De grote daden des HEEREN gedenken (1/3)

Donderdag 10 september 2015 Oud Beijerland

 

1.       Votum en groet

2.       Zingen Psalm 77: 7

3.       Geloofsbelijdenis

4.       Zingen Psalm 77: 8

5.       Gebed

6.       Schriftlezing Jozua 4

7.       Zingen Psalm 111: 2 en 3

8.       Verkondiging Jozua 4:  19 - 24

9.       Zingen Psalm 105: 3

10.   Gebed

11.   Zingen Psalm 68: 10

12.   Zegen

 

Ten grondslag aan het volksbestaan van Israel liggen de grote heilsdagen Gods. De Heere heeft uit alle volken der aarde dit volk uitverkoren. Hij heeft het uit het diensthuis van Egypte verlost, opgenomen in Zijn verbond, door de woestijn geleid en na veertig jaar door het Jordaanwonder in het land der belofte gebracht. De roeping van het volk Israel is die grote daden des HEEREN te gedenken om Hem te vrezen en naar Zijn geboden te leven. Gij zult Mij een priesterlijk Koninkrijk en een heilig  volk zijn, sprak de HEERE bij de Sinai.

We lezen in Handelingen 2 dat op de dag van het Pinksterfeest de Heilige Geest is uitgestort en woning maakte in de kerk. Zij spraken in allerlei talen de grote werken Gods. Gods grote heilsdaden. Petrus schrijft aangaande de kerk van het NT: “Maar gij zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterdom, een heilig volk, een verkregen volk opdat gij zoudt  verkondigen  de deugden Desgenen die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar licht.”  (1 P.2,9). Kijk, dat is de roeping van allen die de Heere kennen en vrezen en door Hem zijn gezaligd om te verkondigen de deugden, dat zijn de grote daden Gods. Hem groot maken.

 

De grote daden des HEEREN gedenken

1.       Opgerichte stenen

2.       Overvolle dag

3.       Onderwijzende toespraak

Bij het eerste punt staan we het langst stil. Dit is de voornaamste. Daarna kort de beide laatste punten of gedachten.

 

1. Opgerichte stenen

Dat moet een geweldig gezicht zijn geweest. De Jordaan lag over een grote lengte droog. Drooggelegd door de HEERE. De priesters die de ark des HEEREN droegen hadden midden in de rivier hun plaats ingenomen. Het gehele volk trok op het droge door. Dat zal een inspannend karwei geweest zijn om met de kinderen en het vee over de steenachtige oneffen bodem te trekken.  Het vroeg alle aandacht.

Toch staar er in vers 10: Het volk haastte en het trok over. Het ging met haast. Dat zal zoveel zijn als dat de overtocht vlot verliep. Omdat het volk werd gedragen door het wonder Gods. Geen last van al die stenen op de bodem.

Er is meer. Ik stel mij voor dat zij als het ware voortgedreven werden. Een innerlijke drang.  Een Goddelijke drang. Een haast. Immers, zo meteen mogen ze vaste voet zetten op de bodem van het beloofde land. Vele eeuwen te voren heeft de Heere het aan Abraham beloofd: Dit land zal Ik uw zaad geven. De HEERE is de Getrouwe, Hij vervult Zijn Woord, op Hem kun je aan. Nu gaat het gebeuren na die lange woestijnreis.

Het zal een  onvergetelijke indruk gemaakt hebben om het land der belofte te mogen betreden.

Onvergetelijk  als we na alle moeiten en zorgen rust bij de Heere en Zijn Woord mogen vinden. Onvergetelijk als we met onze zondeschuld rusten mogen in de bloedwonden van Christus. Wat zal het zijn eens in te gaan in de rust van het hemelse Kanaän.

Ja, het werk Gods heeft haast. Haast u om uws levens wil, zegt de Heere. Laten we met haast gaan om de toevlucht  te nemen tot Gods genade in Christus. Wanneer de nood, de eeuwigheidsnood ons drukt en dringt, worden we gedreven met haast de Heere te zoeken en Hem te smeken om genade.  De herders gingen met haast naar Bethlehem .We kunnen geestelijk zo traag en lui zijn.

 

De taak van Jozua op deze plaats is nog niet volbracht. De HEERE had hem al eerder bevel gegeven 12 mannen te nemen, uit elke stam één. Wanneer heel het volk op de westoever staat, komt de Heere op dit bevel terug. Deze twaalf mannen vertegenwoordigen heel het volk Israel. In hen handelen de kinderen Israëls. ( zie vers 8).  Heel het volk is bij wat nu gaat gebeuren betrokken. Het gaat allen aan. Jozua moet die 12 mannen bevelen elk een steen uit de Jordaan te nemen. Uit het midden der Jordaan. Uit de standplaats van de voeten der priesters. De stenen moeten ze brengen aan de westoever in het nachtleger waar ze de nacht doorbrengen.  Daar moeten ze opgesteld worden tot een gedenkteken, een monument.

