Hemelvaart (3/3)

 “En het gebeurde als zij voortgingen gaande en sprekende, zie, zo was er een vurige wagen met vurige paarden die tussen hen beiden scheiding maakte. Alzo voer Elia met een onweder ten hemel.”

2 Koningen 2: 11

 “En Hij leidde hen buiten tot aan Bethanië en Zijn handen opheffende zegende Hij hen. En het geschiedde als Hij hen zegende dat Hij van hen scheidde en werd opgenomen in de hemel.”

Lukas 24: 50 en 51

 3. Met rijke vrucht

Laten we nu ook overdenken in welke zegeningen de ten hemel gevaren Christus Zijn Kerk doet delen. Wat is er te verkrijgen  onder Zijn zegenende handen? Elia ging heen. Hij liet zijn profetenmantel achter. Christus gaat heen. Hij laat Zijn zegen achter.

 De Bijbel leert ons dat de Kerk met Hem is gezet in de hemel (Efeze2,6). Wat wil dat ons zeggen? Christus vertegenwoordigt heel Zijn kerk. Allen die in Hem geloven, zijn in Hem begrepen. Wat Christus deed, verrichtte Hij voor de Zijnen. Dat houdt heel veel in. Het wil zeggen dat ze met Hem gestorven zijn en met Hem opgestaan en met Hem gezet in de hemel. Door de eenheid met Hem en het in Hem begrepen zijn geldt het dat ze met Hem gestorven zijn. Houdt het daarvoor dat ge der zonde dood zijt, zegt Paulus. Dus met Hem gestorven voor de zonde. De oude mens is met Hem gekruist. Maar ook heeft de kerk met Hem deel aan het leven. Houdt het daarvoor dat gij wel der zonde dood zijt, maar Gode levend in Christus Jezus (Rom.6: 11). Dus in Hem mee gestorven en in Hem mee opgewekt. Dat wil zeggen dat we door het geloof deel hebben aan de vruchten van zijn dood en  opstanding.   

Dit geeft een zeer rijke troost in de strijd van het leven. Immers, de dagelijkse levenspraktijk van een gelovige bewijst dat de oude mens vaak nog springlevend is. Wat is de zonde toch een macht. Het goede dat ik wil doe ik niet, het kwade dat ik niet wil, dat doe ik. Ja, dat is de klacht. Hoe kom ik er ooit  van verlost? Hoe kan ik ooit heilig voor de Heere leven? Niet in eigen kracht. Door het geloof mag ik weten dat ik in Christus voor de zonde dood ben en dat de oude mens met Hem gekruist is. Tegelijk ook dat ik door Zijn kracht en genade de vruchten van het nieuwe leven mag openbaren.  

 Nu geldt ook dat ik door de hemelvaart met Hem gezet ben in de hemel. Wat dat betekent voor de Kerk? Wel,dat ze bij heel hun doen en laten het uitgangspunt moeten nemen in de hemel, waar Christus is, zittende aan de rechterhand des Vaders. Door het geloof wordt een zondaar verenigd met Christus. Hij is het Hoofd en Hij is in de hemelen. Dus de kerk is met Hem in de hemel gezet. Ons burgerschap is in de hemelen. Het is waar dat we nu nog op deze aarde leven, in een gebroken wereld. Hier op aarde als vreemdelingen. Maar het geloof leert dat ik toch met Hem, Die in de hemel is, één ben. Deze geloofswetenschap geeft rijke troost. Het leven is een strijd. Strijd vanwege mijn zonden en mijn zondige aard. Welk een troost onder de zegenende handen van Christus voor een ellendige zondaar. Dat wil zeggen dat het in mijn strijd troost dat ik in Hem dood voor de zonde ben en met Hem deel heb aan het leven. Maar laat ik nu ook door Zijn genade zoeken die dingen die boven zijn. Om door Zijn kracht meer en meer aan de zonde te sterven en door Zijn kracht meer en meer voor de Heere te leven. Dus met Hem in de hemel gezet.

 Er is meer. Wanneer ik in het geloof de toevlucht mag nemen onder Zijn zegenende handen vind ik in Hem voor al mijn zonden vergeving. Vind ik in Hem in de strijd tegen de zonde kracht om in heiligheid te leven. Ik geef het nu met slechts enkele woorden weer. 

Het leven is vol strijd en moeite. Er is lijden en verdriet. Maar onder Zijn zegenende handen wil Hij mij door leed heiligen, opdat Ik meer en meer in het geloof mag toenemen.

We leven in een gebroken wereld en zijn onderworpen ook aan een zwak lichaam. We moeten nog sterven. Maar wie mag weten het eigendom van Christus te zijn mag geloven dat hij in Christus zijn  vlees als een pand in de hemel heeft. Hier moeten we nog sterven en wordt ons lichaam begraven.  Straks zal ook mijn lichaam uit het graf worden opgewekt om in volkomen heerlijkheid met Hem te leven. Onbegrijpelijk wonder van genade. 

Ik blijf in dit leven een zondig mens en moet klagen dat ik vleselijk ben. Maar wanneer we gezondigd hebben, wij hebben een Voorspraak bij de Vader eeuwig in de hemelen. Laten we dan getroost weten dat Hij in de hemel leeft om voor ons te bidden. Hij treedt met Zijn dierbaar bloed tussen bij de Vader.

In het huis des Vaders, sprak Christus, zijn vele woningen en Ik ga heen om u plaats te bereiden. En wanneer Ik zal heengegaan zijn en u plaats zal bereid hebben zo kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij mag zijn waar Ik ben. De vrucht van de hemelvaart is dat er voor een zondaar om Christus’ wil een open hemel is, een toegang  tot de Vader en een ingang in het eeuwige leven. Om stil van te worden.   

Aan het begin van het Lukasevangelie lezen we van een priester, Zacharias, die niet in staat is de zegen uit te spreken in de tempel. Hij moet zwijgend de mensen naar huis sturen. Het evangelie eindigt met Christus, de Hogepriester, Die zegenend heengaat.  Zie, door mijn zonde heb ik niet de zegen, maar de vloek verdiend. Maar wie door het geloof de toevlucht tot Christus neemt ontvangt in Hem de zegen.

Elisa trok met Elia mee. Zij gingen beiden te samen. Hij was getuige van de hemelvaart van Elia en nam zijn mantel op. Wie door het geloof mag leven met en uit Christus heeft deel aan de zegen die Hij achterlaat.

Wellicht gaat het u bij het lezen van deze rijkdommen duizelen. Is dat allemaal te verkrijgen? En zou dat ook voor mij zijn? Ik ben een onwaardige. Bedenk dat alles wat bij de Heere te verkrijgen is om niet, uit genade is.  Juist voor onwaardigen die hun zonden onder de Heere belijden. Deze weldaden, verkrijgbaar onder de zegenende handen van Christus, zijn inderdaad groot en veel. Maar we leren dat alles niet op één dag. Het is als bij een bloem die langzaam opengaat en haar schoonheid, kleuren en geuren meer en meer openbaart. In de oefeningen van het geloof gaat de bloem des heils meer en meer open. En hoe meer u van de Heere leert en ontvangt, des te meer leert u uw zondaarsbestaan kennen. En hoe dieper ik onder de Heere leer buigen, des te meer gaat de schoonheid van Christus uitblinken. Wie niets is en niets heeft en de toevlucht neemt tot de zegenende handen en doorboorde Middelaarshanden van Christus ontvangt de rijkdom in Hem.

 

Er is geen betere plaats dan onder de zegenende handen van Christus.