De grote daden des HEEREN gedenken (2/3)

De stenen als een teken ter gedachtenis oprichten.  Ja, dat past ons als we deze week een jubileum mogen vieren. De Heere gaf het ons dat we 40 jaar  in het ambt van Dienaar des Woords mogen staan.

 

Op 8 september ben ik als predikant van de Chr. Geref. Kerk te Dordrecht-centrum  bevestigd. Aanvankelijk diende ik het onderwijs en toch leefde de begeerte om de Heere te mogen dienen in het ambt. Ben ik daartoe geroepen? Ben ik daartoe bekwaam? Tot de Heere krachtig sprak en mij riep. Ik heb daarna nimmermeer getwijfeld aan mijn roeping. De jaren dat ik in Apeldoorn studeerde waren financieel mager en soms moeilijk. Veel opoffering werd gevraagd van mijn vrouw en de  kinderen. Het is mij een behoefte te zeggen dat mijn lieve vrouw al die jaren van studie en pastorie  achter en naast  mij heeft gestaan.  Ook als het moeilijk  was. Je was in alle opzichten een grote steun. Ook en vooral geestelijk.  De Heere belone je rijkelijk.

Terug naar de studietijd. We hadden een gezin.  Maar het heeft ons aan niets ontbroken. Stenen oprichten om de daden des HEEREN te gedenken.

De bevestiging werd geleid door een oom van mijn vrouw,ds. H van Leeuwen. Hij sprak over de woorden : Ga heen in deze uwe kracht. Heb Ik u niet gezonden?  (Richt.6,14). De volgende dag deed ik intrede in een overvolle kerk met de woorden uit Psalm 119,130. De opening Uwer woorden geeft licht, de slechten verstandig makende.

Nu zijn we veertig jaren  verder. Ik mag dit nog beleven met vrouw en kinderen. Maar stenen oprichten?

Ik wist wel dat de datum van mijn eventuele jubileum naderde. Maar ik drukte het weg. Ik zal dat niet meer beleven, dacht ik. En deze gedachte was reëel. Toch mag ik het beleven. Een wonder van de goedheid des HEEREN.

 

Maar stenen oprichten? Nee. Laat ik dat niet doen. Laat ik deze dagen maar stil laten voorbijgaan. Wie ben ik en wat heb ik ervan gemaakt. Dan zie ik bij mij mijn zonden en ongerechtigheden en schaamte moet mij bedekken. Ik kan beter smeken om vergeving van mijn persoonlijke en ambtelijke zonden en zwakheden. En toch. De HEERE legt Zijn genade ernaast en ik mag niet alleen deze dagen beleven, maar ik heb al die jaren mijn arbeid mogen verrichten door de goedheid des HEEREN. Het was niet mijn werk, maar Gods zaak.

 

Stenen oprichten? Nee. Laat  ik het maar stil laten voorbijgaan.  Kerkelijk was mijn weg niet zo glansrijk en vol moeilijkheden. Ik draag in het algemeen niet zoveel prettige herinneringen mee aan kerkelijke vergaderingen en commissies. En toch mocht ik in het kerkelijk leven, vaak aan een zijlijn weliswaar, mijn arbeid verrichten in pastoraat, catechese, geschriften en prediking.

 

Stenen oprichten? Nee. Er waren ook droevige gebeurtenissen. In een gezin zijn er regelmatig zorgelijke omstandigheden. Soms heel verdrietig . Ik denk aan het sterven van twee kleinkinderen bij een ongeluk op de weg. Dat verandert het leven en geeft toch een andere kijk. Je lijdt met je kinderen mee in dit zware verlies. Drie en een half jaar geleden kwam er een ernstige en slopende ziekte in mijn leven. Onderscheiden malen was ik vlak bij de dood. En toch. De Heere leerde en gaf de rouw te dragen. Ik mag nog bij mijn geliefden zijn en mag nog steeds voorgaan. Toch stenen oprichten om de daden des HEEREN te gedenken.

 

Stenen oprichten? Ja. Tot eer van de HEERE. Al die jaren gaf Hij mij alles wat ik nodig had  om de arbeid te verrichten. Om met lust en liefde in Zijn wijngaard te arbeiden. En, dat mag ik vrijmoedig getuigen, dat de Heere veel zegen gaf op de prediking. En die vruchten gaan mee tot in de eeuwigheid  tot eer van God en tot zaligheid van zondaren. Stenen oprichten om de grote daden des HEEREN te gedenken.

 

Laten we nog even letten op Jozua. In dit hoofdstuk valt het bijzonder op dat Jozua niets doet zonder Gods bevel. Er staat ook: al wat Mozes had geboden. Jozua was de knecht van Mozes. Later de opvolger. Mozes heeft aan Jozua  Gods bevel doorgegeven. Jozua heeft zijn ambt trouw verricht in gehoorzaamheid aan de Heere,  daarbij aanvankelijk ondersteund door Mozes. Mozes gaf het bevel Gods door aan Jozua. We moeten nooit als prediker vergeten dat we staan op de schouders van onze voorgangers. We mogen de schatten die zij in Gods Woord ontdekt hebben gebruiken en doorgeven.

Wat een zegen ook als een jongere voorganger de steun en het advies van een oudere  voorganger met veel ervaring ontvangt en ervoor openstaat. Wat een zegen als je als predikant geoefende kinderen van de Heere kent om van hen te leren.

Ik heb getracht mijn werk te doen in gehoorzaamheid aan de Heere. Met veel gebrek. De Heere zal oordelen of het naar Zijn Woord was. Hij geve Zijn genade. 

 

De HEERE maakte Jozua groot. Nee, niet in zichzelf. Laten we klein onder de Heere blijven. Niets in onszelf. Doch in zijn ambtelijk werk komt openbaar dat de Heere met hem is. En zo vreest het volk hem zoals het ook respect voor Mozes had omdat de Heere met hem was. Groot als de Heere met je prediking ingang geeft en men voor het ambtelijk werk en dienen respect heeft . Dan maakt de Heere  je ambtelijk groot. Hij geeft genade, persoonlijk,  en eer, ambtelijk.

Jozua geeft de Heere de eer door de stenen ter gedachtenis op te richten. Zijn naam moet eeuwig eer ontvangen.