De lofzang van Maria (2/1)

 

 “En Maria zei: Mijn ziel maakt groot de Heere. En mijn geest verheugt zich in God mijn Zaligmaker.”  Lukas 1: 46 en 47

 

Maria zingt haar lofzang met geheel haar hart. Zij weet zich er helemaal bij betrokken. Zij zingt met alles wat in haar is. Mijn ziel maakt groot de Heere en mijn geest verheugt zich in God mijn Zaligmaker. Zij spreekt van ”mijn ziel” en ”mijn geest”. Het is niet slechts wat oppervlakkige, vluchtige lippentaal. Nee, zij zingt met haar totale persoonlijkheid. Ze mag geloven dat haar Kind, waarvan zij zwanger is, de lang beloofde Messias is. Ze gelooft niet alleen dat Hij dé Zaligmaker is, maar dat Hij ook háár Zaligmaker is. Dan spring je toch op  van vreugde! 

 

 Zou dit wellicht het gebrek en de armoede van het kerkelijk leven kunnen zijn, of ook van ons persoonlijk leven, dat er te weinig geleefd wordt uit Christus? Dat we misschien zo arm zijn wat de vreugde in Christus betreft? Kennen we Hem? Is het ons om Hem te doen? Leven we uit Hem? Of meent u zalig te kunnen worden buiten de kennis van die Zaligmaker om? Zalig worden is immers niets uit ons, maar alles uit Hem!! Het geloof leert zingen van het leven uit en vertrouwen op mijn Zaligmaker.

Bij Elizabeth 

Maria zingt haar lofzang wanneer en doordat zij op bezoek is bij Elizabeth, haar verwante. En Maria opgestaan zijnde in diezelfde dagen. Het waren bijzondere en wonderlijke dagen. Het bruiste in deze dagen om zo te zeggen van hemelse activiteiten op de aarde. De engel Gabriël verscheen wel tweemaal, vlak achter elkaar. Eerst aan Zacharias in de tempel en zes maanden later in de eenvoudige woning van Maria te Nazareth. Zij ontving de boodschap dat ze bevrucht zal worden en een zoon baren. Hij zal Koning zijn tot in eeuwigheid en de Zoon van God genaamd worden. Maria zal de moeder worden van de beloofde Messias.

 Wanneer de engel heengaat, maakt zij alles gereed en gaat met haast op reis. Waarheen? Dat behoeft zij zich niet af te vragen. Zij is door de engel op het spoor gezet. Tot versterking van haar geloof had deze gezegd dat Elizabeth in haar ouderdom eveneens in verwachting was. Maria leeft van genade en wordt overspoeld van genade. Uit genade ontving zij de heilsboodschap, door genade mag zij moeder des Heeren zijn, uit genade mag zij leven, door genade gelooft zij in de komende Zaligmaker. Zij staat op in deze bijzondere dagen van de volheid des tijds en gaat heen.

 Ze reisde  met haast. Zij begeert en verlangt naar de ontmoeting met Elizabeth om samen verheugd te zijn in het heil des Heeren. Zij reist naar het berglandschap ten zuiden van Jeruzalem, naar een stad van Juda. Sommigen menen dat het stadje Juda heette. Het is meer aannemelijk om te denken dat hier de oude naam van de stam Juda wordt genoemd. We horen de vreugderoep van stervende Jakob: Juda gij zijt het, u zullen uw broeders loven (Gen 49: 8).  We denken aan de belofte van de leeuw uit Juda’s stam. Hier wordt straks de Christus geboren, de grote Zoon van David uit de stam van Juda. De woonplaats ligt op het gebergte onder Jeruzalem. Het is Maria om Elizabeth te doen. Zij gaat er heen ter versterking van het geloof en zij zoekt de gemeenschap.

Wanneer zij Elizabeth groet, gebeuren er bij Elizabeth twee dingen. En het geschiedde als Elizabeth de groetenis van Maria hoorde, zo sprong het kindeke op in haar buik. En Elizabeth werd vervuld met de Heilige Geest.

Wat de groet van Maria inhoudt wordt niet verteld. Maar wel de uitwerking op Elizabeth. De groetenis dringt met kracht door tot in haar buik. Elke aanstaande moeder kent de bewegingen van het kind dat bij haar groeit. Maar wat er nu gebeurt is heel bijzonder en heeft plaats onder de werking van de Geest. Zij zegt ervan: Want zie als de stem van uw groetenis in mijn oren geschiedde, zo sprong het kindeke van vreugde op in mijn buik. Hierdoor valt de aandacht niet op Elisabeth, maar op Maria die binnenkomt, de aanstaande moeder van de Heere Jezus.

De engel Gabriël heeft haar gezegd dat de Heilige Geest over haar zal komen. De Geest vervult haar. Ook in het leven van de godzalige Elizabeth zijn de vruchten van de Geest. Hier vervult de Geest der profetie haar geheel en verlicht haar verstand en doet haar de waarheid kennen. Maria is in verwachting. Uit haar zal de Zoon van God geboren worden. Door die Geest nu zingt ze háár lofzang. Met een grote stem, door de krachtige werking van de Geest. Gezegend zijt gij onder de vrouwen. Je bent in verwachting. Je bent in verwachting van Christus. Daarom: Gezegend is de vrucht van uw buik. De Heilige Geest openbaart haar het geheim. Zij vindt het een wonder dat Maria haar bezoekt. En vanwaar komt mij dit dat de moeder mijns Heeren tot mij komt? Niets over haarzelf. Ook niet over haar aanstaande kind. De Geest verheerlijkt Christus.

We horen hier geloof. Mijn Heere. Ze mag de komende Christus omhelzen in geloof.  We horen hier ootmoed. Dat jij tot mij  komt

Zo is het bij elke gelovige die genade ontvangt. We zien hier kenmerkende zaken: ootmoed, verwondering en geloof. Dus gelovige verwondering in ootmoed. Zalig is zij die geloofd heeft. Ter versterking van het geloof voegt ze er aan toe dat de dingen zullen gebeuren. Zalig die geloofd heeft. Zo is het. Het gaat om het geloof in de Christus. Laten we juist vanuit onze nood vluchten naar Christus. En wie Christus ontmoet in geloof uit de Schrift gaat klein van zichzelf denken. Voor mij? Voor zulk één? Laten we toch als een arme zondaar tot Hem vluchten in geloof. Het geloof leert aannemen.   

Let ook even op Johannes, die nog in de moederschoot van Elisabth is. Hij springt van vreugde, van eerbied en hulde op. Ongetwijfeld is hier sprake van de werking van de Geest. De voorloper groet hier al de Heere, de Zaligmaker Hij buigt vol eerbied voor de Heere. Hij begroet Hem en brengt Hem hulde en is verheugd. Straks mag hij Het Lam aanwijzen. Het is de grootste vreugde voor een dienaar om naar Christus te wijzen. Johannes is een gekende vanaf de moederschoot.

 

De bekering kan bij iemand op een bepaald ogenblik plaats vinden. Duidelijk en helder en plotseling. Het kan ook geleidelijk geschieden. Het is ook mogelijk dat iemand van jongs af aan is wedergeboren. Zo bij deze Johannes. Hij springt van vreugde op in de buik van zijn moeder bij de nadering van Christus in de schoot van Maria. Laten we van vreugde opspringen als we Zijn stem horen, Hem ontmoeten in het Woord, als Hij zich vertoont voor het oog der ziel, als we leven uit Hem.