De lofzang van Maria (2/2)

Over haar Zaligmaker 

Het blijkt nu duidelijk dat de Heilige Geest over Maria is gekomen. Zij zingt haar lofzang uit als zij van Elizabeth heeft vernomen dat ze werkelijk naar het woord van de engel zwanger is. Zij maakt de Heere groot. Het is zoveel als Zijn grootheid uitzingen. Hem erkennen en loven. Zij verheugt zich in haar Zaligmaker. Wij kunnen dan denken aan God Drieënig. Al het heil vindt immers haar oorsprong in de drie Goddelijke Personen, Vader en Zoon en Heilige Geest. Doch bijzonder denken we aan de Christus, haar Zaligmaker. Door het geloof mag zij het Kindeke, dat bij haar zal geboren worden, omhelzen als haar Zaligmaker. Wat een wonder.

 

Hij heeft de nederheid van zijn dienstmaagd aangezien. Haar nederige staat, dat is haar geringheid en haar behoren tot de vervallen staat van het huis van David, omdat zij ondertrouwd is met Jozef. Toch heeft de Heere haar aangezien en haar uitgetild uit die nederigheid om Christus’ wil. Van nu aan zullen al de geslachten mij zalig spreken. Waarom? Omdat uit alle geslachten zich zullen bekeren en tot geloof in Christus komen. Grote dingen  heeft aan mij gedaan Hij die machtig is en heilig is zijn naam..

 Zo gaat het met al Gods kinderen. Hij die machtig is en heilig doet grote dingen tot zaligheid. Hij ziet ons aan in de nederige staat van onze verlorenheid  En dat om Christus’ wil. Hij  neemt Zijn intrek in het hart door de Heilige Geest en Hij doet ons uit het Woord leven en  leert ons meer en meer Christus kennen en de Vaderlijke liefde en geeft een uitzicht op het eeuwige leven. Hij leert ons het kruis te dragen. Zijn dat geen grote dingen?

 Zo spreekt Elizabeth van: Mijn Heere. En Maria van: mijn Zaligmaker. Dat is voor velen een moeilijk punt. De toeëigening des geloofs. Mijn Heere. Zie van u zelf af om alleen te zien op de Heere en Zijn genade.

 Vanuit Gods verbond 

Dit alles is gegrond op Gods verbond. Zij zegt in vers 55: Gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen, namelijk tot Abraham en zijn zaad. De Heere heeft met Abraham en zijn zaad het verbond opgericht. In hem zullen alle geslachten des aardrijks gezegend worden. Het gaat om het Vrouwenzaad. Dat zal naar Gods belofte uit Abraham geboren worden. In Hem is de zegen. Op grond van dat verbond om Christus’ wil schenkt God Zijn barmhartigheid. Zijn hart is vol erbarmen en zo heeft Hij zich het lot van Israël aangetrokken.

Hij gedenkt Zijn barmhartigheid en vergeeft Israël zijn zonden en neemt het op in zijn genade om Christus’ wil. Zo is Zijn barmhartigheid door de geslachten heen over die Hem vrezen. God gedenkt  aan Zijn verbond. Hij schenkt de Christus en openbaart in Hem zijn barmhartigheid. Door de geslachten heen doet Hij zondaren delen in die genade. Alleen genade. God alleen de eer.

 In verwondering

Zij verwondert zich in haar lofzang erover dat de Heere de rollen omkeert. Hij heeft een krachtig werk gedaan door Zijn arm. Hij heeft de hoogmoedigen verstrooid in de gedachten van hun harten. Hoogmoedigen hebben in opgeblazenheid een hoge dunk van zichzelf en wanen zich boven iedereen. Dat leeft in hun hart en gedachten. Heel bewust gedragen zij zich overmoedig tegenover God. Hij heeft machtigen van de tronen afgetrokken. Hij heeft rijken leeg weggezonden.  Met deze hoogmoedigen, machtigen en rijken worden de vijanden bedoeld. Zij die de macht en het bezit hebben in deze wereld. De vijanden van God en van Israël.

Temidden van die machtige volken verkeert Israël nederig, in een lage staat en als hongerigen arm, zeer arm. Nu neemt de Heere het voor Israël op. Hij trekt zich het lot van Israël aan.

Hij heeft dit gedaan in het verre verleden toen Hij Israël uit Egypte verloste. Farao en zijn legerscharen kwamen in de Rode Zee om. De Heere heeft later Israël uit de ballingschap verlost. De rijken van Assyrië en Babel zijn ten onder gegaan. Nu neemt Hij het voor Israël, temidden van het machtige Rome en de wrede Herodes, op in de geboorte van zijn Zoon. Israël is Zijn eerstgeboren zoon. Israel wordt opgeroepen tot geloof in Hem. Straks vergadert Hij zijn kerk ook uit de heidenen. De kerk is hier in druk en vervolging, in zonde en schuld  Van de kerk geldt: Niet vele wijzen naar het vlees, niet vele machtigen, niet vele edelen. Het dwaze van deze wereld heeft God uiverkoren.