Jozua roept die 12 mannen en geeft hen bevel de Jordaan weer in te trekken tot voor de ark. Het volk, zo weten we, moest uitdrukkelijk tot de ark des HEEREN afstand nemen. Vanwege de grote eerbied voor de heiligheid van de Heere. Deze 12 mannen krijgen toestemming tot voor de ark des HEEREN te komen. Ze kiezen elk een steen uit en dragen deze op de schouder naar de oever.

 

Dan gebeurt er nog iets. Jozua geeft ook opdracht om 12 stenen te nemen en die op de standplaats van de priesters in de Jordaan op te richten. Als dit alles gebeurd is, gebiedt Jozua de priesters die de ark dragen uit de Jordaan op te klimmen. En wanneer hun voetzolen zich losmaken van het water stroomt de rivier als gister en eergisteren weer door. Daar ligt de bruisende rivier achter hen.  Droogvoets daardoor geleid. Door een wonder Gods. In het geloof.

 

Tussen de Jordaan en Jericho ligt Gilgal. Daar wordt het legerkamp opgeslagen om te overnachten. De 12 stenen worden er opgericht tot een gedenkteken. Eén aan de wal. Eén in het water.  Die in het water is niet te zien, maar steekt ongetwijfeld bij lage waterstand er boven uit. We vragen ons af wat het doel is van deze steenhopen.  De steenhoop moet tot een teken zijn (vers 6). De kinderen van morgen die deze doortocht zelf niet hebben meegemaakt zullen naar de betekenis vragen.  Wat zijn deze stenen? Dan moet u ze wijzen op de grote daden des HEEREN. Omdat de wateren van de Jordaan zijn afgesneden geweest voor de ark des verbonds. Zo zullen deze stenen zijn de kinderen  Israels ter gedachtenis tot in eeuwigheid, tot in verre tijden toe.

 

De steenhopen zijn een teken die heen wijzen naar een zeer voorname gebeurtenis.  Zoals wij monumenten kennen van historische personen of gebeurtenissen. Opdat we niet vergeten en de geschiedenis  kennen om er lessen uit te leren. De steenhopen dienen ter gedachtenis. Om te gedenken wat de Heere heeft gedaan. Nooit mogen de grote daden des HEEREN vergeten worden. Immers wijst de ark des verbonds op Zijn tegenwoordigheid, verbond, trouw en verzoenende genade. De HEERE God heeft uit enkel genade Israel door deze poort als door een wonder laten  trekken. Dit teken wijst daarop en roept op om te gedenken.

 

Opgerichte stenen om Gods grote werken en daden te gedenken . Dat is om zo te zeggen Israëls religie. Het volk heeft zijn bestaan en voortbestaan te danken aan de daden des HEEREN . Ze roepen op tot diepe ootmoed voor de HEERE. Immers bewijst Hij Zijn daden van heil en verlossing aan schuldige zondaren die de dood verdiend hebben. Ik denk aan Petrus. Door het machtswoord van Christus liep het net vol vissen terwijl ze heel de nacht niets hadden gevangen. Petrus was zo klein en verslagen dat hij uitriep: Heere, ga uit van mij, ik ben een zondig mens. (Lukas5,8). 

De daden des HEEREN roepen het volk op om de HEERE te erkennen, te danken, lief te hebben en te vrezen. Ze roepen op om in heiligheid en bekering voor Hem te leven. Ze roepen op om in Hem te geloven en alles van de HEERE te verwachten.  Ja, om in de toekomst bij moeiten en noden, bij eigen onmogelijkheden en ook afwijkingen  tot Hem de toevlucht te nemen en alles van Hem te verwachten. Om het geloofsvertrouwen te beoefenen in de Naam van de Heere.

 

De stenen als een teken ter gedachtenis oprichten. Dat dient te geschieden in de verkondiging van Gods Woord. De kern van de eredienst. De zegen die de Heere geeft aan en vraagt van de kerk. Prediking is zoveel als verklaring en toepassing van het Woord van de HEERE. Daarin gaat het om de grote daden des HEEREN. Zijn heilsdaden te midden van een zondige gevallen doodswereld. Hij laat Zijn heil verkondigen. De zaligheid bij God vandaan. Een zondaar kan zalig worden omdat God het wil en doet. Aan Gods kerk ligt ten grondslag de daden van heil van de Drie-enige HEERE. De Vader is de bewegende oorzaak, de Zoon de verdienende oorzaak, de Heilige Geest de toepassende oorzaak van de zaligheid. De Vader is van eeuwigheid in Zichzelf bewogen in zijn Goddelijke liefde en heeft in Christus zondaren uitverkoren tot het leven. De Schrift getuigt van Gods verkiezende liefde.  Uit Zijn welbehagen schonk Hij Zijn Zoon tot Borg en Middelaar.

