieuze spiritualiteit in onze maatschappij. Sommigen zoeken de waarheid bij onderscheiden godsdiensten en levensbeschouwingen en nemen daaruit wat hen past en zint. U en ik, wij maken allen deel uit van deze maatschappij. Heel indringend en op de man af komt de vraag naar ons toe:  ”Wie is er onder ulieden die de HEERE vreest, die naar de stem van zijn Knecht hoort?”

Deze  woorden van de profeet vormen een vraag regelrecht tot het hart gericht. Heel persoonlijk en van wezenlijk belang. Er wordt niet gevraagd naar uw en mijn prestaties of ervaringen. Ook niet naar onze meningen. Neen. Deze vraag gaat over uw en mijn verhouding tot de HEERE en welke plaats de HEERE en Zijn woord in ons leven innemen. Dat is nog al wat. Neemt de HEERE de voornaamste plaats in mijn leven in en kan ik niet zonder het Woord? Ben ik ervan overtuigd dat het buiten en zonder de HEERE en Zijn woord misgaat in mijn leven?

 De profeet Jesaja richt zich direct tot het volk Israël dat vanwege haar zonden in ballingschap, in Babel en ver van Jeruzalem, verkeert. Is er onder jullie iemand die de HEERE vreest en die hoort naar de stem van Zijn Knecht? Het komt mij voor dat het  bij deze vraag gaat om de roeping van het volk Israël. Het is immers een volk dat door de HEERE rijk en bijzonder begenadigd is. In zeer veel opzichten. Het grote doel dat de HEERE voor ogen stond, toen Hij Israël van alle volken afzonderde, was dat het Zijn volk zou zijn, zich als Zijn volk zou gedragen in een leven tot eer van Hem. Om Hem te vrezen.

 

Bij het stellen van deze vraag klinkt een ondertoon van aanklacht en onderzoek.  Wie is er van jullie nu werkelijk die de HEERE vreest? Is dat echt jullie levenspraktijk? Met ”de vreze des HEEREN” wordt aangegeven de trouwe dienst van God. Op een andere plaats lezen we: ”Gij zult de HEERE uw God vrezen en Hem dienen.” (Deut. 6,13).  De vreze des HEEREN is ongetwijfeld een vrucht van wederbarende genade en niet van onze eigen akker. Toch worden we ertoe opgeroepen om de HEERE te dienen en te vrezen.

 De vreze des HEEREN. We kennen deze uitdrukking uit de Schrift en zingen in de psalmen erover. Maar wat wordt er nu precies mee bedoeld? Wel, mij dunkt, dat in het beoefenen van de vreze des HEEREN de mens geheel op de HEERE gericht is. Dat is het! Met het op deze manier te zeggen verstaan we dat dit een wonder van Gods genade is in ons leven, want zo zit de mens niet in elkaar. Hij is veel eer op zichzelf gericht. Vooral de mens van onze maatschappij. Ik bepaal zelf mijn leven wel  en ik laat mij geheel door mijzelf leiden. Zo ongeveer redeneert menigeen.  De grondtoon van ieders zondig hart. 

We mogen bij de vreze des HEEREN denken aan eerbied voor de HEERE, hoogachting voor Zijn naam en een diep ontzag voor Hem. Hij is groot en wij zijn klein. De HEERE is inderdaad groot als de Schepper van hemel en aarde. Daarin openbaart Hij Zijn wijsheid en almacht. Hij is groot in Zijn daden van rechtvaardigheid en barmhartigheid. Hij is immers de trouwe Verbondsgod. Wie de HEEREN vreest zal Hem hoogachten en voor Hem buigen in ootmoed. In de vreze des HEEREN leren we vragen naar Zijn wegen en buigen voor Zijn wil.

 De vreze des HEEREN, zegt de Spreukendichter, is het beginsel van de ware wijsheid. Maar dit is niet een wijsheid naar de maatstaf van deze wereld. Neen. Wijze mensen zijn mensen die er weet van hebben wat het is om te buigen voor de HEERE en te vragen naar Zijn wil en zich te houden aan de wet des HEEREN. De vreze des HEEREN krijgt gestalte in een leven voor de HEERE in afhankelijkheid van Hem, in het zoeken van Zijn gemeenschap om heilig te leven voor zijn aangezicht. Wie heeft lust de HEERE te vrezen? Zeg eens, vreest u de HEERE?

 

Horen naar de stem van Zijn Knecht  

Nauw aan de vreze des HEERRN is verbonden Hem gehoorzaam te zijn, naar Zijn onderwijs te luisteren en dit ter harte te nemen. Die naar de stem van Zijn Knecht hoort. Denk maar aan de woorden van Psalm 25 vers 12: ” Wie is de man die de HEERE vreest? Hij zal hem onderwijzen in de weg die hij zal hebben te verkiezen.” 