 Maar Hij heeft alle macht. Hij is de weg gegaan door lijden naar heerlijkheid en zit nu aan de rechterhand van de Vader. Eens komt Hij terug. Dan zal Hij definitief  alle rollen omkeren. Hij zal de hoogmoedigen uiteenstrooien, de machtigen van de troon trekken, de rijken volkomen leeg wegzenden. Maar Zijn kerk verhogen. Dan neemt Hij het voor Zijn Israël op en brengt het in de volle verzadiging.

 Het is toch waar, in dit Kind neemt God het voor Zijn volk op en neemt het aan. Zij worden getekend als nederigen en hongerigen. Zij verkeren in een nederige staat. Er is immers zonde en schuld. Zij zijn vleselijk en krachteloos om tegen de zonde te strijden. Zij zijn in zichzelf  onbekwaam en vruchteloos. Zij verkeren hier in strijd en moeite. Zij wijken vaak af. Toch neemt de Heere het voor ze op in Christus en neemt ze aan tot Zijn kinderen. Als hongerigen zijn ze arm, ze hebben geen gerechtigheid, geen heiligheid, geen leven. In Christus worden ze verzadigd omdat zij alles in Hem vinden.

Ook in de kerk zijn er vele hoogmoedigen en machtigen en rijken. En dat in eigen gerechtigheid en eigen waan. Hij vernedert hen. Hij neemt het op voor nederigen en armen die alles van Hem verwachten. De hoogmoed en gewaande rijkdom leeft ook in eigen hart. In de weg der bekering zal de Heere dit alles vernederen. Zo keert Christus alles om. 

 Mijn ziel maakt groot de Heere en mijn geest verheugt zich in God mijn Zaligmaker. Mijn ziel maakt groot de Heere. Maria maakt de Gever van al die weldaden groot. Dat is Hem in Zijn grootheid, majesteit, wijsheid, genade en ontferming grootmaken, prijzen en loven. Zij plaatst zich hiermee geheel  in de rij van de Oudtestamentische vromen die de Heere vrezen. We lezen in Psalm 103: Loof  de HEERE mijn ziel en al wat binnen mij is Zijn heilige naam. Loof de HEERE mijn ziel en vergeet geen van Zijn weldaden.  

Er is voor ons alle reden om Hem groot te maken gelet op de tijdelijke en geestelijke zegeningen. Wat hebben we hetgeen we niet ontvangen hebben? Wij moeten onszelf daartoe steeds weer opwekken omdat we zo traag zijn.

En mijn Geest verheugt zich in God mijn Zaligmaker. We denken aan Habakuk 3: 18: Zo zal ik nochtans in de HEERE van vreugde opspringen, ik zal mij verheugen in de God mijns heils.  Zij noemt God haar Zaligmaker. De zaligheid is uit de Vader, door de Zoon en in de Heilige Geest. Laten we de toevlucht nemen tot de Zaligmaker en ons in Hem verheugen.

 Moet ik mijzelf grootmaken en gaan verheffen? Moet ik mij in mijzelf verheugen en de vreugde in mijzelf vinden? Hoe kan dat daar ik een zondaar, een totale zondaar ben? Nee, als ik let op mijzelf is er reden te klagen, mij aan te klagen, diep bedroefd te zijn en mijn zonden te belijden. Tegen U, U alleen heb ik gezondigd, ik heb gedaan wat kwaad is in Uw ogen, ik ben o Heere, Uw gramschap dubbel en dwars waardig.

Maar in de Zaligmaker ligt alle zaligheid. Hij kwam in deze wereld om tot zonde gemaakt te worden en onze schuld en zonde op Zich te nemen. Zie, het Lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt. Hij bracht onze zonde aan het kruis. Hij werd tot een vloek. Hij droeg de volle toorn van God. Hij is nedergedaald ter helle. Zo heeft Hij het volle heil verworven. In Hem ligt de vergeving en de levensvernieuwing. Het geloof vindt geen vreugde en vastigheid in zich, maar mag zien op en de toevlucht nemen tot de Zaligmaker. Het geloof  mag u leren uit Hem te leven.  Mijn Heere en mijn God. Mijn zaligmaker. Alles aan Hem is gans begeerlijk. Zulk één is mijn Liefste, ja zulk één.

Zelfs in de nacht en stormen van het leven kunt u zich dan in Hem verblijden. Zelfs oog in oog met de dood. .

Is Hij uw en mijn Zaligmaker?