Christus heeft in liefde tot Zijn Vader en tot verloren zondaren Zichzelf gegeven tot in de dood.  Hij bleef God en nam de menselijke natuur aan. Plaatsbekledend en Borgtochtelijk  kwam Hij in deze wereld in de weg der vernedering . Hij is tot zonde gemaakt en heeft de volle vloek der wet en de toorn van God gedragen. Zie het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt. Hij heeft de volkomen  verzoening tot stand gebracht en alles volbracht. In Hem openbaart zich het volle heil. Het is de Heilige Geest Die in de weg der toepassing zondaren doet delen in dat heil.

Laten we zo de stenen van de grote heilsdaden des Heeren in de prediking oprichten.

 

De stenen als een teken ter gedachtenis oprichten. De Heere gaf ons tekenen van Zijn grote daden in doop en Avondmaal. Toen de Heere Jezus bij de laatste paasmaaltijd het Avondmaal instelde sprak Hij:  Doet dat tot Mijn gedachtenis. (Lukas22,19 en 1 Kor.11, 24 en 25.) Dat wil zoveel zeggen als dat door het geloof onze gedachten geheel vervuld zijn met wat Christus heeft gedaan in Zijn lijden en sterven tot onze zaligheid. Hij gaf Zijn leven tot voeding van onze zielen tot het eeuwige leven. We komen niet aan de Tafel om te betuigen dat we iets in onszelf hebben. Integendeel. Dat wij midden in de dood liggen en het leven buiten onszelf in Christus zoeken. Hem gedenken aan de Tafel. Gods grote daden in verwondering gedenken tot Zijn eer en tot sterking van het geloof. Het geloof leeft immers van de heilsdaden Gods.

 

De stenen als een teken ter gedachtenis oprichten. Wat betreft het persoonlijke geestelijk leven.  Het is toch een onuitsprekelijk wonder als de Heere een zondaar opzoekt en bearbeidt door de Heilige Geest. Ik weet het wel, de wegen zijn onderscheiden. Sommigen weten van een dadelijk en krachtig ingrijpen Gods en kunnen vertellen wanneer en waar dat gebeurde. Bij velen werkt de Heere geleidelijk aan. Maar hoe dan ook, als u mag weten en geloven dat het de Heere behaagd heeft  Zijn Zoon in u te openbaren en u mag leven bij en uit de enige troost zoals deze verwoord is in zondag 1 van de HC dan mag u toch stenen oprichten.

 

Komt, luistert toe, gij Godsgezinden,

Gij die de Heere van harte vreest,

Hoort, wat mij God deed ondervinden,

Wat Hij gedaan heeft aan mijn geest.

 

Soms overdenkt ge al deze geestelijke zaken. De Heere schudde u wakker. U moet sterven en kan niet sterven. Dat is God ontmoeten. U hebt het wellicht gezocht in werken van eigen gerechtigheid,  maar de Heere blies dat alles weg. U kwam te staan voor een heilig en rechtvaardig God met al uw zonden en ongerechtigheden. Wie kan dan voor Hem bestaan. Hoe kom ik ooit met God verzoend. Rijk en vertroostend  zijn de bemoedigingen uit het Woord. Maar met dat alles blijft u God missen en hebt u Zijn toorn verdiend. Onvergetelijk als de Borg en Middelaar Zich vertoont voor het oog der ziel. Zulk Eén is mijn Liefste. Hij is onmisbaar en dierbaar en gepast. U ziet ernaar uit om met Hem verenigd te worden in het geloof. Hij is ons van God geworden wijsheid, rechtvaardigheid, heiligheid en verlossing. In Christus mag ervaren worden de liefde des Vaders en Zijn gemeenschap.

 

De stenen als een teken ter gedachtenis oprichten. Het leven bergt vaak in zich allerhande zorgen en moeiten en verdriet. Zodat er als het ware geen uitweg is en u zou er in omkomen. En op een ongedachte en wonderlijke wijze heeft de Heere doorgeholpen.

‘k Zal gedenken hoe voor deze

Ons de Heere heeft gunst bewezen

‘k Zal Zijn wond’ren gadeslaan 

Die Gij hebt van ouds  gedaan.