Horen naar de stem van Zijn Knecht. De vraag komt vanzelf op wie met de Knecht des HEEREN wordt bedoeld. U weet dat bij de profeet Jesaja over de Knecht des HEEREN op onderscheiden plaatsen wordt gesproken. Met de Knecht des HEEREN wordt op sommige plaatsen het volk Israël bedoeld. Op andere plaatsen de Messias, de Heere Jezus, de Borg en Middelaar.

 Het is de roeping van het volk Israël als knecht des HEEREN om in de vreze des HEEREN te leven. Zij heeft dat niet verstaan noch beoefend. Neen, we kijken niet laag op dat volk neer. Het is eveneens onze roeping als gemeente van het nieuwe verbond als knecht in gehoorzaamheid voor de Heere te leven. Wat komt er van terecht? Uit onszelf niets! Maar De Knecht des HEEREN leeft in volkomen gehoorzaamheid.  Daarom is het zo nodig om te horen naar het onderwijs van De Knecht des HEEREN en uit Zijn Woord te leven.

In de verzen 4 tot en met 9 spreekt de Knechts des HEEREN. Hij wijst in dit gedeelte vooral op Zijn profetisch ambt en ook op Zijn vernedering als Borg Die plaatsbekledend heeft geleden om de schuld van anderen te dragen.

Als De Knecht is Hij helemaal gericht op de Heere HEERE. U leest deze namen tot vier keer toe. Steeds maar weer. Dit wijst op de zeer nauwe vereniging van Hem en de Vader. Hij heeft  Hem het oor geopend. Hij is een leerling van de Vader en hoort van Hem Zijn Woord. En dat woord van God geeft Hij in Zijn onderwijs door. Het woord van de Knecht is het woord van God. Wat Hij van de Vader heeft gehoord en gezien, dat onderwijst Hij. Daarin is Hij niet weerspannig, maar volkomen gehoorzaam en gewillig. Hij ondervindt heel veel vijandschap. Men slaat Hem op de rug, men rukt Zijn haar uit en spuwt Hem in het aangezicht. We denken aan Zijn lijden als de man van Smarten. Maar in alles is de Vader Hem nabij. Hij heeft Hem gerechtvaardigd.

 Welnu, de HEERE vrezen is ook horen naar de stem van de Knecht des HEEREN. De Heere komt tot ons met Zijn Woord waarin Hij tot ons spreekt. Door Zijn Woord roept Hij op tot bekering en komt met Zijn belofte van genade. De Vader spreekt door Zijn Zoon, de Knecht. Daarom is het een woord van heil en zaligheid in Christus. Het leven van de Knecht is geheel gericht op het woord van God. Morgen aan morgen wekt de Vader Hem en dan richt Hij zich totaal op het Woord van de Vader.

 Op de man af

Wie is er nu toch die hoort naar het Woord van God zodat zijn leven in dat Woord is gefundeerd en hij leeft uit en naar dat Woord? Het gaat om een leven dat geheel op het Woord van God is gericht. Dat is een leven van bekering, waarin ik meer en meer uit Christus leer leven en ook in gehoorzaamheid aan de wil des Heeren.

 De profeet kijkt rond onder het volk in ballingschap en vragend zoekt hij de weinigen die de HEERE vrezen en leven in gehoorzaamheid aan Gods woord. Wie onder ons is er die de HEERE vreest en naar de stem van Zijn Knecht hoort? Een hartonderzoekende vraag. Een  oproep van het grootste belang. Een vraag op de man af.

 Wij kunnen zo aardig tevreden zijn als we uiterlijk leven naar de onder ons geldende traditie. Heimelijk zijn we daar nog trots op ook en voelen we ons beter dan de wereld die niet zo leeft. Dat is het immers wat ons meer en meer van de ons omringende wereld onderscheidt. Velen houden naar hun zeggen van de bevindelijke oude waarheid en leven intussen als nog onbekeerden door en heerst er in hun leven een lijdelijke onverschilligheid.

Maar wie is er onder u die de HEERE vreest?

Ik denk aan de jongeren die aan de poort van het volle leven staan en zoveel op zich af zien komen. Hoe moet ik in deze wereld staan en waaraan moet ik mij vasthouden? Wie is er onder jullie die de HEERE vrezen en een leerling van Gods Woord zijn om je naar dat Woord te richten?

Ik denk aan de ouderen in de opvoeding van hun kinderen of aan hen die een leidinggevende functie hebben of op plaatsen werken waar ze in aanraking komen met ethische vragen en voor allerlei dilemma’s geplaatst worden. Wie is er onder u die de HEERE vreest en hoort naar de stem van Zijn Knecht?

Ik denk aan een ieder die als zondaar in dit leven onderweg is naar de grote dag die komt. Dat geldt ons allen. Wie van u vreest de HEERE en is een leerling van het onderwijs van de Knecht des HEEREN in een leven dat totaal ondergedompeld is in het Woord?

Een vraag op de man af.